Bestuurswetenschap in wereld zonder waarheid

Bevlogen wetenschappers zijn meer dan ooit nodig om het Schip van Staat op koers te houden, zegt Willem Trommel bij zijn afscheid als hoogleraar Bestuurskunde aan de VU. Hij roept op tot activisme (dit artikel is een door Jan van Dam ingekorte versie van de rede waarmee VU-hoogleraar Beleid en Bestuur Willem Trommel op 2 april 2026 afscheid nam). Vandaag pak ik mijn biezen, maar niet omdat ik denk dat de rol van mijn vak is uitgespeeld, integendeel. Juist nu de democratische besluitvorming wordt geteisterd door stelselmatige misleiding en desinformatie, moet de bestuurswetenschappelijke missie nieuwe glans krijgen. Kan dat? Hoe dan? Dat zijn de vragen die ik in mijn afscheidsrede ga bespreken.[1] Zwaar weer Voordat ik hierop inga, lijkt het me nuttig een korte aanloop te nemen. Hoe is het eigenlijk gesteld met de actuele wereld van politiek, beleid en bestuur? Niet best, hoor ik u meedenken, de lijst hoofdpijndossiers wil maar niet krimpen. Wooncrisis, klimaatverandering, stikstof, energietransitie, zorgkosten, immigratie en zo nog meer. Maar wat als de gemeenschap verkruimelt, uit elkaar valt, geen gemeenschapszin meer ervaart? Het Schip van Staat, een begrip ontleend aan Plato, verkeert in zwaar weer. In een liberale democratie is het de gemeenschap die het politieke gezag voert. Maar wat als de gemeenschap verkruimelt, uit elkaar valt, geen gemeenschapszin meer ervaart? Dan moeten we sturen zonder een wij, een moeizame zo niet onmogelijke exercitie. Een tweede probleem is dat het Schip van Staat haar bestemming uit het oog is verloren. Hadden we ooit de grote vergezichten - socialisme, liberalisme en christendemocratie - momenteel is sprake van een ideologisch tekort. Waar we heen gaan, we weten het niet meer. De staat werd de afgelopen decennia een bedrijf, met doelmatigheid als hoogste goed. Dit neoliberalisme is moreel leeg, en vastgelopen. Wat resteert, zijn gemankeerde ideologieën. Solidariteit? Jawel, maar uitsluitend met het eigen volk. Liberale vrijheden? Jawel, maar vooral voor hen die zich kunnen verschansen in Fort Europa. Als de kapitein in een identiteitscrisis verkeert, en de bestemming in nevelen is gehuld, dan is het de vraag of het nog wel zin heeft om over een vaarplan, van oudsher het domein van de bestuurswetenschap, nog na te denken. Voorbij de waarheid Als de politiek verzaakt en geen richting geeft, ontstaan initiatieven om tastend en zoekend pragmatische antwoorden te vinden op maatschappelijke problemen. Zo gek is het dus niet om toch met vaarplannen bezig te zijn. Waar de politieke gemeenschap de weg kwijt is geraakt, kunnen kennis en inzicht immers richting geven. We worden echter steeds vaker geconfronteerd met leiders die misleiden Maar dan stuiten we tegenwoordig op het probleem dat feiten speelbal zijn geworden van leugen en bedrog. Experts kunnen nog zo hun best doen het klimaatprobleem te doorgronden, maar wat als het probleem simpelweg wordt ontkend? Dan wordt een vaarplan potsierlijk en verliest het Schip van Staat haar laatste baken. Als kinderen van de Verlichting hebben we geleerd ons oordeel over de wereld te ontlenen aan zorgvuldige waarneming en redelijk nadenken. We worden echter steeds vaker geconfronteerd met leiders die misleiden. Met influencers die sprookjes vertellen, en systemen die leugens fabriceren, verspreiden en verwerkelijken. Daardoor zijn er drie maatschappelijke dimensies ontstaan in het denken over waarheid. Allereerst is er de zwendelsamenleving, dan is er de sceptische samenleving en tenslotte is er de redeloze samenleving. Afzonderlijk en in onderlinge samenhang bedreigen deze vormen van post-truth de mogelijkheid van rationeel democratisch bestuur. Zwendelsamenleving Zwendel is van alle tijden, maar er is iets nieuws aan de hand. Er is een technologie beschikbaar gekomen die vrij eenvoudig de suggestie van waarheid en waarachtigheid kan genereren. Of het nu gaat om een nieuwsbericht, een kunstuiting, een wetenschappelijk onderzoek of een foto, de echtheid ervan is in de zwendelsamenleving niet meer zeker. Technologie maakt het mogelijk, (hyper)kapitalisme is de belangrijke aanjager. Met misleiding valt grof geld te verdienen. Het sjoemelen zit goed verstopt. Sensationele fake berichten lokken je naar sites waar influencers klaar staan om het geld uit je zakken te kloppen. Politieke macht is een andere prominente aanjager. Het loont om met leugens het opinieklimaat te beïnvloeden, te interveniëren in buitenlandse verkiezingen, of eenvoudigweg voor maatschappelijke verwarring en ophef te zorgen. Achterdocht begint de norm te worden in het sociale verkeer Zwendel heeft via algoritmische verspreiding en vermenigvuldiging een enorme vlucht genomen en is inmiddels gemeengoed geworden. Een eerste consequentie lijkt te zijn dat we ons vermogen verliezen het eens te worden over de aard van de sociale werkelijkheid. In termen van Habermas’ democratietheorie betekent dit dat de publieke sfeer verdampt, en daarmee de open en eerlijke uitwisseling van argumenten. Een tweede ingrijpend gevolg is de opbloei van wat we een low trust society plegen te noemen. Empathie en wederzijds vertrouwen maken plaats voor een argwanend mens- en wereldbeeld. Achterdocht begint de norm te worden in het sociale verkeer. Gestaag groeit zo een cultuur waarin onoprechtheid eerder regel dan uitzondering is. Als Donald Trump zijn zoveelste aperte leugen opdist, lijkt zijn aanhang niet geschokt of beschaamd, maar eerder verheugd over zoveel moed. De zwendel is de schaamte voorbij en wordt langzaamaan gewoon. Sceptische samenleving In de zwendelsamenleving delen bedriegers en bedrogenen min of meer dezelfde opvatting van waarheid, die in de wetenschapsfilosofie wel wordt aangeduid als de correspondentieleer. Een uitspraak is waar wanneer deze correspondeert met een waargenomen toestand in de werkelijkheid. We zien echter een groeiende scepsis over gevestigde waarheden. We geloven nog wel in waarheid, maar verstaan daar niet perse hetzelfde onder en wantrouwen de gangbare institutionele bronnen van ware kennis. Welbeschouwd gaat die achterdocht terug op een serieuze traditie in de sociale wetenschappen, die van de kritische theorie. Meer dan vijftig jaar geleden legden Herbert Marcuse, Max Horkheimer en Jürgen Habermas uit dat uitspraken over de sociale werkelijkheid niet zelden halve waarheden bevatten. Gehalveerde rationaliteit noemden zij dat. Het scepticisme bevindt zich nu vooral aan de rechterkant van het politieke spectrum De kritische school relateerde de productie van sociale feiten aan de kapitalistische inrichting van de samenleving en werd destijds een belangrijke inspiratiebron voor de linkse goegemeente. De verbeelding moest aan de macht komen. Immers, als de maatschappelijke werkelijkheid een product was van macht, dan zouden er ook andere werkelijkheden kunnen bestaan, andere waarheden. Het scepticisme bevindt zich nu vooral aan de rechterkant van het politieke spectrum. De nieuwe sceptici menen dat we heimelijk worden geregeerd door links-globalistische elites die langzaam maar zeker alle belangrijke instituties in hun greep hebben gekregen. Het staatsapparaat, de rechterlijke macht, het onderwijs, de media: overal zouden hun halve en halfzachte woke waarheden klinken, gevoegd bij een globaliseringsagenda die de opheffing van natiestaten najaagt. Ik wil het hier niet hebben over de ongeloofwaardigheid van het nieuwe scepticisme, maar over het feit dat er nog maar weinig kritisch onderzoek plaatsvindt naar de werking van macht. Dat heeft alles te maken met de wijze waarop de wetenschap de afgelopen decennia werd georganiseerd en gefinancierd. Kennis moest vooral nuttig en bruikbaar zijn. Redeloze samenleving De radicaalste variant van de post-truth wereld is de redeloze samenleving. Het is de variant waarin weinig of geen waarde aan waarheid wordt toegeschreven. Ook hier is er een link met klassieke filosofische denkrichtingen. In de negentiende eeuw werden in de geneeskunde ideeën ontwikkeld die zich verzetten tegen de wetenschappelijke, mechanistische benadering van leven. In het vitalisme wordt een onstoffelijke levensvonk verondersteld, een kracht die doet leven, een levensdrift, een ziel. Het vitalisme vinden we vandaag de dag, danig verminkt, terug in extreemrechtse kringen Dit denken verloor in de medische wetenschap geleidelijk terrein, maar in de filosofie, ethiek en sommige takken van de menswetenschap speelt het vitalisme tot op de dag van vandaag een rol. De filosofie van Friedrich Nietzsche heeft daartoe belangrijke aanzetten gegeven.[2] Nietzsche verkondigde de dood van God; de mens en zijn wetenschap hadden hem vermoord. En zo was er geen ijkpunt meer voor de moraal. In zekere zin heel goed, zo vond Nietzsche, want het christendom had vooral een weke slavenmoraal voortgebracht, waarin lijdzaamheid en zwakte als deugden gelden. Met de dood van God moest er een nieuwe moraal komen, door de mens zelf te bepalen. Vitalisme Wetenschap kon zo’n moraal niet bieden, want het zoeken naar kennis, vanuit de zogenaamde wil tot waarheid, is fundamenteel anders dan het zoeken naar het goede. Nietzsche redeneerde dat de nieuwe moraal gevonden moest worden in menselijke kracht, tegenover de slapheid van de christelijke moraal. In die de wil tot macht zouden klassieke deugden als moed en strijdlustigheid een herwaardering ondergaan. Waarheid is waardeloos, als het gaat om een vurig en vitaal leven. Het vitalisme vinden we vandaag de dag, danig verminkt, terug in extreemrechtse kringen, zoals alt-right in de Verenigde Staten en in Nederland bij de soevereinen en bij Forum voor Democratie. Gepaard aan die ontwikkeling, zien we dat we in de zwendelsamenleving niet meer zeker kunnen zijn of uitingen waar en waarachtig zijn. Dat in de sceptische samenleving gevestigde waarheden worden uitgedaagd en alternatieve waarheden het licht zien. En dat in de redeloze samenleving waarheid niet langer geldt als prominente waarde. Politieke en economische motieven bevorderen zwendel, aanzwellende onzekerheid over globalisering en de macht van elites voeden de scepsis, en een virulent vitalisme ondermijnt ten slotte de wil tot waarheid. Deze ontwikkelingen grijpen op elkaar in, mede omdat ze dezelfde aanjager delen, namelijk de informatietechnologie en in het bijzonder de artificiële intelligentie. Slimme, zelflerende algoritmes die frauduleuze representaties van de werkelijkheid vervaardigen, verspreiden en vervolgens verwerkelijken, in een razend tempo en op steeds grotere schaal. Waarheid blootleggen, waar eigenbelang en ideologische dwaalwegen de blik vertroebelen De vraag is of beleids- en bestuurswetenschappen hierop met wijsheid kunnen reageren. De Noord Amerikaanse politicoloog Aaron Wildavsky vatte de missie van het vakgebied samen als speaking truth to power. Ofwel: mensen in machtsposities voorhouden hoe de probleemwerkelijkheid in elkaar steekt. Oproep tot activisme Waarheid blootleggen, waar eigenbelang en ideologische dwaalwegen de blik vertroebelen. Willen beleids- en bestuurswetenschappen deze missie vervolgen – ze zouden dat beslist moeten willen - dan moeten ze activistisch worden, om te verdedigen wat dezer dagen zo hevig wordt aangevallen. Dat activisme zou op verschillende manieren vorm kunnen worden gegeven. In het licht van de zwendelsamenleving kan de bestuurswetenschap nog meer aan fact checking gaan doen. Nu gebeurt dat vooral door geëngageerde journalisten en burgerorganisaties zoals Bellingcat en Global Witness. Input vanuit onze tak van wetenschap kan helpen waarheidsvinding in de wereld van politiek, beleid en bestuur te bevorderen en te verankeren in hiertoe op te zetten instituten. Met daarbij de uitdagende onderzoeksvraag hoe aan deze instituten uitstraling, gezag en legitimiteit kan worden verleend. Daarnaast zou het klassieke bestuurskundig thema van reguleringsvraagstukken nieuw leven moeten worden ingeblazen, met name voor het internet. Hoe kan het bestaan dat ophef een verdienmodel is geworden, dat bedrijven jongeren betalen om klinkklare onzin te verkopen, dat we valse identiteiten toestaan leugens en haat rond te pompen, dat vitale informatiestromen niet afgeschermd zijn van kwaadaardige en criminele netwerken. Het internet heeft dringend herontwerp nodig, waarbij de publieke functie ervan recht wordt gedaan met vormgevingsprincipes die de perverse verdienmodellen verdringen. We hebben het hier over publieke infrastructuur en daar weten bestuurswetenschappers wel raad mee, dacht ik. Een stap verder op de activistische agenda brengt ons bij de sceptische samenleving. De aanpak hier is niet om aanhangers van alternatieve waarheden honend op hun ongelijk te wijzen maar om serieus kritisch onderzoek te doen naar de relatie tussen macht en kennisproductie. Dan komt vanzelf wel bovendrijven dat het niet de linkse elites zijn die een monopolie op de waarheid hebben gevestigd, maar dat het langzamerhand veeleer techbedrijven zijn die de wereld definiëren. Big Tech, met haar duizelingwekkende miljarden, haar omvangrijke lobbynetwerk, de wurgcontracten, het inzicht in al ons doen en laten en denken, haar vermogen de politieke agenda te dicteren. Strijd voeren tegen de redeloosheid, waar dat maar kan en nodig is Kritisch onderzoek doen, is één kant van het wetenschappelijk activisme. De andere kant bevindt zich nadrukkelijker aan de activistische kant. Strijd voeren tegen de redeloosheid, waar dat maar kan en nodig is. Overigens is het dan wel gewenst dat sociale wetenschappers ook zelf uitstralen waarde te hechten aan waarheidsvinding. Dat is in de afgelopen decennia nog wel eens anders geweest. Wijs besluit Strijd voeren dus, zoals ook de Verlichting in de zeventiende en achttiende eeuw begon als een activistische beweging die ijverde voor de emancipatie van rede en wetenschap, voor tolerantie en vrijheid van denken en spreken. Maar ik pleit niet voor een herhaling van zetten, maar om een verlichting van de Verlichting, om het in de cryptische taal van de kritische school te zeggen. De eerste Verlichting draaide vooral om de instrumentele rede, om doelrationaliteit in plaats van waarderationaliteit. Dat heeft de mensheid veel gebracht, maar de nieuwste loot aan deze stam, de informatietechnologie, lijkt ons terug te voeren naar de duisternis, naar een wereld die we weliswaar zelf hebben gemaakt, maar niet meer doorgronden, met zelflerende algoritmes die hun eigen goddelijke gang gaan, en met de terugkeer van mythisch denken, alternatieve waarheden, complotten en vitalistische redeloosheid.[3] De tweede Verlichting moet de instrumentele rede inbedden, aan de hand van wat Jurgen Habermas de communicatieve rede heeft genoemd, verwijzend naar het vermogen van mensen een gedeeld, waardegeladen begrip van de werkelijkheid op te bouwen. Wederopbouw van dit vermogen zou onze nieuwe politieke bestemming kunnen zijn, en de wereldwijde verbinding tussen mensen die zich hieraan wijden het nieuwe wij. Technologie, mits losgeweekt van Big Tech, zou daarbij kunnen helpen. Denk aan al die internetplatforms die gelijkgestemde mensen over de grenzen heen verbinden en zich toeleggen op doelen als gelijkheid, duurzaamheid, menswaardigheid. Nieuwe bootjes die zich razendsnel langs het dobberende Schip van Staat manoeuvreren, om alsnog een sociaal-politiek verschil te maken. Nieuwe entiteiten en identiteiten met een verlichtingsoogmerk. Lichtpuntjes. De communicatieve rede, zo leerde ik als student sociologie, berust noodzakelijkerwijs op idealisme. Immers, als we veronderstellen dat alleen het beste argument telt, dan kunnen we niet anders dan veronderstellen dat er een samenleving mogelijk is waarin misleiding, intimidatie, brute kracht structureel zijn uitgebannen, of in ieder geval in toom gehouden worden. Communiceren is anticiperen op een machtsvrije samenleving. Ik vond het destijds een eyeopener en in de dreigende context van vandaag, alsnog een hoopvolle constatering. En, zo u wilt, een wijs besluit van mijn loopbaan aan de VU. Noten: [1] Deze rede berust op inzichten die ik eerder naar voren bracht in de afscheidsbundel voor ex-collega Romke van der Veen (Verdeel en beheers, 2025) en in een paper gepresenteerd op de conferentie The Global Rise of Post-Truth, Sapienza University, Rome, 18-20 september 2025. Met dank aan Aad Sosef voor enkele rake observaties. [2] Sue Prideaux (2018) schreef een prachtige biografie over Nietzsche, met de veelzeggende titel Ik ben dynamiet. De biografie biedt naast een sfeervol levensverhaal een goede kennismaking met de ideeën van de man. [3] De Amerikaanse staatsman Henry Kissinger schreef hierover op 95-jarige leeftijd een prikkelend essay: How the Enlightenment ends. In The Atlantic, june 2018 issue. Dit artikel is eerder verschenen bij Sociale Vraagstukken

Foto: Mainzer Beobachter Jona Lendering eigen foto Bodemradar

Met de bodemradar op Urk

Luchtfoto’s! Luchtfoto’s! Die waren best handig, redeneerden de generaals in de Eerste Wereldoorlog, om te weten waar vijandelijke loopgraven waren. En zo kregen de legers fotografische diensten, zo groeiden de fotoarchieven en zo kregen archeologen er een hulpmiddel bij. Op een zuurstofrijke bodem groeien gewassen beter, en een oude, reeds lang gedempte sloot is nog lang snel zuurstofrijker dan de omgeving. Zulke crop marks zijn zichtbaar op een luchtfoto. In Flanders Fields zijn zo tientallen middeleeuwse versterkte boerderijen geïdentificeerd, en elk jaar wordt wel iets ontdekt op de foto’s die in de jaren twintig boven Irak zijn gemaakt. Zoiets kan natuurlijk ook in Nederland.

Een motte op Urk?

Een lid van een lokale afdeling van de Nederlandse Archeologievereniging-AWN (zeg maar de vereniging van archeologieliefhebbers) bekeek de luchtfoto’s die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt van de droogvallende Noordoostpolder, en hij zag dat even voorbij Urk een kring lag in een deel van de polder dat ooit bij het eiland hoorde, maar al in de Late Middeleeuwen door de zee is verzwolgen. De kring is sindsdien nooit meer zichtbaar geweest, aangezien het nieuwe land in gebruik is genomen voor de landbouw. Ook op de foto’s van Google Earth en op de LIDAR-beelden van het Actueel Hoogtebestand is niets te zien.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Quote du Jour | definitiemacht

QUOTE - Professor Laura Batstra heeft voor het pedagogenblog pedagogiek.nu een interessant artikel geschreven over definitiemacht: de macht (van onder andere wetenschappers) om van zaken een definitie vast te stellen, waarmee vervolgens het denken over en het handelen in relatie tot deze zaken wordt gestuurd. Aanleiding is een subsidie-call voor onderzoek naar arme mensen:

Een zeer machtige definitiemacht is die van de instanties die grote sommen overheidsgeld verdelen over onderzoekers en onderzoeksgroepen. Met de inhoud van hun calls bepalen zij in sterke mate welk gedachtegoed geld en dus aandacht krijgt. Zo heeft verstrekker ZonMW (Zorg Onderzoek Nederland / Medische Wetenschappen) meerdere keren flinke impulsen gegeven aan het medicaliserende idee dat psychische stoornissen al vanaf jonge leeftijd huizen in mensen en dat vroege herkenning en behandeling erger kan voorkomen. Er is geen bewijs voor deze aanname, maar met vele tonnen onderzoeksgeld is het stoornisdenken wel extra versterkt in onderzoek en samenleving.

En nu is er de call van een andere subsidie-gigant, de NWO (Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek): “Het brein achter gezinskeuzes: inzichten voor gezondheid en gelijke kansen”, welke ook weer maatschappelijke problemen individualiseert. NWO stelt  €7.250.000 beschikbaar voor wetenschappers om oorzaken en oplossingen voor stresserende omstandigheden te definiëren op het niveau van het individu, die moet namelijk leren om onder stress toch verstandige keuzes te maken: “Door beter te begrijpen hoe hersenprocessen besluitvorming sturen, kunnen we interventies ontwikkelen en systematisch testen die gezinnen helpen gezondere, veiligere en kansrijkere keuzes te maken, nu en in de toekomst.”

Foto: Leesplankje Cornelis Jetses, CC0, via Wikimedia Commons.

Eén taal

COLUMN - Intrigerend streven, van de gisteren opgerichte politieke partij De Nieuwe Alliantie (DNA). Op de website staat als één van de kernwensen van de partij: ‘Eén taal, één rechtsorde, één gedeelde cultuur.’

Van rechtsorde en cultuur heb ik niet veel verstand, maar hoezo één taal? Ik neem even aan dat die ‘ene taal’ dan Nederlands is, want in die taal is de boodschap zelf gesteld en het lijkt me niet verstandig om je eigen boodschap meteen te ondermijnen door zelf een andere taal te gebruiken dan die ene.

DNA schermafbeelding deel van website

Eén taal van wat? Ja, ‘Nederland’, maar wat betekent dit in de praktijk? De gymnasia verbieden? Toeristen komen het land niet meer in zonder taaltoets? Buitenlandse YouTube wordt verplicht nagesynchroniseerd? Friezen en Limburgers terug naar hun eigen land?

Het streven naar één taal voor één land is een oud romantisch idee. Hoe het precies in Noord-Korea werkt, zullen we waarschijnlijk nooit weten, maar afgezien daarvan zijn er volgens mij geen landen die het bereikt hebben. Overal zijn altijd minderheden die hun eigen taal hebben. De laatste jaren begon dit besef bij uitstek ook bij de zogeheten ‘rechtse’ partijen door te breken. Zij pleitten doorgaans bijvoorbeeld voor het opnemen van minstens het Nederlands en Fries in de grondwet, maar noemden daar vaak ook Nedersaksisch en Limburgs en gebarentaal en Papiaments bij.

Foto: Honore Daumier Le Ventre Legislatif The Legislative Belly Google Art Project

Survival of the grappigste

ONDERZOEK - Er zijn zoals bekend eindeloos veel wetenschappelijke artikelen. Een mens kan er iedere minuut van haar leven twee lezen, en dan heeft ze nog niets gelezen. Als ik eerlijk ben kun je de meeste ook meteen weer vergeten als je niet toevallig nét zelf met dat onderwerp bezig bent.

Maar er verschijnen gelukkig ook nog altijd wetenschappelijke artikelen die sprankelen van de ideeën. Zoals het artikel ‘Survival of the wittiest (not friendliest)’ dat de Servisch-Amerikaanse taalkundige Ljiljana Progovac onlangs publiceerde in het tijdschrift PNAS Nexus (gratis toegang). Dat is een tijdschrift waarin geleerden worden uitgenodigd ideeën uit verschillende domeinen aan elkaar te verbinden, en dat doet Progovac dan ook naar hartelust.

De kern van het idee zit al in de titel van het stuk, een idee uit de biologie: dat het geen toeval is dat mensen in allerlei culturen mensen die geestig en ad rem zijn enorm waarderen. Dat we daar weleens biologisch op geselecteerd zouden kunnen zijn: de geestigste en de meest ad remme liet zien hoeveel hersenen hij of zij had, en dat is uiteraard een aantrekkelijke eigenschap voor een individu. Mensen schijnen, schrijft Progovac ook doorgaans meer geestigheden te debiteren als er aantrekkelijke leden van de andere sekse óf potentiële rivalen aanwezig zijn.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: PVV Rachel van Meetelen. Foto Tweede Kamer CC-BY-NC 4.0

Vrouwen met een taalachterstand

COLUMN - Een vriend stuurde me een motie toe van PVV-Kamerlid Rachel van Meetelen. ‘Hé, taalkundige, iets voor jou!’ De motie was vorige week in stemming en laat zien dat er in bepaalde kringen weer een nieuwe term bestaat om groepen in de samenleving te beschrijven: ‘vrouwen met een taalachterstand’. Voor de motie stemden PVV, FvD en JA21:

Nr. 288
MOTIE VAN HET LID VAN MEETELEN

Voorgesteld 2 april 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de kraamzorg kampt met grote tekorten;

overwegende dat de schaarse basiszorg niet op grond van een taalachterstand met voorrang
mag worden verdeeld;

verzoekt de regering te waarborgen dat kraamzorg niet terechtkomt bij vrouwen met
een taalachterstand ten koste van kraamzorg aan andere Nederlandse vrouwen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Meetelen

Er is voor zover ik kan nagaan geen enkele reden om te denken dat taalachterstand een belangrijke rol speelt bij voorrang in de kraamzorg. Er is een groot gebrek aan personeel en het kabinet wil daarom nadenken over wie er voorrang krijgt. Ik zie nergens staan dat het kabinet daarbij denkt aan taalachterstand, of dat zorginstellingen hier nu al mee bezig zijn. Ook Van Meetelens motie noemt geen enkele concrete aanleiding om in deze richting te denken.

De enige conclusie is dat het hier gaat om ‘buitenlanders’, die dan dus in oppositie staan tot ‘andere Nederlandse vrouwen’.

Foto: Andrea Piacquadio on Pexels

Linkse of rechtse wetenschap is een categoriefout

COLUMN - door Joyce Weeland

De wetenschap krijgt vaak het verwijt dat zij links is en dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Volgens onderzoeker Joyce Weeland is wetenschap niet links of rechts: de geloofwaardigheid wordt juist bedreigd zodra wetenschappelijke bevindingen politiek worden geframed.

Op universiteiten ontbreekt het aan diverse ideologische perspectieven en dit schaadt het vertrouwen in de wetenschap. Onder meer Andreas de Block en Musa al-Gharbi zetten dit verwijt uitgebreid uiteen in hun boeken en recent verscheen in NRC nog een opiniestuk over ‘linkse dominantie’ op universiteiten. Echter, de roep om ‘ideologische diversiteit’ op de universiteit klinkt misschien aantrekkelijk, maar het is een categoriefout. De universiteit is geen parlement waar elke overtuiging recht heeft op zetels.

Dat relatief veel wetenschappers progressief stemmen, betekent niet automatisch dat wetenschappelijke bevindingen vertekend zijn

Het idee dat wetenschap ‘links’ is omdat veel wetenschappers progressief stemmen, is misleidend. Hoogleraren stemmen inderdaad gemiddeld linkser dan andere beroepsgroepen, maar ze zijn niet ideologisch homogener dan professionals in andere sectoren. Hun politieke oriëntatie past in een breder patroon waarbij beroepen met veel cultureel kapitaal (zoals wetenschappers en kunstenaars) vaker naar links leunen, terwijl beroepen met veel economisch kapitaal (zoals CEO’s en managers) vaker rechts georiënteerd zijn (Van de Werfhorst, 2020).
Dat relatief veel wetenschappers progressief stemmen, betekent daarnaast niet dat wetenschappelijke bevindingen vertekend zijn. Wetenschap ontleent haar geloofwaardigheid aan transparantie, peer review en replicatie. Dat systeem is expliciet ontworpen om individuele aannames, voorkeuren en vooroordelen uit te filteren. Als bepaalde opvattingen nauwelijks voorkomen in de academie, kan dat evengoed betekenen dat ze empirisch niet standhouden. Sommige politieke ideologieën liggen verder af van empirische bevindingen dan andere.

Onderzoeksagenda’s

Ook het argument dat onderzoek bevooroordeeld is en vooral linkse thema’s behandelt, is discutabel. Onderzoeksagenda’s volgen actuele maatschappelijke vraagstukken en beschikbare data, geen partijprogramma’s. Zo steeg het aantal publicaties over gezondheidsongelijkheid significant in landen die door Europese bezuinigingen werden getroffen (Pietrovito et al., 2026).
Dat is geen ideologische ruk naar links, maar een reactie op reële maatschappelijke verschuivingen. Wetenschap volgt problemen, zij creëert ze niet. Echter, wetenschappers doen soms aan zelfcensuur, vanuit een afhankelijkheid van financiering en publicatiekansen, uit zelfbescherming of bezorgdheid om het welzijn van (sociale) groepen (Clark et al., 2023).

Rechtse stemmers missen thema’s als criminaliteit en de kosten van klimaatbeleid

De progressieve agenda van wetenschappers zou daarnaast ook het vertrouwen in de wetenschap beschadigen, bijvoorbeeld omdat het niet aansluit bij de belevingswereld van niet-wetenschappers.
Rechtse stemmers missen thema’s als migratie, criminaliteit en de kosten van klimaatbeleid. Sociale veiligheid in een diverse samenleving verdient serieuze academische aandacht, juist omdat simplistische frames schade en verdere polarisatie veroorzaken (Albarosa & Elsner, 2023Van Assche et al., 2023). En inderdaad, de kosten van klimaatbeleid zijn reëel en soms pijnlijk. Maar oplossingen voor klimaatbeleid worden onderzocht omdat we weten dat het negeren van klimaatverandering de maatschappelijke en economische kosten uiteindelijk alleen maar hoger zouden maken (Caruso, de Marcos & Noy, 2024Newman & Noy, 2023).

Het echte probleem

Het echte probleem rondom vertrouwen in de wetenschap wordt hiermee zorgvuldig vermeden: het vertrouwen in wetenschap wordt actief ondermijnd en daalt vooral waar politici en opiniemakers haar systematisch framen als ‘woke’, ‘activistisch’ of ‘elitair’. Wantrouwen is een gevolg van een politieke strategie die kennis verdacht maakt.

Niet een vermeend linkse universiteit tast het vertrouwen aan, maar het systematisch zaaien van twijfel

Hiermee wordt de vertrouwenskwestie omgedraaid: niet een vermeend linkse universiteit tast het vertrouwen aan, maar het systematisch zaaien van twijfel over wetenschap. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat mensen die zichzelf als ‘rechts’ beschrijven juist méér vertrouwen hebben in wetenschap in landen waar rechtse partijen de wetenschap niet aanvallen.
Deze mensen hebben minder vertrouwen zodra juist rechtse politici dat wél doen. Hetzelfde geldt spiegelbeeldig voor linkse mensen in landen waar linkse partijen wetenschap in twijfel trekken (Mede et al., 2023Lasco & Curato, 2019).

Het kan beter

Dit alles betekent niet dat wetenschappers zichzelf niet kritisch hoeven te bevragen, we niet hoeven te streven naar diversiteit op de universiteit, of dat we zaken niet beter kunnen doen. Allereerst: conclusies die gebaseerd zijn op feiten zijn niet per definitie objectief. Data en onderzoeksresultaten krijgen pas betekentis na interpretatie. Transparantie over uitgangspunten, gemaakte keuzes en positionaliteit is daarom cruciaal en dit zouden we in de wetenschap nog verder kunnen versterken.

Maak zichtbaar vanuit welk perspectief onderzoeksresultaten worden geduid

Zo is het in kwalitatief onderzoek gebruikelijk om je eigen positionaliteit als onderzoeker te bevragen, maar wordt dit in kwantitatieve studies niet of nauwelijks expliciet gemaakt. Het doel hierbij is niet om onderzoeksresultaten te relativeren, maar om zichtbaar te maken vanuit welk perspectief ze worden geduid.
De wetenschappelijke agenda wordt daarnaast vaak door een relatief klein groepje mensen met veel invloed bepaald. Beslissingen over wat wordt onderzocht hangen daarbij ook af van schaars beschikbare middelen, zoals financiering. Ook heeft de wetenschap nog een enorme kans om de maatschappelijke impact te vergroten door bevindingen beter en toegankelijker te communiceren, zodat inzichten niet alleen binnen academische kringen blijven, maar ook voor het grote publiek begrijpelijk en bruikbaar zijn.
Wie de kwaliteit en het vertrouwen in wetenschap echt wil versterken, moet stoppen met haar te reduceren tot een cultureel strijdtoneel. Investeren in een grote diversiteit aan onderzoeksprogramma’s, open science en betere wetenschapscommunicatie helpen hierbij meer dan ideologische quota. Kortom: de universiteit hoeft niet ‘rechtser’ te worden. Ze moet onafhankelijk blijven. Dat is iets heel anders.


Dit artikel verscheen eerder bij Sociale Vraagstukken. Joyce Weeland is onderzoeker en werkt als Associate Professor bij de afdeling Jeugd en Gezin aan de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences.

Literatuur
Albarosa, E., & Elsner, B. (2023). Forced migration and social cohesion: Evidence from the 2015/16 mass inflow in GermanyWorld Development167, 106228.

Burgers, F., Duiveman, A., & Hogeweg, L. (2026, 13 februari). Linkse dominantie op de universiteit ondergraaft vertrouwen in wetenschap. NRC. https://www.nrc.nl/nieuws/2026/02/13/linkse-dominantie-op-de-universiteit-ondergraaft-vertrouwen-in-wetenschap-a4919609

Caruso, G., de Marcos, I., & Noy, I. (2024). Climate changes affect human capitalEconomics of Disasters and Climate Change8(1), 157-196.

Clark, C. J., Jussim, L., Frey, K., Stevens, S. T., Al-Gharbi, M., Aquino, K., … & Von Hippel, W. (2023). Prosocial motives underlie scientific censorship by scientists: A perspective and research agendaProceedings of the National Academy of Sciences120(48), e2301642120.

Lasco, G., & Curato, N. (2019). Medical populismSocial Science & Medicine, 221, 1-8.

Newman, R., & Noy, I. (2023). The global costs of extreme weather that are attributable to climate changeNature Communications14(1), 6103.

Mede, V., Berger, S., Besley, J., Brick, C., Joubert, M., … Metag, J. (2025). Trust in scientists and their role in society across 68 countriesNature Human Behaviour, 9(4), 713-730.

Pietrovito, F., Rancan, A., Resce, G., & Santangelo, A. E. (2026). Do fiscal constraints affect health inequality research? A bibliometric perspective (No. esdp26102). University of Molise, Department of Economics.

Van Assche, J., Ardaya Velarde, S., Van Hiel, A., & Roets, A. (2023). Trust is in the eye of the beholder: How perceptions of local diversity and segregation shape social cohesionFrontiers in Psychology13, 1036646.

Van de Werfhorst, H. G. (2020). Are universities left‐wing bastions? The political orientation of professors, professionals, and managers in EuropeThe British Journal of Sociology, 71(1), 47-73.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: "Penne With Milan Sauce" by Photos By Dlee is licensed under CC BY-ND 2.0

Onderzoek in kommetjes

In 1986 opende een vestiging van McDonald’s bij de Spaanse Trappen in Rome. De Italiaanse journalist Carlo Petrini, protesteerde niet met spandoeken maar met kommen penne die hij uitdeelde aan voorbijgangers. Zo begon Slow Food, inmiddels een wereldbeweging met honderdvijftigduizend leden in honderdzestig landen — gebouwd op het besef dat we niet sneller moeten eten, maar beter.

Nu is er Slow Science: een nieuw manifest, van begin dit jaar, die oproept tot een vergelijkbare omwenteling in de wetenschap. (De initiatiefnemers verwijzen expliciet naar de parallel met Slow Food.) Het nieuwe manifest is pan-Europees. Wat ze delen is een grondgedachte: dat versnelling een vijand is van kwaliteit.

Die gedachte komt geen moment te laat, want de snelkookpan van de wetenschap staat op ontploffen. De wereldwijde productie van wetenschappelijke artikelen steeg van twee miljoen in 2010 naar 3,3 miljoen in 2022 — een groei van 65 procent in twaalf jaar. Verwacht wordt dat door de komst van kunstmatige intelligentie die stroom alleen maar toeneemt. En er zijn weinig aanwijzingen dat hiermee ook de groei van kennis toeneemt.. Een bekende studie in Nature uit 2023, gebaseerd op een analyse van 45 miljoen artikelen en 3,9 miljoen patenten over zes decennia, toonde aan dat die artikelen en patenten steeds minder ‘disruptief’ zijn. Ze bouwen voort op bestaand werk in plaats van het te vervangen. Steeds meer onderzoekers, steeds meer artikelen, steeds minder echt nieuw inzicht.

Foto: John Tenniel, Public domain, via Wikimedia Commons Alice and the Red Queen

Wat zou wiskunde hier überhaupt kunnen toevoegen?

Verhalen maken de biologische wetenschap

Het was een goed idee van de redactie van Nederlandse letterkunde om een themanummer te maken over de manier waarop er in andere vakken wordt omgegaan met literatuur. Het leverde onder andere een pakkend artikel op van Johannes Müller over het gebruik van verhalen in de biologie.

De biologie is onder de natuurwetenschappen een beetje een uitzondering. Ze komt voort uit een vak dat ‘natuurlijke historie’ werd genoemd en dus alleen al in die naam een verband legde met de geesteswetenschappen. Bovendien blijkt het veel lastiger om het gedrag van mieren of mensapen in wiskundige formules te vangen dan dat van elektronen of waterstofmoleculen. De wereld is op het niveau waarop ze tot leven komt toch net iets te rommelig voor precieze deterministische modellen. En dus, schrijft Müller, is het verhaal altijd een rol blijven spelen in de wetenschap.

Een prominent recent voorbeeld is de theoretisch bioloog Stuart Kaufmann die in zijn boek A world beyond physics: the emergence and
evolution of life
 (2019) de grenzen van de wiskundige modeleerbaarheid aanwijs. Müller:

In een verhalende beschrijving van hoe de eerste levensvormen bepaalde ecologische niches veroverden en creëerden laat Kauffman de proto-cellen Sly, Gus, Patrick en Rupert optreden om uit te leggen hoe verschillende organismen op elkaar aangewezen zijn en de voorwaarde zijn voor elkaars bestaan. De verhalende vorm van deze beschrijving is voor Kauffman cruciaal: ‘The story is pretty much all you have to know. What would mathematics do here at all?’

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: "Bloggers hard at work at Youth For Change" by DFID - UK Department for International Development is licensed under CC BY 2.0

Bloggers parodiëren met kunstmatige intelligentie

Een tijdje geleden bezweek Neerlandistiek bijna onder de belangstelling van kunstmatige intelligentie. Zoveel chatbots kwamen ons bezoeken dat de mensen er af en toe niet meer doorheen kwamen. Ondertussen zijn er wat maatregelen genomen waardoor het wat rustiger is, in ieder geval voor de mensen, maar ik bleef zitten met de vraag: wat leren die chatbots er eigenlijk van?

Dus vroeg ik zelf aan kunstmatige intelligentie (Claude) om op basis van een stuk of vijftig blogposts – sommige van Neerlandistiek, andere van de eigen blogs, maar allemaal openbaar toegankelijk – rapporten te maken over enkele van mijn favoriete bloggende neerlandici. Hier is een korte karakterisering van sommige van hen. Ik geef het ongewijzigd weer (ook de volgorde heb ik door de chatbot laten bepalen):

Louise Cornelis — Nuchtere tekstvakvrouw die hardop nadenkt over haar vak en daar altijd een praktische les uit trekt. Kort, conversationeel, Zeeuws-onderkoeld, met een scherp oog voor taal in het wild.

Robbert-Jan Henkes — Vertaler die hardop twijfelt over het ene woord dat niet mee wil. Associatief, geestig, met een zwak voor het onvertaalbare.

Marc Kregting — Melancholische essayist die elke zin laat vertakken tot hij verdwaalt, en dat verdwalen tot methode verheft. Lang, erudit, cultuurkritisch, met een ondertoon van weemoed.

Marita Mathijsen — Enthousiaste geleerde die bij een glas wijn vertelt wat ze in het archief vond. Verhalend, warm, precies, met de spanning van een detective en de ontroering van iemand die van haar onderwerp houdt.

Nicoline van der Sijs — Etymoloog die woorden laag voor laag afpelt, van het heden terug naar de zeventiende eeuw en verder, met uitstapjes naar het Koreaans en het Russisch. Encyclopedisch, precies, licht verwonderd, nooit uitverteld.

Foto: Anna Shvets on Pexels

Taalbeleid op twee benen

COLUMN - Met D66 kun je alle kanten op, als het om taalpolitiek gaat. Tot een jaar of vijf geleden was de partij nog een groot voorstander van het Engels in het hoger onderwijs. Het kon bij wijze van spreken allemaal niet Engels genoeg, leve de grote kosmopolitische wereld waarin die taal ons, en met name onze universiteiten, zou laten opstijgen.

De laatste jaren leek dat omgeslagen: zoals alle andere partijen was D66 heel kritisch over de internationale instroom van studenten – die inderdaad ook soms uit de hand leek te lopen, in de zin dat de buitenlandse studenten soms geen woonruimte konden vinden en er tentenkampen moesten worden ingericht – en meende de partij dat dit kon worden verwerkelijkt door Engelstalige opleidingen aan banden te leggen.

Robbert Dijkgraaf kwam als het ware uit Princeton om hier als minister de basis te leggen van de Wet Internationalisering in Balans – een wet die overigens nog steeds niet in werking is getreden.

Ruim baan

We zijn nog maar een paar jaar verder, en inmiddels is de vlag weer heel anders gaan hangen. De nieuwe minister van OCW, Rianne Letschert, is al jaren een van de grote tegenstanders van het aan banden leggen van de verengelsing. Als bestuurder van de zeer internationaal ingestelde Universiteit Maastricht heeft ze zich er herhaaldelijk in heel duidelijke bewoordingen tegen uitgesproken. Daar komt bij dat de internationalisering van het hoger onderwijs sinds een paar jaar al niet meer zo’n onbeheersbaar probleem is dat nodig in balans moet worden gebracht. De aanwas aan internationale studenten is aanzienlijk afgenomen.

Foto: Jurist in de rechtbank - Artur Puls, 1890. Collectie Rijksmuseum-Amsterdam Public domain

Begrijpelijkheid is een vorm van retoriek

COLUMN - Lang hebben we gedacht dat ingewikkelde taal een manier was om macht te laten gelden, of in ieder geval gold als een vanzelfsprekend teken van expertise. Wie gezag had, sprak niet eenvoudig, en omgekeerd. Moeilijke woorden, lange zinnen en impliciete voorkennis waren signalen dat hier iemand sprak die het overzicht had, die zoveel geleerdheid had verworven dat zijn waarheid alleen nog met moeite ontsloten kon worden. In wetenschap, recht en bestuur was helderheid geen kernwaarde. Te veel eenvoud wekte argwaan: was wat je begrijpen kon wel de moeite waard?.

Als het ooit waar geweest is, is die tijd nu wel voorbij. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een artikel over klare taal in rechterlijke uitspraken in het Tijdschrift voor Taalbeheersing. De auteurs, Geerke van der Bruggen en Henk Pander Maat, onderzochten vaak genoemde tekstingrepen, zoals het vereenvoudigen van het taalgebruik, of uitleg verschaffen over juridische regels. Juridische leken lazen verschillende versies van echte rechterlijke uitspraken, zowel in civiele als in strafrechtzaken; daarna maten de onderzoekers niet alleen wat lezers begrepen, maar ook hoe zij de tekst ervaren hadden en of zij de beslissing accepteerden. Daarbij maakten de onderzoekers expliciet onderscheid tussen daadwerkelijk begrip (kun je antwoorden geven op vragen over de tekst) en ervaren begrijpelijkheid (heb je het gevoel dat je begrijpt – wat natuurlijk niet per se hetzelfde is).

Volgende