Survival of the grappigste

Er zijn zoals bekend eindeloos veel wetenschappelijke artikelen. Een mens kan er iedere minuut van haar leven twee lezen, en dan heeft ze nog niets gelezen. Als ik eerlijk ben kun je de meeste ook meteen weer vergeten als je niet toevallig nét zelf met dat onderwerp bezig bent. Maar er verschijnen gelukkig ook nog altijd wetenschappelijke artikelen die sprankelen van de ideeën. Zoals het artikel ‘Survival of the wittiest (not friendliest)’ dat de Servisch-Amerikaanse taalkundige Ljiljana Progovac onlangs publiceerde in het tijdschrift PNAS Nexus (gratis toegang). Dat is een tijdschrift waarin geleerden worden uitgenodigd ideeën uit verschillende domeinen aan elkaar te verbinden, en dat doet Progovac dan ook naar hartelust. De kern van het idee zit al in de titel van het stuk, een idee uit de biologie: dat het geen toeval is dat mensen in allerlei culturen mensen die geestig en ad rem zijn enorm waarderen. Dat we daar weleens biologisch op geselecteerd zouden kunnen zijn: de geestigste en de meest ad remme liet zien hoeveel hersenen hij of zij had, en dat is uiteraard een aantrekkelijke eigenschap voor een individu. Mensen schijnen, schrijft Progovac ook doorgaans meer geestigheden te debiteren als er aantrekkelijke leden van de andere sekse óf potentiële rivalen aanwezig zijn. Ongedierte Het idee dat de ontwikkeling van taal minstens voor een deel uit seksuele selectie kan zijn ontstaan is niet nieuw. Seksuele selectie betekent dat een soort een bepaalde eigenschap ontwikkelt die op het eerste gezicht nutteloos is voor het overleven. De staart van de pauw is het klassieke voorbeeld: een enorm groot en zwaar ding waardoor je heus niet meer eten gaat vinden, of langer leven, integendeel. Maar juist daardoor kan het individu laten zien hoe sterk het is – zelfs met zo’n blok aan het been overleeft het kennelijk nog. Dat maakt dat individu aantrekkelijk als partner, want het zal wel goede genen hebben. Taal is in allerlei opzichten ook nutteloos en geestigheid is daar misschien wel het ultieme voorbeeld van. En precies daardoor werkt het goed als pauwenstaart: je bent kennelijk zo superslim dat je een deel van je slimheid kunt inzetten voor andere zaken dan het vinden van eetbare besjes of het van het lijf houden van akelig ongedierte. Zoals het vertellen van leuke grapjes. Ja, zo iemand wil iedereen wel als vader of moeder van de eigen kinderen! Ik geloof niet dat mensen al eerder op ad rem-heid hebben gewezen als een belangrijke factor, maar wat Progovac’ essay interessant maakt, is dat ze dit eenvoudige idee aan allerlei wetenschappen verbindt, zoals genetica maar ook antropologie. Ik vind passages als de volgende om van te smullen: In Amazonia the Pa’ikwené people are considered “good speakers” based on their “grammatical, rhetorical, and performative competence and vocal quality” . In the Trobriand Islands of New Guinea, lexical “power” seems to be achieved through the use of “archaisms, mythical names and strange compounds, formed according to unusual linguistic rules” . In New Zealand, “oratory is the prime qualification for entry into the power game” among the Maori . The Amuesha people in Central Peru describe a true leader as “the one who is powerful due to his or her words” . In Ethiopia among the Mursi, “the most frequently mentioned attribute of an influential man is his ability to speak well in public” . In Northern Transvaal, among the Venda people, “the greatest honour seems to be accorded to those who can manipulate words and sentences” . In South Africa, the Tshidi people consider oratorical ability as “a significant component of political success and the means by which politicians demonstrate their acumen” . In South America, “speaking is more than a privilege, it is a duty of the chief. It is to him that the mastery of words falls…It can be said not that the chief is a man who speaks, but that he who speaks is a chief” . According to Locke , this talent for oratory involves honest signaling, as it is “impossible to pretend a better knowledge of language than one really has, and to fake unusual skills in the delivery of speech. There are no individuals who seem eloquent, but in reality are not.” In dat laatste zit natuurlijk een bekende kern. Men kan bijvoorbeeld wel wijsheid faken door heel moeilijk te kijken terwijl men volkomen onbegrijpelijke dingen uitslaat, maar wie niet welsprekend of geestig is, kan ook niet doen alsof ze dat wel is. Uiteindelijk is Progovac taalkundige, en ook op dit gebied heeft ze prikkelende gedachten naar voren te brengen. Ze beargumenteert dat in de evolutie van taal de eerste zinnetjes uit twee woorden moeten hebben bestaan (een woord is geen zin, om tot een zin van drie woorden te komen moet je eerst door het stadium van twee woorden heen), en dat het heel waarschijnlijk is dat het dan ging om zoiets als een naamwoord en zoiets als een werkwoord (besje eten, jongen slapen). De volgende stap is dat Progovac beweert dat heel veel talen woorden hebben die precies bestaan uit een zelfstandig naamwoord en een werkwoord (zo’n oerzinnetje) en die gebruikt worden om mensen te bespotten. Ze noemt voorbeelden uit het Engels (crybaby) en het Servisch (ispi-čutura ‘dronkelap’, letterlijk ‘drink-fles’), het Berber (ssum-izi ‘gierigaard’, letterlijk ‘zuig-vlieg’) en de Ghanese taal Twi (atoto-botom ‘zakkenroller’, letterlijk ‘grijp-tas’), maar ze zijn ook voor het Nederlands te bedenken: zuiplap, huilebalk, blaaskaak, slaapkop. Als het waar is dat je zulke dingen over de hele wereld in allerlei talen kunt vinden met zo’n functie, lijkt me dat een ontdekking. (Maar vier talen bewijzen dat natuurlijk niet.) Zulke woorden hebben iets creatiefs, er ligt een vorm van creativiteit ten grondslag aan het maken van zulke woorden, én een vorm van humor – de oerhumor van het belachelijk maken van een ander. De bewering is dan ook niet dat alleen fijnzinnige grapjes leiden tot groter succes in de voortplanting, maar dat humor dat doet. Het zijn nogal grote stappen die Progovac doet, maar wel inspirerende stappen. Er valt nog wel veel uit te zoeken voor je een en ander voor waar kunt aannemen, maar de verdienste van het artikel is dat je meteen zin krijgt om dat dan ook te doen.

Door: Foto: Honore Daumier Le Ventre Legislatif The Legislative Belly Google Art Project
Foto: PVV Rachel van Meetelen. Foto Tweede Kamer CC-BY-NC 4.0

Vrouwen met een taalachterstand

COLUMN - Een vriend stuurde me een motie toe van PVV-Kamerlid Rachel van Meetelen. ‘Hé, taalkundige, iets voor jou!’ De motie was vorige week in stemming en laat zien dat er in bepaalde kringen weer een nieuwe term bestaat om groepen in de samenleving te beschrijven: ‘vrouwen met een taalachterstand’. Voor de motie stemden PVV, FvD en JA21:

Nr. 288
MOTIE VAN HET LID VAN MEETELEN

Voorgesteld 2 april 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de kraamzorg kampt met grote tekorten;

overwegende dat de schaarse basiszorg niet op grond van een taalachterstand met voorrang
mag worden verdeeld;

verzoekt de regering te waarborgen dat kraamzorg niet terechtkomt bij vrouwen met
een taalachterstand ten koste van kraamzorg aan andere Nederlandse vrouwen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Meetelen

Er is voor zover ik kan nagaan geen enkele reden om te denken dat taalachterstand een belangrijke rol speelt bij voorrang in de kraamzorg. Er is een groot gebrek aan personeel en het kabinet wil daarom nadenken over wie er voorrang krijgt. Ik zie nergens staan dat het kabinet daarbij denkt aan taalachterstand, of dat zorginstellingen hier nu al mee bezig zijn. Ook Van Meetelens motie noemt geen enkele concrete aanleiding om in deze richting te denken.

De enige conclusie is dat het hier gaat om ‘buitenlanders’, die dan dus in oppositie staan tot ‘andere Nederlandse vrouwen’.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Quote du Jour | definitiemacht

QUOTE - Professor Laura Batstra heeft voor het pedagogenblog pedagogiek.nu een interessant artikel geschreven over definitiemacht: de macht (van onder andere wetenschappers) om van zaken een definitie vast te stellen, waarmee vervolgens het denken over en het handelen in relatie tot deze zaken wordt gestuurd. Aanleiding is een subsidie-call voor onderzoek naar arme mensen:

Een zeer machtige definitiemacht is die van de instanties die grote sommen overheidsgeld verdelen over onderzoekers en onderzoeksgroepen. Met de inhoud van hun calls bepalen zij in sterke mate welk gedachtegoed geld en dus aandacht krijgt. Zo heeft verstrekker ZonMW (Zorg Onderzoek Nederland / Medische Wetenschappen) meerdere keren flinke impulsen gegeven aan het medicaliserende idee dat psychische stoornissen al vanaf jonge leeftijd huizen in mensen en dat vroege herkenning en behandeling erger kan voorkomen. Er is geen bewijs voor deze aanname, maar met vele tonnen onderzoeksgeld is het stoornisdenken wel extra versterkt in onderzoek en samenleving.

En nu is er de call van een andere subsidie-gigant, de NWO (Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek): “Het brein achter gezinskeuzes: inzichten voor gezondheid en gelijke kansen”, welke ook weer maatschappelijke problemen individualiseert. NWO stelt  €7.250.000 beschikbaar voor wetenschappers om oorzaken en oplossingen voor stresserende omstandigheden te definiëren op het niveau van het individu, die moet namelijk leren om onder stress toch verstandige keuzes te maken: “Door beter te begrijpen hoe hersenprocessen besluitvorming sturen, kunnen we interventies ontwikkelen en systematisch testen die gezinnen helpen gezondere, veiligere en kansrijkere keuzes te maken, nu en in de toekomst.”

Foto: Andrea Piacquadio on Pexels

Linkse of rechtse wetenschap is een categoriefout

COLUMN - door Joyce Weeland

De wetenschap krijgt vaak het verwijt dat zij links is en dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Volgens onderzoeker Joyce Weeland is wetenschap niet links of rechts: de geloofwaardigheid wordt juist bedreigd zodra wetenschappelijke bevindingen politiek worden geframed.

Op universiteiten ontbreekt het aan diverse ideologische perspectieven en dit schaadt het vertrouwen in de wetenschap. Onder meer Andreas de Block en Musa al-Gharbi zetten dit verwijt uitgebreid uiteen in hun boeken en recent verscheen in NRC nog een opiniestuk over ‘linkse dominantie’ op universiteiten. Echter, de roep om ‘ideologische diversiteit’ op de universiteit klinkt misschien aantrekkelijk, maar het is een categoriefout. De universiteit is geen parlement waar elke overtuiging recht heeft op zetels.

Dat relatief veel wetenschappers progressief stemmen, betekent niet automatisch dat wetenschappelijke bevindingen vertekend zijn

Het idee dat wetenschap ‘links’ is omdat veel wetenschappers progressief stemmen, is misleidend. Hoogleraren stemmen inderdaad gemiddeld linkser dan andere beroepsgroepen, maar ze zijn niet ideologisch homogener dan professionals in andere sectoren. Hun politieke oriëntatie past in een breder patroon waarbij beroepen met veel cultureel kapitaal (zoals wetenschappers en kunstenaars) vaker naar links leunen, terwijl beroepen met veel economisch kapitaal (zoals CEO’s en managers) vaker rechts georiënteerd zijn (Van de Werfhorst, 2020).
Dat relatief veel wetenschappers progressief stemmen, betekent daarnaast niet dat wetenschappelijke bevindingen vertekend zijn. Wetenschap ontleent haar geloofwaardigheid aan transparantie, peer review en replicatie. Dat systeem is expliciet ontworpen om individuele aannames, voorkeuren en vooroordelen uit te filteren. Als bepaalde opvattingen nauwelijks voorkomen in de academie, kan dat evengoed betekenen dat ze empirisch niet standhouden. Sommige politieke ideologieën liggen verder af van empirische bevindingen dan andere.

Onderzoeksagenda’s

Ook het argument dat onderzoek bevooroordeeld is en vooral linkse thema’s behandelt, is discutabel. Onderzoeksagenda’s volgen actuele maatschappelijke vraagstukken en beschikbare data, geen partijprogramma’s. Zo steeg het aantal publicaties over gezondheidsongelijkheid significant in landen die door Europese bezuinigingen werden getroffen (Pietrovito et al., 2026).
Dat is geen ideologische ruk naar links, maar een reactie op reële maatschappelijke verschuivingen. Wetenschap volgt problemen, zij creëert ze niet. Echter, wetenschappers doen soms aan zelfcensuur, vanuit een afhankelijkheid van financiering en publicatiekansen, uit zelfbescherming of bezorgdheid om het welzijn van (sociale) groepen (Clark et al., 2023).

Rechtse stemmers missen thema’s als criminaliteit en de kosten van klimaatbeleid

De progressieve agenda van wetenschappers zou daarnaast ook het vertrouwen in de wetenschap beschadigen, bijvoorbeeld omdat het niet aansluit bij de belevingswereld van niet-wetenschappers.
Rechtse stemmers missen thema’s als migratie, criminaliteit en de kosten van klimaatbeleid. Sociale veiligheid in een diverse samenleving verdient serieuze academische aandacht, juist omdat simplistische frames schade en verdere polarisatie veroorzaken (Albarosa & Elsner, 2023Van Assche et al., 2023). En inderdaad, de kosten van klimaatbeleid zijn reëel en soms pijnlijk. Maar oplossingen voor klimaatbeleid worden onderzocht omdat we weten dat het negeren van klimaatverandering de maatschappelijke en economische kosten uiteindelijk alleen maar hoger zouden maken (Caruso, de Marcos & Noy, 2024Newman & Noy, 2023).

Het echte probleem

Het echte probleem rondom vertrouwen in de wetenschap wordt hiermee zorgvuldig vermeden: het vertrouwen in wetenschap wordt actief ondermijnd en daalt vooral waar politici en opiniemakers haar systematisch framen als ‘woke’, ‘activistisch’ of ‘elitair’. Wantrouwen is een gevolg van een politieke strategie die kennis verdacht maakt.

Niet een vermeend linkse universiteit tast het vertrouwen aan, maar het systematisch zaaien van twijfel

Hiermee wordt de vertrouwenskwestie omgedraaid: niet een vermeend linkse universiteit tast het vertrouwen aan, maar het systematisch zaaien van twijfel over wetenschap. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat mensen die zichzelf als ‘rechts’ beschrijven juist méér vertrouwen hebben in wetenschap in landen waar rechtse partijen de wetenschap niet aanvallen.
Deze mensen hebben minder vertrouwen zodra juist rechtse politici dat wél doen. Hetzelfde geldt spiegelbeeldig voor linkse mensen in landen waar linkse partijen wetenschap in twijfel trekken (Mede et al., 2023Lasco & Curato, 2019).

Het kan beter

Dit alles betekent niet dat wetenschappers zichzelf niet kritisch hoeven te bevragen, we niet hoeven te streven naar diversiteit op de universiteit, of dat we zaken niet beter kunnen doen. Allereerst: conclusies die gebaseerd zijn op feiten zijn niet per definitie objectief. Data en onderzoeksresultaten krijgen pas betekentis na interpretatie. Transparantie over uitgangspunten, gemaakte keuzes en positionaliteit is daarom cruciaal en dit zouden we in de wetenschap nog verder kunnen versterken.

Maak zichtbaar vanuit welk perspectief onderzoeksresultaten worden geduid

Zo is het in kwalitatief onderzoek gebruikelijk om je eigen positionaliteit als onderzoeker te bevragen, maar wordt dit in kwantitatieve studies niet of nauwelijks expliciet gemaakt. Het doel hierbij is niet om onderzoeksresultaten te relativeren, maar om zichtbaar te maken vanuit welk perspectief ze worden geduid.
De wetenschappelijke agenda wordt daarnaast vaak door een relatief klein groepje mensen met veel invloed bepaald. Beslissingen over wat wordt onderzocht hangen daarbij ook af van schaars beschikbare middelen, zoals financiering. Ook heeft de wetenschap nog een enorme kans om de maatschappelijke impact te vergroten door bevindingen beter en toegankelijker te communiceren, zodat inzichten niet alleen binnen academische kringen blijven, maar ook voor het grote publiek begrijpelijk en bruikbaar zijn.
Wie de kwaliteit en het vertrouwen in wetenschap echt wil versterken, moet stoppen met haar te reduceren tot een cultureel strijdtoneel. Investeren in een grote diversiteit aan onderzoeksprogramma’s, open science en betere wetenschapscommunicatie helpen hierbij meer dan ideologische quota. Kortom: de universiteit hoeft niet ‘rechtser’ te worden. Ze moet onafhankelijk blijven. Dat is iets heel anders.


Dit artikel verscheen eerder bij Sociale Vraagstukken. Joyce Weeland is onderzoeker en werkt als Associate Professor bij de afdeling Jeugd en Gezin aan de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences.

Literatuur
Albarosa, E., & Elsner, B. (2023). Forced migration and social cohesion: Evidence from the 2015/16 mass inflow in GermanyWorld Development167, 106228.

Burgers, F., Duiveman, A., & Hogeweg, L. (2026, 13 februari). Linkse dominantie op de universiteit ondergraaft vertrouwen in wetenschap. NRC. https://www.nrc.nl/nieuws/2026/02/13/linkse-dominantie-op-de-universiteit-ondergraaft-vertrouwen-in-wetenschap-a4919609

Caruso, G., de Marcos, I., & Noy, I. (2024). Climate changes affect human capitalEconomics of Disasters and Climate Change8(1), 157-196.

Clark, C. J., Jussim, L., Frey, K., Stevens, S. T., Al-Gharbi, M., Aquino, K., … & Von Hippel, W. (2023). Prosocial motives underlie scientific censorship by scientists: A perspective and research agendaProceedings of the National Academy of Sciences120(48), e2301642120.

Lasco, G., & Curato, N. (2019). Medical populismSocial Science & Medicine, 221, 1-8.

Newman, R., & Noy, I. (2023). The global costs of extreme weather that are attributable to climate changeNature Communications14(1), 6103.

Mede, V., Berger, S., Besley, J., Brick, C., Joubert, M., … Metag, J. (2025). Trust in scientists and their role in society across 68 countriesNature Human Behaviour, 9(4), 713-730.

Pietrovito, F., Rancan, A., Resce, G., & Santangelo, A. E. (2026). Do fiscal constraints affect health inequality research? A bibliometric perspective (No. esdp26102). University of Molise, Department of Economics.

Van Assche, J., Ardaya Velarde, S., Van Hiel, A., & Roets, A. (2023). Trust is in the eye of the beholder: How perceptions of local diversity and segregation shape social cohesionFrontiers in Psychology13, 1036646.

Van de Werfhorst, H. G. (2020). Are universities left‐wing bastions? The political orientation of professors, professionals, and managers in EuropeThe British Journal of Sociology, 71(1), 47-73.

Foto: "Penne With Milan Sauce" by Photos By Dlee is licensed under CC BY-ND 2.0

Onderzoek in kommetjes

In 1986 opende een vestiging van McDonald’s bij de Spaanse Trappen in Rome. De Italiaanse journalist Carlo Petrini, protesteerde niet met spandoeken maar met kommen penne die hij uitdeelde aan voorbijgangers. Zo begon Slow Food, inmiddels een wereldbeweging met honderdvijftigduizend leden in honderdzestig landen — gebouwd op het besef dat we niet sneller moeten eten, maar beter.

Nu is er Slow Science: een nieuw manifest, van begin dit jaar, die oproept tot een vergelijkbare omwenteling in de wetenschap. (De initiatiefnemers verwijzen expliciet naar de parallel met Slow Food.) Het nieuwe manifest is pan-Europees. Wat ze delen is een grondgedachte: dat versnelling een vijand is van kwaliteit.

Die gedachte komt geen moment te laat, want de snelkookpan van de wetenschap staat op ontploffen. De wereldwijde productie van wetenschappelijke artikelen steeg van twee miljoen in 2010 naar 3,3 miljoen in 2022 — een groei van 65 procent in twaalf jaar. Verwacht wordt dat door de komst van kunstmatige intelligentie die stroom alleen maar toeneemt. En er zijn weinig aanwijzingen dat hiermee ook de groei van kennis toeneemt.. Een bekende studie in Nature uit 2023, gebaseerd op een analyse van 45 miljoen artikelen en 3,9 miljoen patenten over zes decennia, toonde aan dat die artikelen en patenten steeds minder ‘disruptief’ zijn. Ze bouwen voort op bestaand werk in plaats van het te vervangen. Steeds meer onderzoekers, steeds meer artikelen, steeds minder echt nieuw inzicht.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Quote du Jour | Universiteit Groningen vrij van Big Tech

Nolda Tipping-Griffioen is initiatiefnemer van de nieuwe ambitie van de RUG: zij willen in 2030 los zijn van Big Tech. In december 2025 sprak ik hierover met haar, zij is sinds 1,5 jaar CIO en algemeen directeur IT bij de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Met groeiende verbazing volgde ze de nieuwsberichten over de geopolitieke ontwikkeling met betrekking tot digitale autonomie. Die verbazing zette ze om in actie: binnen de RUG bracht ze een ‘coalition of the willing’ bij elkaar waarmee ze samen een roadmap ontwikkelde die de universiteit binnen vijf jaar ambieert los te maken van Big Tech.

Foto: John Tenniel, Public domain, via Wikimedia Commons Alice and the Red Queen

Wat zou wiskunde hier überhaupt kunnen toevoegen?

Verhalen maken de biologische wetenschap

Het was een goed idee van de redactie van Nederlandse letterkunde om een themanummer te maken over de manier waarop er in andere vakken wordt omgegaan met literatuur. Het leverde onder andere een pakkend artikel op van Johannes Müller over het gebruik van verhalen in de biologie.

De biologie is onder de natuurwetenschappen een beetje een uitzondering. Ze komt voort uit een vak dat ‘natuurlijke historie’ werd genoemd en dus alleen al in die naam een verband legde met de geesteswetenschappen. Bovendien blijkt het veel lastiger om het gedrag van mieren of mensapen in wiskundige formules te vangen dan dat van elektronen of waterstofmoleculen. De wereld is op het niveau waarop ze tot leven komt toch net iets te rommelig voor precieze deterministische modellen. En dus, schrijft Müller, is het verhaal altijd een rol blijven spelen in de wetenschap.

Een prominent recent voorbeeld is de theoretisch bioloog Stuart Kaufmann die in zijn boek A world beyond physics: the emergence and
evolution of life
 (2019) de grenzen van de wiskundige modeleerbaarheid aanwijs. Müller:

In een verhalende beschrijving van hoe de eerste levensvormen bepaalde ecologische niches veroverden en creëerden laat Kauffman de proto-cellen Sly, Gus, Patrick en Rupert optreden om uit te leggen hoe verschillende organismen op elkaar aangewezen zijn en de voorwaarde zijn voor elkaars bestaan. De verhalende vorm van deze beschrijving is voor Kauffman cruciaal: ‘The story is pretty much all you have to know. What would mathematics do here at all?’

Foto: "Bloggers hard at work at Youth For Change" by DFID - UK Department for International Development is licensed under CC BY 2.0

Bloggers parodiëren met kunstmatige intelligentie

Een tijdje geleden bezweek Neerlandistiek bijna onder de belangstelling van kunstmatige intelligentie. Zoveel chatbots kwamen ons bezoeken dat de mensen er af en toe niet meer doorheen kwamen. Ondertussen zijn er wat maatregelen genomen waardoor het wat rustiger is, in ieder geval voor de mensen, maar ik bleef zitten met de vraag: wat leren die chatbots er eigenlijk van?

Dus vroeg ik zelf aan kunstmatige intelligentie (Claude) om op basis van een stuk of vijftig blogposts – sommige van Neerlandistiek, andere van de eigen blogs, maar allemaal openbaar toegankelijk – rapporten te maken over enkele van mijn favoriete bloggende neerlandici. Hier is een korte karakterisering van sommige van hen. Ik geef het ongewijzigd weer (ook de volgorde heb ik door de chatbot laten bepalen):

Louise Cornelis — Nuchtere tekstvakvrouw die hardop nadenkt over haar vak en daar altijd een praktische les uit trekt. Kort, conversationeel, Zeeuws-onderkoeld, met een scherp oog voor taal in het wild.

Robbert-Jan Henkes — Vertaler die hardop twijfelt over het ene woord dat niet mee wil. Associatief, geestig, met een zwak voor het onvertaalbare.

Marc Kregting — Melancholische essayist die elke zin laat vertakken tot hij verdwaalt, en dat verdwalen tot methode verheft. Lang, erudit, cultuurkritisch, met een ondertoon van weemoed.

Marita Mathijsen — Enthousiaste geleerde die bij een glas wijn vertelt wat ze in het archief vond. Verhalend, warm, precies, met de spanning van een detective en de ontroering van iemand die van haar onderwerp houdt.

Nicoline van der Sijs — Etymoloog die woorden laag voor laag afpelt, van het heden terug naar de zeventiende eeuw en verder, met uitstapjes naar het Koreaans en het Russisch. Encyclopedisch, precies, licht verwonderd, nooit uitverteld.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Anna Shvets on Pexels

Taalbeleid op twee benen

COLUMN - Met D66 kun je alle kanten op, als het om taalpolitiek gaat. Tot een jaar of vijf geleden was de partij nog een groot voorstander van het Engels in het hoger onderwijs. Het kon bij wijze van spreken allemaal niet Engels genoeg, leve de grote kosmopolitische wereld waarin die taal ons, en met name onze universiteiten, zou laten opstijgen.

De laatste jaren leek dat omgeslagen: zoals alle andere partijen was D66 heel kritisch over de internationale instroom van studenten – die inderdaad ook soms uit de hand leek te lopen, in de zin dat de buitenlandse studenten soms geen woonruimte konden vinden en er tentenkampen moesten worden ingericht – en meende de partij dat dit kon worden verwerkelijkt door Engelstalige opleidingen aan banden te leggen.

Robbert Dijkgraaf kwam als het ware uit Princeton om hier als minister de basis te leggen van de Wet Internationalisering in Balans – een wet die overigens nog steeds niet in werking is getreden.

Ruim baan

We zijn nog maar een paar jaar verder, en inmiddels is de vlag weer heel anders gaan hangen. De nieuwe minister van OCW, Rianne Letschert, is al jaren een van de grote tegenstanders van het aan banden leggen van de verengelsing. Als bestuurder van de zeer internationaal ingestelde Universiteit Maastricht heeft ze zich er herhaaldelijk in heel duidelijke bewoordingen tegen uitgesproken. Daar komt bij dat de internationalisering van het hoger onderwijs sinds een paar jaar al niet meer zo’n onbeheersbaar probleem is dat nodig in balans moet worden gebracht. De aanwas aan internationale studenten is aanzienlijk afgenomen.

Foto: Jurist in de rechtbank - Artur Puls, 1890. Collectie Rijksmuseum-Amsterdam Public domain

Begrijpelijkheid is een vorm van retoriek

COLUMN - Lang hebben we gedacht dat ingewikkelde taal een manier was om macht te laten gelden, of in ieder geval gold als een vanzelfsprekend teken van expertise. Wie gezag had, sprak niet eenvoudig, en omgekeerd. Moeilijke woorden, lange zinnen en impliciete voorkennis waren signalen dat hier iemand sprak die het overzicht had, die zoveel geleerdheid had verworven dat zijn waarheid alleen nog met moeite ontsloten kon worden. In wetenschap, recht en bestuur was helderheid geen kernwaarde. Te veel eenvoud wekte argwaan: was wat je begrijpen kon wel de moeite waard?.

Als het ooit waar geweest is, is die tijd nu wel voorbij. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een artikel over klare taal in rechterlijke uitspraken in het Tijdschrift voor Taalbeheersing. De auteurs, Geerke van der Bruggen en Henk Pander Maat, onderzochten vaak genoemde tekstingrepen, zoals het vereenvoudigen van het taalgebruik, of uitleg verschaffen over juridische regels. Juridische leken lazen verschillende versies van echte rechterlijke uitspraken, zowel in civiele als in strafrechtzaken; daarna maten de onderzoekers niet alleen wat lezers begrepen, maar ook hoe zij de tekst ervaren hadden en of zij de beslissing accepteerden. Daarbij maakten de onderzoekers expliciet onderscheid tussen daadwerkelijk begrip (kun je antwoorden geven op vragen over de tekst) en ervaren begrijpelijkheid (heb je het gevoel dat je begrijpt – wat natuurlijk niet per se hetzelfde is).

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Vitaly Gariev on Unsplash

De Hetero scene

COLUMN - Zaterdagavond, en onverwacht kwam ik terecht in de Hetero scene. Gamma, waar ik meestal voor mannen cruise maar opeens was daar het Hetero Gezin.

Couple holding pink balloons spelling the word love
Photo by Vitaly Gariev on Unsplash

Ik had andere homo’s er ook al over gehoord dat Gamma een goner was qua mannen oppikken bij de houtzagerij of gereedschappen afdeling, en dat extreemrechtse ontmoetingsplaatsen nu extreem goed scoorde. Maar dan in dorpse regio’s met de naam Slachteren enzo.

De Hetero scene. Meestal in het centrum van de stad. Waar veel winkels zijn. En eten. En hoewel ze fokken als konijnen, zijn er opvallend weinig veilige speelplekken voor kinderen daar. Weinig daycare in bedrijven ook. Zo blijft die business een patriarch met minder concurrentie van moeke de vrouw.

Met de minste kennis van minderheden ook, want hoewel menselijke emoties vrij identiek en universeel zijn is dat voor de hetero meerderheid een exotische gedachte.

Wat zou typisch dé hetero scene zijn, vraag ik mij dan af ? De gay scene lijkt al een uitgemaakte zaak voor die hetero’s, dat zijn feestende, dansende homo’s. Maar de hetero scene, hoe kan ik deze groep generaliserend en als een cliché apart zetten ?

Foto: "graf Annie M.G. Schmidt" by EddieBerman is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

De auteur staat op van de doden

Het onderzoeken van de taalvermogens van grote taalmodellen is inmiddels een heuse eigen industrie. Kunnen we teksten van chatbots herkennen? En zo ja, waar ligt dat dan aan?

We stuiten hier meteen op een pikant onderwerp: onderzoekers kunnen inderdaad verschillen vaststellen, maar tegelijkertijd lijkt het alsof menselijke lezers ongevoelig voor die verschillen zijn. Met andere woorden: computers lijken beter in het ontmaskeren van door computers geschreven teksten dan mensen. Hier zijn bijvoorbeeld twee recente artikelen (hier en hier) die min of meer dezelfde conclusies trekken. Chatbots schrijven over het algemeen wat formeler en daarnaast zijn ze geneigd wat meer informatie per vierkante centimeter te verwerken. Dat betekent dat ze bijvoorbeeld meer zelfstandig naamwoorden gebruiken – heel veel informatie zit in de zelfstandig naamwoorden – terwijl mensen percentueel wat meer lidwoorden, voorzetsels en andere betrekkelijk inhoudsloze woorden gebruiken. (Hier schreef ik over nóg een onderzoek meteen vergelijkbare conclusie.)

De verschillen zijn meetbaar, al zijn ze ook statistisch (niet iedere door een chatbot of door een mens gemaakte tekst is op deze manier te herkennen). Maar met het blote oog op te merken zijn ze nauwelijks.

Keurmerk

Desalniettemin hebben met name ervaren redacteuren wel het gevoel dat ze de verschillen kunnen ontdekken. Chatbottekst voelt gladder aan, en cliché-matiger. Gek zou dat ook niet zijn: chatbots zijn als het ware gemaakt om gladde en cliché-matige teksten te maken. In essentie doen ze niet anders dan steeds het meest voor de hand liggende woord te gebruiken, dat wil zeggen het woord dat in het corpus het vaakst voorkomt in deze context. Als veel mensen ‘op een mooie pinksterdag’ geschreven hebben, zal de computer na ‘op een mooie…’ geneigd zijn pinksterdag te schrijven.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Volgende