Hoe gender klinkt
COLUMN - Een van de genoegens van de oudere wetenschapper is dat je alles voor je ogen steeds ingewikkelder ziet worden. Neem gender. Ik herinner me nog onderzoek van zo’n dertig jaar geleden naar de vraag of mannen anders klonken dan vrouwen. Ja, was het interessante antwoord: mannen hebben gemiddeld bijvoorbeeld een lagere stem, maar dat kan niet alléén aan verschillen in lichaamsdeel liggen. Deels bleek het verschil namelijk cultureel bepaald: in sommige landen spreken de mannen lager en de vrouwen hoger dan in andere landen.
Gezien vanuit het heden was dit natuurlijk alleen maar een klein eerste barstje in het idee dat mannen mannen zijn en vrouwen vrouwen en dat daarmee alles gezegd is. Als het gaat over hoe iemand klinkt speelt natúúrlijk iemands lichaamsbouw mee – hoe groot het strottenhoofd is, hoe lang de mondholte, enzovoort – maar ook sociale identiteit. Soms praten vrouwen om hun vrouwelijkheid te tonen net wat vrouwelijker.
Stevige uitspraken
Inmiddels denken onderzoekers veel genuanceerder over dit soort dingen. Ze erkennen bijvoorbeeld dat er mensen zijn die zich niet in de tweedeling man-vrouw laten stoppen. En dat er verschillende manieren zijn om een indeling te maken: door het aan mensen zelf te vragen, door je te richten op het gender dat mensen bij de geboorte is toegekend, door mensen in een vragenlijst voor te leggen in hoeverre ze in eigen ogen aan ’typisch mannelijke’ of ’typisch vrouwelijke’ eigenschappen te voldoen, of in hoeverre ze in hun jeugd als jongetje of meisje werden opgevoed.
