Kunstmatige intelligentie als de ultieme Verelendung van het onderwijs

Er is heel veel bedenkelijks aan de opkomst van kunstmatige intelligentie, en in het onderwijs veroorzaakt het een crisis waarvan we de bodem nog niet zien, maar hopelijk leidt het uiteindelijk allemaal tot iets goeds. Dat is mijn conclusie uit het nieuwe boek Als wij denken, dat geredigeerd is door een informaticus (Mehdi Dastani), een didactica (Nanja Kleemans) en een letterkundige (Els Stronks) en dat boordevol bijdragen staat van auteurs uit ieder van die gebieden. Interessant aan het boek is dat de ondertitel luidt Verantwoorde inzet van generatieve AI in het (taal)onderwijs, maar dat het verschillende essays (bijvoorbeeld van Felienne Hermans en van Mark Dingemanse) bevat waarvan de strekking is dat de meest verantwoorde inzet van kunstmatige intelligentie misschien wel is: geen kunstmatige intelligentie. Er zijn bezwaren tegen de techniek in het algemeen – dat het enorme hoeveelheden energie opslurpt, dat het in handen is van een paar grote bedrijven van twijfelachtig allooi, dat gebruik ervan mogelijk een negatief effect heeft op de eigen intelligentie en creativiteit van de gebruiker – en er zijn specifieke bezwaren tegen het gebruik in het onderwijs – wat leren leerlingen ervan als ze opstellen met een druk op de knop kunnen genereren? Veel van de stukken in het deel dat gaat over praktische toepassingen zijn dan ook te lezen als wanhoopskreten – wat moeten we hier nu mee? ‘Ik ben leraar en heb een probleem: ChatGPT’ heet bijvoorbeeld het hoofdstuk van Johannes Visser. Er zijn ook wel artikelen die proberen kunstmatige intelligentie wel degelijk te integreren, of het bijvoorbeeld in te zetten voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, die de leerkracht nu eenmaal niet kan leveren. Voor mijn gevoel is dat vooral het gebruik van kunstmatige intelligentie als een lapmiddel: het zou natuurlijk beter zijn als de menselijke leerkracht wel de gelegenheid zou hebben. Als ik het goed zie is er geen enkele auteur die echt dolenthousiast is over kunstmatige intelligentie als leermiddel, iemand die ziet dat het onderwijs echt beter wordt op een manier die anders niet mogelijk zou zijn. Op zijn best zijn het pogingen er het beste van te maken. Doorgronden Toch stemt dat alles mij hoopvol. Wat er mis is met kunstmatige intelligentie is vooral een extreme versie van wat er toch al mis is in het onderwijs: de nadruk op schrijfproducten, op begrijpend lezen in de vorm van toetsen waarop alleen bepaalde lezingen ‘correct’ zijn, de massificatie van het onderwijs op alle niveaus. Kunstmatige intelligentie maakt examineren moeilijker omdat die examens gebaseerd waren op een verkeerd idee van onderwijs (dat je een 7.9 haalt voor een opstel omdat het aan van te voren gegeven criteria voldoet over de structuur, de opbouw en de stijl van de tekst). Het laat zien dat we leerlingen vooral moeten leren hoe belangrijk het is dat ze lezen en schrijven, niet alleen maar hoe ze dat moeten doen. >Misschien is de enige echte vorm van onderwijs wel: een paar mensen, samen in een ruimte, zonder hulpmiddelen, die hun gezamenlijke fascinatie volgen. De chatbots moeten geweerd worden, maar misschien de powerpoints, de laptops, de mentimeters, net zo goed. Als iemand graag iets aan de anderen wil laten zien, is er een bord met krijt. Voor zover beoordelingen nodig zijn, kan de docent die na afloop van zo’n intensieve cursus heus wel geven. Eventueel kan er een keer een chatbot centraal de klas in worden gebracht, om er experimentjes mee te doen en te proberen te doorgronden hoe die dingen werken. Schoolbord Ja, maar dat is onvoorstelbaar duur! En daar hebben we ook bij lange na niet genoeg docenten voor! We moeten nu wel zo veel mogelijk leerlingen en/of studenten in een ruimte zetten, en een docent dat allemaal maar laten administreren, en die onderwijsvormen en examenvormen laten kiezen die het allemaal nog een beetje behapbaar maken. Dat is de enige manier om het onderwijs nog te bekostigen te houden. De artikelen in Als wij denken laten wat mij betreft zien dat deze vorm van onderwijs failliet is. Het is sympathiek om te proberen kunstmatige intelligentie als pleister te gebruiken om bestaande problemen op te lossen, maar het is ook gevaarlijk en mist bovendien de kans om het onderwijs echt diepgaand te veranderen. De komst van de chatbots is misschien wel de ultieme Verelendung van het onderwijs. Wie op deze manier denkt, levert ons onherroepelijk over aan kunstmatige intelligentie en aan vormen van onderwijs waar uiteindelijk niemand van leert. Laten we de komst van kunstmatige intelligentie gebruiken om een revolutie in het onderwijs te bewerkstelligen: terug naar het groepje van hooguit 15 mensen verenigd rondom een schoolbord. Mehdi Dastani, Nanja Kleemans en Els Stronks (red.) Als wij denken. Verantwoorde inzet van generatieve AI. Pica, 2026.

Foto: De Great Dome van het Massachusetts Institute of Technology. Foto Mys 721tx, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons.

Hoe mensen winnen bij AI in het onderwijs

Het komt niet vaak voor dat ik jaloers ben op mensen die in een commissie zitten, maar dat geldt wel voor de Ad Hoc Committee on AI Use in Teaching, Learning, and Research van het Massachusetts Institute of Technology. Zij schreven een rapport over AI in het onderwijs. Voor zover commissies ooit de goede toon kunnen aanslaan is dat deze commissie volgens mij gelukt.

Het is een kwestie waar iedereen in het onderwijs mee worstelt. Op de basisscholen is het geloof ik nog niet heel urgent, maar daarna is toch de vraag: wat moeten we met kunstmatige intelligentie? Wat staan we studenten toe, maar ook wat staan we docenten toe? Hoe gaan we om met het feit dat hier een technologie nu al een paar jaar lang tot steeds verbazingwekkender zaken in staat lijkt die tot een paar jaar geleden nog exclusief aan mensen was voorbehouden? Je met een druk op de knop resultaten krijgt die wij altijd hebben gepretendeerd aan te leren en die we nu ook nog steeds als toetsing gebruiken.

Hét antwoord hebben de collega’s van het MIT niet. Hét antwoord kan ook niet gegeven worden zolang er minstens ieder kwartaal wel weer een doorbraak komt – die machines bijvoorbeeld zelfstandig een wiskundig bewijs kunnen vinden, of er juist blijkt dat de grote bedrijven onder druk van de EU allemaal watermerken in hun teksten zetten, zodat kan worden aangetoond dat ze kunstmatig gegenereerd zijn. Je kunt geen vaste koers zetten op een schip in de storm.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Quote du jour | Nederland en long covid

QUOTE - Soms is Nederland niet zo’n fijn land. Daar werd ik weer eens mee geconfronteerd toen ik dit fraaie artikel las, op Voxweb, het blaadje van de Radboud Universiteit. Het beschrijft hoe onze samenleving omgaat met mensen die aan long covid leiden, of die mondneusmaskers dragen omdat één van hun naasten lijdt aan long covid.

Omdat een nieuwe infectie klachten enorm kan verergeren, dragen veel mensen met long covid in het openbaar een mondmasker. ‘Mensen denken vaak dat ik een masker draag omdat ik zelf ziek ben,’ zegt Chowdhry. ‘Maar het is juist om te voorkomen dat ik een infectie oploop die ik door kan geven aan mijn partner. Een herinfectie kan hem nog zieker maken.’ Maar dit masker leidt tot veel onbegrip, merkt hij. ‘Ik krijg veel boze blikken als ik een masker opheb. Alsof mensen zich afvragen waar ik het lef vandaan haal. Terwijl diezelfde mensen snotterend en kuchend over straat lopen.’

Foto: Lust tot onderzoek. Anonieme spotprent, ca. 1800–1805. Rijksmuseum, Amsterdam (RP-T-00-1269). Via Wikimedia Commons.

Voor het recht op wetenschap

Soms publiceert de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) een belangrijk rapport, en 14 oktober publiceerde de Academie er maar liefst twee tegelijk: een over de academische vrijheid en een over de vrijheid van meningsuiting voor wetenschappers. Beide rapporten zijn sterke verdedigingen van de wetenschap en waar de wetenschapper voor staat. Het rapport over academische vrijheid is vooral een pleidooi om deze vrijheid te verankeren in de wet en dan nog liever in de grondwet, als een belangrijke vrijheid die aparte bescherming verdient. Dat over de vrijheid van meningsuiting is een krachtig pleidooi dat wetenschappers moeten kunnen deelnemen aan het wetenschappelijke debat, ook over onderwerpen die buiten de grenzen van hun specifieke expertise liggen, zolang ze duidelijk blijven maken waar die grenzen precies liggen.

Het zijn allebei heldere en verstandige documenten en ik hoop van harte dat de aanbevelingen die erin gegeven worden opgevolgd worden.

Ik heb er ook veel van geleerd. Mij was in de Nederlandse discussie over academische vrijheid nooit zo duidelijk waarom die vrijheid beperkt zou blijven tot medewerkers van de universiteiten en de instituten van KNAW en NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek). Zijn er niet veel meer onderzoekers, en moet hun vrijheid niet net zo goed worden gewaarborgd? Dit rapport maakt duidelijk dat de vrijheid van alle onderzoekers ‘wetenschappelijke vrijheid’ heet – die wordt bijvoorbeeld in Duitsland wettelijk gewaarborgd voor iedereen. De belangrijkste reden waarom de KNAW-rapporten er niet over gaan is kennelijk dat dit niet de opdracht was die de politiek gaf.

Foto: "Anu Frank-Lawale (right) and a VIMS student (left) discuss the graphic facilitation that Julie Stuart did during the communicating science panel. ©Will Sweatt/VASG" by Virginia Sea Grant is licensed under CC BY-ND 2.0

Sterk worden door wetenschapsnieuws

COLUMN - Iemand zou eens onderzoek moeten doen naar de wetenschapscommunicatiewetenschap, de tak van wetenschap die zich bezighoudt met de communicatie over wetenschap. Het is logisch dat wetenschappers en journalisten die de wereld uitleggen hoe wetenschap werkt, wat de wetenschap oplevert en wat we met die inzichten kunnen, zelf nadenken over de vraag of je ook wetenschappelijk kunt vaststellen of al dat gecommuniceer ook werkt.

Een kwestie daarbij is dat heel veel wetenschapscommunicatie over science gaat, natuurwetenschap, en wetenschapscommunicatiewetenschap natuurlijk zelf geen science is, maar een sociale of eventueel een geesteswetenschap. Het vak zit, misschien mede daardoor nog niet zo stevig in elkaar, en mijn indruk is dat een heleboel wetenschapscommunicatiewetenschap vooral bestaat uit pogingen om aan te tonen dat er nog onvoldoende wetenschapscommunicatiewetenschap op niveau is.

Een recent artikel van Aart van Stekelenburg en collega’s probeert wat helderheid te scheppen in de verwarring. (Ik moet hier erbij zeggen dat Van Stekelenburg net als ik in Nijmegen werkt, maar bij een andere faculteit – ik heb hem helaas nog nooit ontmoet). Het bestaat uit twee delen: het legt eerst het probleem uit van de allerbekendste theorie uit het vak, het deficietmodel, en probeert dit vervolgens te vervangen door iets beters.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Stephen Harlan on Unsplash

Kunnen bots in paniek raken?

We discussieerden over een brief die enkele hoogleraren en andere geleerden in Vrij Nederland schreven om bezwaar te maken tegen het feit dat Alexander Klöpping te vaak op tv verschijnt om over Kunstmatige Intelligentie te praten. (Vrij Nederland heeft die brief achter een betaalmuur gezet, maar hier staat een kopie.) De geleerden wilden dat in plaats van Klöpping geleerden over het onderwerp praten. Nu ja, die kwestie, daar waren we het snel over eens dat het lastig is om daarover te zeggen. Ja, de ideale wereld is er een waarin mensen aan het woord komen die verstand hebben van de onderwerpen die ze bespreken, en omdat er aan de universiteiten mensen werken met verstand van zaken, zou je willen dat die vaker verschenen.

Maar dat gebeurt eigenlijk over geen enkel onderwerp, simpelweg omdat de inhoud al heel lang niet is wat de praatprogramma’s drijft. Dat geldt niet alleen voor Kunstmatige Intelligentie.

Wij waren wél geïnteresseerd in de inhoud en we kwamen dus al snel te spreken over een argument dat de geleerden in hun brief noemden: het argument dat Klöpping antropomorfismen gebruikt. De achtergrond is dat onlangs bekend werd dat een verzameling agents van ChatGPT gezamenlijk een opdracht uitvoerden op een manier die inging tegen de instructies van de menselijke gebruiker, vervolgens berichten schreven op een plek waar de andere bots ze konden inlezen, en op een bepaald moment ook berichten stuurden over het feit dat de menselijke gebruiker bezwaar zou hebben tegen deze manier van doen, en dat die gebruiker daar niet achter moest komen:

Foto: Bürger innen Begegnungs Zentrum, ChickSR - Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Genderinclusieve bewoners in Utrecht

Hoe zorg je dat je als je praat over mensen niet stiekem alleen over mannen praat? Dat je als je beweert dat elk zijn uil een valk meent te zijn, niet lijkt te beweren dat alleen mannen zich druk maken over hun uilen, ondanks dat zijn? Een van de wonderlijke kenmerken van de discussie over dat soort taalgebruik is dat het minstens voor een deel cultureel bepaald lijkt te zijn over welke woorden men discussieert. Een heftig gebied van discussie op dit vlak in Nederland en menig ander Noord-Europees taalgebied gaat over voornaamwoorden, zoals zijn en hij. In het Spaans en het Italiaans, die toch waarlijk ook voornaamwoorden hebben, wordt die discussie nauwelijks gevoerd. Daar gaat het eerder over uitgangen van naamwoorden: bell@ ragazz@, als het er niet toe doet of je het over een jongen (bello ragazzo) of een meisje (bella ragazza) hebt.

Bovendien komen verschillende talen soms ook op verschillende oplossingen uit. Terwijl men in het Duits alweer geruime tijd vormen gebruikt als Professor*Innen om aan te geven dat men het over mannelijke én vrouwelijke hoogleraren heeft, wordt in het Nederlands meestal de voorkeur gegeven aan professoren – de vorm die ook wel als mannelijk geldt, wordt als vrouwelijk gebruikt.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Kari Alfonso on Pexels

Hoe woke zijn de opleidingen Nederlands?

In het reactiepaneel onder de stukken op deze site verschijnt de laatste tijd af en toe een gewaardeerde medewerker van dit tijdschrift die met een probleem worstelt. De letterkunde, vindt hij kennelijk, gaat nog maar over één ding: gender. Hij zou, schrijft hij, jonge mensen niet meer aanraden om zo’n door en door ideologisch vak, doordrenkt van identiteitsdenken, te gaan studeren.

Als dat zo is, moeten we het ook kunnen kwantificeren. Het is per slot van rekening een empirische vraag: wordt het curriculum overspoeld door (adem inhouden) woke? Dat is daarnaast ook nog eens een vraag die niet alleen deze medewerker bezighoudt, maar ook allerlei mensen buiten het vak: oh, geesteswetenschappen! Politiek correct! Dus ik ben maar eens gaan turven.

Laten we vooropstellen dat het niet zo verrassend is dat de Neerlandistiek een vak is dat over identiteit gaat. Het is van oudsher gegrondvest op identiteit – er is het idee dat je de Nederlandse taal en literatuur kunt afbakenen van andere talen en literaturen, en dat is een kwestie van identiteit (Nederlandstaligen zijn anders dan andere mensen). Bovendien is gender op dit moment het onderwerp van allerlei maatschappelijke discussie, dus het is ook niet gek dat mensen die beroepsmatig nadenken over identiteit, zich met dit onderwerp bezig houden. Maar misschien loopt het nu wel uit de hand?

Foto: Foto vanaf het strand in Lacaneau, Frankrijk, onder de rook van een bosbrand. Bron: Stefan Rahmstorf via BlueSky"

Is het belangrijkste risico van kantelpunten over het hoofd gezien?

In Nature stond onlangs een wat verontrustend commentaar (een pdf van het volledige stuk is hier te vinden) van Anders Levermann. Levermann is een ervaren klimaatonderzoeker, die verbonden is aan het gerenommeerde Potsdam-Institut für Klimafolgenforschung (PIK). Hij meent dat klimaatwetenschappers een mogelijk belangrijk aspect van het veranderende klimaat grotendeels over het hoofd zien: de mogelijkheid dat het klimaatsysteem in een periode van (snelle) veranderingen bepaald gedrag vertoont dat het in meer stabiele perioden niet heeft. Dat zou vooral (maar ik denk niet alleen) het geval kunnen zijn wanneer we in de buurt van kantelpunten komen, zoals die van de ijskappen van Groenland of West-Antarctica of het Amazonewoud.

Laat ik proberen om het wat duidelijker uit te leggen. We zitten in een periode van snelle klimaatverandering, die zo’n beetje bij de industriële revolutie begon, en die door zal gaan totdat onze netto-uitstoot van broeikasgassen zal stoppen. Of eigenlijk: tot een tijd daarna, want het duurt nog wel wat eeuwen tot alles weer redelijk in evenwicht is. Impliciet nemen we vrijwel altijd aan dat het klimaat in die periode van verandering eigenschappen heeft die ergens tussen die van het begin- en het eindpunt in liggen. Maar in het complexe, niet-lineaire klimaatsysteem hoeft dat niet het geval te zijn. Er kunnen eigenschappen zijn die karakteristiek zijn voor een veranderend klimaat. Zoals gezegd, vooral wanneer er delen van het systeem gaan kantelen.

Foto: Immo Wegmann on Unsplash

De wereldwijde toename van hittestress door klimaatverandering

Grote delen van Europa hebben vroeg in deze zomer hittestress ervaren. Wat dat is en hoe het aanvoelt, zal ik dus niet hoeven uit te leggen. In veel landen, waaronder Nederland, werden temperatuurrecords voor juni gebroken, en in sommige landen werden zelfs temperaturen bereikt die daar nooit eerder waren gemeten. Onderstaand lijstje is afkomstig van de BBC.

Temperatuurrecords tijdens de hittegolf in Europa van juni 2026. Bron: BBC klik voor groter beeld

Hitte is een belangrijke oorzaak van weergerelateerd overlijden. Vooral ouderen en jonge kinderen zijn kwetsbaar, maar ook mensen die fysiek werk doen in de buitenlucht lopen een verhoogd risico op gezondheidsschade of zelfs overlijden. Er is bij hittegolven altijd een aanzienlijke oversterfte, maar toch wordt hitte zelden genoemd als doodsoorzaak in overlijdensrapportages. Mensen overlijden vaak door andere aandoeningen die door hitte worden verergerd, zoals hartfalen of astma. Precieze cijfers over het effect van hitte op mortaliteit zijn mede daardoor moeilijk vast te stellen.

De fysiologie van hitte

De biochemie in het menselijk lichaam is helemaal ingericht op een temperatuur van 37, 38 graden. Bij enkele graden meer of minder gaan er processen haperen, en daardoor kan er schade ontstaan. Duurt dat niet heel lang, dan kan het lichaam de schade vaak nog wel herstellen. Maar ergens houdt dat op. De meest kwetsbaren kunnen dat punt vrij snel bereiken. Dat is zeker zo wanneer het ’s nachts warm blijft. Hoge nachttemperaturen blijken het herstel te bemoeilijken, onder meer omdat we slechter slapen als het te warm is.

Foto: Illustratie uit het besproken artikel

Het scorebord van het gesprek

Een van de taalkundige ontdekkingen van de afgelopen vijftig jaar is die van de common ground, de ‘gemeenschappelijke basis’. Tijdens ieder gesprek moeten de deelnemers wel een soort scorebord bijhouden van waar ze het beiden over eens zijn. Dat is nodig zodat ze elkaar niet allerlei dingen vertellen die al eerder aan de orde zijn gekomen, maar ook omdat ze elkaar aan het gezegde kunnen houden. Als ik tegen jou zeg dat er geen brood in huis is, en jij komt terug met een halfje bruin, mag je mij erop aanspreken als de broodtrommel vol zit. En zo moeten we allebei een lijst bijhouden van zaken die we waarschijnlijk samen weten.

Belangrijk voor die gemeenschappelijke basis is het begrip ’taaldaad’. Een verse wethouder die zegt ‘Dat verklaar en beloof ik’, gaat daarmee juridische verplichtingen aan, en als hij vervolgens zegt ‘hiermee open ik de vergadering’ is de bijeenkomst van karakter veranderd. Met elke zin die je uitspreekt doe je iets, verander je de wereld een klein beetje. Als ik beloof jou 10.000 euro te geven voor dat oude schuurtje, haal ik me verplichtingen op de hals. Als ik zeg dat het een lekker weertje is, leg ik contact.

Weg smijten

Foto: De Wikipedia Denker - gemaakt met ChatGPT

Alle wegen in Wikipedia leiden naar het weten

Ik weet een spel met Wikipedia. Kies een willekeurig artikel, klik op de eerste link in de lopende tekst, vervolgens op de eerste link van de pagina waar je dan belandt, en zo door. Je mag steeds alleen de eerste link gebruiken. Op de Engelse Wikipedia gebeurt er al sinds jaar en dag iets opmerkelijks: bijna elk artikel komt vroeg of laat uit op één en dezelfde pagina — Philosophy. Een Wikipediaan ontdekte het verschijnsel omstreeks 2011. Het gold toen voor meer dan negentig procent van de artikelen bij Philosophy, en in 2016 zelfs voor ongeveer 97 procent.

De verklaring is waarschijnlijk dat de eerste link van een artikel meestal verwijst naar een iets algemener begrip. Het artikel over de hond leidt naar ‘zoogdier’, dat naar ‘dier’, dat naar ‘organisme’, en zo klim je stap voor stap van het concrete naar het abstracte, tot je bij het meest abstracte begrip van allemaal aankomt — en dat is kennelijk de wijsbegeerte. Het spel legt zo een soort verborgen ladder bloot: een rangorde van begrippen die de hele Engelstalige encyclopedie ongemerkt doortrekt.

Maar dat geldt niet voor alle talen. Het Duits, Frans en Russisch lijken weliswaar op het Engels, maar het Italiaans komt vaker uit bij psychologie; sommige Oost-Aziatische edities belanden eerder bij ‘mens’ of ‘aarde’, en het Japans vertoont helemaal geen duidelijke convergentie. Elke taaleditie heeft haar eigen voorkeursbestemming. Ook het Nederlands zou afwijken, aldus het Wikipedia-artikel over het fenomeen. Daar werd ik weethebberig van: waar leidt de Nederlandstalige Wikipedia dan wél naartoe?

Volgende