Hoe woke zijn de opleidingen Nederlands?

In het reactiepaneel onder de stukken op deze site verschijnt de laatste tijd af en toe een gewaardeerde medewerker van dit tijdschrift die met een probleem worstelt. De letterkunde, vindt hij kennelijk, gaat nog maar over één ding: gender. Hij zou, schrijft hij, jonge mensen niet meer aanraden om zo’n door en door ideologisch vak, doordrenkt van identiteitsdenken, te gaan studeren. Als dat zo is, moeten we het ook kunnen kwantificeren. Het is per slot van rekening een empirische vraag: wordt het curriculum overspoeld door (adem inhouden) woke? Dat is daarnaast ook nog eens een vraag die niet alleen deze medewerker bezighoudt, maar ook allerlei mensen buiten het vak: oh, geesteswetenschappen! Politiek correct! Dus ik ben maar eens gaan turven. Laten we vooropstellen dat het niet zo verrassend is dat de Neerlandistiek een vak is dat over identiteit gaat. Het is van oudsher gegrondvest op identiteit – er is het idee dat je de Nederlandse taal en literatuur kunt afbakenen van andere talen en literaturen, en dat is een kwestie van identiteit (Nederlandstaligen zijn anders dan andere mensen). Bovendien is gender op dit moment het onderwerp van allerlei maatschappelijke discussie, dus het is ook niet gek dat mensen die beroepsmatig nadenken over identiteit, zich met dit onderwerp bezig houden. Maar misschien loopt het nu wel uit de hand? Voordat je één vinkje kunt zetten moet je bepalen wát je telt, en dat is natuurlijk minstens deels een kwestie van arbitraire keuzes. Is een college waarin Anton de Kom wordt gelezen een college over kolonialisme? Is een cursus met “identiteit” in de titel een cursus identiteitspolitiek? Ik besloot dat het thema in de titel of in de leerdoelen moest staan, en dat het lezen van een vrouwelijke, zwarte of homoseksuele auteur niet vanzelf meetelt. Wie Hadewijch op de lijst zet, doet nog niet aan genderstudies. Vakken in het curriculum Hoeveel zelfstandige, verplichte kernvakken over gender heb ik in de betrouwbaar te reconstrueren academische bachelors Nederlands van 2025–2026 gevonden? Nul. Niet in Leiden, niet in Groningen, niet in Utrecht, niet bij de Radboud Universiteit; en aan Vlaamse kant niet in de Nederlandse modules van KU Leuven, Gent, Antwerpen of de VUB. (Bij de UvA kon ik de data voor 2025-26 niet meer vinden. Wel dat voor 2026-27 en dat geeft geen aanleiding te denken dat het daar vorig jaar anders was dan elders.) Het Groningse toetsplan is het een duidelijk voorbeeld, omdat het het hele programma in één tabel legt. Syntaxis, semantiek, fonetiek, gespreksanalyse, retorica, argumentatie, taalverwerving, middeleeuwse letterkunde, zeventiende-eeuwse letterkunde, verlichtingsliteratuur, literaire canon I en II, methodologie, statistiek, scriptie. Dat lijkt me nu niet erg woke. Er zijn een paar gevallen op het randje. Utrecht heeft een verplicht vak Visies op Nederlandse identiteit: van Bataaf tot regenboogpiet; maar dat gaat dus vooral over Nederlandse identiteit en dat is altijd een onderwerp in de Neerlandistiek geweest. In Antwerpen behandelt het verplichte vak algemene literatuurwetenschap naast deconstructie ook feminisme, queer studies en postkolonialisme – als één perspectief van meerdere. En in Nijmegen bestond (tot vorig jaar) een minor Diversity, Inclusion and Gender van veertig studiepunten. Alleen: het is een minor, een keuzemogelijkheid. (Ik gaf zelf een cursus in die minor, het vak Sociolinguïstiek.) De lerarenopleidingen zijn het meest met diversiteit bezig. In de HAN-studiegids staan interculturele gespreksvoering, NT2-didactiek, differentiatie en internationale jeugdliteratuur. Het woord gender komt er niet in voor, en de reden waarom die andere onderwerpen er wel op staan lijkt me eerder voorbereiding op de beroepspraktijk dan ideologie. Wie voor de klas gaat staan heeft nu eenmaal leerlingen met verschillende thuistalen en -culturen, en dan is het praktisch nuttig om te weten wat je daarmee moet. Tijdschriften Hoe zit het met publicaties? Ik heb acht van de belangrijkste wetenschappelijke bladen genomen — TNTLNederlandse LetterkundeNederlandse TaalkundeTijdschrift voor TaalbeheersingQueesteInternationale NeerlandistiekTaal en Tongval en het Britse Dutch Crossing — en daaruit alles geteld wat over 2020–2025 als artikel geregistreerd stond: 772 artikelen (en recensies en zo voort). Zoek je daarin naar een paar zoektermen zoals gender, in titel én samenvatting, dan kom je op 23 procent. Kijk je die treffers vervolgens één voor één na, dan blijkt er grammaticaal geslacht bij te zitten, en taalvariatie die “diversiteit” wordt genoemd, en onderzoek waarin gender alleen een controlevariabele is: de vraag of jongens en meisjes even goed lezen. Bewaar je alleen wat bij enige inhoudelijke controle werkelijk gaat over gender, ras, kolonialisme, migratie of identiteit, dan blijven er 46 artikelen over. Dat is 6 procent van het totaal. En van die 46 gaan er 16 over gender of seksualiteit: 2,1 procent. 16 artikelen, in 6 jaar, in 8 tijdschriften, waaronder artikelen als Neurologe of liever neuroloog? over het effect van vrouwelijke functiebenamingen op de geloofwaardigheid van medisch specialisten; Seks, dwang en instemming in het Antwerps Liedboek; en een studie over het genderneutrale voornaamwoord die. Dat lijkt me alles bij elkaar niet bepaald een vijandige overname van het vak. Voor de zekerheid heb ik het nog van de andere kant benaderd: niet via de tijdschriften maar via de mensen. Van 34 stafleden van de opleidingen die ik in OpenAlex kon terugvinden, verzamelde ik met een scriptje alles wat ze tussen 2020 en 2025 publiceerden — samen zo’n 268 artikelen. Twaalf daarvan gaan zo te zien werkelijk over gender, ras, kolonialisme of identiteit: 4,5 procent. Het is wel waar dat de kwestie vooral in de letterkunde speelt, de meest culturele van de drie subdisciplines. In de bladen over (alleen) taalkunde of taalbeheersing — Nederlandse TaalkundeTaal en TongvalTijdschrift voor Taalbeheersing — vond ik samen 3 van de 246 artikelen: 1,2 procent. In de zuiver letterkundige, Nederlandse Letterkunde en Queeste, 11 van de 180: 6,1 procent. Vijf keer zoveel, zij het nog altijd niet erg indrukwekkend. Het Engelstalige (en in het Verenigd Koninkrijk uitgegeven) Dutch Crossing is een uitschieter met ruim 21 procent — maar dat komt vooral door een themanummer uit 2022 over witheid, ras en kolonialisme in. Ik neem aan dat niemand zou willen dat dit onderwerp helemaal niet behandeld wordt, en ondertussen wordt er dus ook aandacht besteed aan narratologie, rederijkers, late stijl, literaire kritiek, boekgeschiedenis, poëzie, de instituties van het literaire bedrijf en wat al niet. Bovendien worden de getallen nog minimaler als we ons beperken tot gender. Verreweg het meeste van wat in de letterkundige neerlandistiek over identiteit handelt, gaat over de kolonie: Suriname, Indië, slavernij, Anton de Kom, Multatuli, de nawerking van het rijk in de Nederlandse literatuur. Van de 46 artikelen gingen er 30 over iets anders dan gender. Tot slot nog een nuance: er is verschil tussen een tijdschrift dat queertheorie tot programma maakt en een tijdschrift dat een nummer aan Jacob Israël de Haan wijdt. Bij De Haan hóren seksualiteit, joodse identiteit, zionisme en antizionisme; je kunt ze niet weglaten zonder een ander mens te beschrijven. Wie dat nummer als bewijs van ideologische sturing telt (wat ik hierboven voor de transparantie heb gedaan), verwart het onderwerp met de bril. Maar dit soort keuzes kun je volgens mij ook makkelijk anders maken, dan komen de getallen nog anders uit. (Tegelijkertijd kun je natuurlijk ook volhouden dat in een andere tijd De Haan misschien niet tot onderwerp van studie was gemaakt.) Leeslijsten Dan de leeslijsten; die zijn meestal niet openbaar (en staan volgens mij ook helemaal niet zo vast). Een paar jaar geleden konden we op Neerlandistiek de Groningse leeslijst plaatsen, opgesteld in 2020, van de middeleeuwen tot de twintigste eeuw. Van de 84 met name genoemde auteurs zijn er 19 vrouw, ongeveer 23 procent. Dat lijkt me nu niet bepaald overdreven veel. Vondel, Hooft, Bredero, Bilderdijk, Multatuli, Couperus, Gorter, Nijhoff, Reve, Hermans, Mulisch en Claus staan er gewoon op, naast Hadewijch, Anna Bijns, Wolff en Deken, Vasalis, Blaman, Minco en Roemer. De Gentse leesbrochure is nog explicieter. In het eerste jaar lezen studenten OeroegBintHet gezin Van PaemelReinhartDe Spaanse BrabanderElckerlijc en Van den vos Reynaerde, en bij de middeleeuwen BeatrijsMariken van NieumeghenKarel ende Elegast en Maerlant. Anton de Kom en Petronella Moens komen ook aan de orde, maar niet in plaats van Vondel of Claus. Dit is natuurlijk maar een momentopname: alleen het afgelopen studiejaar. Ik kan dus niet zeggen of het is toegenomen, al zou me dat verbazen, met deze kleine aantallen. De focus ligt in het vak heel ergens anders: op laaggeletterdheid, meertaligheid, overheidscommunicatie, het publieke debat, “belangrijke maatschappelijke problemen”. De vakken erachter behoren voor een belangrijk deel bij de traditie, al is de vitrine een beetje verbouwd. Je kunt op basis van dit soort feiten minstens even goed de omgekeerde conclusie trekken: dat er in de neerlandistiek best wat meer aandacht zou kunnen worden besteed aan gender, een onderwerp dat goed ligt in de internationale wetenschap én bij studenten. (Er is als ik het goed tel in heel Nederland en Vlaanderen bovendien momenteel maar één (1) vrouwelijke hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde.) De neerlandistiek is een vak dat bij alle opleidingen nog steeds overwegend uit een gedegen pakket met onder meer syntaxis, taalgeschiedenis, retorica, middeleeuwen en canon bestaat, met daarin een kleine, zichtbare, volstrekt legitieme hoek waar over de kolonie wordt nagedacht en, veel zeldzamer, over gender. Wie beweert dat het tegenwoordig alleen nog maar over gender gaat, heeft hooguit 2,1 procent van de tijd gelijk.

Foto: Foto vanaf het strand in Lacaneau, Frankrijk, onder de rook van een bosbrand. Bron: Stefan Rahmstorf via BlueSky"

Is het belangrijkste risico van kantelpunten over het hoofd gezien?

In Nature stond onlangs een wat verontrustend commentaar (een pdf van het volledige stuk is hier te vinden) van Anders Levermann. Levermann is een ervaren klimaatonderzoeker, die verbonden is aan het gerenommeerde Potsdam-Institut für Klimafolgenforschung (PIK). Hij meent dat klimaatwetenschappers een mogelijk belangrijk aspect van het veranderende klimaat grotendeels over het hoofd zien: de mogelijkheid dat het klimaatsysteem in een periode van (snelle) veranderingen bepaald gedrag vertoont dat het in meer stabiele perioden niet heeft. Dat zou vooral (maar ik denk niet alleen) het geval kunnen zijn wanneer we in de buurt van kantelpunten komen, zoals die van de ijskappen van Groenland of West-Antarctica of het Amazonewoud.

Laat ik proberen om het wat duidelijker uit te leggen. We zitten in een periode van snelle klimaatverandering, die zo’n beetje bij de industriële revolutie begon, en die door zal gaan totdat onze netto-uitstoot van broeikasgassen zal stoppen. Of eigenlijk: tot een tijd daarna, want het duurt nog wel wat eeuwen tot alles weer redelijk in evenwicht is. Impliciet nemen we vrijwel altijd aan dat het klimaat in die periode van verandering eigenschappen heeft die ergens tussen die van het begin- en het eindpunt in liggen. Maar in het complexe, niet-lineaire klimaatsysteem hoeft dat niet het geval te zijn. Er kunnen eigenschappen zijn die karakteristiek zijn voor een veranderend klimaat. Zoals gezegd, vooral wanneer er delen van het systeem gaan kantelen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Immo Wegmann on Unsplash

De wereldwijde toename van hittestress door klimaatverandering

Grote delen van Europa hebben vroeg in deze zomer hittestress ervaren. Wat dat is en hoe het aanvoelt, zal ik dus niet hoeven uit te leggen. In veel landen, waaronder Nederland, werden temperatuurrecords voor juni gebroken, en in sommige landen werden zelfs temperaturen bereikt die daar nooit eerder waren gemeten. Onderstaand lijstje is afkomstig van de BBC.

Temperatuurrecords tijdens de hittegolf in Europa van juni 2026. Bron: BBC klik voor groter beeld

Hitte is een belangrijke oorzaak van weergerelateerd overlijden. Vooral ouderen en jonge kinderen zijn kwetsbaar, maar ook mensen die fysiek werk doen in de buitenlucht lopen een verhoogd risico op gezondheidsschade of zelfs overlijden. Er is bij hittegolven altijd een aanzienlijke oversterfte, maar toch wordt hitte zelden genoemd als doodsoorzaak in overlijdensrapportages. Mensen overlijden vaak door andere aandoeningen die door hitte worden verergerd, zoals hartfalen of astma. Precieze cijfers over het effect van hitte op mortaliteit zijn mede daardoor moeilijk vast te stellen.

De fysiologie van hitte

De biochemie in het menselijk lichaam is helemaal ingericht op een temperatuur van 37, 38 graden. Bij enkele graden meer of minder gaan er processen haperen, en daardoor kan er schade ontstaan. Duurt dat niet heel lang, dan kan het lichaam de schade vaak nog wel herstellen. Maar ergens houdt dat op. De meest kwetsbaren kunnen dat punt vrij snel bereiken. Dat is zeker zo wanneer het ’s nachts warm blijft. Hoge nachttemperaturen blijken het herstel te bemoeilijken, onder meer omdat we slechter slapen als het te warm is.

Foto: Illustratie uit het besproken artikel

Het scorebord van het gesprek

(Bewerk) Een van de taalkundige ontdekkingen van de afgelopen vijftig jaar is die van de common ground, de ‘gemeenschappelijke basis’. Tijdens ieder gesprek moeten de deelnemers wel een soort scorebord bijhouden van waar ze het beiden over eens zijn. Dat is nodig zodat ze elkaar niet allerlei dingen vertellen die al eerder aan de orde zijn gekomen, maar ook omdat ze elkaar aan het gezegde kunnen houden. Als ik tegen jou zeg dat er geen brood in huis is, en jij komt terug met een halfje bruin, mag je mij erop aanspreken als de broodtrommel vol zit. En zo moeten we allebei een lijst bijhouden van zaken die we waarschijnlijk samen weten.

Belangrijk voor die gemeenschappelijke basis is het begrip ’taaldaad’. Een verse wethouder die zegt ‘Dat verklaar en beloof ik’, gaat daarmee juridische verplichtingen aan, en als hij vervolgens zegt ‘hiermee open ik de vergadering’ is de bijeenkomst van karakter veranderd. Met elke zin die je uitspreekt doe je iets, verander je de wereld een klein beetje. Als ik beloof jou 10.000 euro te geven voor dat oude schuurtje, haal ik me verplichtingen op de hals. Als ik zeg dat het een lekker weertje is, leg ik contact.

Weg smijten

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: De Wikipedia Denker - gemaakt met ChatGPT

Alle wegen in Wikipedia leiden naar het weten

Ik weet een spel met Wikipedia. Kies een willekeurig artikel, klik op de eerste link in de lopende tekst, vervolgens op de eerste link van de pagina waar je dan belandt, en zo door. Je mag steeds alleen de eerste link gebruiken. Op de Engelse Wikipedia gebeurt er al sinds jaar en dag iets opmerkelijks: bijna elk artikel komt vroeg of laat uit op één en dezelfde pagina — Philosophy. Een Wikipediaan ontdekte het verschijnsel omstreeks 2011. Het gold toen voor meer dan negentig procent van de artikelen bij Philosophy, en in 2016 zelfs voor ongeveer 97 procent.

De verklaring is waarschijnlijk dat de eerste link van een artikel meestal verwijst naar een iets algemener begrip. Het artikel over de hond leidt naar ‘zoogdier’, dat naar ‘dier’, dat naar ‘organisme’, en zo klim je stap voor stap van het concrete naar het abstracte, tot je bij het meest abstracte begrip van allemaal aankomt — en dat is kennelijk de wijsbegeerte. Het spel legt zo een soort verborgen ladder bloot: een rangorde van begrippen die de hele Engelstalige encyclopedie ongemerkt doortrekt.

Maar dat geldt niet voor alle talen. Het Duits, Frans en Russisch lijken weliswaar op het Engels, maar het Italiaans komt vaker uit bij psychologie; sommige Oost-Aziatische edities belanden eerder bij ‘mens’ of ‘aarde’, en het Japans vertoont helemaal geen duidelijke convergentie. Elke taaleditie heeft haar eigen voorkeursbestemming. Ook het Nederlands zou afwijken, aldus het Wikipedia-artikel over het fenomeen. Daar werd ik weethebberig van: waar leidt de Nederlandstalige Wikipedia dan wél naartoe?

Foto: Laryngoscopy Public domain, via Wikimedia Commons

Hoe gender klinkt

COLUMN - Een van de genoegens van de oudere wetenschapper is dat je alles voor je ogen steeds ingewikkelder ziet worden. Neem gender. Ik herinner me nog onderzoek van zo’n dertig jaar geleden naar de vraag of mannen anders klonken dan vrouwen. Ja, was het interessante antwoord: mannen hebben gemiddeld bijvoorbeeld een lagere stem, maar dat kan niet alléén aan verschillen in lichaamsdeel liggen. Deels bleek het verschil namelijk cultureel bepaald: in sommige landen spreken de mannen lager en de vrouwen hoger dan in andere landen.

Gezien vanuit het heden was dit natuurlijk alleen maar een klein eerste barstje in het idee dat mannen mannen zijn en vrouwen vrouwen en dat daarmee alles gezegd is. Als het gaat over hoe iemand klinkt speelt natúúrlijk iemands lichaamsbouw mee – hoe groot het strottenhoofd is, hoe lang de mondholte, enzovoort – maar ook sociale identiteit. Soms praten vrouwen om hun vrouwelijkheid te tonen net wat vrouwelijker.

Stevige uitspraken

Inmiddels denken onderzoekers veel genuanceerder over dit soort dingen. Ze erkennen bijvoorbeeld dat er mensen zijn die zich niet in de tweedeling man-vrouw laten stoppen. En dat er verschillende manieren zijn om een indeling te maken: door het aan mensen zelf te vragen, door je te richten op het gender dat mensen bij de geboorte is toegekend, door mensen in een vragenlijst voor te leggen in hoeverre ze in eigen ogen aan ’typisch mannelijke’ of ’typisch vrouwelijke’ eigenschappen te voldoen, of in hoeverre ze in hun jeugd als jongetje of meisje werden opgevoed.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Kenneth Sørensen on Unsplash

Hij en zij in kinderboeken

ANALYSE - Is een paard een hij of een zij? Het hangt er maar vanaf. Wie zich aan het grammaticaal geslacht houdt, heeft het over het, want het is het paard. Maar wie een verhaaltje wil schrijven waarin het paard allerlei menselijke eigenschappen heeft – praten, verliefd worden op een ander paard, trek hebben in paaseitjes – is het aantrekkelijk om niet het te gebruiken, maar voornaamwoorden die je ook voor mensen zou gebruiken, zoals hij, zijdie of hen.

Maar welk kies je dan? Daarover gaat een onderzoek van de Amsterdamse taalkundigen Martje Wijers en Anna Mihlic, dat ze publiceerden in een tijdschrift met de zeer duidelijke titel Linguistics in Amsterdam. In het bijzonder keken ze naar vertalingen van kinderboeken vanuit talen waarin gender minder een rol speelt. Het Hongaars heeft bijvoorbeeld alleen maar gender-neutrale voornaamwoorden: niks hij of zij, alleen maar ő  dat voor mensen van alle genders staat.

Het Zweeds heeft wel equivalenten van hij, zij en hen, maar allerlei manieren om die minder frequent te gebruiken. Wijers en Mihlic citeren bijvoorbeeld het volgende zinnetje van kinderboekenschrijfster Sofia Chanfreau:

Vega skrattade såklart åt grizzlybjörnen som satt bredvid henne ochduschade med pälsenfull av skummigt schampo, inklämd i badkaret som var alldeles för litet.

Vertaald in het Nederlands is dat:

of waarom ze zo moest lachen (…). Om de grijze beer natuurlijk, die met zijn vacht ingezeept met shampoo in de badkuip zat, waar hij eigenlijk veel te dik voor was.

Foto: tabitha turner on Unsplash

Fouten en fraude in de wetenschap; waar gaat het mis?

Van rommelen met data tot volledige nepstudies: achter wetenschappelijke publicaties schuilt een wereld waarin integriteit soms ernstig onder druk staat. Waar gaat het fout? En belangrijk: hoe kan het anders?

Meer dan een rotte appel

Een berucht voorbeeld is de studie uit 1998 van Andrew Wakefield, waarin hij beweerde dat het BMR-vaccin autisme zou veroorzaken bij kinderen. De publicatie leidde wereldwijd tot onrust en voedde het wantrouwen tegenover vaccinaties. Later bleek de studie frauduleus: medische gegevens waren onjuist of misleidend weergegeven en sommige ontwikkelingsproblemen waren al vóór de vaccinatie vastgesteld.

Zo’n incident dat de kranten haalt, is opvallend maar vormt niet de kern van het probleem, legt Van Pelt uit. Wetenschappelijke fraude is niet als een paar rotte appels in een verder gezonde mand. Fraudegevallen zijn geen oorzaak maar eerder een symptoom van een structureel probleem. Daarbij gaat het niet altijd om regelrechte fraude. Vaker gaat het om zogenoemde Questionable Research Practices (QRP’s), zoals het selectief rapporteren of aanpassen van resultaten van een onderzoek.

Perverse prikkels

Volgens Van Pelt ligt een belangrijke oorzaak in de perverse prikkels van het systeem. Wetenschappers staan onder hoge druk: ze moeten publiceren, financiering binnenhalen en hun status als onderzoeker behouden. “Hoe meer geld je binnenhaalt, hoe meer kans je hebt op een carrière in de wetenschap”, aldus Van Pelt. Die constante prestatiedruk, vergelijkbaar met topsport, vergroot de verleiding om resultaten net iets gunstiger te presenteren. Statistische trucs toepassen of afwijkende resultaten achteraf verwijderen: het is sloppy science met het oog op resultaat.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Rijksmuseum, CC0, via Wikimedia Commons Hans Holbein, Bisschop en de Dood

Een zwart sprookje

De hoofdredacteur schreef toen hij nog jong was en niet der dagen zat, een grappig bedoeld zombiefeuilleton over onderzoekers die in managers veranderen en dan toch nog blijven rondlopen. Hij werkte toen nog niet aan de oostelijke universiteit, maar aan een westelijke. Het is nu ongeveer tien jaar geleden dat hij verhuisde, en op een universiteit aankwam waar tot zijn verrassing allemaal mensen werkten, van vlees en bloed.

Wel vroegen de mensen van de oostelijke universiteit of hij nu ook over hen ging schrijven, maar de hoofdredacteur zag daar geen enkele noodzaak toe.

Het was ook een beetje een malle universiteit, omdat er bisschoppen in de Raad van Toezicht zaten kon je haar niet echt serieus nemen, van die ongehuwd samenwonende mannen in het bestuur die zich druk maakten over de vraag of deze of gene wel een bestuurder kon worden als ze ongehuwd samenwoonde. Er ontstond wel uiteindelijk een heel conflict omdat in het bestuur ook voormalige VVD’ers zaten die juist vonden dat de ongehuwd samenwonende vrouw de enig juiste persoon was voor deze belangrijke functie. Het conflict tussen bisschoppen en VVD’ers sleepte zich jarenlang voort terwijl de universiteit zichzelf bleef. Op de campus zag je nog steeds alleen maar mensen.

Foto: Caspar David Friedrich, Der Wanderer über dem Nebelmeer (ca. 1818). Publiek domein, via Wikimedia Commons.

Berusting en stampij

Nu de hoofdredacteur al bijna drie weken gevrijwaard is van dagelijkse beslommeringen, en hij door een warme Romaanse stad dwaalt temidden van andere toeristen, stelt hij zich natuurlijk existentiële vragen.

Inmiddels is de hoofdredacteur 40e-jaars student Nederlands, sinds hij zich in 1986 inschreef voor die opleiding. Het is niet overdreven om te stellen dat het veertig jaar waren van voortdurende neergang. Al zat hij met ruim honderd eerstejaarsstudenten in de collegezaal, toch werd de hoofdredacteur er toen al op gewezen dat dit er veel minder waren dan tien jaar eerder. En dat bovendien de kwaliteit van de opleiding die de hoofdredacteur en die 99 anderen kregen niet bepaald vooruit was gegaan sinds de invoering van de zogeheten tweefasenstructuur enkele jaren eerder, die de maximale lengte van een studie had teruggebracht naar vier jaar.

Sindsdien werd altijd alles almaar minder. Allerlei opleidingen waarbij de hoofdredacteur betrokken is geweest, leiden een kwijnend bestaan, de tak van onderzoek waarover de hoofdredacteur zo vol vuur een proefschrift geschreven heeft, bestaat niet meer, grote helden uit het verleden zijn overleden, en de hoofdredacteur kent uit zijn eigen studieperiode meerdere personen (mannen) die manager zijn geworden, maar geen grote wetenschappers.

Geldschieters

Ondertussen mag je blij zijn als alle opleidingen Nederlandse Taal en Cultuur samen net zoveel studenten trekken als die ene waar de hoofdredacteur zijn lange, lange studiepad op begon.

Foto: Lorenzo Herrera on Unsplash

De html-schrijver

COLUMN - van Marc van Oostendorp. Nu de hoofdredacteur nog altijd maar bevrijd is van zijn dagelijkse beslommeringen, mijmert hij weleens over zijn leven als html-schrijver. Html zijn de opmaakcodes voor een webpagina, en dertig jaar geleden was dat al een deel van het beroep van de hoofdredacteur, voordat hij hoofdredacteur was.

In 1996 was de hoofdredacteur gepromoveerd taalwetenschapper maar niet werkzaam in de wetenschap. Het waren de dagen van de opkomst van het web, of eigenlijk waren het de dagen dat de eerste mensen tegen de hoofdredacteur begonnen te vertellen dat dat hele internet nu toch wel over zijn hoogtepunt heen was.

Je moest in die tijd nog alle codes voor webpagina’s zelf schrijven. Als je een woord schuingedrukt wilde opschrijven moest je schrijven:

<p>Als je een woord <em>schuingedrukt</em> wilde opschrijven...</p>

Van zijn kennis van die codes had de hoofdredacteur toen veel profijt. Hij gaf er cursussen over, schreef artikelen voor computerhobbyistenbladen en boeken voor uitgeverij Bruna, hij maakte websites en was de webredacteur van het tijdschrift Emnet. Dat betekende dat de redacteur hem agendapunten opstuurde en dat de webredacteur-die-later-hoofdredacteur-zou-worden die agendapunten van de juiste codes voorzag zodat ze op een ‘webstek’ konden verschijnen. Want sites werden toen door sommige puristen webstekken genoemd, een woord dat nu alleen nog nostalgie opwekt.

Foto: RDNE Stock project on Pexels

Bestuurswetenschap in wereld zonder waarheid

Bevlogen wetenschappers zijn meer dan ooit nodig om het Schip van Staat op koers te houden, zegt Willem Trommel bij zijn afscheid als hoogleraar Bestuurskunde aan de VU. Hij roept op tot activisme (dit artikel is een door Jan van Dam ingekorte versie van de rede waarmee VU-hoogleraar Beleid en Bestuur Willem Trommel op 2 april 2026 afscheid nam).

Vandaag pak ik mijn biezen, maar niet omdat ik denk dat de rol van mijn vak is uitgespeeld, integendeel. Juist nu de democratische besluitvorming wordt geteisterd door stelselmatige misleiding en desinformatie, moet de bestuurswetenschappelijke missie nieuwe glans krijgen. Kan dat? Hoe dan? Dat zijn de vragen die ik in mijn afscheidsrede ga bespreken.[1]

Zwaar weer

Voordat ik hierop inga, lijkt het me nuttig een korte aanloop te nemen. Hoe is het eigenlijk gesteld met de actuele wereld van politiek, beleid en bestuur? Niet best, hoor ik u meedenken, de lijst hoofdpijndossiers wil maar niet krimpen. Wooncrisis, klimaatverandering, stikstof, energietransitie, zorgkosten, immigratie en zo nog meer.

Maar wat als de gemeenschap verkruimelt, uit elkaar valt, geen gemeenschapszin meer ervaart?

Het Schip van Staat, een begrip ontleend aan Plato, verkeert in zwaar weer. In een liberale democratie is het de gemeenschap die het politieke gezag voert. Maar wat als de gemeenschap verkruimelt, uit elkaar valt, geen gemeenschapszin meer ervaart? Dan moeten we sturen zonder een wij, een moeizame zo niet onmogelijke exercitie.

Volgende