Kunnen bots in paniek raken?

We discussieerden over een brief die enkele hoogleraren en andere geleerden in Vrij Nederland schreven om bezwaar te maken tegen het feit dat Alexander Klöpping te vaak op tv verschijnt om over Kunstmatige Intelligentie te praten. (Vrij Nederland heeft die brief achter een betaalmuur gezet, maar hier staat een kopie.) De geleerden wilden dat in plaats van Klöpping geleerden over het onderwerp praten. Nu ja, die kwestie, daar waren we het snel over eens dat het lastig is om daarover te zeggen. Ja, de ideale wereld is er een waarin mensen aan het woord komen die verstand hebben van de onderwerpen die ze bespreken, en omdat er aan de universiteiten mensen werken met verstand van zaken, zou je willen dat die vaker verschenen. Maar dat gebeurt eigenlijk over geen enkel onderwerp, simpelweg omdat de inhoud al heel lang niet is wat de praatprogramma’s drijft. Dat geldt niet alleen voor Kunstmatige Intelligentie. Wij waren wél geïnteresseerd in de inhoud en we kwamen dus al snel te spreken over een argument dat de geleerden in hun brief noemden: het argument dat Klöpping antropomorfismen gebruikt. De achtergrond is dat onlangs bekend werd dat een verzameling agents van ChatGPT gezamenlijk een opdracht uitvoerden op een manier die inging tegen de instructies van de menselijke gebruiker, vervolgens berichten schreven op een plek waar de andere bots ze konden inlezen, en op een bepaald moment ook berichten stuurden over het feit dat de menselijke gebruiker bezwaar zou hebben tegen deze manier van doen, en dat die gebruiker daar niet achter moest komen: De Grote Klöpping Show – waarin hij met een twinkeling in z’n ogen over het potentiële einde van de mensheid praat – zit vol met bekende antropomorfismes. AI wordt ‘vindingrijker’ en mag niet overleggen, maar ‘doet dat toch’ en ‘op eigen houtje’. Ze raken ‘in paniek’ bij de gedachte dat mensen ze in de smiezen kunnen krijgen. Later in de brief komen de schrijvers nogmaals terug op die paniek: Menselijkheid zit in een lijf, dát voelt spanning, liefde, honger. Paniek voelen, dat kan niet zonder lijf, want dat voel je in je hart, of in je longen of buik. Een AI-systeem kan dus niet ‘in paniek’ raken, want paniek is geen logisch gevolg van rekenkundige processen, maar iets dat je lichaam instinctief doet, vanzelf. De vraag is in hoeverre dit klopt. Heb je een lichaam nodig om in paniek te raken? Dat lijkt me een kwestie van definitie. De autoriteit waarmee wordt gesteld dat paniek een kwestie is van hart, longen of buik, is lastig te onderbouwen: het wordt hier simpelweg gesteld, maar zonder argumenten. Er valt echter wel iets tegenin te brengen. Er is bijvoorbeeld het idee van collectieve paniek, waarbij het iets is dat niet zozeer een individu behelst, als wel een groep mensen die als individu rustig zouden zijn gebleven, maar die ervoor zorgen dat ze als groep in paniek raken. En die groep heeft geen letterlijk hart, of longen of buik. Solide Je kunt ook niet zeggen; ja, maar ieder van die individuen heeft natuurlijk wel de voor paniek kennelijk benodigde organen, want dan kun je niet begrijpen hoe die paniek dan overslaat. Het is niet een biologisch virus, dat overslaan kan redelijkerwijs alleen cognitief overslaan: je merkt dat anderen zenuwachtig worden, en daardoor wordt je zelf zenuwachtig. Zo bezien is het logischer om te zeggen dat je verhoogde hartslag en de kramp in je buik het gevolg zijn van je paniek: die paniek komt eerst en je lichaam reageert daarop, omdat je nu eenmaal een lichaam hebt. ‘Menselijkheid zit in een lijf’ is, kortom, natuurlijk een respectabel filosofische positie, en populair in deze tijd omdat hij individualistisch is (de individuele mens is waar stemmingen verkeren) en reductionistisch (gevoelens worden teruggebracht naar lichamelijke toestanden) maar het is niet de enige. Je kunt minstens ook zeggen dat menselijkheid in de verbinding met anderen zit, en dan de (open) vraag opwerpen of een zwerm botjes dezelfde vorm van collectiviteit bezit als een groep mensen. Sowieso lijken de geleerde briefschrijvers hier ‘antropomorfisme’ als wetenschappelijk uitgangspunt te verwarren met het gebruik van metaforen in wetenschapscommunicatie. Je kunt terecht bezwaar maken als je zegt dat nu bewezen is dat bots de menselijke stemming ‘paniek’ kennen, dat nu bewezen zou zijn dat je dus in paniek kunt raken als gevolg van logisch rekenkundige processen. Want dat is helemaal niet bewezen: er is immers ook de interpretatie mogelijk dat die paniek alleen maar ligt in de manier waarop mensen het gedrag van die bots interpreteren. Dat lijkt me wetenschappelijk meer solide. Absolute waarheid Maar in mijn ogen betekent dat niet dat een communicator als Klöpping niet zou spreken van paniek bij de bots. Sterker nog, het is heel lastig om over deze vrij ingewikkelde gang van zaken te praten zonder beeldspraak te gebruiken die je aan menselijk gedrag ontleent. Dat is bovendien de manier waarop mensen al sinds mensenheugenis over hun apparaten praten: mijn grasmaaier heeft er vandaag geen zin in, stom ding! Of: deze beleidsmaatregel vermoordt iedere lust tot intiatief. Je bespreekt iets vrij onbegrijpelijks in termen van iets waar je wel een intuïtie over hebt. En dan kun je wel zeggen dat er voor vermoorden twee levende wezens nodig zijn (een moordenaar met de intentie om te moorden en een ademend wezen dat met ademen ophoudt), en dat de beleidsmaatregel en de lust niet aan die voorwaarden voldoen, maar dan mis je het punt. Er is wel een ánder punt met die antropomorfische beeldspraak: dat mensen in het specifieke geval van kunstmatige intelligentie misschien geneigd zijn om die beeldspraak net te letterlijk te nemen – te vergeten dat we hier met apparaten van doen hebben waarop niet alles wat we over mensen denken zomaar van toepassing is. Daarover kun je best discussiëren. Maar het helpt volgens mij dan niet om te doen alsof één beeld van stemmingen – dat ze producten zijn van het biologische lichaam – zelf als absolute waarheid te stellen. Want ook daar valt best iets op af te dingen.

Foto: Bürger innen Begegnungs Zentrum, ChickSR - Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Genderinclusieve bewoners in Utrecht

Hoe zorg je dat je als je praat over mensen niet stiekem alleen over mannen praat? Dat je als je beweert dat elk zijn uil een valk meent te zijn, niet lijkt te beweren dat alleen mannen zich druk maken over hun uilen, ondanks dat zijn? Een van de wonderlijke kenmerken van de discussie over dat soort taalgebruik is dat het minstens voor een deel cultureel bepaald lijkt te zijn over welke woorden men discussieert. Een heftig gebied van discussie op dit vlak in Nederland en menig ander Noord-Europees taalgebied gaat over voornaamwoorden, zoals zijn en hij. In het Spaans en het Italiaans, die toch waarlijk ook voornaamwoorden hebben, wordt die discussie nauwelijks gevoerd. Daar gaat het eerder over uitgangen van naamwoorden: bell@ ragazz@, als het er niet toe doet of je het over een jongen (bello ragazzo) of een meisje (bella ragazza) hebt.

Bovendien komen verschillende talen soms ook op verschillende oplossingen uit. Terwijl men in het Duits alweer geruime tijd vormen gebruikt als Professor*Innen om aan te geven dat men het over mannelijke én vrouwelijke hoogleraren heeft, wordt in het Nederlands meestal de voorkeur gegeven aan professoren – de vorm die ook wel als mannelijk geldt, wordt als vrouwelijk gebruikt.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Quote du jour | Nederland en long covid

QUOTE - Soms is Nederland niet zo’n fijn land. Daar werd ik weer eens mee geconfronteerd toen ik dit fraaie artikel las, op Voxweb, het blaadje van de Radboud Universiteit. Het beschrijft hoe onze samenleving omgaat met mensen die aan long covid leiden, of die mondneusmaskers dragen omdat één van hun naasten lijdt aan long covid.

Omdat een nieuwe infectie klachten enorm kan verergeren, dragen veel mensen met long covid in het openbaar een mondmasker. ‘Mensen denken vaak dat ik een masker draag omdat ik zelf ziek ben,’ zegt Chowdhry. ‘Maar het is juist om te voorkomen dat ik een infectie oploop die ik door kan geven aan mijn partner. Een herinfectie kan hem nog zieker maken.’ Maar dit masker leidt tot veel onbegrip, merkt hij. ‘Ik krijg veel boze blikken als ik een masker opheb. Alsof mensen zich afvragen waar ik het lef vandaan haal. Terwijl diezelfde mensen snotterend en kuchend over straat lopen.’

Foto: Kari Alfonso on Pexels

Hoe woke zijn de opleidingen Nederlands?

In het reactiepaneel onder de stukken op deze site verschijnt de laatste tijd af en toe een gewaardeerde medewerker van dit tijdschrift die met een probleem worstelt. De letterkunde, vindt hij kennelijk, gaat nog maar over één ding: gender. Hij zou, schrijft hij, jonge mensen niet meer aanraden om zo’n door en door ideologisch vak, doordrenkt van identiteitsdenken, te gaan studeren.

Als dat zo is, moeten we het ook kunnen kwantificeren. Het is per slot van rekening een empirische vraag: wordt het curriculum overspoeld door (adem inhouden) woke? Dat is daarnaast ook nog eens een vraag die niet alleen deze medewerker bezighoudt, maar ook allerlei mensen buiten het vak: oh, geesteswetenschappen! Politiek correct! Dus ik ben maar eens gaan turven.

Laten we vooropstellen dat het niet zo verrassend is dat de Neerlandistiek een vak is dat over identiteit gaat. Het is van oudsher gegrondvest op identiteit – er is het idee dat je de Nederlandse taal en literatuur kunt afbakenen van andere talen en literaturen, en dat is een kwestie van identiteit (Nederlandstaligen zijn anders dan andere mensen). Bovendien is gender op dit moment het onderwerp van allerlei maatschappelijke discussie, dus het is ook niet gek dat mensen die beroepsmatig nadenken over identiteit, zich met dit onderwerp bezig houden. Maar misschien loopt het nu wel uit de hand?

Foto: Foto vanaf het strand in Lacaneau, Frankrijk, onder de rook van een bosbrand. Bron: Stefan Rahmstorf via BlueSky"

Is het belangrijkste risico van kantelpunten over het hoofd gezien?

In Nature stond onlangs een wat verontrustend commentaar (een pdf van het volledige stuk is hier te vinden) van Anders Levermann. Levermann is een ervaren klimaatonderzoeker, die verbonden is aan het gerenommeerde Potsdam-Institut für Klimafolgenforschung (PIK). Hij meent dat klimaatwetenschappers een mogelijk belangrijk aspect van het veranderende klimaat grotendeels over het hoofd zien: de mogelijkheid dat het klimaatsysteem in een periode van (snelle) veranderingen bepaald gedrag vertoont dat het in meer stabiele perioden niet heeft. Dat zou vooral (maar ik denk niet alleen) het geval kunnen zijn wanneer we in de buurt van kantelpunten komen, zoals die van de ijskappen van Groenland of West-Antarctica of het Amazonewoud.

Laat ik proberen om het wat duidelijker uit te leggen. We zitten in een periode van snelle klimaatverandering, die zo’n beetje bij de industriële revolutie begon, en die door zal gaan totdat onze netto-uitstoot van broeikasgassen zal stoppen. Of eigenlijk: tot een tijd daarna, want het duurt nog wel wat eeuwen tot alles weer redelijk in evenwicht is. Impliciet nemen we vrijwel altijd aan dat het klimaat in die periode van verandering eigenschappen heeft die ergens tussen die van het begin- en het eindpunt in liggen. Maar in het complexe, niet-lineaire klimaatsysteem hoeft dat niet het geval te zijn. Er kunnen eigenschappen zijn die karakteristiek zijn voor een veranderend klimaat. Zoals gezegd, vooral wanneer er delen van het systeem gaan kantelen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Immo Wegmann on Unsplash

De wereldwijde toename van hittestress door klimaatverandering

Grote delen van Europa hebben vroeg in deze zomer hittestress ervaren. Wat dat is en hoe het aanvoelt, zal ik dus niet hoeven uit te leggen. In veel landen, waaronder Nederland, werden temperatuurrecords voor juni gebroken, en in sommige landen werden zelfs temperaturen bereikt die daar nooit eerder waren gemeten. Onderstaand lijstje is afkomstig van de BBC.

Temperatuurrecords tijdens de hittegolf in Europa van juni 2026. Bron: BBC klik voor groter beeld

Hitte is een belangrijke oorzaak van weergerelateerd overlijden. Vooral ouderen en jonge kinderen zijn kwetsbaar, maar ook mensen die fysiek werk doen in de buitenlucht lopen een verhoogd risico op gezondheidsschade of zelfs overlijden. Er is bij hittegolven altijd een aanzienlijke oversterfte, maar toch wordt hitte zelden genoemd als doodsoorzaak in overlijdensrapportages. Mensen overlijden vaak door andere aandoeningen die door hitte worden verergerd, zoals hartfalen of astma. Precieze cijfers over het effect van hitte op mortaliteit zijn mede daardoor moeilijk vast te stellen.

De fysiologie van hitte

De biochemie in het menselijk lichaam is helemaal ingericht op een temperatuur van 37, 38 graden. Bij enkele graden meer of minder gaan er processen haperen, en daardoor kan er schade ontstaan. Duurt dat niet heel lang, dan kan het lichaam de schade vaak nog wel herstellen. Maar ergens houdt dat op. De meest kwetsbaren kunnen dat punt vrij snel bereiken. Dat is zeker zo wanneer het ’s nachts warm blijft. Hoge nachttemperaturen blijken het herstel te bemoeilijken, onder meer omdat we slechter slapen als het te warm is.

Foto: Illustratie uit het besproken artikel

Het scorebord van het gesprek

Een van de taalkundige ontdekkingen van de afgelopen vijftig jaar is die van de common ground, de ‘gemeenschappelijke basis’. Tijdens ieder gesprek moeten de deelnemers wel een soort scorebord bijhouden van waar ze het beiden over eens zijn. Dat is nodig zodat ze elkaar niet allerlei dingen vertellen die al eerder aan de orde zijn gekomen, maar ook omdat ze elkaar aan het gezegde kunnen houden. Als ik tegen jou zeg dat er geen brood in huis is, en jij komt terug met een halfje bruin, mag je mij erop aanspreken als de broodtrommel vol zit. En zo moeten we allebei een lijst bijhouden van zaken die we waarschijnlijk samen weten.

Belangrijk voor die gemeenschappelijke basis is het begrip ’taaldaad’. Een verse wethouder die zegt ‘Dat verklaar en beloof ik’, gaat daarmee juridische verplichtingen aan, en als hij vervolgens zegt ‘hiermee open ik de vergadering’ is de bijeenkomst van karakter veranderd. Met elke zin die je uitspreekt doe je iets, verander je de wereld een klein beetje. Als ik beloof jou 10.000 euro te geven voor dat oude schuurtje, haal ik me verplichtingen op de hals. Als ik zeg dat het een lekker weertje is, leg ik contact.

Weg smijten

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: De Wikipedia Denker - gemaakt met ChatGPT

Alle wegen in Wikipedia leiden naar het weten

Ik weet een spel met Wikipedia. Kies een willekeurig artikel, klik op de eerste link in de lopende tekst, vervolgens op de eerste link van de pagina waar je dan belandt, en zo door. Je mag steeds alleen de eerste link gebruiken. Op de Engelse Wikipedia gebeurt er al sinds jaar en dag iets opmerkelijks: bijna elk artikel komt vroeg of laat uit op één en dezelfde pagina — Philosophy. Een Wikipediaan ontdekte het verschijnsel omstreeks 2011. Het gold toen voor meer dan negentig procent van de artikelen bij Philosophy, en in 2016 zelfs voor ongeveer 97 procent.

De verklaring is waarschijnlijk dat de eerste link van een artikel meestal verwijst naar een iets algemener begrip. Het artikel over de hond leidt naar ‘zoogdier’, dat naar ‘dier’, dat naar ‘organisme’, en zo klim je stap voor stap van het concrete naar het abstracte, tot je bij het meest abstracte begrip van allemaal aankomt — en dat is kennelijk de wijsbegeerte. Het spel legt zo een soort verborgen ladder bloot: een rangorde van begrippen die de hele Engelstalige encyclopedie ongemerkt doortrekt.

Maar dat geldt niet voor alle talen. Het Duits, Frans en Russisch lijken weliswaar op het Engels, maar het Italiaans komt vaker uit bij psychologie; sommige Oost-Aziatische edities belanden eerder bij ‘mens’ of ‘aarde’, en het Japans vertoont helemaal geen duidelijke convergentie. Elke taaleditie heeft haar eigen voorkeursbestemming. Ook het Nederlands zou afwijken, aldus het Wikipedia-artikel over het fenomeen. Daar werd ik weethebberig van: waar leidt de Nederlandstalige Wikipedia dan wél naartoe?

Foto: Laryngoscopy Public domain, via Wikimedia Commons

Hoe gender klinkt

COLUMN - Een van de genoegens van de oudere wetenschapper is dat je alles voor je ogen steeds ingewikkelder ziet worden. Neem gender. Ik herinner me nog onderzoek van zo’n dertig jaar geleden naar de vraag of mannen anders klonken dan vrouwen. Ja, was het interessante antwoord: mannen hebben gemiddeld bijvoorbeeld een lagere stem, maar dat kan niet alléén aan verschillen in lichaamsdeel liggen. Deels bleek het verschil namelijk cultureel bepaald: in sommige landen spreken de mannen lager en de vrouwen hoger dan in andere landen.

Gezien vanuit het heden was dit natuurlijk alleen maar een klein eerste barstje in het idee dat mannen mannen zijn en vrouwen vrouwen en dat daarmee alles gezegd is. Als het gaat over hoe iemand klinkt speelt natúúrlijk iemands lichaamsbouw mee – hoe groot het strottenhoofd is, hoe lang de mondholte, enzovoort – maar ook sociale identiteit. Soms praten vrouwen om hun vrouwelijkheid te tonen net wat vrouwelijker.

Stevige uitspraken

Inmiddels denken onderzoekers veel genuanceerder over dit soort dingen. Ze erkennen bijvoorbeeld dat er mensen zijn die zich niet in de tweedeling man-vrouw laten stoppen. En dat er verschillende manieren zijn om een indeling te maken: door het aan mensen zelf te vragen, door je te richten op het gender dat mensen bij de geboorte is toegekend, door mensen in een vragenlijst voor te leggen in hoeverre ze in eigen ogen aan ’typisch mannelijke’ of ’typisch vrouwelijke’ eigenschappen te voldoen, of in hoeverre ze in hun jeugd als jongetje of meisje werden opgevoed.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Kenneth Sørensen on Unsplash

Hij en zij in kinderboeken

ANALYSE - Is een paard een hij of een zij? Het hangt er maar vanaf. Wie zich aan het grammaticaal geslacht houdt, heeft het over het, want het is het paard. Maar wie een verhaaltje wil schrijven waarin het paard allerlei menselijke eigenschappen heeft – praten, verliefd worden op een ander paard, trek hebben in paaseitjes – is het aantrekkelijk om niet het te gebruiken, maar voornaamwoorden die je ook voor mensen zou gebruiken, zoals hij, zij, die of hen.

Maar welk kies je dan? Daarover gaat een onderzoek van de Amsterdamse taalkundigen Martje Wijers en Anna Mihlic, dat ze publiceerden in een tijdschrift met de zeer duidelijke titel Linguistics in Amsterdam. In het bijzonder keken ze naar vertalingen van kinderboeken vanuit talen waarin gender minder een rol speelt. Het Hongaars heeft bijvoorbeeld alleen maar gender-neutrale voornaamwoorden: niks hij of zij, alleen maar ő  dat voor mensen van alle genders staat.

Het Zweeds heeft wel equivalenten van hij, zij en hen, maar allerlei manieren om die minder frequent te gebruiken. Wijers en Mihlic citeren bijvoorbeeld het volgende zinnetje van kinderboekenschrijfster Sofia Chanfreau:

Vega skrattade såklart åt grizzlybjörnen som satt bredvid henne ochduschade med pälsenfull av skummigt schampo, inklämd i badkaret som var alldeles för litet.

Vertaald in het Nederlands is dat:

of waarom ze zo moest lachen (…). Om de grijze beer natuurlijk, die met zijn vacht ingezeept met shampoo in de badkuip zat, waar hij eigenlijk veel te dik voor was.

Foto: tabitha turner on Unsplash

Fouten en fraude in de wetenschap; waar gaat het mis?

Van rommelen met data tot volledige nepstudies: achter wetenschappelijke publicaties schuilt een wereld waarin integriteit soms ernstig onder druk staat. Waar gaat het fout? En belangrijk: hoe kan het anders?

Meer dan een rotte appel

Een berucht voorbeeld is de studie uit 1998 van Andrew Wakefield, waarin hij beweerde dat het BMR-vaccin autisme zou veroorzaken bij kinderen. De publicatie leidde wereldwijd tot onrust en voedde het wantrouwen tegenover vaccinaties. Later bleek de studie frauduleus: medische gegevens waren onjuist of misleidend weergegeven en sommige ontwikkelingsproblemen waren al vóór de vaccinatie vastgesteld.

Zo’n incident dat de kranten haalt, is opvallend maar vormt niet de kern van het probleem, legt Van Pelt uit. Wetenschappelijke fraude is niet als een paar rotte appels in een verder gezonde mand. Fraudegevallen zijn geen oorzaak maar eerder een symptoom van een structureel probleem. Daarbij gaat het niet altijd om regelrechte fraude. Vaker gaat het om zogenoemde Questionable Research Practices (QRP’s), zoals het selectief rapporteren of aanpassen van resultaten van een onderzoek.

Perverse prikkels

Volgens Van Pelt ligt een belangrijke oorzaak in de perverse prikkels van het systeem. Wetenschappers staan onder hoge druk: ze moeten publiceren, financiering binnenhalen en hun status als onderzoeker behouden. “Hoe meer geld je binnenhaalt, hoe meer kans je hebt op een carrière in de wetenschap”, aldus Van Pelt. Die constante prestatiedruk, vergelijkbaar met topsport, vergroot de verleiding om resultaten net iets gunstiger te presenteren. Statistische trucs toepassen of afwijkende resultaten achteraf verwijderen: het is sloppy science met het oog op resultaat.

Foto: Rijksmuseum, CC0, via Wikimedia Commons Hans Holbein, Bisschop en de Dood

Een zwart sprookje

De hoofdredacteur schreef toen hij nog jong was en niet der dagen zat, een grappig bedoeld zombiefeuilleton over onderzoekers die in managers veranderen en dan toch nog blijven rondlopen. Hij werkte toen nog niet aan de oostelijke universiteit, maar aan een westelijke. Het is nu ongeveer tien jaar geleden dat hij verhuisde, en op een universiteit aankwam waar tot zijn verrassing allemaal mensen werkten, van vlees en bloed.

Wel vroegen de mensen van de oostelijke universiteit of hij nu ook over hen ging schrijven, maar de hoofdredacteur zag daar geen enkele noodzaak toe.

Het was ook een beetje een malle universiteit, omdat er bisschoppen in de Raad van Toezicht zaten kon je haar niet echt serieus nemen, van die ongehuwd samenwonende mannen in het bestuur die zich druk maakten over de vraag of deze of gene wel een bestuurder kon worden als ze ongehuwd samenwoonde. Er ontstond wel uiteindelijk een heel conflict omdat in het bestuur ook voormalige VVD’ers zaten die juist vonden dat de ongehuwd samenwonende vrouw de enig juiste persoon was voor deze belangrijke functie. Het conflict tussen bisschoppen en VVD’ers sleepte zich jarenlang voort terwijl de universiteit zichzelf bleef. Op de campus zag je nog steeds alleen maar mensen.

Volgende