Onderzoek in kommetjes

In 1986 opende een vestiging van McDonald’s bij de Spaanse Trappen in Rome. De Italiaanse journalist Carlo Petrini, protesteerde niet met spandoeken maar met kommen penne die hij uitdeelde aan voorbijgangers. Zo begon Slow Food, inmiddels een wereldbeweging met honderdvijftigduizend leden in honderdzestig landen — gebouwd op het besef dat we niet sneller moeten eten, maar beter. Nu is er Slow Science: een nieuw manifest, van begin dit jaar, die oproept tot een vergelijkbare omwenteling in de wetenschap. (De initiatiefnemers verwijzen expliciet naar de parallel met Slow Food.) Het nieuwe manifest is pan-Europees. Wat ze delen is een grondgedachte: dat versnelling een vijand is van kwaliteit. Die gedachte komt geen moment te laat, want de snelkookpan van de wetenschap staat op ontploffen. De wereldwijde productie van wetenschappelijke artikelen steeg van twee miljoen in 2010 naar 3,3 miljoen in 2022 — een groei van 65 procent in twaalf jaar. Verwacht wordt dat door de komst van kunstmatige intelligentie die stroom alleen maar toeneemt. En er zijn weinig aanwijzingen dat hiermee ook de groei van kennis toeneemt.. Een bekende studie in Nature uit 2023, gebaseerd op een analyse van 45 miljoen artikelen en 3,9 miljoen patenten over zes decennia, toonde aan dat die artikelen en patenten steeds minder ‘disruptief’ zijn. Ze bouwen voort op bestaand werk in plaats van het te vervangen. Steeds meer onderzoekers, steeds meer artikelen, steeds minder echt nieuw inzicht. Hoe komt dat? Het Slow Science Manifest wijst op een samenspel van factoren. Publicatiedruk maakt van onderzoekers lopende-bandarbeiders die hun cv vullen met in kleine plakjes uitgesneden onderzoek. Competitieve subsidierondes concentreren middelen bij een kleine groep, waardoor de rest van de wetenschap in chronische onzekerheid verkeert. Peer review wordt slordiger naarmate reviewers meer manuscripten moeten beoordelen, en de ongeschreven regels van het vak — je citatie-index, je impactfactor — belonen alles behalve langzaam en diep nadenken. Chatbots verergeren het probleem: ze maken het makkelijker om meer te publiceren, maar niet per se om meer te ontdekken. Je kunt daar pragmatisch op reageren: zo is de academische wereld nu eenmaal, en wie er niet in mee wil draaien, werkt maar ergens anders. Maar dat gaat voorbij aan wat wetenschap zou moeten zijn, de bijdrage die ze aan onze samenleving en ons aller leven kan leveren. Wetenschap is geen modern kantoorgebouw dat iedere paar jaar moet worden gesloopt en herbouwd. Ze is een kathedraal die steen voor steen verrijst, over generaties. De fundamenten van de kwantummechanica werden niet gelegd door onderzoekers die bezorgd waren over hun jaarlijkse output; Darwin publiceerde On the Origin of Species na twintig jaar dubben. Charles Goodyear besteedde meer dan een decennium aan gevulkaniseerd rubber voordat hij zijn doorbraak bereikte. een tijdsinvestering die, zoals chemicus Jean-François Lutz in Nature Chemistry opmerkte, in het huidige systeem ondenkbaar zou zijn, zoals er inmiddels al meerdere beschouwers van de wetenschap zijn die laten zien dat de grote geesten van vroeger niet meer in het systeem passen. Het Slow Science Manifest is niet het eerste dat dit punt maakt. In 2011 publiceerde een groep Duitse academici onder de naam Slow Science Academy een korter manifest, met de mededeling dat wetenschap tijd nodig heeft om te denken, te lezen en te falen. In 2018 kwam de Belgische filosofe Isabelle Stengers met Another Science is Possible, waarin ze betoogde dat de wetenschap is overgenomen door marktdenken. Het nieuwe manifest bouwt (langzaam!) op die traditie voort, maar is concreter in zijn programma: het richt zich expliciet tot geldverstrekkers, universiteiten, uitgevers en onderzoekers zelf. Iemand die zichzelf slow noemt, is misschien niet in staat tot revolutie. Maar misschien is die wel nodig, zolang het systeem zichzelf in stand houdt. Een individuele jonge onderzoeker die besluit om minder te publiceren en langer na te denken, pleegt in veel vakgebieden carrièrezelfmoord, tenzij beoordelingscommissies meeveranderen. Het manifest erkent dit probleem en roept daarom vooral mensen met vaste aanstellingen op om het voortouw te nemen. En toch. Er is iets wezenlijks verschoven in het wetenschappelijke zelfbewustzijn van de afgelopen jaren. De tekenen zijn overal: in de discussie over de replicatiecrisis, in de groeiende scepsis over bibliometrische maatstaven, in het feit dat steeds meer onderzoekers openlijk zeggen dat het systeem ze kapotmaakt. Het Slow Science Manifest is geen revolutie. Het is een symptoom van een breed gedragen onbehagen en hopelijk een eerste stap naar iets beters. Of het genoeg is? Het gesprek voeren is in ieder geval een begin. En soms begint verandering bij het uitdelen van kommetjes penne.

Foto: John Tenniel, Public domain, via Wikimedia Commons Alice and the Red Queen

Wat zou wiskunde hier überhaupt kunnen toevoegen?

Verhalen maken de biologische wetenschap

Het was een goed idee van de redactie van Nederlandse letterkunde om een themanummer te maken over de manier waarop er in andere vakken wordt omgegaan met literatuur. Het leverde onder andere een pakkend artikel op van Johannes Müller over het gebruik van verhalen in de biologie.

De biologie is onder de natuurwetenschappen een beetje een uitzondering. Ze komt voort uit een vak dat ‘natuurlijke historie’ werd genoemd en dus alleen al in die naam een verband legde met de geesteswetenschappen. Bovendien blijkt het veel lastiger om het gedrag van mieren of mensapen in wiskundige formules te vangen dan dat van elektronen of waterstofmoleculen. De wereld is op het niveau waarop ze tot leven komt toch net iets te rommelig voor precieze deterministische modellen. En dus, schrijft Müller, is het verhaal altijd een rol blijven spelen in de wetenschap.

Een prominent recent voorbeeld is de theoretisch bioloog Stuart Kaufmann die in zijn boek A world beyond physics: the emergence and
evolution of life
 (2019) de grenzen van de wiskundige modeleerbaarheid aanwijs. Müller:

In een verhalende beschrijving van hoe de eerste levensvormen bepaalde ecologische niches veroverden en creëerden laat Kauffman de proto-cellen Sly, Gus, Patrick en Rupert optreden om uit te leggen hoe verschillende organismen op elkaar aangewezen zijn en de voorwaarde zijn voor elkaars bestaan. De verhalende vorm van deze beschrijving is voor Kauffman cruciaal: ‘The story is pretty much all you have to know. What would mathematics do here at all?’

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Quote du Jour | definitiemacht

QUOTE - Professor Laura Batstra heeft voor het pedagogenblog pedagogiek.nu een interessant artikel geschreven over definitiemacht: de macht (van onder andere wetenschappers) om van zaken een definitie vast te stellen, waarmee vervolgens het denken over en het handelen in relatie tot deze zaken wordt gestuurd. Aanleiding is een subsidie-call voor onderzoek naar arme mensen:

Een zeer machtige definitiemacht is die van de instanties die grote sommen overheidsgeld verdelen over onderzoekers en onderzoeksgroepen. Met de inhoud van hun calls bepalen zij in sterke mate welk gedachtegoed geld en dus aandacht krijgt. Zo heeft verstrekker ZonMW (Zorg Onderzoek Nederland / Medische Wetenschappen) meerdere keren flinke impulsen gegeven aan het medicaliserende idee dat psychische stoornissen al vanaf jonge leeftijd huizen in mensen en dat vroege herkenning en behandeling erger kan voorkomen. Er is geen bewijs voor deze aanname, maar met vele tonnen onderzoeksgeld is het stoornisdenken wel extra versterkt in onderzoek en samenleving.

En nu is er de call van een andere subsidie-gigant, de NWO (Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek): “Het brein achter gezinskeuzes: inzichten voor gezondheid en gelijke kansen”, welke ook weer maatschappelijke problemen individualiseert. NWO stelt  €7.250.000 beschikbaar voor wetenschappers om oorzaken en oplossingen voor stresserende omstandigheden te definiëren op het niveau van het individu, die moet namelijk leren om onder stress toch verstandige keuzes te maken: “Door beter te begrijpen hoe hersenprocessen besluitvorming sturen, kunnen we interventies ontwikkelen en systematisch testen die gezinnen helpen gezondere, veiligere en kansrijkere keuzes te maken, nu en in de toekomst.”

Foto: "Bloggers hard at work at Youth For Change" by DFID - UK Department for International Development is licensed under CC BY 2.0

Bloggers parodiëren met kunstmatige intelligentie

Een tijdje geleden bezweek Neerlandistiek bijna onder de belangstelling van kunstmatige intelligentie. Zoveel chatbots kwamen ons bezoeken dat de mensen er af en toe niet meer doorheen kwamen. Ondertussen zijn er wat maatregelen genomen waardoor het wat rustiger is, in ieder geval voor de mensen, maar ik bleef zitten met de vraag: wat leren die chatbots er eigenlijk van?

Dus vroeg ik zelf aan kunstmatige intelligentie (Claude) om op basis van een stuk of vijftig blogposts – sommige van Neerlandistiek, andere van de eigen blogs, maar allemaal openbaar toegankelijk – rapporten te maken over enkele van mijn favoriete bloggende neerlandici. Hier is een korte karakterisering van sommige van hen. Ik geef het ongewijzigd weer (ook de volgorde heb ik door de chatbot laten bepalen):

Louise Cornelis — Nuchtere tekstvakvrouw die hardop nadenkt over haar vak en daar altijd een praktische les uit trekt. Kort, conversationeel, Zeeuws-onderkoeld, met een scherp oog voor taal in het wild.

Robbert-Jan Henkes — Vertaler die hardop twijfelt over het ene woord dat niet mee wil. Associatief, geestig, met een zwak voor het onvertaalbare.

Marc Kregting — Melancholische essayist die elke zin laat vertakken tot hij verdwaalt, en dat verdwalen tot methode verheft. Lang, erudit, cultuurkritisch, met een ondertoon van weemoed.

Marita Mathijsen — Enthousiaste geleerde die bij een glas wijn vertelt wat ze in het archief vond. Verhalend, warm, precies, met de spanning van een detective en de ontroering van iemand die van haar onderwerp houdt.

Nicoline van der Sijs — Etymoloog die woorden laag voor laag afpelt, van het heden terug naar de zeventiende eeuw en verder, met uitstapjes naar het Koreaans en het Russisch. Encyclopedisch, precies, licht verwonderd, nooit uitverteld.

Foto: Anna Shvets on Pexels

Taalbeleid op twee benen

COLUMN - Met D66 kun je alle kanten op, als het om taalpolitiek gaat. Tot een jaar of vijf geleden was de partij nog een groot voorstander van het Engels in het hoger onderwijs. Het kon bij wijze van spreken allemaal niet Engels genoeg, leve de grote kosmopolitische wereld waarin die taal ons, en met name onze universiteiten, zou laten opstijgen.

De laatste jaren leek dat omgeslagen: zoals alle andere partijen was D66 heel kritisch over de internationale instroom van studenten – die inderdaad ook soms uit de hand leek te lopen, in de zin dat de buitenlandse studenten soms geen woonruimte konden vinden en er tentenkampen moesten worden ingericht – en meende de partij dat dit kon worden verwerkelijkt door Engelstalige opleidingen aan banden te leggen.

Robbert Dijkgraaf kwam als het ware uit Princeton om hier als minister de basis te leggen van de Wet Internationalisering in Balans – een wet die overigens nog steeds niet in werking is getreden.

Ruim baan

We zijn nog maar een paar jaar verder, en inmiddels is de vlag weer heel anders gaan hangen. De nieuwe minister van OCW, Rianne Letschert, is al jaren een van de grote tegenstanders van het aan banden leggen van de verengelsing. Als bestuurder van de zeer internationaal ingestelde Universiteit Maastricht heeft ze zich er herhaaldelijk in heel duidelijke bewoordingen tegen uitgesproken. Daar komt bij dat de internationalisering van het hoger onderwijs sinds een paar jaar al niet meer zo’n onbeheersbaar probleem is dat nodig in balans moet worden gebracht. De aanwas aan internationale studenten is aanzienlijk afgenomen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Quote du Jour | Universiteit Groningen vrij van Big Tech

Nolda Tipping-Griffioen is initiatiefnemer van de nieuwe ambitie van de RUG: zij willen in 2030 los zijn van Big Tech. In december 2025 sprak ik hierover met haar, zij is sinds 1,5 jaar CIO en algemeen directeur IT bij de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Met groeiende verbazing volgde ze de nieuwsberichten over de geopolitieke ontwikkeling met betrekking tot digitale autonomie. Die verbazing zette ze om in actie: binnen de RUG bracht ze een ‘coalition of the willing’ bij elkaar waarmee ze samen een roadmap ontwikkelde die de universiteit binnen vijf jaar ambieert los te maken van Big Tech.

Foto: Jurist in de rechtbank - Artur Puls, 1890. Collectie Rijksmuseum-Amsterdam Public domain

Begrijpelijkheid is een vorm van retoriek

COLUMN - Lang hebben we gedacht dat ingewikkelde taal een manier was om macht te laten gelden, of in ieder geval gold als een vanzelfsprekend teken van expertise. Wie gezag had, sprak niet eenvoudig, en omgekeerd. Moeilijke woorden, lange zinnen en impliciete voorkennis waren signalen dat hier iemand sprak die het overzicht had, die zoveel geleerdheid had verworven dat zijn waarheid alleen nog met moeite ontsloten kon worden. In wetenschap, recht en bestuur was helderheid geen kernwaarde. Te veel eenvoud wekte argwaan: was wat je begrijpen kon wel de moeite waard?.

Als het ooit waar geweest is, is die tijd nu wel voorbij. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een artikel over klare taal in rechterlijke uitspraken in het Tijdschrift voor Taalbeheersing. De auteurs, Geerke van der Bruggen en Henk Pander Maat, onderzochten vaak genoemde tekstingrepen, zoals het vereenvoudigen van het taalgebruik, of uitleg verschaffen over juridische regels. Juridische leken lazen verschillende versies van echte rechterlijke uitspraken, zowel in civiele als in strafrechtzaken; daarna maten de onderzoekers niet alleen wat lezers begrepen, maar ook hoe zij de tekst ervaren hadden en of zij de beslissing accepteerden. Daarbij maakten de onderzoekers expliciet onderscheid tussen daadwerkelijk begrip (kun je antwoorden geven op vragen over de tekst) en ervaren begrijpelijkheid (heb je het gevoel dat je begrijpt – wat natuurlijk niet per se hetzelfde is).

Foto: Vitaly Gariev on Unsplash

De Hetero scene

COLUMN - Zaterdagavond, en onverwacht kwam ik terecht in de Hetero scene. Gamma, waar ik meestal voor mannen cruise maar opeens was daar het Hetero Gezin.

Couple holding pink balloons spelling the word love
Photo by Vitaly Gariev on Unsplash

Ik had andere homo’s er ook al over gehoord dat Gamma een goner was qua mannen oppikken bij de houtzagerij of gereedschappen afdeling, en dat extreemrechtse ontmoetingsplaatsen nu extreem goed scoorde. Maar dan in dorpse regio’s met de naam Slachteren enzo.

De Hetero scene. Meestal in het centrum van de stad. Waar veel winkels zijn. En eten. En hoewel ze fokken als konijnen, zijn er opvallend weinig veilige speelplekken voor kinderen daar. Weinig daycare in bedrijven ook. Zo blijft die business een patriarch met minder concurrentie van moeke de vrouw.

Met de minste kennis van minderheden ook, want hoewel menselijke emoties vrij identiek en universeel zijn is dat voor de hetero meerderheid een exotische gedachte.

Wat zou typisch dé hetero scene zijn, vraag ik mij dan af ? De gay scene lijkt al een uitgemaakte zaak voor die hetero’s, dat zijn feestende, dansende homo’s. Maar de hetero scene, hoe kan ik deze groep generaliserend en als een cliché apart zetten ?

Foto: Andrew Lvov on Unsplash

How NOT to sexually harass someone

Nu mannen geen vrouwen meer mogen stalken, of zomaar mogen aanraken, een vriendelijke pets op de billen, en een welgemeend compliment over haar borsten vanuit de wagen roepen ook niet meer kan, heerst er een grote verwarring onder mannen.

WAT MAG DAN NOG WEL ?

subtitle ▶️ cc

Closing Time | Sinterklaas en de Goede Veeg Piet

5 december is de dag dat kinderen helemaal opgefokt van de suiker of juist uitzinnig van woede een onschuldige ouder met een verantwoorde haverreep traktatie aanvallen, en tot pulp trappen. De haverreep dan, in de meeste gevallen.

Mijn pedagogisch advies is om uw kinderen op die dag zoveel mogelijk vol te proppen met suiker, en ja het is even afzien en breekbare spulletjes even aan de kant, máár er komt dan die verlossende suikercoma wat net zo goed werkt als een valiumpje in de limonade siroop.

Foto: "graf Annie M.G. Schmidt" by EddieBerman is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

De auteur staat op van de doden

Het onderzoeken van de taalvermogens van grote taalmodellen is inmiddels een heuse eigen industrie. Kunnen we teksten van chatbots herkennen? En zo ja, waar ligt dat dan aan?

We stuiten hier meteen op een pikant onderwerp: onderzoekers kunnen inderdaad verschillen vaststellen, maar tegelijkertijd lijkt het alsof menselijke lezers ongevoelig voor die verschillen zijn. Met andere woorden: computers lijken beter in het ontmaskeren van door computers geschreven teksten dan mensen. Hier zijn bijvoorbeeld twee recente artikelen (hier en hier) die min of meer dezelfde conclusies trekken. Chatbots schrijven over het algemeen wat formeler en daarnaast zijn ze geneigd wat meer informatie per vierkante centimeter te verwerken. Dat betekent dat ze bijvoorbeeld meer zelfstandig naamwoorden gebruiken – heel veel informatie zit in de zelfstandig naamwoorden – terwijl mensen percentueel wat meer lidwoorden, voorzetsels en andere betrekkelijk inhoudsloze woorden gebruiken. (Hier schreef ik over nóg een onderzoek meteen vergelijkbare conclusie.)

De verschillen zijn meetbaar, al zijn ze ook statistisch (niet iedere door een chatbot of door een mens gemaakte tekst is op deze manier te herkennen). Maar met het blote oog op te merken zijn ze nauwelijks.

Keurmerk

Desalniettemin hebben met name ervaren redacteuren wel het gevoel dat ze de verschillen kunnen ontdekken. Chatbottekst voelt gladder aan, en cliché-matiger. Gek zou dat ook niet zijn: chatbots zijn als het ware gemaakt om gladde en cliché-matige teksten te maken. In essentie doen ze niet anders dan steeds het meest voor de hand liggende woord te gebruiken, dat wil zeggen het woord dat in het corpus het vaakst voorkomt in deze context. Als veel mensen ‘op een mooie pinksterdag’ geschreven hebben, zal de computer na ‘op een mooie…’ geneigd zijn pinksterdag te schrijven.

Foto: Max Fischer on Pexels

Een achterhoedegevecht voor de eentaligheid

Het tij begint voorzichtig te keren. Waar het Nederlandse onderwijs de afgelopen decennia heeft gezucht onder een puur door de politiek afgedwongen eentaligheid – op school moest iedereen altijd en alleen maar Nederlands spreken, we waren toch potdorie in Nederland! – met rampzalige resultaten, begint men nu voorzichtig in te zien dat wat aandacht voor de realiteit – kinderen die thuis andere talen spreken hebben daarmee een enorm reservoir aan kennis dat we kunnen aanboren om hun Nederlands te verbeteren.

Maar onmiddellijk staan er dan mensen op die het negentiende-eeuwse ideaal van één volk heeft één taal niet willen opgeven. Zoals de psycholoog Iris Breetvelt in een stuk op Vakdidactiek Nederlands.

Alle middelen

De mensheid is op het grootste deel van de wereld op een volkomen natuurlijke manier meertalig – in veel samenlevingen in bijvoorbeeld Afrika spreekt iederéén meerdere talen en wisselt die moeiteloos af. Maar het gebruik van meer talen, vooral op school werd in de Nederlandse politiek sinds ongeveer het begin van deze eeuw vooral als probleem gezien – iets wat maar zou leiden tot alles waar iederee bang voor is, zoals “taalachterstand”, “achterstandswijken”, “risicoleerlingen”. Dat is allemaal gebaseerd op een zeer diep in de Nederlandse, in de Europese geest, gewortelde ideologie: dat één volk één taal moet hebben, en dat je als individu slechter af bent als je niet al je talen in alle mogelijke domeinen – van de keukentafel tot het katheder – kunt gebruiken.

Volgende