Om de huidige discussies en machtsstrijd over verduurzaming beter te begrijpen, is het behulpzaam twee ‘kampen’ of visies te onderscheiden.
Kamp A heeft de conclusie getrokken en aanvaard dat onze economie de ecologische grenzen heeft bereikt of zelfs heeft overschreden. In deze visie wordt de economische ontwikkeling nu in belangrijke mate belemmerd doordat de ‘milieugebruiksruimte’ op is.
Er ontstaat schaarste: makkelijk en goedkoop winbare natuurlijke hulpbronnen raken op, de veerkracht van ecosystemen is sterk afgenomen. Nieuwe economische kansen dienen zich in deze visie alleen maar aan indien niet langer naar klassiek financieel-economische winst wordt gestreefd, maar geïnvesteerd wordt in de bescherming en opwaardering van ecosystemen, behoud van het holoceenklimaat, en in hernieuwbare hulpbronnen.
Een toenemend aantal bedrijven omarmt deze visie, op grond van eigen inzichten en kennis, of uit verlicht eigenbelang: wie dat niet doet, loopt grote kans kopje onder te gaan. Is het niet doordat de noodzakelijke hulpbronnen en grondstoffen schaars en duur worden, waardoor de continuïteit van de onderneming gevaar loopt, dan is het wel doordat de samenleving eenvoudigweg geen license to operate meer gunt aan bedrijven die onvoldoende in planet en people investeren.
Kamp B vindt het idee van ecologische grenzen, beperkte veerkracht en schaarse hulpbronnen allemaal maar onzin. Hooguit wordt er een politieke lippendienst aan bewezen, maar in wezen is het beeld dat alle gemekker over natuur en milieu en klimaat en biodiversiteit een barrière is voor de Economische Groei Zoals We Die Altijd Gehad Hebben