Vorige week was ik bij de uitvaart van Otto van Verschuer, die bijna twintig jaar lang voorzitter was van de Raad van Beheer/Toezicht bij de Rabobank. Tijdens de kerkdienst memoreerde Herman Wijffels, destijds directeur, dat de toezichthouder standaard bij de directievergaderingen zat, weinig sprak, maar onmiddellijk in het geweer kwam zodra een directiebeslissing niet principieel in het belang van de klanten en de leden van de bank leek te zijn.
Tijdens koffie na afloop bedacht ik (en zeker niet als eerste) dat met dit soort mannen aan het roer de bankwereld nooit in een duikvlucht van hebzucht beland zou zijn. Ik betrapte mezelf zelfs even op een heimwee naar een aristocratisch management dat weliswaar ook goed voor zichzelf zorgde, maar tenminste niet de boel uit de vingers liet glippen. Waar ging het mis?
Me dat afvragend moest ik aan Patrick Bateman denken, de moordende bankier uit American Psycho. Bateman, als arrogant kind van de jaren tachtig, zou geen boodschap gehad hebben aan de mannen die toen nog de Rabobank bestierden. Ik vermoed dat het daar ergens is misgegaan. Een meedogenloos zelfzuchtige generatie kreeg een banksysteem in handen dat bij elkaar gehouden werd door aristocratisch plichtsbesef en vertrouwen. De spelregels waren niet bestand tegen de nieuwe spelers.