Verplichte keuze levert orgaandonoren op
Een gastbijdrage van Aurélien Baillon en Dennie van Dolder, gedragseconomen verbonden aan Erasmus School of Economics.
Nederland kampt met een groot tekort aan orgaandonoren. Op 1 januari 2011 stonden er 1300 mensen op de wachtlijst voor orgaantransplantatie. Belangenorganisaties pleiten voor een ander donorregistratie-systeem. Minister Schippers houdt vast aan het huidige systeem. Verplichte keuze kan uitweg bieden.
Het huidige donorregistratiesysteem in Nederland is een opt-in systeem. Dit houdt in dat een burger na overlijden geen donor is, behalve als hij of zij hiervoor expliciet toestemming heeft gegeven. De meeste Europese landen hanteren een opt-out systeem. Dat komt erop neer dat elke burger donor is behalve wanneer hij of zij hier expliciet bezwaar tegen heeft gemaakt.
Belangenorganisaties zijn ervan overtuigd dat het opt-out systeem tot meer donaties leidt en pleiten voor een stelselwijziging. Minister Edith Schippers van Volksgezondheid heeft onlangs tot grote ergernis van de deze organisaties gekozen voor behoud van het huidige opt-in systeem. Ze gebruikt daarvoor twee argumenten. Een opt-out systeem zou het recht op zelfbeschikking schaden en er zou twijfel bestaan over de effectiviteit ervan. De minister kiest daarom voor een verbetering van de praktische uitvoering van het bestaande systeem. En voor een voortzetting van de wervingscampagnes.


In hun boek
Wie langs de Amsterdamse grachten wandelt en goed kijkt naar de portieken van de monumentale panden, kan de sociale ongelijkheid van vroegere tijden herkennen. De mooie grote deur, te bereiken met een statige trap, die was voor de rijke bewoners van deze panden. Onder de trap is er vaak een kleiner deurtje te vinden. Dit deurtje leidt naar de oorspronkelijke vertrekken van het huishoudpersoneel. Ruim een eeuw geleden was het gebruikelijk dat het gegoede gezin er een scala aan huishoudelijk personeel op nahield. Niet omdat man en vrouw buitenshuis werkten, maar als teken van welstand.
Nog te vaak worden mensen met een verstandelijke beperkinig in hun vrijheid beperkt en wordt er onvoldoende gekeken naar het perspectief van de cliënt. De afgelopen twee weken werd heel Nederland geconfronteerd met
Turks-Nederlandse jongeren die het sterkst gericht zijn op de Turkse cultuur richten zich óók het sterkst op de Nederlandse cultuur. Dat valt te merken aan het gemengde taalgebruik; de grens tussen beide talen lijkt soms verdwenen. Deze bevindingen werpen een verrassend licht op de discussie over integratie.