Hoe parkeerbeleid een inkomensfilter wordt
De discussie over betaald parkeren en vergunningen wordt meestal gevoerd in termen van leefbaarheid en schaarse openbare ruimte. Dat zijn verdedigbare uitgangspunten. In veel grote steden bestaat daarom een regeling die doorgaans POET heet: Parkeren Op Eigen Terrein. Die regeling is ingevoerd om misbruik van goedkope bewonersvergunningen tegen te gaan, bijvoorbeeld door commerciële voertuigen of door huishoudens die feitelijk al over een privéparkeerplek beschikken.
Wat op papier een redelijke parkeermaatregel lijkt, krijgt in de praktijk regelmatig het karakter van een inkomensfilter. Dat wordt zichtbaar in Kortenbos, een Haagse wijk waar parkeerbeleid steeds minder draait om ruimte en steeds meer om betaalbaarheid. Hier zie je wat er gebeurt wanneer beleidsdoelen worden doorvertaald zonder rekening te houden met de sociale realiteit. Kortenbos kent relatief veel sociale huur en bewoners met beperkte financiële marges.
De POET-regeling was nadrukkelijk niet bedoeld om mensen die sociaal huren hun auto af te nemen of om mobiliteit afhankelijk te maken van inkomen. Toch is dat precies wat hier dreigt te gebeuren. Sociale huurders die eerder voor minder dan honderd euro per jaar een parkeervergunning hadden, verliezen die vergunning onder POET. De reden is dat hun woning administratief gekoppeld is aan een nabijgelegen parkeergarage. Daarmee vallen zij buiten het regime van betaalbaar bewonersparkeren en worden zij geconfronteerd met commerciële tarieven. Die worden als ‘schappelijk’ gepresenteerd, terwijl zij in de praktijk oplopen tot ongeveer duizend euro per jaar, tien keer meer dan daarvoor.