Joost

2.827 Artikelen
2.840 Waanlinks
25.684 Reacties
Achtergrond: Kordite (cc)
Technisch opperhoofd en voorzitter van Sargasso, wat in de praktijk betekent dat hij nog geen zak te zeggen heeft :).

Developt (?) zich in het dagelijks leven het ongans en heeft veel te veel ideeën om uit te voeren. Daarom helpt Chat (zie boven) hem tegenwoordig vaak een handje zodat er toch nog af en toe een stukje verschijnt.
Foto: Ahmed Zayan on Unsplash

Het coalitieakkoord: vooral VVD

Dit akkoord is in veel opzichten precies wat je van D66 mag verwachten wanneer het vooral door rechtse partijen wordt omringd: progressieve taal, institutionele zorgvuldigheid en morele accenten, maar verpakt in een beleidsstructuur die fundamenteel liberaal blijft. D66 mag het verhaal menselijker maken, maar niet richtinggevend, en de partij laveert handig mee met rechts beleid. Als je had gehoopt op iets meer tegenwicht tegen marktdenken, dan kom je bedrogen uit.

Wie het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA leest, kan zich laten meeslepen door woorden als ‘samen’, ‘vertrouwen’, ‘gemeenschapszin’ en ‘kansen voor iedereen’. Het klinkt als een kabinet dat de scherpe randjes van de afgelopen jaren wil bijvijlen. Alsof drie partijen elkaar in het centrum van de macht hebben gevonden en daar gezamenlijk een nieuw sociaal contract hebben gesmeed. Wie iets langer leest, ziet iets anders.

Dit akkoord is in de kern geen compromis tussen drie gelijkwaardige visies. Het is een liberaal programma met wat progressieve correcties en een christendemocratische strik erop. De motor draait op VVD-brandstof. D66 mag af en toe bijsturen. Het CDA mag zorgen dat niemand zich helemaal verlaten voelt.

De economie als moreel kompas
Vrijwel elk sociaal probleem in dit akkoord wordt vertaald naar een economisch vraagstuk. Armoede wordt een participatieprobleem. Wonen wordt een aanbodprobleem. Integratie wordt een arbeidsmarktprobleem. Onderwijs wordt een productiviteitsprobleem. Zelfs bestaanszekerheid wordt uiteindelijk gekoppeld aan inzetbaarheid.

Foto: gokhan polat on Unsplash

Yay! Het nieuwe kabinet gaat ‘aan de slag’!

Je hebt kabinetsmotto’s en kabinetsmotto’s. Van de weidse ambitie van “Samen werken, samen leven” tot de technocratische mildheid van “Bruggen slaan”, de taal van kabinetten probeerde altijd iets groots te suggereren. Besturen als morele missie. Politiek als verheven project.

En toen kwam: “Aan de slag”. Yay.

Geen belofte. Geen toekomstvisie. Geen samen. Geen vertrouwen. Geen verantwoordelijkheid. Alleen dit. Een zin die ook op een bouwbord langs de A7 had kunnen staan. Of op een vergeeld A4’tje in een buurtcentrum. Of op een koffiemok van een middelmatig consultancybureau.

“Aan de slag”. Alsof Nederland een half afgemonteerde Billy-kast is en iemand eindelijk heeft besloten de inbussleutel te pakken. Met frisse tegenzin uiteraard.

Managementtaal op zijn kaalst
Eerdere kabinetten probeerden het nog. “Samen werken, samen leven” wilde harmonie uitstralen. “Vrijheid en verantwoordelijkheid” probeerde ideologie te verkopen als morele noodzaak. “Vertrouwen in de toekomst” was waarschijnlijk een collectief verzoek om vooral niet te kritisch te kijken naar wat er in het nu misging. “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst” was bestuurlijke multitasking in één zin.

Allemaal vaag. Allemaal leeg. Allemaal marketing. Natuurlijk. Maar ze deden tenminste nog alsof er een idee achter zat.

“Aan de slag” doet dat niet eens meer. Dit is managementtaal in zijn meest uitgeklede vorm. Geen verhaal, geen kader, geen richting. Alleen activiteit. Beweging. Drukte. Iets doen. Maakt niet uit wat.

De formatie: titel kabinet gezocht!

Rob Jetten, de komende premier namens D66, erkent dat de formatie van het nieuwe kabinet met VVD en CDA (nog) niet rond is, vooral omdat de financiële knopen nog niet zijn doorgehakt. Maar de titel van het kabinets- en regeerakkoord staat al wel vast zei Jetten, zonder die titel te onthullen.

Voor de lezers van Sargasso een uitnodiging: denk mee over wat die titel zou kunnen zijn. Wat vangt zo’n toekomstig minderheidskabinet eigenlijk? Hoe vat je, in een paar woorden, de politieke smurrie samen waar Jetten, Yesilgöz en Bontenbal zich door worstelen? Suggesties zijn welkom, meerdere per persoon, prijs: eeuwige roem (of iets wat erop lijkt).

Foto: Greenland in the late 19th-early 20th century. View over the Tasiusaq-bay. The photographer in the foreground. Photo: Th. N. Krabbe 1889-1909.

Groenland als excuus, Oekraïne als wisselgeld

Donald Trump voert twee lijnen die elkaar inhoudelijk uitsluiten, al worden ze door zijn aanhang gepresenteerd als één samenhangende visie. Aan de ene kant klinkt de claim dat de Verenigde Staten Groenland zouden moeten “veiligstellen”, desnoods via militaire annexatie, omdat het eiland strategisch cruciaal zou zijn in een wereld waarin Rusland agressiever opereert en het Noordpoolgebied militariseert. Groenland als buffer, als vooruitgeschoven radarpost, als onmisbare schakel in de verdediging van de VS. Veiligheid, dreiging, realpolitik.

Aan de andere kant staat zijn houding tegenover Oekraïne. Daar verdwijnt diezelfde veiligheidslogica plotseling als sneeuw voor de zon. Oekraïne mag volgens Trump best territorium inleveren, moet vooral stoppen met “zeuren” en vormt eerder een last dan een frontlinie om datzelfde Rusland waar de VS zo bang voor zegt te zijn te stoppen. Russische expansie wordt daar behandeld als een regionaal ongemak, iets waar de Verenigde Staten hun vingers liever van aftrekken. De boodschap is helder: solidariteit eindigt waar het politiek onhandig wordt.

Die twee posities laten zich lastig combineren zonder flinke intellectuele gymnastiek. Wie werkelijk gelooft dat Russische machtsuitbreiding een existentiële dreiging vormt, kan Oekraïne onmogelijk reduceren tot een bijzaak die wél aan Rusland overgeleverd kan worden. Oekraïne ligt letterlijk aan de rand van Europa en functioneert als barrière tegen verdere Russische invloed. Groenland ligt strategisch interessant, zeker, al vormt het vooral een lange-termijnfactor in arctische machtsprojectie, die prima – misschien nog wel beter – kan worden verdedigd door alle landen die er omheen liggen, en ik noem maar wat, het bondgenootschap dat al zeggenschap heeft over het eiland. Wie veiligheid serieus neemt, begint daar waar de dreiging vandaag concreet is, niet bij hypothetische scenario’s over zeeroutes over twintig jaar.

Foto: mark6mauno (cc)

Wie houdt de VS in bedwang?

Met alle ontwikkelingen op het politieke wereldprobleem vraag je je onwillekeurig af wie de ‘nieuwe geallieerden’ zullen zijn die de VS in bedwang gaan houden als het allemaal echt fout gaat. Maar wie daar vandaag naar zoekt, vertrekt eigenlijk al vanuit een historisch beeld dat misleidend is. De geallieerden van de Tweede Wereldoorlog bestonden voor die oorlog ook al niet als vanzelfsprekend ‘moreel’ blok. Ze ontstonden pas toen neutraliteit onhoudbaar werd en de kosten van afzijdigheid hoger lagen dan die van handelen. Daarvoor waren het losse staten met overlappende belangen, geen hecht front. Dat gegeven maakt de vergelijking met nu ongemakkelijk actueel.

Maar in de jaren dertig waren er in elk geval staten die Duitsland op papier de baas konden. Groot-Brittannië en Frankrijk beschikten samen over legers, industrie en imperiale middelen die Duitsland hadden kunnen afremmen of vroegtijdig hadden kunnen verslaan, mits ze bereid waren die macht in te zetten. De Verenigde Staten stonden erbuiten, maar vormden een potentiële overmacht die iedereen kende. Het probleem lag niet in een gebrek aan capaciteit, maar in terughoudendheid, verdeeldheid en uitstel.

Dat onderscheidt die periode fundamenteel van het heden. Vandaag ontbreekt een vergelijkbare constellatie. Er is geen groep staten die, zelfs theoretisch, de Verenigde Staten kan corrigeren of indammen. Europa wordt vaak genoemd, en tegelijk is duidelijk waarom dat niet werkt. Militair blijft het afhankelijk. Politiek opereert het gefragmenteerd. Economisch weegt voorzichtigheid zwaar. Op papier bestaat er geen Europese macht die de VS aankan, zelfs niet collectief.

Foto: IoSonoUnaFotoCamera (cc)

Vrede als eenmanszaak

Trumps Board of Peace is wat er gebeurt wanneer zelfoverschatting een kindje met zichzelf probeert te krijgen. Het handvest (hier te vinden) van de nieuwe organisatie leest niet als een vredesinitiatief, maar vooral als een handleiding voor persoonsverheerlijking. Vrede, zo lezen we, vraagt geen instituties, geen checks, geen tegenspraak. Vrede vraagt één man. En die man heet Donald J. Trump.

En hij heeft een rol, nou ja, één? Hij is voorzitter, scheidsrechter, poortwachter en eindstation tegelijk. Geen tijdelijk ambt dat hem overstijgt, geen functie die zonder hem bestaat, maar een positie die zo is ontworpen dat de organisatie wel om hem heen moet draaien. Zijn naam staat vastgeschroefd in de tekst alsof vrede persoonsgebonden is en zijn rol is overdraagbaar via aanwijzing. Internationale organisaties horen mensen te overleven. Deze organisatie heeft moeite met ademhalen zodra Trump zijn pen neerlegt. Dat is geen bestuur, dat is een eenmansshow met met een reglement dat applaus afdwingt.

De raad mag stemmen, vergaderen, praten. Maar daarna beslist Trump en daarvoor ook. De voorzitter keurt besluiten goed, interpreteert ze, herziet ze en ontbindt het hele circus wanneer hij daar zin in heeft. Opvolging regelt hij zelf. Dat heet in andere contexten absolute macht, hier heet het pragmatisme. Bureaucratie is slecht, dus vervangen we haar door willekeur. Een nieuw soort monarchie.

Video du Jour | ‘We bevinden ons midden in een breuk, niet in een overgang’

VIDEO - De premier van Canada, Mark Carney hield een interessante speech tijdens het World Economic Forum, waarin hij kritisch kijkt naar onze allianties en samenwerkingen uit het verleden en in het heden, en feitelijk oproept tot een nieuwe wereldorde, zonder de VS. Hij noemt Trump’s Amerika niet bij naam, maar het is duidelijk over wie hij het heeft. Hieronder de toespraak, en daaronder de integrale vertaling, minus wat borstklopperij over wat Canada allemaal doet. Wil je ook dat lezen? Hier is de hele speech te downloaden.

Foto: Azzedine Rouichi on Unsplash

De formatie: “stabiliteit” als hoogste waarde, maar voor wie?

De berichtgeving over de afsplitsing bij de PVV legt een duidelijke prioriteit bloot. In analyses verschijnt stabiliteit als doorslaggevend criterium. Het woord “kansen” valt snel, alsof het ontstaan van deze nieuwe fractie vanzelf al vooruitgang betekent. Inhoud volgt later, zo lijkt het. Of verdwijnt misschien zelfs wel naar de achtergrond.

Die framing wordt expliciet gemaakt door Rob Jetten, die zoals gezegd stelt dat de nieuwe fractie kansen biedt. Er komt een opvallend onderscheid bovendrijven: het probleem met de PVV lijkt misschien uiteindelijk minder te liggen bij haar standpunten dan bij de onvoorspelbaarheid van haar leider. Dat oordeel geldt, zo lijkt het, ook binnen D66. De PVV geldt daarmee als ongeschikt door haar vorm, niet door haar inhoud. Zodra de factor Wilders wordt afgezwakt, komt samenwerking binnen bereik. Jetten vraagt zich voor de vorm nog wel even af welke koers de nieuwe fractie gaat varen, maar die vraag kan hij zelf ook wel beantwoorden.

Dus kansen? Welke kansen zijn dat precies? En voor wie? Het antwoord op de vraag lijkt procedureel: onderhandelingsmacht in een minderheidsconstructie. Dat klinkt bestuurlijk volwassen en rationeel. Het blijft tegelijk leeg. Procedure wordt doel. Het parlementaire schaakbord verschuift en dat heet winst. het zijn in ieder geval geen kansen voor de rechtsstaat en voor al gemarginaliseerde groepen, want over de richting gaat het niet.

Foto: "Mini parkeren" by ianus is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

Hoe parkeerbeleid een inkomensfilter wordt

De discussie over betaald parkeren en vergunningen wordt meestal gevoerd in termen van leefbaarheid en schaarse openbare ruimte. Dat zijn verdedigbare uitgangspunten. In veel grote steden bestaat daarom een regeling die doorgaans POET heet: Parkeren Op Eigen Terrein. Die regeling is ingevoerd om misbruik van goedkope bewonersvergunningen tegen te gaan, bijvoorbeeld door commerciële voertuigen of door huishoudens die feitelijk al over een privéparkeerplek beschikken.

Wat op papier een redelijke parkeermaatregel lijkt, krijgt in de praktijk regelmatig het karakter van een inkomensfilter. Dat wordt zichtbaar in Kortenbos, een Haagse wijk waar parkeerbeleid steeds minder draait om ruimte en steeds meer om betaalbaarheid. Hier zie je wat er gebeurt wanneer beleidsdoelen worden doorvertaald zonder rekening te houden met de sociale realiteit. Kortenbos kent relatief veel sociale huur en bewoners met beperkte financiële marges.

De POET-regeling was nadrukkelijk niet bedoeld om mensen die sociaal huren hun auto af te nemen of om mobiliteit afhankelijk te maken van inkomen. Toch is dat precies wat hier dreigt te gebeuren. Sociale huurders die eerder voor minder dan honderd euro per jaar een parkeervergunning hadden, verliezen die vergunning onder POET. De reden is dat hun woning administratief gekoppeld is aan een nabijgelegen parkeergarage. Daarmee vallen zij buiten het regime van betaalbaar bewonersparkeren en worden zij geconfronteerd met commerciële tarieven. Die worden als ‘schappelijk’ gepresenteerd, terwijl zij in de praktijk oplopen tot ongeveer duizend euro per jaar, tien keer meer dan daarvoor.

Crisis in de PVV

Zeven van de 26 PVV-kamerleden stappen op en beginnen een eigen fractie. Ze zijn boos over de door Wilders zelf veroorzaakte uitsluitingen en willen meer democratie in de partij. Iets goeds? Of alleen maar een opmaat naar nog extremer rechts?

Foto: Matt Allworth (cc)

Goedkopere pillen voor Amerika! En Europa betaalt

Donald Trump heeft een plannetje om medicijnen in de VS goedkoper te maken, even eenvoudig als briljant: laat de EU meer betalen, dan kan die extra winst worden ingezet om Amerikaanse prijzen te drukken. Een soort Mexicaanse muur en deze keer lukt het wél om een ander de rekening te laten voldoen. Althans, dat is het idee, want wie in Europa vasthoudt aan prijsafspraken via zorgbeleid, kan – goh – sancties en importheffingen verwachten. Het bekende frame wordt weer afgestoft: Europa lift mee op Amerikaanse patiënten die de hoofdprijs betalen.

Die redenering rammelt natuurlijk aan alle kanten. Farmaceuten draaien ook in Europa stevige winsten. Lager dan in de VS, zeker. Onvoldoende om rendabel te blijven? Geen moment. Grote concerns rapporteren stabiele omzetten en gezonde marges. Reuters beschrijft zelfs hoe dezelfde bedrijven actief proberen Europese prijzen verder op te drijven, terwijl de winstgevendheid al ruimschoots op orde is.

Het werkelijke verschil zit elders. Europese landen behandelen medicijnen als publieke zorg en onderhandelen daarover. De VS laat prijsstelling grotendeels over aan de markt en accepteert structureel machtsmisbruik. Dat falende Amerikaanse zorgsysteem wordt zo naar Europa geëxporteerd, met de inmiddels bekende handelspolitiek als drukmiddel.

Voor Europese patiënten betekent dit plan vrijwel gegarandeerd hogere zorgkosten. Voor Amerikanen blijft het effect onzeker, want nergens worden de farmaceuten gedwongen winst in te leveren: What could go wrong. Groot-Brittannië ging al voor en betaalt inmiddels 25 procent meer voor medicijnen. Lagere prijzen blijven daar vooralsnog uit. Eén uitkomst staat wel vast: de farmaceutische industrie wint. Aan beide kanten van de oceaan.

Quote du Jour: Niet langer verplicht om aan vrede te denken

Gezien het feit dat uw land heeft besloten mij de Nobelprijs voor de Vrede niet toe te kennen voor het beëindigen van zeker acht oorlogen, voel ik me niet langer verplicht om puur aan vrede te denken.

Aldus Donald J. Trump, die blijkbaar niet in staat is een onafhankelijke organisatie die een prijs uitreikt en het land waar die organisatie zich bevindt uit elkaar te houden, en tegelijkertijd nauwelijks verholen een NATO-land en lid van de Europese Unie bedreigt met militair ingrijpen.

Vorige Volgende