Joost

2.812 Artikelen
2.840 Waanlinks
25.646 Reacties
Achtergrond: Kordite (cc)
Technisch opperhoofd en voorzitter van Sargasso, wat in de praktijk betekent dat hij nog geen zak te zeggen heeft :).

Developt (?) zich in het dagelijks leven het ongans en heeft veel te veel ideeën om uit te voeren. Daarom helpt Chad (zie boven) hem tegenwoordig vaak een handje zodat er toch nog af en toe een stukje verschijnt.
Foto: "Skate shorttrack" by Vincent Baas is licensed under CC BY 2.5

Jutta Leerdam, feminisme en verantwoordelijkheid

Op de valreep toch nog een stuk over de Olympische spelen op Sargasso. Nou ja, oké, over een randverschijnsel dat me de afgelopen dagen opviel. Want volgens een deel van feministisch Nederland zou ik mijn mond moeten houden over de relatie van Jutta Leerdam met Jake Paul. Liefde is privé. Vrouwen worden al eeuwen afgerekend op hun partners. Laat haar met rust. Dat is de lijn. En wie daar vraagtekens bij zet, zou vervallen in morele zuiverheidspolitie, of erger nog, vrouwenhaat.

Ik begrijp waar dat vandaan komt, maar het schuurt toch. Want het gaat hier om een publiek figuur dat zich verbindt aan een man die openlijk campagne voert voor Donald Trump, die meer dan flirt met autoritaire retoriek en een partij steunt die systematisch rechten van minderheden en vrouwen onder druk zet, hoewel hijzelf over dat laatste (maar niet dat eerste) genuanceerder lijkt te zijn. Dat is voor mij geen detail in de marge.

Leerdam is voor mij geen anonieme buurvrouw. Ze is topsporter, influencer, merk, met vijf miljoen volgers. Haar relatie is onderdeel van haar publieke imago. Sponsordeals, interviews, gezamenlijke optredens, sociale media. De romantiek is verstrengeld met zichtbaarheid en commercie. Wie dat ontkent, sluit de ogen voor hoe celebritycultuur werkt.

Foto: Andrew Heald on Unsplash

Camera in Beeld: het illegale surveillancenetwerk van de politie

De politie presenteert “Camera in Beeld” als een onschuldig register. Een database waarin te zien is waar camera’s hangen, zodat agenten bij incidenten snel kunnen aankloppen voor beelden. Samen werken aan veiligheid, dat soort werk.

Deze database wordt gevuld door burgers die vrijwillig hun deurbelcamera’s registreren en daarmee de overheid helpen bij het oplossen van misdaden. Mooi toch? Maar bij nadere beschouwing blijkt dat eigenlijk alleen camera’s die de wet overtreden voor de politie waardevol zijn. Camera’s die zich aan de AVG houden, filmen beperkt. Ze maskeren de openbare ruimte. Ze registreren alleen eigen terrein. Ze bewaren kort. Hun bruikbaarheid voor opsporing blijft zo goed als nihil.

De camera’s die wél veel opleveren, doen precies het omgekeerde. Ze filmen stoepen, straten, portieken, buren en voorbijgangers. Ze missen waarschuwingsborden. Ze staan te ruim afgesteld. Ze registreren permanent. Juridisch gezien onrechtmatig, praktisch gezien uiterst bruikbaar.

Die beelden vormen de kern van het systeem.

De infrastructuur draait daarmee op overtredingen van burgers. Wie zich aan de regels houdt, levert nauwelijks materiaal. Wie de privacywet negeert, wordt leverancier. Het systeem selecteert impliciet op illegaliteit.

Wat er meestal ook niet bij wordt verteld: die beelden kunnen worden opgevraagd en gebruikt zonder voorafgaande rechterlijke toetsing. Geen onafhankelijke afweging. Geen proportionaliteitstoets door een rechter-commissaris. Een vordering op basis van het Wetboek van Strafvordering volstaat. Wie zo’n verzoek krijgt, moet meewerken. “Camera in Beeld” fungeert daarmee als infrastructuur waarmee de politie snel toegang krijgt tot particuliere surveillancedata, zonder voorafgaande rechterlijke toetsing.

Closing Time | Black&Beard @ Reeperbahn Festival 2017

Vanmiddag schreef ik een stuk over de documentaire ‘Raving Iran’. De hoofdpersonen Anoosh Rakizade en Arash Shadram vroegen en kregen uiteindelijk asiel in Zwitserland. Ze zijn een gek soort politiek vluchteling. Geen grote woorden over vrijheid of revolutie, geen romantisering van hun positie. Ze willen muziek maken, draaien, een publiek bereiken.

Juist die alledaagsheid maakt hun verhaal politiek. Hun keuzes zijn praktisch, hun frustraties concreet, hun ambities herkenbaar. Wat voor hen een carrièrepad zou moeten zijn, werd in Iran een risicoanalyse. Niet omdat ze expliciet het systeem uitdagen, maar omdat ze er simpelweg in willen bestaan.

Foto: Raving Iran - screen capture uit de film

Raving Iran: Openhartig onder druk

De documentaire Raving Iran toont een paradox die wringt en blijft hangen. Een regime dat cultuur probeert te reguleren tot op het bot, en een generatie die zich daar nauwelijks nog door laat intimideren. Wat opvalt is niet alleen de ondergrondse techno, de geheime feesten in de woestijn of de constante dreiging van arrestatie. Het is de openhartigheid. Bijna iedereen spreekt vrijuit over de overheid, en zelfs tegenover ambtenaren valt een opmerkelijke directheid op.

Die openheid lijkt op het eerste gezicht roekeloos. Twee dj’s, Anoosh Rakizade en Arash Shadram, die zonder omwegen uitleggen dat hun werk feitelijk verboden is, die hun frustratie over censuur uitspreken tegenover functionarissen die hen kunnen dwarsbomen, of erger. Toch voelt het geen moment als bravoure. Eerder als vermoeidheid. Alsof de energie om nog toneel te spelen simpelweg op is.

De documentaire is inmiddels bijna tien jaar oud, en dat gegeven schuift de film in een ander licht. Wat toen nog voelde als een ondergrondse spanning, blijkt onderdeel van een bredere ontwikkeling. De openhartigheid die in de film doorsijpelt, was geen uitzondering. Het was een voorbode.

De recente en steeds groter wordende protesten in Iran maken dat pijnlijk zichtbaar. Wat in Raving Iran nog kleinschalig en impliciet is, is inmiddels uitgegroeid tot openlijke, massale confrontatie. Vrouwen die hun hoofddoek afwerpen, jongeren die de straat op gaan, slogans die direct de kern van het regime raken. De terughoudendheid is verdwenen. De onderstroom is bovengronds gekomen en wordt daar door het regime hard weer naar teruggeslagen. Deze documentaire laat zien dat dat tevergeefs is.

Ik zeg toch, VVD!

De koopkracht daalt. Voor iedereen, zo blijkt uit de doorrekening van de coalitieplannen. Voor lagere inkomens net iets harder. Verrassend is het nauwelijks. Het is het grote bewijs dat je als kiezer ver weg moet blijven bij D66. Vooral de linkse kiezer lijkt bij de partij vaak aan het kortste eind te trekken. En nu zitten we weer met VVD-beleid, verkocht als onvermijdelijk: lasten verschuiven, prikkels versterken, “werken moet lonen”. In de praktijk betekent het vooral dat de rekening steeds weer onderin de samenleving belandt.

Foto: Palestinian News & Information Agency (Wafa) in contract with APAimages, CC BY-SA 3.0 , via Wikimedia Commons

De genocidale ‘Vredesraad’

De ‘Vredesraad’ gaat doorpakken. Vijf miljard dollar voor de wederopbouw van Gaza. Het bedrag klinkt indrukwekkend, maar de geschatte schade ligt volgens de VN rond de 70 miljard, een druppel op een gloeiende plaat.

Wederopbouw als ritueel
Wederopbouw in Gaza is een terugkerend ritueel, alleen was de schaal van vernietiging dit keer anders. Er wordt gebombardeerd, verwoest, ontheemd. Daarna volgt een donorconferentie, beloftes, miljarden. Er wordt gebouwd, maar als het (bijna) af is begint de cyclus opnieuw en bombardeert Israël het plat. En de internationale gemeenschap roept foei, doet een plas en verder blijft alles zoals het was. En organiseert een nieuwe donorconferentie.

Ook nu zal er niets veranderen. Wie serieus gelooft in duurzame wederopbouw, moet ook de politieke condities veranderen die die verwoesting mogelijk maken. Zonder opheffing van blokkades, zonder bewegingsvrijheid, zonder soevereine zeggenschap over grenzen, luchtruim en zee, blijft wederopbouw een tijdelijke lapmiddel. Je kunt een stad ‘herbouwen’, terwijl de voorwaarden voor de volgende vernietiging intact blijven.

Vastgoedfantasieën op puin
Alsof het geheel nog cynischer moest worden, circuleren inmiddels plannen om Gaza te herontwikkelen als grootschalig vastgoedproject. Ideeën over luxe kuststroken, investeringszones en een hertekende skyline worden gepresenteerd als pragmatische toekomstvisie. In die logica verandert verwoesting in een kans, onteigening in herbestemming. De oorspronkelijke bewoners verdwijnen uit het beeld, gereduceerd tot demografische variabele. Ze mogen in ieder geval niet meepraten over hun eigen toekomst.

Foto: "Haags Interbellum" by Roel Wijnants is licensed under CC BY-NC 2.0

Het Interbellum, maar dan met wifi

Ik heb me lang afgevraagd hoe het moet hebben gevoeld om in het interbellum te leven. Niet met de kennis van nu, met schoolboekwijsheid en pijlen op kaarten, maar echt, toen het gebeurde. Terwijl kranten nog deden alsof alles tijdelijk was, politici bezworen dat redelijkheid zou zegevieren en de meeste mensen vooral probeerden rond te komen. Hoe zag je de wereld afglijden zonder te weten dat hij werkelijk ging vallen?

Het leek me altijd een fundamenteel andere ervaring dan de onze. Want wij zouden de patronen nu beter herkennen, en er makkelijker wat aan kunnen doen. Wat er toen gebeurde, dat had de wereld in die mate nog niet echt meegemaakt. Dat verschil voelt geruststellend, iets wat bescherming biedt.

De luxe van achteraf
Die geruststelling brokkelt af. Niet ineens, maar sluipend. Net zoals toen, vermoed ik. Geen klap, geen duidelijk moment waarop iemand had kunnen zeggen: dit is het kantelpunt. Alleen een reeks normalisaties. Autoritaire taal die eerst choqueert en daarna vermoeit. Afspraken die optioneel worden genoemd. Rechten die niet worden afgeschaft, maar ‘heroverwogen’. Steeds weer dat beroep op realisme, alsof morele grenzen een luxeproduct zijn.

Wat me altijd fascineerde aan het interbellum was niet de opkomst van extremen, maar de traagheid van de reactie erop. Eigenlijk net als nu. De manier waarop redelijke mensen bleven doen alsof redelijkheid een natuurwet was. Alsof het genoeg was om gelijk te hebben. Alsof instituties zichzelf wel zouden verdedigen.

Foto: Sita Magnuson (cc)

‘Hila voorbij de Taliban’ en de reflex van het wissen

Een paar weken geleden haalde de AVROTROS de Afghanistan-documentaire Hila voorbij de Taliban offline nadat een van de vrouwen die erin voorkomt door de Taliban werd opgepakt. Uit “zorg voor de veiligheid” van de deelnemers. Het klinkt empathisch. Het oogt verantwoordelijk. Het is in werkelijkheid vooral een vorm van institutionele zelfbescherming.

De vrouwen die aan deze documentaire meededen, deden dat namelijk niet in een vacuüm. Niemand die in Afghanistan publiekelijk spreekt over vrouwenrechten, onderwijs of autonomie, doet dat in de veronderstelling dat de Taliban dat sportief zullen opnemen. Dit waren geen onwetende figuranten in een Westers mediaproject. Dit waren mensen die wisten wat zichtbaarheid betekent onder een theocratisch wraakregime. Hun deelname was een bewuste daad van verzet. Politiek. Riskant. Moedig.

Op het moment dat de Taliban iemand oppakt vanwege zo’n documentaire is de schade al aangericht. De herkenning is er al. Het offline halen van het materiaal verandert daar niets meer aan. Het maakt niemand vrij. Het maakt niemand veiliger. Het wist alleen het spoor dat naar de daad leidde, en ondertussen is overal al gedocumenteerd wie wat waar heeft gedaan en gezegd.

Wat resteert, is een symbolisch gebaar dat vooral de omroep zelf moet geruststellen: kijk, wij hebben iets gedaan.

Foto: Dunk 🐝 (cc)

Clintel en de kunst van twijfel

Sargasso en de klimaatcriminele Stichting Clintel kennen elkaar al jaren. Oude vrienden, zou je bijna zeggen. In de zin waarin je ook een mug en een klamboe oude vrienden kunt noemen. We troffen elkaar regelmatig en hebben een, eh, wat gecompliceerde geschiedenis. Maar de afgelopen jaren was de liefde wat bekoeld. Tot nu, want Clintel heeft een overwinning te vieren, een moment van triomf die tegenwoordig een zeldzaamheid is bij de klimaatontkenners.

Het KNMI paste namelijk, op aandringen van de stichting, een historische meetreeks iets aan. Enkele oude hittegolven kwamen daardoor terug in de statistieken. Voor Stichting Clintel voelde dat als een overwinning. Jarenlange kritiek leek plots bevestigd. De vlag kon uit. De socials in de feeststand. De champagne ontkurkt. Want zie je wel: ze hadden gelijk. Op één punt, in een dataset. En voor de rest natuurlijk nog steeds niet.

De correctie waar het om gaat is technisch. Het gaat om homogenisatie van meetgegevens in De Bilt. Oude metingen worden gecorrigeerd om veranderingen in meetopstelling, omgeving en instrumenten te compenseren. Dat proces levert soms bijstellingen op. In dit geval bleek een eerdere correctie te grof. Zeven hittegolven uit de eerste helft van de twintigste eeuw werden opnieuw erkend. Dat is alles. Geen revolutie. Geen herziening van het klimaatbeeld. Geen breuk met decennia onderzoek. Geen reden voor overwinningsparades.

Foto: Tim Reckmann (cc)

Oekraïne: Make America Irrelevant Again

Donald Trump beloofde ooit dat hij de oorlog in Oekraïne in 24 uur zou beëindigen. Het was geen plan, geen strategie en zelfs geen mislukte poging tot diplomatie, maar vooral een campagnestunt. Een slogan met wereldpolitieke pretenties. Inmiddels is duidelijk wat die belofte waard was: niets. Wat we van Trump gewend zijn.

Sindsdien speelt zich voor Oekraïne steeds hetzelfde toneelstuk af. Trump belt ergens heen, roept dat het “fantastisch” ging, verklaart dat Poetin hem respecteert, en presenteert dat als historisch diplomatiek succes. Ondertussen mompelt Poetin iets half instemmends en blijven Russische raketten Oekraïense steden en energiecentrales raken. De werkelijkheid stoort zich niet aan Trumps zelfverzonnen overwinningsverhalen. En per raket wordt de status van Amerika als wereldmacht ondermijnd.

Poetin gebruikt dit soort onderhandelingen al jaren als pauzeknop: even praten, hergroeperen, herladen, en daarna weer toeslaan. Trump lijkt dat patroon niet te zien, of wil het niet zien. Hij gedraagt zich als iemand die denkt dat een autoritaire leider gevoelig is voor complimenten en borstklopperij, net als hijzelf. Alsof geopolitiek een aflevering van The Apprentice is, waarin je met genoeg zelfvertrouwen vanzelf wint.

Als het niet om mensenlevens zou gaan zou je zijn optreden bijna komisch noemen. Elke nieuwe Russische aanval is een publieke correctie op Trumps grootspraak. Iedere gebombardeerde elektriciteitscentrale zegt: hier stond weer iemand voor lul met zijn ‘deal’.

Foto: Ahmed Zayan on Unsplash

Het coalitieakkoord: vooral VVD

Dit akkoord is in veel opzichten precies wat je van D66 mag verwachten wanneer het vooral door rechtse partijen wordt omringd: progressieve taal, institutionele zorgvuldigheid en morele accenten, maar verpakt in een beleidsstructuur die fundamenteel liberaal blijft. D66 mag het verhaal menselijker maken, maar niet richtinggevend, en de partij laveert handig mee met rechts beleid. Als je had gehoopt op iets meer tegenwicht tegen marktdenken, dan kom je bedrogen uit.

Wie het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA leest, kan zich laten meeslepen door woorden als ‘samen’, ‘vertrouwen’, ‘gemeenschapszin’ en ‘kansen voor iedereen’. Het klinkt als een kabinet dat de scherpe randjes van de afgelopen jaren wil bijvijlen. Alsof drie partijen elkaar in het centrum van de macht hebben gevonden en daar gezamenlijk een nieuw sociaal contract hebben gesmeed. Wie iets langer leest, ziet iets anders.

Dit akkoord is in de kern geen compromis tussen drie gelijkwaardige visies. Het is een liberaal programma met wat progressieve correcties en een christendemocratische strik erop. De motor draait op VVD-brandstof. D66 mag af en toe bijsturen. Het CDA mag zorgen dat niemand zich helemaal verlaten voelt.

De economie als moreel kompas
Vrijwel elk sociaal probleem in dit akkoord wordt vertaald naar een economisch vraagstuk. Armoede wordt een participatieprobleem. Wonen wordt een aanbodprobleem. Integratie wordt een arbeidsmarktprobleem. Onderwijs wordt een productiviteitsprobleem. Zelfs bestaanszekerheid wordt uiteindelijk gekoppeld aan inzetbaarheid.

Foto: gokhan polat on Unsplash

Yay! Het nieuwe kabinet gaat ‘aan de slag’!

Je hebt kabinetsmotto’s en kabinetsmotto’s. Van de weidse ambitie van “Samen werken, samen leven” tot de technocratische mildheid van “Bruggen slaan”, de taal van kabinetten probeerde altijd iets groots te suggereren. Besturen als morele missie. Politiek als verheven project.

En toen kwam: “Aan de slag”. Yay.

Geen belofte. Geen toekomstvisie. Geen samen. Geen vertrouwen. Geen verantwoordelijkheid. Alleen dit. Een zin die ook op een bouwbord langs de A7 had kunnen staan. Of op een vergeeld A4’tje in een buurtcentrum. Of op een koffiemok van een middelmatig consultancybureau.

“Aan de slag”. Alsof Nederland een half afgemonteerde Billy-kast is en iemand eindelijk heeft besloten de inbussleutel te pakken. Met frisse tegenzin uiteraard.

Managementtaal op zijn kaalst
Eerdere kabinetten probeerden het nog. “Samen werken, samen leven” wilde harmonie uitstralen. “Vrijheid en verantwoordelijkheid” probeerde ideologie te verkopen als morele noodzaak. “Vertrouwen in de toekomst” was waarschijnlijk een collectief verzoek om vooral niet te kritisch te kijken naar wat er in het nu misging. “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst” was bestuurlijke multitasking in één zin.

Allemaal vaag. Allemaal leeg. Allemaal marketing. Natuurlijk. Maar ze deden tenminste nog alsof er een idee achter zat.

“Aan de slag” doet dat niet eens meer. Dit is managementtaal in zijn meest uitgeklede vorm. Geen verhaal, geen kader, geen richting. Alleen activiteit. Beweging. Drukte. Iets doen. Maakt niet uit wat.

Vorige Volgende