Net als in Amerika waren er al mensen in Nieuw Zeeland voordat de Europeanen zich er vestigden. Dat waren de Maori. En ook deze Maori zijn slecht behandeld. Minder slecht dan in andere landen, zoals Australië en de VS, maar netjes is het nog steeds niet te noemen. En dat realiseert de gemiddelde Nieuw Zeelander zich, en daarom worden er miljoenen uitgegeven aan schadevergoedingen. In het nationale museum van het land, het “Te Papa”, wordt het boetekleed ruim aangetrokken. De boodschap: Maori waren de goeden, blanken de slechten.
Voor de bezoeker komt dit een beetje vreemd over. Natuurlijk, het is een unieke cultuur, de kunst is fantastisch. Maar ook is het duidelijk dat de Maori van dit moment de slachtofferrol wel goed vinden. Ze vergeten daarbij dat de nationale hobby voordat de Europeanen kwamen elkaar afslachten was, en nadat ze doorhadden dat vuurwapens efficiënter waren werd het een ware volkerenmoord.
Maar dat is voorbij en nu claimen ze alles wat los en vast zit. De laatste claim betreft de lucht. Die was namelijk ook ooit van de Maori.
Het resultaat van al deze claims en daaruit voorvloeiende rechtzaken? Toenemend racisme onder blanken. “Ze zouden eens moeten gaan werken in plaats van op hun reet moeten zitten”. Er is wat voor te zeggen, een Maori van normaal postuur is een zeldzaamheid, dik zijn is een kunst daar.
Een ander, veel gehoord iets is dat de Maori maar eens naar de toekomst moeten gaan kijken, in plaats van naar het verleden.