
Afgelopen week werd een motie aangenomen die benadrukt dat iedereen in ons land gelijk behandeld dient te worden. Alleen de usual suspect PVV en de SGP (!) stemden tegen. Hieronder de laatste twee paragrafen van de motie:
overwegende, dat maatregelen, en in het bijzonder die maatregelen die asiel, immigratie, gezinsmigratie, inburgering en diversiteitbeleid betreffen, gericht zijn op het uitbannen van misbruik en misstanden en niet mogen leiden tot ongelijkwaardige behandeling van mensen,
verzoekt de regering in woord en daad uit te dragen dat het tegengaan van islamisering geen doelstelling van beleid is.
Een mooie motie, 7.797.927 stemmers geven tegen 1.618.074 stemmers – om het even in de huidige tijdsgeest te verwoorden – aan dat ze hun paranoïde angsten van islamisatie niet delen. Althans dat denk ik, want dat is niet wat de motie zegt. De motie zegt namelijk dat het tegengaan van islamisering geen doelstelling van beleid is, en dat is vreemd. Want ik ben er redelijk zeker van dat als je initiatiefnemers van de motie zou vragen of islamisering überhaupt bestaat, dat zij ontkennend zullen antwoorden. Er wordt dus in een motie opgeroepen om iets dat er niet is niet te bestrijden.
Wat is er hier gebeurd? Simpel: de oppositie heeft een frame van de PVV overgenomen. Een succesvol frame dat stelt dat Nederland islamiseert terwijl daar geen aanwijzingen voor zijn. Door het zo in de motie te verwoorden en het woord over te nemen geeft de oppositie eigenlijk aan dat er islamisatie bestaat, maar dat ze er niets tegen wenst te doen. Deze motie is dan ook een overwinning voor de PVV, en geen afstraffing.