Kunst op Zondag | Oscar Niemeyer in Tripoli
ACHTERGROND - De Braziliaanse architect Oscar Niemeyer (1907-2012) is het beroemdste geworden als de bouwmeester die allerlei gebouwen ontwierp voor Brasilia, de begin jaren zestig nieuw aangelegde hoofdstad van Brazilië. Hij bouwde veel met beton, maar koos nooit voor alleen vierkante vormen; vaak stulpte er ergens een koepel uit of was er een schaalvormig helicopterplatform. Het Braziliaanse parlementsgebouw heeft allebei de vormen.
Brasilia werd in vier jaar uit de grond gestampt. In dezelfde tijd kreeg Niemeyer opdracht om in de Libanese havenstad Tripoli een enorm terrein te ontwerpen voor tentoonstellingen, congressen en theatervoorstellingen. Een hotel, semipermanente woningen voor langdurige bezoekers, expositieruimtes: van alles moest er zijn. Vergelijk het met de RAI in Amsterdam, maar dan een vierkante kilometer groot.

Helicopterlandingsplaats en waterbassin
Enthousiast zette hij zich in 1962 aan het werk en ontwierp een boemerang-achtige hal van ruim 700 meter lang. Daar omheen kwamen allerlei gebouwen en opvallend grote waterbassins waarin de monumenten zouden weerspiegelen. Een deel is gebouwd maar toen de jaren zestig ten einde liepen, was het complex nog altijd niet voltooid.
Medio jaren zeventig begonnen de Libanese burgeroorlogen en stokte de aanleg. De terugkeer van Yasser Arafat naar Libanon in 1983 leidde tot oorlogsschade. Toen in 1990 de burgeroorlogen ten einde kwamen, hadden de Libanezen andere zaken aan hun hoofd. Premier Hariri, de in 2005 vermoorde architect van de wederopbouw, liet de semipermanente woningen zelfs slopen voor de bouw van een ander hotel. In 2007 waren er gevechten bij het nabijgelegen Palestijnse vluchtelingenkamp.
Gisèle kwam uit een welvarende familie, werkte met glazenier
De eerste hoofdstukken van Radbod gaan over de vroege geschiedenis van (en de samenleving in) het gebied tussen de mondingen van de Zwin en de Wezer. Natuurlijke factoren maakten dat dit heel versnipperd was: enerzijds het gebied bewesten de Vlie (zeg maar het latere graafschap Holland), vervolgens het gebied van Westergo en Oostergo (ofwel de huidige provincie Friesland), tot slot het gebied ten oosten van de Lauwers, dus ruwweg de provincie Groningen en het Duitse Ostfriesland. Deze driedeling is herkenbaar in de vroegmiddeleeuwse optekening van het Friese recht, de