Gastauteur

2.335 Artikelen
3 Waanlinks
25 Reacties
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De meerderheid heeft gelijk

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Hieronder weer eens een stuk van SanteBrun, dat eerder op zijn eigen blog verscheen.

Geert... eet een ijsje (Foto: Flickr/jacco de boer)

Het optreden van Geert Wilders in het crisisdebat leek een beetje op aftreden, maar wij houden hem in de gaten. In de meer realistische peilingen is zijn partij derde, dus hij is nog geen premier.

Het was dan ook scoren voor open doel, nadat de zeer onwaarschijnlijke minkukel Van Geel had verklaard (en ik citeer uit het hoofd) dat ‘democratie goed is, maar niet moet uitdraaien op inspraak’. Dat is, als je er over nadenkt, intussen precies de kern van de democratie, al moet je dat natuurlijk niet zo zeggen. Officieel is het nog altijd zo dat het centrale kenmerk van een democratie is dat je rekening houdt met de mening van de minderheid, maar het is niet iedereen in de Tweede Kamer en daarbuiten gegeven te begrijpen wat dit eigenlijk precies betekent. Democratie is niet: ik heb altijd gelijk.

Het gekke is natuurlijk dat er weinig aan te doen valt. De coalitie komt doorgaans tot stand op grond van het feit dat de coalitiepartijen samen een meerderheid in het parlement hebben. Hadden ze die niet, dan begonnen ze niet eens aan een coalitie. In de praktijk komt de functie van de minderheidsfracties er op neer, dat ze genadeloos het voorgestelde beleid fileren en bij het grof vuil zetten; voor het beleid dat vervolgens wordt besloten heeft het geen gevolg, maar de aangevoerde argumenten kunnen er wel toe leiden dat het electoraat de volgende keer de oppositie de meerderheid verschaft, waardoor die (eventueel) een coalitie kunnen vormen ‘die kan rekenen op een vruchtbare samenwerking met het parlement’, het ligt de kannegin in de mond bestorven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Bonussen als afleidingsmanoeuvre

Dit is een gastbijdrage van Hugo Vlam.

dnbDe discussie over de bonussen wordt opgeklopt om de werkelijke verantwoordelijken van de kredietcrisis te ontzien. De bonuscultuur is een secundaire oorzaak van de kredietcrisis, primair zijn het de complexe financiële producten met een onterechte goede kredietwaardigheid die de financiële markten verziekt hebben. De grootste Nederlandse banken hebben deze producten zoals collateralized debt obligations en credit default swaps met grote gretigheid ingekocht en zijn dus op de eerste plaats zelf verantwoordelijk. Maar omdat de financiële wereld de laatste decennia zo ongelofelijk complex is geworden hebben we diverse instituties met controlerende taken ingesteld die als onafhankelijke organen oordelen moesten vellen over de risico’s in deze ondoorzichtige markt. De belangrijkste controlerende taken lagen bij De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en laten het nu juist deze organisaties zijn die de banken toestemming hebben gegeven om te investeren in producten met ingewikkelde financiële constructies waarin risico’s op een briljante manier verborgen werden gehouden.

Het gedrag van banken dient zo snel mogelijk gewijzigd te worden en dit wordt nu getracht door de huidige bonuscultuur aan de schandpaal te nagelen. Veel logischer is het om te beginnen bij de bron van het kwaad namelijk de producten zelf. Beleggers die deze producten gekocht hebben dienen nu hun verlies te nemen waarna het verder verboden moet worden dit soort ondoorzichtige producten aan te bieden. Maar wie neemt zo’n beslissing in een tijd waarin alle financiële markten over de hele wereld met elkaar verbonden zijn? Deze taak moet niet aan de banken zelf overgelaten worden omdat deze dan toch wel weer een of andere financiële whizzkid vinden die het beestje een ander naampje kan geven. De beslissing om een halt toe te roepen aan dit soort producten moet normaliter op internationaal niveau genomen worden door een gezamenlijke actie van de Amerikaanse FED en de Europese Centrale Bank (ECB). Maar helaas is de FED privé-bezit van een aantal grote banken en haalt de ECB zijn geld uit de nationale centrale banken van de landen die Euro hebben ingevoerd waardoor we van een onafhankelijke houding weinig hoeven te verwachten. In Nederland wordt nu uit pure onmacht de schuld in de schoenen van de bonuscultuur geschoven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

En toch heeft Agnes gelijk

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Hieronder een stuk van Brechtje, dat eerder op haar eigen blog verscheen.

Agnes Jongerius

Er wordt op dit moment behoorlijk op haar gespuugd, op FNV- voorzitter Agnes Jongerius. Vooral jongeren hebben het met haar gehad, omdat ze teveel op zou komen voor de verworven rechten van haar verouderde achterban. Daarop schreef een jonge FNV-er weer een reactie, die zelfs het NOS-journaal haalde.

En toch heb ik stiekem best wel sympathie voor haar. Omdat ze zich er weinig van aantrekt. Omdat ze het ‘gespin’ rondom het crisis-akkoord naar zich toegetrokken heeft, en haar versie van de compromis goed naar buiten bracht, waardoor maar weer eens pijnlijk duidelijk werd dat er bij het kabinet van een heldere en toekomstgerichte visie geen sprake was maar dat het akkoord van compromissen aan elkaar hing. Maar ook, omdat ik vind dat ze wel een beetje gelijk heeft.

Gelijk? En dat terwijl we nota bene al 9 miljard toeleggen op de AOW? Ja, toch wel. Want het belangrijkste argument dat nu wordt aangevoerd om langer door te werken, namelijk dat we allemaal ouder zouden worden, is een drogreden. Trouw berichtte dat al maanden geleden, en ook vandaag weer. Mensen worden namelijk helemaal niet zo veel ouder. Dat lijkt maar zo, omdat de kindersterfte enorm is afgenomen. Op 0-jarige leeftijd hebben we inderdaad een hogere levensverwachting. Dat komt omdat kinderen tegenwoordig meer kans maken volwassenheid te halen. Maar als ze eenmaal volwassen zijn, en dus werken, is de levensverwachting helemaal niet veel hoger. Sinds de invoering van de AOW in 1957 is de levensverwachting van een 65-jarige slechts met ongeveer anderhalf jaar toegenomen. Die anderhalf jaar wordt meestal ook nog doorgebracht in slechtere gezondheid. Dat gezeur over dat we allemaal nog fit genoeg zijn om langer door te werken, dat klopt dus niet.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

D66 moet meer zijn dan Pechtolds Tegenpartij

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Hieronder een stuk dat onze oud-redacteur Roy aan ons mailde. Voor de goede orde, hij is lid van D66.

D66 logo

Vier Tweedekamerverkiezingen had D66 ervoor nodig om van 24 tot 3 kamerzetels gereduceerd te worden. Nu, bijna 2,5 jaar na de laatste halvering, staat de partij in de peilingen op enorme winst. Wordt deze miraculeuze wederopstanding verklaard door een verandering van de partij en haar koers, of moet de reden voor de gunstige peilingen gezocht worden buiten de partij, misschien wel bij die andere partij die het zo goed doet?

Pragmatisme, geen ideologie
Al bij de oprichting van D66 was duidelijk dat de partij geen zware ideologische fundamenten zou hebben. Het was Van Mierlo cum suis in beginsel te doen om de democratie af te stoffen en op te schudden. Het proces werd de inhoud. De rest van het program werd zowel op sociaal-maatschappelijk als economisch vlak ingevuld door een vorm van het liberalisme, wat vooral tijdens de twee paarse kabinetten tot uiting kwam.

Een in die tijd aanzwellende onderstroom werd door de gevestigde partijen, sterk naar elkaar toegetrokken, niet herkend of erkend. Met Fortuyn kwamen maatschappelijke thema’s zoals immigratie en integratie en moraal in de publieke ruimte bovendrijven. Maar ook het ongenoegen over een afstandelijk Europa en de vermarkte publieke instellingen werden veelbesproken thema’s in plaats van Haagse hamerstukken. Net als de andere paarse partijen had D66 hier geen antwoord op.

Geen heroriëntatie
Het tijdperk na Fortuyn werd (en wordt nog steeds) gekenmerkt door grote middelpuntvliedende krachten, die partijen doen versplinteren of leeglopen naar de uitersten van het politieke spectrum. De partijen in nood herwaarderen hun ideologie om invulling te geven aan de nieuwe thema’s. Behalve D66: de commissie die de oorzaken van de stabiele glijvlucht van D66 onderzocht verwoordt het (november 2007) als volgt (.pdf): “Nieuwe maatschappelijke vraagstukken vragen om nieuwe antwoorden, maar D66 heeft de afgelopen jaren onvoldoende antwoorden geboden op zaken als de gegroeide onvrede over immigratie, de te ver doorgeschoten individualisering, de behoefte bij mensen aan houvast, de ‘vermarkting’ van voorheen publieke diensten et cetera. (?) In tegenstelling tot andere politieke partijen heeft D66 ook daarna [2002] verzuimd om zich inhoudelijk te heroriënteren.”

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Watercrisis in Afrika: verspillende hulporganisaties

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Hieronder een stuk van Paul Visser.

Waterpomp (Foto: Flickr/Ferdinand Reus)

Het International Institute for Environment and Development (IIED) luidt de noodklok over de erg slechte toestand van de waterputten in Afrika. De slecht onderhouden waterputten bedreigen de gezondheid van de lokale bevolking die sterk afhankelijk zijn van deze waterbronnen, concludeert Jamie Skinner, onderzoeker bij IIED, in een essay voor de wereld waterdag van 22 maart.

In heel Afrika hebben diverse hulporganisaties in de loop van de jaren ongeveer 50.000 waterputten geslagen om lokale gemeenschappen te voorzien van water. Aan het onderhoud wordt echter weinig tot geen aandacht besteedt waardoor de putten al snel in onbruik raken. De hulporganisaties onderhouden de putten zelf niet en ze leiden ook de lokale mensen niet op om de waterputten zelf te onderhouden en beheren. Hier falen de hulporganisaties en donorlanden. Skinner geeft enkele voorbeelden: van de 52 watersystemen die zijn gebouwd in het Kaolack gebied in Senegal werken slechts 32 putten naar behoren. In west Niger is het nog schrijnender: van de 43 daar aangelegde waterputten functioneert er bijna geen enkele meer. Volgens Skinner staat dit voor een geldverspilling van 200 tot 360 miljoen dollar.

Naar de precieze redenen waarom deze organisaties de gemeenschappen niet verder helpen, blijft het gissen. Het kan zijn dat de bouw van een waterput meer aandacht genereert voor hun eigen organisatie om zo donoren te werven voor andere projecten. Of ze verliezen domweg hun interesse als de waterput geslagen is. Naar aanleiding van dit essay van Skinner, kan je zeker concluderen dat een lange termijnoplossing geen prioriteit heeft.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Israël beweegt naar rechts

Dit is een gastbijdrage van Nick Ottens.

bibiMet de Arbeiderspartij van Ehud Barak aan zijn zijde heeft Benjamin Netanyahu een regering. De brede coalitie die uit de samenwerking tussen rechts, geleid door Likud, en de sociaal-democraten van Barak voortkomt zal op meer internationale waardering kunnen rekenen dan het alternatief, een kabinet van haviken waarin ook Avigdor Lieberman namens het nationalistische Jisrael Beetenoe zitting zou nemen.

Netanyahu heeft toezegt dat zijn regering een “partner voor vrede” zal zijn in het aanhoudende conflict met de Palestijnen. Hij stelt zich hiermee gematigder op dan voorheen. Als eerste minister tussen 1996 en 1999 was Netanyahu nog zeer terughoudend om met de Yasser Arafat te onderhandelen. Verder weigerde hij resoluut terugtrekking uit de Golanhoogten en was discussie over Jeruzalem met hem onmogelijk. Toen onder Ariel Sharon in 2005 Israël haar nederzettingen in de Gazastrook begon te ontmantelen stapte hij zelfs op als minister van financiën. Lieberman trok zich destijds om dezelfde reden terug uit de coalitie.

Dat het tussen Netanyahu en de Sharonisten nog steeds niet botert blijkt wel uit het falen van de onderhandelingen met Tzipi Liv, leidster van de Kadimapartij die een meer gematigde koers jegens de Palestijnen voorstaat en daarom met Likud brak. Hoewel Kadima in het parlement nu de grootste partij is slaagde zij er niet in een coalitie te smeden. Barak toonde zich wel bereik met Netanyahu in zee te gaan maar dit levert hem felle kritiek uit eigen gelederen op.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Voormalige guerrillabeweging gaat polderen

Dit is een gastbijdrage van Marjolein van de Water zij interviewde voor Noticias Hato Hasbún, de belangrijkste politieke adviseur van de Salvadoriaanse verkiezingswinnaar Funes en bovendien directielid van de FMLN.

“Als die communisten winnen zullen ze ons land verkopen aan Hugo Chavez!” Deze en soortgelijke uitspraken waren de afgelopen maanden veelvuldig te horen uit de monden van tegenstanders van Mauricio Funes, de man die afgelopen zondag de verkiezingen in El Salvador won. Zijn partij, de FMLN (Farabundo Martí para la Liberación Nacional), is een formatie van 5 linkse guerrillagroeperingen die tijdens de burgeroorlog hun krachten bundelden om te strijden tegen de heersende oligarchie. Na het tekenen van de vredesakkoorden in 1992, werd het een officiële politieke partij en is sindsdien de grootste oppositiepartij in El Salvador. De ARENA (Alianza Republicana Nacionalista) is opgericht in 1981 door toenmalig legerofficier Roberto D’Aubuisson, die in de jaren ’70 en ’80 bovendien verscheidene paramilitaire doodseskaders heeft opgericht. ARENA is 20 jaar aan de macht geweest en het land is al die tijd gekenmerkt geweest door een extreme politieke polarisatie.

Volgens Hato Hasbún, de belangrijkste politieke adviseur van Funes en bovendien directielid van de FMLN, zal aan die polarisatie nu een einde komen. In een interview met Noticias benadrukt hij het belang van samenwerken met andere partijen om de problemen in het land het hoofd te kunnen bieden. Hasbún, van oorsprong een Palestijn, wordt beschouwd als de man die verantwoordelijk is voor het kandidaatschap van Funes. Al bij de vorige presidentsverkiezingen presenteerde hij Funes als de ideale kandidaat maar toen koos de partij nog voor de inmiddels overleden voormalig guerrillacommandant Shafik Handal. Funes is de eerste presidentskandidaat van het FMLN die geen verleden heeft in de guerrilla.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De lente van LLiNK

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Dit keer wederom Bram Vollaers, hoofd Radio bij LLiNK.

Logo LLiNK

De strijd om zendtijd in het publieke bestel is bijna beslecht. De finale van de wervingscampagnes is ingezet en over twee weken bent u echt af van al die advertenties, aangepaste uitzendingen en omroepdirecteuren in praatprogramma’s. Twijfelt u nog over een lidmaatschap? Nu is de tijd om te beslissen. Mocht u het allemaal echt niet meer uithouden, zet uw radio en televisie dan uit en ga naar buiten. Het is lente.

Bij LLiNK zijn we er wel aan toe. Onze eigen financiële crisis bleek een winterdip van jewelste. We zijn in de kou gezet door vertrokken verantwoordelijken en moeten nu de gevolgen dragen. Dat de bioboer niet meer komt en de schoonmaakster is vertrokken is wel te overzien. Dat we afscheid hebben moeten nemen van enkele freelancers en dat ook de contracten van vaste krachten niet worden verlengd, valt ons zwaar. De winter was streng.

Gelukkig weten we hier het een en ander over tuinieren en is duidelijk dat ook een strenge winter eindigt met knopjes aan bomen en bloemetjes aan planten. Nu de ergste kou uit de lucht is hopen we daarom voorzichtig dat het nieuwe leven ook bij LLiNK kan beginnen. De grote groei van ons ledenaantal in de afgelopen weken en de voorlopige hervatting van onze financiering doen in ieder geval denken aan de eerste zwaluwen. Met 150.000 leden en een begroting die onze schuld kan laten verdampen maken zij misschien nog eens zomer.

Nieuw leven voor de groenste omroep betekent niet dat we zomaar verder willen waar we gebleven waren. Op de radio heeft LLiNK zijn zaakjes al aardig op orde, maar op televisie en internet zijn de plannen vooralsnog groter geweest dan de daden. Alhoewel, hele mooie dingen waren er ook, dat bewijst het beste van LLiNK. Met meer zendtijd zullen wij echter laten zien dat LLiNK 2.0 het maken van mooie programma’s op alle platforms echt in de groene vingers heeft.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Normen, waarden en walging

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Dit kunnen stukjes zijn die we (uiteraard met toestemming) overnemen van andere weblogs, zoals deze van Peter, dat eerder verscheen op zijn eigen weblog.

Canadese onderzoekers menen een verband gevonden te hebben tussen walging en moraliteit. Ze ontdekten dat we niet alleen een vies gezicht trekken bij eten dat we niet lusten, maar ook als we ergens verontwaardigd over zijn. In beide gevallen is het één en dezelfde gezichtspier die een expressie van walging op ons gelaat veroorzaakt. Het zou dus best eens kunnen, zoals we kunnen lezen op VPRO’s Noorderlicht, dat “onze normen en waarden niet alleen worden gestuurd door complexe gedachten, maar ook door primitieve instincten die te maken hebben met het vermijden van mogelijk schadelijke stoffen”.

Wat de boer niet kent, lust hij niet. Is dat de reden waarom de boer een muur van normen en waarden optrekt, om zich tegen het onbekende, tegen zijn angst te beschermen? Is dat de reden waarom mensen walgen van zaken die hen vreemd zijn? Of worden we misselijk van het idee dat ons bestaan in de kern zinloos is en bouwen we daarom stelsels van normen en waarden om betekenis te geven aan het leven?

De filosoof Sartre schreef in 1938 zijn eerste boekje, getiteld “De Walging”. Daarin mijmert de hoofdpersoon over de zin van zijn bestaan en komt er gaandeweg achter dat die zin er eigenlijk niet is, maar dat we die zelf construeren. In de woorden van Sartre: “Wanneer je leeft gebeurt er niets. Maar als je je leven vertelt, verandert alles.”

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

O, Ierland…

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Dit maal een stukje van onze oud-blogger Anne, die het stuk al eerder plaatste op haar eigen blog.

Het ruige Ierse landschap (Foto: Flickr/catsper)

Begin deze eeuw woonde en werkte ik in Engeland. Omdat ik 24 uur per dag tussen de Ieren verkeerde, zowel thuis als op werk, zat ik al gauw opgescheept met een (zuid) Iers accent. Daar had en heb (want ik raak het niet meer kwijt) ik zelf geen enkel probleem mee. Integendeel, Iers is veel makkelijker dan Engels omdat je die lastige th gewoon als een t uitspreekt. Tree is een boom èn drie. Tree trees, simpeler kan niet.

Wat ik wel merkte was dat veel mensen in Coventry, waar ik woonde, er van uit gingen dat ik Iers was. En dat was niet altijd even makkelijk. In Engelse pubs waren het ‘Irish bastards, go home’ en ‘Irish whore’ soms niet van de lucht. Toen er in het nabijgelegen Birmingham een bom afging (Birmingham heeft na Londen de grootste populatie Ieren van het VK) werd ook ik daar op aangekeken door mijn Engelse collega’s en waren de bedrijfstoiletten volgekalkt met anti-Ierse leuzen.

Omgekeerd moest bij bezoekjes aan familie en vrienden in Ierland soms uitgelegd worden dat niet alle Engelsen protestantse klootzakken waren. Toen mijn Ierse vriend en ik een bezoek aan het Gaelic sprekende westen van Ierland brachten, moest er wel eerst een IRL-sticker op de auto geplakt worden, want met een Brits kenteken voelde hij zich niet prettig. En in een klein dorpje daar, waar langs de weg om de paar honderd meter gedenktekens stonden voor de Ierse hongerstakers, voelde ook ik me niet veilig genoeg om uit de auto te stappen en ergens de weg te vragen. Het was duidelijk dat ons Engelse voertuig vanachter de gordijnen in de gaten werd gehouden.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Poldermoslima Hoofddoekbrigade voor of tegen vrijheid?

Dit is de zevende gastbijdrage van Hoite Vellema, oud-student Internationale Betrekkingen aan de UvA.
moslima1Afgelopen week is voor de zoveelste keer de discussie over de hoofddoek opgelaaid. Dit alles naar aanleiding van de manifestatie “Eerlijke kansen op de arbeidsmarkt” van de Poldermoslima Hoofddoekbrigade. Op internet waren de usual suspects (Ephimenco, Elian c.s.) er weer als de kippen bij om één en ander streng te veroordelen. Een enkeling, zoals arabist Simon Admiraal, maakte het zelfs zo bont om een polemisch stuk in de Volkskrant geplaatst te krijgen waarin hij de indruk wekte bij de conferentie geweest te zijn, terwijl achteraf duidelijk werd dat dat helemaal niet zo was.

De vraag is dus wat er zo erg is aan poldermoslima’s die openlijk uitdragen graag een hoofddoek te dragen en voor gelijke kansen op de arbeidsmarkt pleiten. Ver van de Poldermoslima Hoofddoekbrigade sta ik niet als ze pleiten voor: “Loyaliteit aan de Nederlandse Grondwet, tegen vrouwenonderdrukking en voor gelijke rechten voor vrouwen, en voor alle mensen, ongeacht geloof, sekse, ras of afkomst. Poldermoslima’s zijn Nederlandse burgers die mee willen doen en ook een plek in de polder willen. Burgers die tegen geweld zijn en voor een vreedzame, tolerante samenleving.”

Dus waarom maken zovelen zich hier zo druk over?

Eerlijk gezegd heb ik ook lang geworsteld met de vraag wat ik nou van hoofddoekjes moest vinden. Is het een teken van onderdrukking van de vrouw aan de man of is het een uiting van een zelfbewuste moslima die haar geloof uitdraagt? Misschien ligt de waarheid er tussenin en wat moet ik er dan van vinden? Daarom is het goed dat de discussie nog maar weer eens gevoerd wordt.
moslima3
Tijdens mijn werk bij een grote telecomaanbieder had ik een afdeling onder mijn hoede met vele nationaliteiten, ook met meisjes met hoofddoekjes. Destijds heb ik er nooit zo over nagedacht en bij de sollicitatiegesprekken die ik voerde is het nooit een factor geweest. Stiekem vond ik zelfs de Turkse meisjes met hun kleurige hoofddoeken en strakke rokken ergens juist aantrekkelijk. Het leverde een soort van mystiek op, een contradictio in vestebus, met hoofddoek, maar ook met een zeer secuur opgemaakt gezicht en een lange rok maar dan wel lekker strak zodat je haar vrouwelijke vorm niet kunt missen. De moslima’s (met of zonder hoofddoek) die ik daar leerde kennen waren zonder uitzondering zelfbewuste jonge vrouwen. De meesten werkten nagenoeg fulltime en studeerden daarnaast ook nog.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Free publicity voor dumpen Michelinster

Dit is een gastbijdrage van Thijs Kuipers.

michelinmannetjeDe vraag is of ze het voorzien hadden, Michèl Kagenaar en Suzan Stevens van restaurant ‘In de’n Dillegaard’, al die publiciteit naar aanleiding van hun persbericht woensdagnacht. Hoe dan ook hing het ANP na tien minuten aan de lijn. Daarna ging het snel: AD, nu.nl, de Telegraaf, nrc.next, Elsevier.nl, allemaal berichtten ze over het Limburgse restaurant In de’n Dillegaard. Al kers op de taart mocht chefkok Michèl ook nog eens aanschuiven bij Pauw & Witteman.

De aanleiding: het ‘teruggeven’ hun Michelinster, nog nooit eerder vertoond in Nederland. Dat klopt, maar misschien komt dat ook wel doordat het eigenlijk niet echt kan, het teruggeven van zo’n ster. Want wat is dat eigenlijk? Een vermelding in de gids en een bordje op de gevel. Die vermelding in de gids blijft uiteraard staan, tot in november de nieuwe gids uitkomt. Het bordje is inmiddels van de gevel, maar volgens Suzan Stevens is het niet teruggeven aan Michelin. Echt uit de race zijn ze ook niet. Wordt in het ANP-bericht op nu.nl nog geschreven dat Kagenaar ‘definitief’ van de ster wil afzien, telefonisch laat Stevens weten een nieuwe ster ‘opzich wel’ te willen hebben. “We hebben niks tegen Michelin.”

Vorige Volgende