Het geheim van Den Haag: over binnen en buiten
Hieronder een gastbijdrage van Tom van Doormaal, die terwijl de nationale politieke machinaties achter de schermen bezig zijn, een vakantiebespiegeling wijdt aan twee politieke boeken. Over politieke onmacht en de (on)mogelijkheden van de uitvoerende macht.
Wat is het geheim van Den Haag? Joost Heldeman schreef een boekje met die titel, maar een geheim is mij niet onthuld. Een vermakelijke geschiedenis is het wel. Heldeman schetst zichzelf in de rol van de loyale beleidsambtenaar, die een grote opdracht krijgt van de SG om een nieuwe werkstijl te ontwikkelen, maar tegelijk ook last houdt van klagende burgers, die gewoon een normale prestatie of nakomen van een belofte verlangen.
Het lukt niet erg: de SG en zelfs de Minister kapittelen hem dat hij het niet goed heeft begrepen, want de suggestie dat het krachtdadig anders wordt aangepakt is mooi genoeg. Het lijkt er op dat dit het geheim is, maar dat is een cliché uit de Wilders-aanhang.
Met de klagende burger loopt het iets beter af: na lang zoeken vindt de beleidsambtenaar de man die een ten onrechte doodverklaarde vrouw digitaal weer tot leven kan wekken, door een simpel productieregeltje in de computer te veranderen. Moet de minister dat niet weten? Nou nee, als wettelijke rechten door een misverstand worden afgepakt, vindt toch elke minister goed dat dit wordt gecorrigeerd? Dat is een mooie tournure: in de bureaucratische spelonken vergeet je gemakkelijk dat de kernwaarde toch altijd de rationaliteit is, zoals Max Weber ooit leerde.
Maar wat is nu het geheim? Misschien wel dat de politiek volstrekt de competentie mist om het openbaar bestuur te veranderen, in te richten of bij te sturen. Jeremy Paxman, de Paul Witteman van de BBC, schrijft in zijn boek The political Animal, over dit geheim in de Engelse politiek.






