Gastauteur

2.333 Artikelen
3 Waanlinks
25 Reacties
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Anil Ramdas en Menno ter Braak: De intellectueel vs de verachtelijke massa

Deze bijdrage aan het open podium is van Atze de VriezeGeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag Atze de Vrieze met een artikel over de overeenkomsten tussen Anil Ramdas en Menno ter Braak. Atze is muziekjournalist bij VPRO 3voor12.

Menno ter Braak

De intellectueel heeft het zwaar. De weldenkende expert, die nadenkt voor hij iets zegt. Hij heeft vaker gelijk dan anderen, maar niemand luistert naar hem. De man met de feilloze, verfijnde smaak, de man die nooit anderen zal uitsluiten op basis van ras of seksuele voorkeur. Dat is wat publicist Anil Ramdas ons duidelijk probeert te maken in twee vlammende stukken (hier en hier). De schuldige: rechts. Of beter: de PVV. Ramdas zet met een paar pennenstreken 1,5 miljoen Wilders-aanhangers neer als white trash, mensen zonder principes en zonder moraal.

Die stukken zijn met weergaloze polemiek bestreden door Joost Zwagerman. Ouderwets, op een Hermansiaanse manier, merkte iemand op. Niet in een literair tijdschrift, maar gewoon in de comments op internet. Als Zwagerman Hermans is, dan is Ramdas hier Menno ter Braak, een van de leidende literatoren en intellectuelen van de jaren dertig. Een man wiens schrijfsels mij mateloos irriteerden toen ik ze las. Ter Braak was de snob der snobs, het type intellectueel dat ik zwoer nooit te worden. Maar met terugwerkende kracht moet ik hem meer credit geven. Ter Braak kon er niets aan doen. Hij rekende af met een tijdsbeeld.

Voor Ter Braak was het doodnormaal dat er een intellectuele elite was, een klein groepje hoog opgeleiden dat vanzelfsprekend autoriteit was. Maar gaandeweg veranderde dat, met dank aan de industriële revolutie. Ter Braak zegt daarover in Politicus Zonder Partij (1937): “Vroeger gaf het mij een aangenaam gevoel bij een voetbalmatch of een bioscoopvoorstelling als intellectueel onder een ‘massa’ aanwezig te zijn; door die ‘massa’ tegenover mij te weten (hetgeen ongeveer, zij het dan ook niet precies, wil zeggen: door die ‘massa’ te verachten) gaf ik mijn intellectualiteit een voordelige achtergrond van plebejischedomheid, die mij in mijn trots niet weinig versterkte. Ik was zozeer intellectueel, dat het mij mogelijk was mij buiten en zelfs boven de ‘massa’ te stellen en haar aanwezigheid uitsluitend te interpreteren te mijnen gunste.”

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Duurzame autobeurs Ecomobiel

Michiel Wijnbergh is fotograaf. Meer van zijn werk vindt u op zijn eigen site.

Als je je een beetje milieubewust en hip voort wil gaan bewegen, ga je elektrisch. Dat maakt de beurs Ecomobiel, die dezer dagen in de voormalige van Nelle fabriek in Rotterdam gehouden wordt, heel duidelijk.

Weliswaar kwam prins Maurits voor zijn openingspraatje met een op waterstof aangedreven Mercedes de beurs binnenrijden, de rest van de aanwezige toekomstautootjes was voornamelijk van een elektromotor voorzien.


Elektrische auto’s zijn voorlopig nog wel stadsauto’s. De aktieradius is te klein voor het echte forensenwerk. Ook zijn ze duur in aanschaf. De producenten hopen allemaal op hoge brandstofprijzen, dat zou het elektrisch rijden een mooie boost geven, want de hoge aanschafprijs kan dan sneller terugverdiend worden.

Er zijn wel lekkere autootjes te koop inmiddels. Hieronder de Tazzari Zero, een Italiaans stadsautootje. De man hier op de foto beklopt het autootje. Het is van kunststof. Hij wilde eigenlijk het autootje aaien, het kunststof voelen, maar niet met een op de loer liggende fotograaf in de buurt. Daarom klopte hij er maar even op. Tok tok, plastic autootje. Bij een BMW schop je even tegen de banden. Maar de Taz is wel heel kek, kan je best mee aankomen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Troonrede

Deze bijdrage aan het open podium is van Peter (website)

Redactie: dit is dan de eerste Open Podiumpost. Dat er nog maar veel mogen komen!

Ridderzaal, groot formaat (Foto:flickr/roel1943)Onderdanen!
De demissionaire informatieve toestand in de polder baart Ons grote zorgen. De mist die vandaag over de residentie hangt, mag symbolisch worden genoemd voor de situatie waarin Ons Rijk verkeert. Wij zien de donkere dagen van het naderende herfsttij en de koude winter dan ook somber in.

Onderdanen!
Terwijl uw demissionaire collega’s een stiekem voortvarendheid aan de dag leggen, hullen de informatieve collega’s zich in een hardnekkig stilzwijgen. Wat U wel naar buiten laat druppelen, beter gezegd, stelselmatig laat lekken, leidt tot onrust onder grote delen van Het Volk. Onder de noemer Bezuinigingen laat U vooral weten wat er allemaal niet kan. Daarentegen blijkt u met stomheid geslagen over wat het Volk mag verwachten wat er nog wel kan.

U zult zeggen: maar wij hebben wel meer naar buiten laten lekken. Dat is ontegenzeggelijk waar en van een schandelijk, beschamend gehalte. Wij hoeven u alleen maar te herinneren aan de Klinknagel die U aan uw doodskist meende te ontwaren en die met brute kracht is verwijderd.
Voorts meende u de door Ons benoemde informateurs telkenmale met een kluitje in het riet te sturen. U kwam herhaaldelijk bij Ons op de thee en de wijze waarop u verscheidene mogelijkheden uitsloot, doet vermoeden dat u Ons ernstig heeft misleid.
Telkens opties met elkander bespreken en nog voor u alles had gewikt en gewogen, waren Wij genoodzaakt alweer de thee gereed te zetten.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Dear Zuckerberg: Coal is not your friend

Hier weer een bijdrage die we overnemen van Osocio. Deze site volgt wereldwijd “social adverting and non-profit campaignes”.

I’ve written before that shaming is not a very effective social marketing strategy, but what if that public shame is aimed at just one person?

With ”The Social Network” about to premiere, here is “The SoCOAL Network”:

The result is a very shareworthy video from Greenpeace. The animation style, the British boy voiceover, and even Mark Zuckerberg’s penis all contribute to a very entertaining watch, and it’s a refreshing change of strategy for an organization best known for its more radical tactics.

My only regret is that they pegged their case solely on climate change. Not to take anything away from the enormity of that issue, but even climate change deniers can be swayed by the more immediate effects of coal plant pollution—such as mercury contamination, acid rain, and triggering potentially fatal respiratory conditions such as asthma attacks in the vulnerable.

Kumi Naidoo, Executive Director of Greenpeace International explained the cause behind the video in the Huffington Post:

In a letter that I sent to Facebook CEO Mark Zuckerberg on September 1st, I questioned his decision to locate, then double the size of, Facebook’s data centre in Prineville, Oregon—a location with an over-reliance on dirty energy.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Napoleon in Egypte

  • 1. Paul Strathern, Napoleon in Egypte.
  • Uitgeverij Mets en Schilt, A’dam / Roularta, Roeselare, 2008
  • 461 p. ; kaarten, noten, bibliografie, register.
  • ISBN 978-90-8679-166-8 € 12,50

    Dit is een gastbijdrage van Jef Abbeel.

    Bijna gelijktijdig verschenen twee boeken over Napoleons avonturen in Egypte : het relaas van de mislukte militaire expeditie (1 ) en dat van de meer succesvolle wetenschappelijke activiteiten ( 2). Paul Strathern (1 ) is Brits historicus en tegelijk romanschrijver. Dit laatste merk je aan zijn vloeiende en bloeiende stijl en zijn meeslepende verteltrant, het eerste aan zijn gedetailleerde vakkennis en zijn manier van omgaan met historische bronnen uit een langgerekte periode van Herodotos tot vandaag. De motieven waarom de jonge, kleine (1m62), toen nog magere, maar al megalomane Napoleon in mei 1798 naar Egypte trok, zijn nooit helemaal duidelijk geweest.

    Het is ook niet zeker of hij op zijn relatief jonge leeftijd (29 à 30 ) al precies wist wat hij ging doen en waar zijn expeditie moest uitmonden.
    Ook zijn directe omgeving was nooit bij machte de volgende stap van de onberekenbare en ondoorgrondelijke Corsicaan te voorspellen.
    De Franse ambassadeur in Istanbul, Raymond Verninac, had Napoleon kunnen overtuigen dat Frankrijk niet enkel Egypte, maar heel het Osmaanse rijk kon veroveren, want het stond volgens hem op instorten. En als Frankrijk het niet zou doen, zouden Oostenrijk of Engeland het zeker inpalmen. Ook Talleyrand, de gladde minister van buitenlandse zaken tijdens het Directoire, stelde voor om Egypte te koloniseren.

    Strathern meent dat hij Egypte wou bevrijden van de Ottomanen, er een Franse kolonie van maken en er de ideeën van de Verlichting en van de Westerse techniek binnenbrengen. Vervolgens zou Napoleon, naar het voorbeeld van Alexander de Grote, zijn campagne verder zetten in het Oosten, om uiteindelijk de Britten te verdrijven uit hun kroonkolonie Indië, waar ze hun katoen, één van de pijlers van hun textielindustrie, grotendeels haalden.

    Volgens Strathern hield Napoleon ook rekening met de mogelijkheid dat zijn Oosters rijk onafhankelijk zou worden van het Franse moederland, zoals de Amerikaanse kolonies onafhankelijk waren geworden van Engeland. Het zou dus een Amerika van het Oosten worden, met de nieuwe Alexander als president.

    Egypte hoorde in 1798 bij het rijk van de sultan van Istanboel. Die had er een onderkoning. Deze steunde volledig op de Mammelukken. Deze krijgers werden uit de Kaukasus of uit het Turkse rijk als slaaf ingevoerd en opgeleid tot de elite ruiterij. Met hun karabijn, pistolen en korte lans vochten ze zeer efficiënt. Ze waren berucht en beroemd om hun militaire vaardigheden. In een veel vroegere periode, nl. tussen 1250 en 1517, waren ze de baas in Egypte en Syrië en vochten ze met succes tegen de Mongolen en de Kruisvaarders.

    De Fransen versloegen hen bij de Piramiden, maar zij verloren de zeeslag in de baai van Aboukir bij de Nijlmonding tegen de Brit Nelson. De Britten blokkeerden dan de Egyptische kust, waardoor contact met Frankrijk en hulp vanuit Frankrijk onmogelijk werd. Het Franse leger kreeg dan te kampen met ontoereikende bevoorrading en allerlei ziektes.

    De pogingen van Napoleon om de steun van de inheemse bevolking voor zich te winnen door zichzelf voor te stellen als hun bevrijder van de Mammelukken en door ze wijs te maken dat de Fransen zeer moslimgezind waren, faalden. Hij beweerde zelfs dat ze vijanden waren van het Christendom en dat hij zelf moslim wou worden. Onder weg naar Egypte had hij wel delen van de koran gelezen. Het baatte niet : in Caïro brak een volksopstand uit, die door Napoleon bloedig onderdrukt werd.

    Napoleon koos dan voor de vlucht vooruit. Met een deel van zijn leger probeerde hij in 1799 het Heilig Land te veroveren en koning van Jeruzalem te worden. Dit is een minder bekend onderdeel van zijn expeditie. Zijn soldaten begingen hier allerlei wreedheden. De ergste was de moord op 4.000 Turkse krijgsgevangenen bij Jaffa. Palestijnse vrouwen en kinderen werden verkracht en vermoord.

    De opmars kwam tot stilstand bij Akko. Hier kreeg Napoleon zware klappen in de strijd tegen de Turken en de Engelsen. Nu besefte Napoleon dat zijn Aziatische droom mislukt was. Hij droop op slinkse wijze af en keerde terug naar Egypte. De zieke soldaten ( pest ) probeerde hij eerst d.m.v. een overdosis opium te doden, maar uiteindelijk liet hij ze hulpeloos sterven. In Alexandrië en Caïro deed hij alsof zijn tocht een groot succes was en liet hij zich inhalen als triomfator.
    Hij besefte maar al te goed dat zijn campagne mislukt was. De onrust in Parijs greep hij aan om te deserteren. Bij zijn latere tocht naar Rusland bleek hij weinig geleerd te hebben uit zijn Egyptisch en Palestijns debacle. Behalve dan hoe hij kon deserteren en een leger hulpeloos achterlaten. Ook in Rusland speelden onderschatting van de tegenstander, onaangepaste kledij, mank lopende bevoorrading en verzorging een cruciale rol.
    Opmerkelijk is wel hoe hij er telkens in slaagde om honderdduizenden nieuwe soldaten te ronselen.

    In Egypte liet hij het commando over aan generaal Kléber, een Elzasser. Deze werd ongenadig bestookt door Britse en Mammelukse troepen.
    Uiteindelijk sneuvelde hij niet op het slagveld, maar op het terras van zijn hoofdkwartier. Een fanatieke Syriër, Soliman, stak hem dood met zijn mes op 14 juni 1800. De rechtbank veroordeelde de moordenaar meteen : zijn rechterhand moest worden verbrand en zijn lichaam moest worden gespietst. Voor deze moslimbroeder was er dus geen guillotine, die in Frankrijk gebruikt werd in naam van de fraternité, om de pijnlijkere doodstraffen van het Ancien Régime te vervangen.
    Kléber werd voorlopig begraven op de christelijke begraafplaats buiten de muren van Caïro,
    tot het in juli 1801 mee naar Frankrijk werd genomen.
    Soliman werd op gruwelijke terechtgesteld : een staak van drie meter werd door een beul via een insnijding in zijn anus in zijn lichaam gedreven tot aan zijn borstbeen en dan rechtop gezet. Soliman gaf geen kik tijdens de foltering, maar eens hij boven hing, schreeuwde luidkeels tegen de toeschouwers : “Er is geen andere god dan Allah en Mohammed is zijn profeet” (416).

    In 1801 kon het overblijvende restant van het leger evacueren, roemloos, vernederd en met een tragisch verlies van 15.000 à 20.000 manschappen op 40.000 à 50.000. Hoewel er bij de tegenstanders nog meer doden gevallen waren, draaide de expeditie uit op een groot fiasco.
    Britse schepen repatrieerden de Franse soldaten en geleerden, met hun materiaal, stenen en opgezette dieren, maar de Steen van Rosette namen ze mee naar Londen, ondanks felle protesten van de Fransen.

    Op Sint-Helena kwam Napoleon nog dikwijls terug op zijn oriëntaalse droom : keizer worden van het hele Oosten en van Afrika, er beschaving en welvaart brengen, de Middellandse zee verbinden met de Rode Zee ( Gaspard Gourgaud, Journal de Saint-Hélène, 1815 – 1818,Paris, 1899, vol.I, p. 63). Deze laatste droom werd in 1869 verwezenlijkt door een andere Fransman, ingenieur Ferdinand de Lesseps (420 – 422).

    De overdracht van de Franse cultuur, wetenschap en techniek was evenmin een succes.
    De 151 à 167 geleerden , wiskundigen, wetenschapsmensen, biologen, schrijvers, kunstenaars, archeologen, taalkundigen, geronseld door en onder leiding van de scheikundige graaf Claude Louis Berthollet en de wiskundige Gaspard Monge , deden er zelf meer kennis op dan dat ze er verspreidden. Zij maakten kennis met de rijke overblijfselen van de oude Egyptische beschaving.

    Hun ervaringen en prestaties zijn uitvoerig beschreven door Nina Burleigh ( 2 ). Haar boek ontbreekt in de bibliografie van Strathern, omdat beide publicaties ongeveer gelijktijdig verschenen. In haar “Mirage” ( droombeeld, luchtspiegeling) vertelt ze eerst over het militair fiasco van een leger dat totaal onvoorbereid vertrok, niet in staat was om te communiceren met de lokale bevolking en niet besefte hoe gevoelig die moslims waren voor een inval in een moskee, na een opstand in Caïro.

    De geleerden dan. Ze bleven drie jaar in Egypte en ze ondervonden er dezelfde ongemakken als de soldaten. Een schip dat wetenschappelijke apparatuur moest aanvoeren, overleefde de zeetocht niet. Napoleon was boos omdat zoveel materiaal nu op de bodem van de zee lag, maar de over getalenteerde scheikundige Nicolas-Jacques Conté repliceerde dat ze alle gereedschappen daar wel zouden namaken. Waarop Napoleon met hetzelfde geloof in de vooruitgang hem vroeg om uit te zoeken hoe ze dan ook bier konden maken zonder hopplanten. Hij had even goed naar wijn zonder druiven kunnen vragen. Conté kon wel wat. Hij slaagde erin met uitsluitend inheemse materialen allerlei machines te maken, zoals een drukpers, een pers om muntstukken te maken, geometrische toestellen, ingenieursmateriaal en trompetten voor het leger. Hij bouwde een smeltoven en produceerde er sabels.

    En de stad Alexandrië viel enorm tegen : ze keken uit naar een rijke bibliotheek, een paradijs van menselijke kennis, een haard van de Verlichting, maar ze vonden ruïnes, barbaren, armoede en verval.
    Zij ( officieel Napoleon) richtten het Egyptisch instituut op, waar ze zelf lezingen gaven en discussies organiseerden over de loop van de maan, Egyptische muziek, de eigenschappen van opengesneden mummies en een tijdschrift uitgaven (”Décade”). Het is niet duidelijk wie hun doelgroep was en of ze die ook bereikten. Idem voor de eerste Egyptische krant die door natuurkundige Joseph Fourier uitgegeven werd.

    Ze maakten een stratenplan van Caïro, de ingenieurs probeerden de weerspannige Nijl onder controle te brengen en ze brachten de dierenwereld in kaart. Ze zeilden de Nijl af naar Thebe en Karnak, waar ze opgravingen deden en zorgvuldige tekeningen maakten. Het waren heerlijke momenten voor de wereldvreemde geleerden.

    Een enkeling leerde Arabisch, een Fransman trouwde met een moslimvrouw, bekeerde zich tot de islam en noemde zich voortaan Abdullah, anderen zagen hun gezondheid en hun geest achteruitgaan door het ruwe klimaat.

    Kunstenaar Dominique-Vivant Denon schilderde en tekende terwijl de kogels rond zijn hoofd vlogen. Het boek dat hij in 1802 bij zijn terugkeer publiceerde (“Voyage dans la basse et la haute Egypte”), werd een bestseller in Europa. Hij zelf werd beloond met het directeurschap van het Louvre.

    Een andere, Savigny, raakte geobsedeerd door insecten en stelde een catalogus op van de Egyptische kevers en vlinders. Zijn ijver werd niet beloond : hij hield een oogziekte over aan zijn observaties van de lieve beestjes.

    Een derde, Geoffroy Saint-Hilaire, werd hoofdredacteur van de “Description de l’Egypte”, een encyclopedie in 23 delen van abnormaal groot formaat, die tussen 1809 en 1828 verscheen.
    Alles stond er in : geschiedenis, monumenten, rotsen, de Nijl, dagelijks leven, handel, landbouw, planten, dieren, vogels, vissen, … . Geen enkel boekwerk verzamelde in de 19° eeuw zoveel gegevens over Egypte uit zoveel bronnen , in zoveel vormen ( teksten, tekeningen, plattegronden, kaarten) en over zo uiteenlopende onderwerpen. Hoewel het slechts betaalbaar was voor de uiterst kapitaalkrachtige elite, had het een enorme impact in Europa. In een goedkopere editie is het nog altijd het basiswerk voor de huidige studenten egyptologie en dus ook aanwezig in universitaire bibliotheken.

    Het veroorzaakte een ware Egyptomanie, die tientallen jaren zou duren en die ongewild ook leidde tot rooftochten, met als resultaat de obelisk van Luxor op de Place de la Concorde, een Egyptische tempel in een park in Madrid en de vele mummies die in Parijs, Londen en New York belandden.
    De vele prenten en gravures tonen ook tempels die inmiddels verdwenen zijn.

    De overbekende steen van Rosette tenslotte, een donkere granieten blok van 1 m 12 bij 76 cm, met hiëroglyfen, demotisch en Grieks schrift, werd in juli 1799 gevonden door Franse genietroepen o.l.v. ingenieur Pierre-François Xavier Bouchard, bij werkzaamheden aan het fort Saint Julien ( nu Quaitbay) bij El Rashid op de westelijke oever van de Nijl. De geleerden geloofden meteen dat deze steen zou helpen om het mysterie van het oude Egyptische schrift te ontsluieren.
    Ongelukkiglijk kwam de steen in 1801 in Britse handen, volgens Burleigh, als onderdeel van het akkoord bij de overgave, omdat de Franse militaire leiders daarmee hun aftocht afkochten.
    Gelukkig slaagde de Fransman Champollion erin de hiëroglyfen te ontcijferen (1822) aan de hand van een kopie die in zijn geboortedorp Figeac bewaard wordt. In Leiden bevindt zich ook een kopie in het Rijksmuseum van Oudheden.

    Het resultaat voor de wetenschap in Europa en Amerika was dus groter dan de militaire prestatie en ook groter dan de mislukte overdracht van de Verlichte ideeën naar Egypte. Voor vrijheid en gelijkheid was er geen vruchtbare bodem in de Egyptische woestijn.

    Egyptenaren, Turken en Palestijnen hielden aan de militaire expeditie geen goede herinneringen over. De Franse geleerden waren enthousiast, maar bij hen lag de dodentol in verhouding bijna even hoog als bij de militairen : 25 op 150 of één op zes.

    Zowel Burleigh als Strathern zijn begenadigde vertellers. Ze kennen niet enkel de grote lijnen, maar ook de kleine anekdotes. Ze beschikken over een enorme eruditie, van Oudheid tot 19° eeuw, van geschiedenis, wetenschappen, wiskunde. De sterkte van hun boeken zit in de vervlechting van die grote lijnen met details over het leven van de generaals, hun vrouwen te velde of met anderen in bed in Parijs, de geleerden die hun cultureel missioneringswerk verder zetten alsof er geen gevaar aanwezig was, de soldaten voor wie het militair avontuur een pijnlijke zaak was. Ongeveer 40 % sneuvelde op zee, in het zand of door ziektes.

    Strathern heeft veel aandacht voor deze sukkelaars. Ze kwamen daar aan in onaangepaste wollen (! ) kledij, ze kregen te kampen met builenpest en andere ziektes, door taalproblemen kregen ze geen contact met de lokale bevolking, kortom : het werd een calvarietocht in plaats van een zegeroes.
    De verteltrant en het relaas van Strathern vertonen veel gelijkenissen met het succesverhaal van Adam Zamoyski : “1812. Napoleons fatale veldtocht naar Moskou” ( Balans / WPG, 2005).
    Beide auteurs zijn sterk in het begrijpelijk weergeven van het militaire en het menselijke aspect. De sneeuw, de koude en de kozakken van Zamoyski worden hier vervangen door zand, hitte, dorst en even ongenadige Mammelukken, Turken en Britten.
    De landkaartjes van Egypte ( 75, 90,125,139,162,282) en Palestina (322) zijn duidelijk, maar bij Palestina staat geen route, wat wel het geval is bij de kaart van de Middellandse Zee ( 67).
    Een register van de plaatsnamen ontbreekt helaas. Idem voor een begrippenlijst; ik noem er enkele die niet alledaags zijn : bei(s), fellah, ferman, funduk, miry, pasja, serradj.

    Strathern stipt geregeld vergissingen aan van Napoleon, o.a. zijn onwil om de luchtballons van Montgolfier in te zetten als hulpmiddel voor spionage achter de vijandelijke linies ( 49).

    Anderzijds spreekt hij niet over de toch wel belangrijke economische bijbedoeling van Napoleon, nl. de Engelsen afsnijden van hun katoen in Egypte en India. Want ook deze werd via Egypte, dus deels over land, naar Engeland gebracht. Het Suez-kanaal werd pas 70 jaar later aangelegd. Burleigh heeft het hier wel over.

    In 1806 – 1812 zou Napoleon nog eens tevergeefs proberen om Engeland te verslaan door middel van economische oorlogsvoering, nl. met zijn Continentale Blokkade. De Engelsen reageerden hierop door het continent af te sluiten van zijn kolonies, waardoor men surrogaten moest bedenken voor rietsuiker, tabak, specerijen en andere overzeese voedings- en genotsmiddelen. Het leverde Napoleon veel tegenstanders op, o.a. zijn eigen broer in Holland, de paus en de tsaar.
    Strathern haalt er ook onbeduidende details bij zoals het feit dat Napoleon bij het begin van elke veldslag masturbeerde om zijn zenuwen onder controle te houden (34) en dat eten en seks niet langer dan een kwartier mochten duren ( 34). De portretten van de generaals(42-49) mochten ook wel wat beknopter zijn. Idem voor het seksleven van de militairen in Egypte en de ontrouwe thuisblijvers zoals echtgenote Joséphine in Parijs.

    Het boek van Burleigh is ook voorzien van 16 pagina’s met prenten van negen geleerden en van de dodelijke aanslag op generaal Kléber; verder zijn er afbeeldingen van het toenmalige Alexandrië en Caïro, huizen van Napoleon en van geleerden, mammelukken, schaars geklede dansers en danseressen, allerlei soorten dieren en uiteraard de steen van Rosette.
    De epiloog gaat over de Egyptomania en de Egyptologie in de 19° en 20° eeuw en het verzoek van Egypte in 2003 aan de Britten om de steen terug te geven. Het register is allesomvattend : personen, plaatsen, inhoudelijke elementen.

    Tot slot nog dit voor de liefhebbers van thrillers : de tocht van Napoleon naar Egypte en naar Palestina is door William Dietrich ( 3 ) verwerkt in een spannende roman, die zich focust op de grote geheimen die onder de grote piramides (zouden) liggen en op allerlei bedrog en intriges daarom heen. Het kaartje vooraan met de zeeroute naar Alexandrië is alvast correct.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Balkenende krijgt kopjes

Michiel Wijnbergh is fotograaf. Meer van zijn werk vindt u op zijn eigen site.


Dit is nou de nieuwe journalistiek. Reporter Rutger Castricum interviewt demissionair premier Balkenende op het Plein in den Haag. Het wordt een soort afscheidsinterview, want Castricum denkt hem niet meer als premier te zullen zien, het rechtse kabinet Rutte aanstaande. Aan het einde van het interview wil Castricum toch nog even zijn genegenheid voor de premier laten blijken door even tegen hem aan te schurken en kopjes te geven. Balkenende kon niet uitwijken naar achteren en moest het gelaten over zich heen laten gaan.

Kopjes geven aan de premier. Ik zou haast zeggen: typisch soft gedrag van zuiver linkse geitenwollensokkenjournalisten.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

En de obstructor is…

Vandaag een bijdrage van onderzoeksjournalist Brenno de Winter. Hij organiseert de eerste Nederlandse Right to Know Day, een bijeenkomst over transparantie van en obstructie door de overheid. Vandaag maakt hij de genomineerden bekend.

brandkastDe genomineerden voor de “Meest Transparante Ambtenaar” en “Obstructor Award” voor 2010 zijn bekend. Beide prijzen onderstrepen de beste en slechtste illustraties van transparant bestuur in Nederland. Burgers en journalisten ondervinden nog altijd veel problemen bij het openbaren van documenten, die eigenlijk al openbaar hadden moeten zijn, via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De uiteindelijke winnaar zal op 28 september 2010 op de Internationale Right To Know Day worden gekozen.

Obstructor Award

Voor de Obstructor Award zijn genomineerd:

1. de Gemeente Ede. Een Wob-verzoek wordt verstuurd naar het centrale faxnummer op de site van de gemeente, maar blijft ruim een maand naast de fax liggen. Na wat klachten wordt het verzoek uiteindelijk behandeld, maar worden documenten achtergehouden. Ook in de bezwaarfase wordt een nieuw besluit genomen. Dat gaat dan naar de verkeerde burger en weer blijken documenten achtergehouden;

2. de Gemeente Nuenen. Een journalist verzoekt de gemeente Nuenen om de declaratiebonnetjes van de bewindvoerders vrij te geven. Als reactie dreigt de gemeente met een forse rekening, waarbij ook wordt gecommuniceerd dat geen kosten hoeven te worden voldaan als hij zijn verzoek intrekt. Dat gebeurt niet en een rekening voor ‘gedane arbeid’ van ruim €800 is het gevolg. Toen de regionale rekenkamer deze bonnetjes kreeg hoefde hij dat niet te betalen. Als de zaak bij de rechter ligt en duidelijk wordt dat de missie kansloos is. Dus kiest de gemeente eieren voor zijn geld;

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Een meisje! Oh nee, toch een jongen

Vandaag een gastbijdrage van Henk Boeke, redacteur van Ouders Online. Het stuk is ook op zijn site te lezen.

androgyne mens op Middeleeuws plaatje“Zoutarm dieet vergroot kans op dochter” kopten de kranten afgelopen week. Het verhaal was gebaseerd op echt wetenschappelijk onderzoek, en de resultaten daarvan waren significant. Maar zó overdreven significant dat je denkt: dat kan niet kloppen. Ik zocht het uit en kwam tot een opmerkelijke conclusie: wie zich aan de regels houdt om een meisje te maken, loopt juist een vergroot risico een jongen te krijgen.

Met een speciaal dieet en seks op het juiste moment zouden aanstaande ouders het geslacht van hun kind kunnen beïnvloeden. Dat klinkt interessant, maar ook verdacht, want al eeuwen lang proberen mensen het geslacht van hun toekomstige kinderen te beïnvloeden – met Chinese vruchtbaarheidskalenders, calorierijke of juist -arme diëten, of door letterlijk op je kop te gaan staan (na het vrijen) – terwijl het effect van al die methodes nooit goed is aangetoond.

En nu verschijnt er opeens een onderzoek dat mede werd uitgevoerd door het Maastricht Universitair Medisch Centrum, waarin bevestigd lijkt te worden dat het toch zou kunnen. Dat wekte dus meteen onze belangstelling. Hoe kan dat nou? Een heuse doorbraak? Eerst de feiten, dan onze analyse.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Pleidooi voor meer moslim-immigratie

Vandaag een gastbijdrage.

Over de retorische gaven van Geert Wilders is al veel gezegd. ‘No mosque here!’ scandeerden de toegestroomde New Yorkers afgelopen zaterdag. Uitzinnig waren ze. Wilders niet. Hij ging niet vol op het orgel. In plaats daarvan vroeg hij om tien seconden stilte. ‘Just be silent and listen.’ Even was het stil. Maar na zes seconden galmde zijn Limburgse steenkolen-Engels al weer over het plein. Mislukt. Tien seconden bleek voor Geert te lang. Misschien maar eens te rade gaan bij zijn professioneel zwijgende (vijftien minuten lang!) bodyguards.

Wat volgde was de gebruikelijke verzameling Venlose gemeenplaatsen. Over New York, de Nederlandse tolerantie en de onheilspellende Sharia die de Westerse wereld te wachten staat. Meindert Fennema had gelijk toen hij Wilders een tovenaarsleerling noemde. Zaterdag goochelde de Grote Blonde Gedoger net zo lang met het begrip ’tolerantie’ tot hij het kon inpassen in zijn ‘wij-zij’ paradigma.

In een interview vertelde Imam Feisal Abdul Rauf, de initiatiefnemer voor het islamitisch centrum, dat het centrum bedoeld is als tegenwicht tegen extremisme en een brug moet slaan tussen moslims en niet-moslims. Maar nuanceringen zijn aan Wilders niet besteed. Over de Westerse samenleving zei hij: ‘It must defend itself against the power of darkness, the force of hatred and the blight of ignorance’. Echo’s uit het Cowboy-tijdperk van George Walker Bush. Als Wilders opschiet kan hij nog meedingen naar de Texaanse zetel in de Amerikaanse senaat.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Weer een mislukt portret van Wilders

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag Chris Aalberts met een vervolg op zijn bespreking van de nieuwe biografie over Geert Wilders. Chris Aalberts is docent en onderzoeker politieke communicatie

Geert Wilders (Foto: Wikimedia Commons/Groep Wilders)

En daar was alweer een portret van Geert Wilders: ?Wilders The Movie?, gemaakt door filmmaker Joost van der Valk. De documentaire werd afgelopen zondag uitgezonden door de VPRO. Eerder kwamen al twee mislukte biografieën uit over Wilders, die nauwelijks nieuws bevatten over de persoon Wilders en zijn persoonlijke geschiedenis. De volgende in deze lijst is documentairemaker Van der Valk, die zegt een objectief portret van Wilders te geven, maar vooral een poging doet met onbewezen aantijgingen Wilders in een kwaad daglicht te stellen.

De eerste poging om Wilders negatief te portretteren zit niet in de documentaire, maar in de trailer. Hierin suggereert een anonieme getuige dat Wilders omgaat met een heroïnehoer. Het fragment kwam niet in de film omdat volgens filmmaker Pieter van Huystee ?we weten dat het zo is, maar we kunnen het niet hard maken?. Een onbegrijpelijke redenering: als ze werkelijk weten dat het zo is, dan kunnen ze het ook hard maken. Ze weten het dus niet. Dit laat het probleem van de makers zien: Wilders is voor hen zo walgelijk dat ze helemaal geen onderbouwing nodig hebben voor hun negatieve verhalen. Roddels over Wilders zijn altijd waar en hebben helemaal geen bewijs nodig.

[b]Schenkingen aan de PVV[/b] De documentaire gaat onder meer in op de financiën van de partij van Wilders. Amerikaanse stichtingen zouden geld overmaken om Wilders? proceskosten te betalen. Vanuit het buitenland zouden grote bedragen gestort worden aan de Stichting Vrienden van de PVV, waarvan Wilders het enige bestuurslid is. Zo zal volgens de makers nooit iemand weten wie of wat er aan Wilders doneert. Leuke insinuatie dat er vast ?iets mis is? met de financiering van de PVV, maar er is geen enkel bewijs voor. Wisten de makers dat burgers anoniem tot 500 euro aan de PvdA kunnen doneren? Bij andere partijen komen burgers pas bij donaties boven 4500 euro in het jaarverslag.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Shanghai bij regen

Michiel Wijnbergh is fotograaf. Meer van zijn werk vindt u op zijn eigen site.


Tien jaar geleden was er in Shanghai nog nauwelijks reden om vanaf de oude stad over de rivier naar de overkant te kijken. De Bund, de rivieroever aan de kant van de oude stad, was met alle statige monumentale panden het hoogtepunt. In al hun wijsheid besloten de chinezen daar verandering in te brengen en stampten een spectaculaire skyline uit de grond. De ‘flesopener’ was een tijdje het hoogste gebouw ter wereld. Er wordt nog steeds gebouwd. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat wordt er nu gefotografeerd en geposeerd voor een herinneringsplaatje. Chinezen hebben vrijwel zonder uitzondering allemaal een digitaal cameraatje bij zich en fotograferen zich suf bij elke toeristische attractie. Zelfs als het regent. Ik trouwens ook, maar dat terzijde.

Vorige Volgende