Gastauteur

2.333 Artikelen
3 Waanlinks
25 Reacties
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

A message you can’t tuna out

Hier weer een bijdrage die we overnemen van Osocio. Deze site volgt wereldwijd “social adverting and non-profit campaignes”.

Okay, the pun stinks. But what’s even more foul is what we are doing to our oceans through unsustainable fisheries. This ad from WWF South Africa, is a graphic representation of “bycatch”, which is the sea life killed and wasted by some commercial fishing techniques:

Copy: Only a tenth of the catch in long line tuna fishing is actually tuna. Most commercial fishing gear is not completely selective. As a result many endangered sea animals are also captured. To ensure the fish you buy is caught in a way that is environmentally friendly, text our fishms number (079 499 8795) with the type of fish and you’ll receive an sms back as to whether it’s in the red, orange or green category.

This ad is particularly timely for me, since my 5-year-old son has started telling off our neighbourhood fishmonger for selling monkfish.

From the campaign web site:

FISHERIES IN CRISIS

It is now widely accepted that commercial fisheries are in a state of decline worldwide. 80% of the world fish stocks are over exploited or exploited to their maximum, this was indicated in The State of World Fisheries and Aquaculture report (SOFIA) from The Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO) released in 2008.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Fluisteraars

  • Orlando Figes, Fluisteraars.
  • Het dagelijks leven onder Lenin en Stalin.
  • Witsand Uitgevers, Gent, 2010.
  • 640 p. ISBN 978 90 4680 487 2
  • 2ehands vanaf € 49,80

    Dit is een gastbijdrage van Jef Abbeel.

    Orlando Figes (1959) is hoogleraar in Londen. Hij schreef al een vijftal boeken over de Sovjetgeschiedenis, die telkens een ander aspect ervan behandelen.

    “Fluisteraars” gaat over het leven van Russen, Oekraïners en vele andere volkeren in het Sovjetrijk in de periode van 1917 tot 1953. Het is al vertaald in 20 talen, maar helaas niet in het Russisch. Russische uitgevers en historici blijken nog geen interesse te hebben of schrikken ervoor terug.

    Zoals de titel doet vermoeden, verliep het leven van de toenmalige sovjetburgers in een sfeer van angst. Het boek had even goed “Angst ten tijde van Stalin” kunnen heten. Mensen fluisterden, omdat ze bang waren om te worden afgeluisterd. Elk woord kon doorverteld worden aan de geheime dienst en kon arrestatie tot gevolg hebben. Niemand wist wie allemaal informant was van dat instituut. Velen waren zo ongerust, dat man en vrouw tegen elkaar zwegen over hun houding tegenover het regime en over hun afkomst. Want een “bourgeois” verleden kon volstaan om in een werkkamp te belanden.

    Het was zelfs zo erg, dat velen permanent een koffertje hadden klaar staan voor de mogelijk enige reis in hun leven : die naar het werkkamp in de noordelijke of oostelijke goelag. Zeker in de jaren 1937-1938 stond dit reiskoffertje klaar, ook bij trouwe aanhangers van het regime. En helaas was het dikwijls nodig. Weinig families ontsnapten aan de gevreesde klop op de deur. En wanneer die er kwam, stonden de mensen zo verstijfd dat het leek alsof ze nog schuldig waren ook. En zelfs dan namen sommige vaders afscheid met als laatste woorden : wees een goed communist.

    Figes heeft voor deze studie de medewerking gekregen van Memorial. Dit is een Russische organisatie die de terreur tijdens het sovjetregime onderzoekt en getuigenissen van nog levende slachtoffers verzamelt. Bij meer dan duizend bejaarden (van 70 en meer) werd een interview afgenomen. Daarvan zijn er 450 verwerkt in dit lijvig boek. De andere staan op de site : www.orlandofiges.com
    Figes beperkte zich niet tot deze oral history : hij onderzocht de dossiers, brieven, dagboeken in Russische archieven. Zo wapent hij zich preventief tegen het mogelijke verwijt dat mondelinge getuigenissen na 70 jaar misschien niet meer beantwoorden aan de normen van de historische kritiek, dat deze mensen bepaalde zaken vergeten zouden zijn of zelfs nu nog bang zijn om erover te vertellen.
    Dan blijkt dat vele slachtoffers pas nu, aan het einde van hun leven, durven spreken, ook de behoefte voelen om hun lijdensverhaal door te geven. En de dossiers blijken hun getuigenissen te bevestigen.
    Bij de vragen die telkens voorkwamen waren : welke invloed had het leven in een terreurregime op je relaties met je familie, vrienden en buren ?
    Hoe probeerde je te overleven ?
    De antwoorden zijn onthutsend en schrijnend. Ze vertonen heel vaak overeenkomsten met het onvolprezen boek van Nina Loegovskaja, “Ik wil leven. Het geheime dagboek van een 40.Russisch meisje tijdens het Stalin-bewind”, Uitgeverij WPG, Antwerpen, 2004. Eigenaardig genoeg wordt het hier niet geciteerd.

    We geven ter illustratie enkele concrete voorbeelden van het leven in het toenmalige sovjetrijk. De revolutionairen stelden zeer hoge eisen aan hun onderdanen en aanvankelijk ook aan zichzelf (later bedachten ze het nomenclatura- systeem, zodat zij zelf niets te kort kwamen).
    Het privé-leven moest totaal ondergeschikt zijn aan de communistische zaak en aan de communistische heilstaat. Er waren gelijkenissen met het kloosterleven bij ons voor 1965. De communisten moesten 7 dagen op 7 en 24 uur op 24 in dienst staan van de revolutie en daardoor de opvoeding van hun kinderen overlaten aan anderen, bij voorbeeld aan de grootouders of aan kindermeisjes uit de dorpen. Deze brave mensen gaven hun dikwijls een …zeer traditionele opvoeding, met de christelijke waarden van de orthodoxe kerk in plaats van de revolutionaire. Doopsels e.a. riten vonden plaats in het geheim. Van hun echte ouders kregen ze weinig liefde en affectie.
    Op de schoolbanken en in de komsomol ( communistische jeugdbeweging ) leerden ook zij dat ze alles moesten opofferen voor de revolutie, inclusief anderen verraden. Die anderen, dat waren de “bourgeois”, koelakken ( kleine zelfstandige boeren), maar ook hun buren, ouders, broers of zussen, als die het waagden om een verkeerd woord over de partij of het systeem te zeggen.
    Het familiaal leven van miljoenen rode proletariërs werd volledig gefnuikt door het systeem van de kommoenolka’s. Dit waren flatgebouwen, waar alles gemeenschappelijk was voor vier of veel meer families. Dit had wellicht ook enkele leuke kanten, maar elke vorm van privacy werd in de kiem gesmoord. Figes geeft een plattegrond van zo een flat (194) : in één kamer stonden alle eenpersoons bedden van grootvader, grootmoeder, vader, moeder, zoon, dochter.
    65.’s Nachts sliepen de kinderen achter een geïmproviseerd scherm, om te voorkomen dat ze toekeken wanneer de ouders en grootouders naar bed gingen.
    Verder was er één eettafel, een boekenkast, wastafeltje, schrijftafeltje, een paar stoelen, een kist onder een bed en een kapstok, dus niet eens een kleerkast. Het fornuisje was veel te klein. Eigenlijk was dit nog luxe, want er was toch een gemeenschappelijk keuken.
    De gemeenschappelijke keuken, badkamer en toilet vormden dagelijks het toneel van conflicten en waren een bron van constante ergernis. Alle families wilden ’s avonds rond dezelfde tijd koken, nadat ze soms al een paar uur verloren hadden met in de rij te staan voor wat brood, altijd dezelfde, uitsluitend inlandse groenten en minderwaardig vlees. Want het betere vlees werd geëxporteerd en tot 1990 zag de sovjetburger en de onderdaan in het Oostblok geen buitenlands fruit zoals sinaasappelen en bananen. Menigeen wilde rond dezelfde tijd onder de vuile douche of naar het nog smeriger toilet. Soms was er één toilet voor 48 (achtenveertig ) mensen ! Iedereen was gespannen en irritaties waren onvermijdelijk.
    Tussen de kamers van de verschillende families was de geluidsisolatie quasi nihil. Gesprekken in de nabijgelegen kamers waren woordelijk te verstaan, zodat de families leerden fluisteren, zeker over politiek of over hun eigen afkomst. Het Russische woord “sjeptoen” is fluisteraar, in de betekenis van verklikker. “Sjeptoesjik” is neutraler, voor een fluisteraar die bang is om gehoord en verklikt te worden.
    Wie bij de adel of de geestelijkheid was ( geweest), uit de bourgeoisie kwam, kind was van een tsaristische officier of van een koelak (kleine zelfstandige boer), stond op de zwarte lijst en liep een groot risico voor het minst verraden te worden, hoewel hij of zij alle vroegere voorrechten en bezit kwijt was. Meer nog : zij werden tot paria gedegradeerd en kregen weinig kansen om verder te studeren . Zo wou men voorkomen dat er een nieuwe klasse ontstond.
    In de sovjetmaatschappij was de sociale mobiliteit, de kans om vooruitgang te maken, heel groot, maar in beide richtingen : de rode proletariër kon de sociale ladder beklimmen, maar de voormalige elite, bekwaam of onbekwaam, werd als klassenvijand ofwel fysiek uitgeschakeld ofwel van de ladder afgeduwd.
    Elke gedachte aan persoonlijk geluk was schandelijk en moest worden onderdrukt, opgeofferd voor een beter bestaan in de toekomst. “Vuile intellectueel” en “egoïst” waren de ergste scheldwoorden. Een agent van de geheime dienst, die uit naam van de revolutie de ijzerhandel van zijn eigen vader confisqueerde, werd toegejuicht door de idealisten van de komsomol en kreeg een voorbeeldfunctie.
    Het huwelijk werd afgedaan als een burgerlijke conventie, dus iets van het Ancien Regime, dat voorgoed tot het verleden moest behoren. Relaties gingen vaak stuk, doordat één van 100.beiden de revolutie belangrijker vond dan de partner. In 1927 vaardigde de partij zelfs een officiële richtlijn uit dat iedereen “contrarevolutionaire gesprekken” moest rapporteren.

    De verklikkingsmanie bereikte mythische proporties met Pavlik Morozov (134-137, 140-141, 174, 311,314,317). Dit jongetje van 15 zou in 1932 zijn vader bij de politie aangegeven hebben als koelak. De vader was een eenvoudige, hardwerkende boer, die met het Rode Leger had gevochten en voorzitter was van de dorpssovjet(134). Hij werd veroordeeld tot dwangarbeid en later doodgeschoten.
    Meteen werd er een Pavlik – cultus gecreëerd : in verhalen, films, gedichten, toneelstukken, liedjes, … was hij de perfecte pionier. Elk kind kreeg de plicht zijn vader of leraar te verklikken, als die “zich niet hield aan de sovjetwetten”.
    In de jaren ’30 ontaardde dit in een massafenomeen, zeker in de jaren ’37 en ’38. Verklikking bevorderde de terreur, maar was er niet de oorzaak van.
    De terreur was een doelbewuste massamoord, om de absolute macht te behouden. De geheime dienst legde daarbij lijsten aan van koelakken en andere “vijanden van het volk” en waarbij elke dorpssovjet zijn quotum moest halen. En als ze het getal niet haalden bij de “volksvijanden”, werd het aangevuld op basis van loting ! Niemand was nog veilig en men kon van vandaag op morgen veranderen van trouwe medewerker van Stalin of trouwe officier in volksvijand.
    Kinderen en jongeren moesten overal allerlei formulieren invullen : op school, bij de jeugdbeweging, in de fabriek. Als ze aankruisten dat er ooit een familielid gearresteerd was, werden ze zelf uitgesloten. Zo leerden ze dus liegen om te overleven.

    En om te overleven, moest men vaak collaboreren. Schrijver en parlementslid Konstantin Simonov (1915 – 1979) wordt hier uitgebreid aangehaald als overtuigend voorbeeld. Hij had aristocratische ouders, leefde daarom permanent in angst en gedroeg zich daarom als model voor de anderen. Of toch in bepaalde opzichten, want hij was tegelijk vriend en verrader, “gelovig utopist” en twijfelaar, trouwe minnaar en trouweloze echtgenoot, beschermengel en bange parasiet. Alleen al in het register krijgt hij anderhalve pagina (764 – 765).

    Arrestaties verliepen vaak volgens een zelfde patroon. Velen die werden aangehouden, boden geen enkele vorm van verzet, ze zaten erbij als geslagen honden, verstijfd van de schrik en ze ondergingen alle vernederingen. Bekentenissen werden afgedwongen met de ergste folterpraktijken.
    Wie verbannen werd naar het barre noorden of oosten, kwam terecht in ijskoude niemandslanden, waar alles nog uit de grond gestampt moest worden : er waren geen huizen, geen water, geen voedsel. Steden ( zoals Magnitogorsk), ontstonden op de lijken van miljoenen doden. 25 miljoen mensen werden het slachtoffer van de terreur. Bijna elke familie werd geconfronteerd met arrestatie, deportatie. Daar mag je nog tientallen miljoenen doden bijtellen, die omkwamen van honger of door de 2° W.O.

    Er waren ook een groot aantal “believers”, die het gevoel of de overtuiging hadden dat ze persoonlijk deel uitmaakten van de wereldrevolutie, die op elk moment kon uitbreken en die van alle mensen broeders zou maken. Vanaf hun jeugd waren ze op school, bij de pioniers, in de komsomol en in de partij geïndoctrineerd met en doordrongen van de waarden van de ideale sovjetmaatschappij en met begrippen zoals “vijanden van het volk”.

    Soms vergelijkt Figes het Stalinisme met het nazisme : het eerste duurde veel langer en kon in eigen land en nadien in de satellietstaten dus veel meer levens vernietigen. Beide systemen waren antisemitisch, maar in Rusland ontaardde dat niet in massale uitroeiingskampen met gaskamers en verbrandingsovens. De geheime dienst telde te veel ongeschoolde, zelfs domme krachten, waardoor hij minder efficiënt was dan de Gestapo ( of dan de latere Stasi). Figes had deze vergelijking wat meer mogen uitdiepen of verwijzen naar Richard Overy, “Dictators. Hitlers Duitsland, Stalins Rusland” (WPG, Antwerpen, 2005).

    Een paar kleine opmerkingen. Een verklarende woordenlijst ontbreekt. Begrippen zoals koelak en komsomol zijn bekend, maar kommoenalka, sjeptoen , sjeptoesjik niet. Het boek is rijkelijk voorzien van noten en een register, maar het mist een overzichtelijke bibliografie.

    Tot slot : Figes onderzoekt, beschrijft, analyseert, vergelijkt, nuanceert. Het uiteindelijke oordeel laat hij grotendeels over aan de lezer. Hij heeft een begenadigde schrijfstijl. Zijn boek is te dik om in één trek uit te lezen, figuren zoals Simonov hadden iets minder pagina’s mogen krijgen, maar eens je eraan begint, blijft het je intrigeren.

    Het Rusland van Poetin en Medvedev biedt de mensen eindeloos meer ademruimte, de kans om de wereld te verkennen, meer mogelijkheden om economische vooruitgang te maken, maar wie hardop kritiek durft te uiten op de corruptie, riskeert nog altijd in Siberië te belanden of met vergif of kogels uitgeschakeld te worden.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Gematigde moslims geven weerwoord

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag is dat Enis Odaci over het optreden van Izz ad-Din Ruhulessin bij Pauw en Witteman. Enis Odaci is voorzitter van Stichting 12 Imams.

Zucht…

Sakineh Mohammadi Ashtiani (Foto: flickr/Robert Reed Daly)

Op 7 september jl. was de heer Izz ad-Din Ruhulessin te gast bij Pauw en Witteman om zijn mening te geven over de in Iran veroordeelde Sakineh Mohammadi Ashtiani. Zij wordt beschuldigd van overspel of het hebben van een ‘illegale verhouding’. In Iran staat daarop de steniging als straf. Het betoog van Ruhulessin kunt u in de Volkskrant lezen. Kern van zijn betoog: “het is een interne Iraanse aangelegenheid en volgens islamitische wetgeving niet meer dan normaal.”

De discussie aan tafel was ongekend tenenkrommend en het is te hopen dat de kijkers onderscheid blijven maken tussen idioten en intellectuelen.

Aan tafel zat ook Hafid Bouazza, schrijver van beroep, die zich eerder aangesloten heeft bij de inmiddels wereldwijd georganiseerde protesten om de steniging te voorkomen. Deze protesten zijn ontstaan nadat de kinderen van Sakineh als laatste noodkreet de wereld of het Westen om hulp hebben geroepen. Zij wensten hun moeder niet kwijt te raken.

Izz ad-Din Ruhulessin studeert politicologie, maar bij Pauw en Witteman is hij niet in staat gebleken om ook maar één coherente gedachte in duidelijk Nederlands te formuleren. Op zich is dat geen probleem, ware het niet dat ook weer in deze uitzending alle deelnemers te pas en onpas spraken over DÉ islam. Izz ad-Din vond het best, want hij houdt wel van provoceren, getuige dit nieuwsbericht.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Thousands of women are falling down the stairs every day

Hier weer een bijdrage die we overnemen van Osocio. Deze site volgt wereldwijd “social adverting and non-profit campaignes”.

Definitely European style this video from the German BV Frauenberatungsstellen und Frauennotrufe – BFF (The National Association of Women’s Counseling and Rape Crisis Programs – Women against Violence).

Is it too stylish? Advertising people love it, the video got shortlisted at this Years Cannes Lions Advertising Festival in the “Films” catergory.

Above the directors cut. The regular video after the break.

Everybody worked for free: the stunt girls, the actors, the 3D and 2D Animators, musicians and colour graders. The music was especially arranged for this commercial.

Advertiser:
BV Frauenberatungsstellen und Frauennotrufe

Agency:
Young & Rubicam, Frankfurt
Additional credits:
Director: titus.
DOP: Andrés Màrder
Producer: Sophia Rosa Schwert

Stunts: Incognito Stunts, Frankfurt
Postproduction: Seed, Frankfurt; Blanx, Cologne
Colograding: We Fade To Grey, Cologne
Music: Tinseltown, Düsseldorf
Production: Raketenfilm, Frankfurt


Oorspronkelijk bericht.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Wie schrijft een echte biografie over Wilders?

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag is dat Chris Aalberts over de nieuwe biografie van Wilders. Chris Aalberts is docent en onderzoeker politieke communicatie.

Vorige week kwam een nieuwe biografie over Geert Wilders uit, met als ondertitel: ‘Tovenaarsleerling’. Meindert Fennema, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam schreef het boek. Geert Wilders mag zich verheugen in de belangstelling van meer biografen. De journalisten Arthur Blok en Jonathan van Melle schreven in 2008 al de biografie ‘veel gekker kan het niet worden‘. De boeken leveren maar één belangrijke vraag op: waarom komen we zo weinig over Wilders te weten?

[b]Geen medewerking[/b] Fennema bedankt in zijn dankwoord diverse mensen voor hun medewerking aan zijn boek. Hij bedankt Geert Wilders echter niet: “hij heeft op mijn brief, e-mail en sms nooit gereageerd”. Wilders is geen gemakkelijk persoon om te portretteren, maar dat wist Fennema ongetwijfeld al. De poging van Blok en Van Melle uit 2008 liep uit op een fiasco. Ze spraken met Wilders, maar na enige tijd vond Wilders een blog van Blok te kritisch, kwam afspraken niet meer na en zei uiteindelijk zijn medewerking op.

Blok en Van Melle zouden slechts één interviewdag met Wilders hebben. Daar zaten Blok en Van Melle dan, met hun halve verhaal. Ze maakten er toch een boek van. Ze gebruikten het halve boek om uit te leggen waarom het niet was gelukt een echte biografie te schrijven, inclusief alle mails die ze naar de PVV hadden gestuurd en hun telefoontjes met de medewerkers van Wilders. De rest van het boek werd gevuld met de paar verhalen die ze van Wilders hadden kunnen optekenen, de reacties van een aantal collega’s op Wilders en de geschiedenis van de PVV. Het leverde weinig op.
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

How we are financing Israel’s security

Ben Hayes, schrijft voor Neoconopticon, een site over het Europese security-industrial complex. Vandaag een bijdrage over de banden tussen Europa en het Israelische veiilgheidscomplex.

The EU is providing yet more R&D subsidies for the Israeli security-industrial complex, this time for a €15 million project entitled “Total Airport Security System” (the EC contribution is €9 million). The Verint-led consortium promises to deliver ,,multisource labyrinth fusion logic enabling situational and security awareness of the airport anytime and anywhere” (or, in other words, “total surveillance”).

According to the project synopsis: “TASS is a multi-segment, multi-level intelligence and surveillance system, aimed at creating an entire airport security monitoring solution providing real-time accurate situational awareness to airport authorities. TASS divides the airport security into six security control segments (environmental, cargo, people, airplanes, vehicle-fleet & facilities) each of them being monitored by various technologies that are fused together, creating a multisource labyrinth fusion logic enabling situational and security awareness of the airport anytime and anywhere.’’

Since the European Community began funding research in 1984, both the amount of funding available and the range of topics on offer have steadily increased (the latest framework programme, FP7, has a seven-year budget of €53 billion). So has the participation of researchers from outside the EU in collaborative projects.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Verwijsindex Risicojongeren: privacy afdoende geregeld?

Vandaag een gastbijdrage van Jan-Jaap Oerlemans, onderzoeker bij de eenheid jeugdrecht van de Universiteit Leiden.

meisjeOm te voorkomen dat hulpverleners langs elkaar heen werken, zoals bij de zaak Savanna, is de Verwijsindex Risicojongeren (VIR) in het leven geroepen. Nu de verwijsindex wordt toegepast, is nog steeds niet duidelijk of de hulpverleners genoeg zijn toegerust om de privacy van de betrokken jeugdigen te waarborgen.

De zaak Savanna heeft in het verleden duidelijk gemaakt dat hulpverleners soms langs elkaar heen werken met alle gevolgen van dien. Zij zijn tevens soms niet goed op de hoogte dat een jeugdige naar andere gemeente is verhuisd. De VIR moet hiervoor een oplossing bieden en brengt hulpverleners bij elkaar die met dezelfde jongeren samenwerken. Zodra hulpverleners een bericht krijgen dat een andere hulpverlener met de betrokken jeugdige bezig is, moeten ze met elkaar in contact treden en gegevens uitwisselen om tot afspraken over de hulpverlening te komen.

Wanneer moet gemeld worden? Hulpverleners die zich zorgen maken over de ‘ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid’ kunnen op grond van bepaalde meldingscriteria jongeren tussen 0 en 23 jaar aan de verwijsindex aanmelden. Een wettelijke regeling was noodzakelijk door de verwerking van het burgerservicenummer in de VIR en de vastlegging van de gronden voor een doorbreking van de eventuele geheimhoudingsplicht van professionals. Toch zullen professionals telkens een zorgvuldige afweging maken of zij in een bepaald geval nodig vinden een melding te doen. Professionals blijven aansprakelijk voor onterechte meldingen en moeten het plaatsen van een melding daarom zorgvuldig documenteren

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Waar is Job Cohen?

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag is dat Adriejan van Light Sound Dimension.

Yes We Cohen! (foto: flickr/Bert Kommerij)

Job Cohen is de hele afgelopen formatieperiode, waarbij Nederland langs de rand van de afgrond gescheerd is, stil geweest. Na eerst zonder enig protest rechts het initiatief in handen te hebben gegeven, heeft hij zich daarna onthouden van enig commentaar. Staatsrechtelijk is dat allemaal zeer correct, en waarschijnlijk was het ook verstandig om gedurende de formatie niets te zeggen. Maar nu de hele situatie weer open ligt, en de VVD en Mark Rutte sterk gedelegitimeerd zijn als leiders van de pogingen Nederland een kabinet te bezorgen, zou Cohen, als leider van de op één zetel na grootste partij van het land, zich moeten profileren. ?Het schrijven van een proeve van een regeerakkoord? is nou niet echt een vastgebeitelde staatsrechtelijke traditie, of zo; het is in 1994 eens gebeurd, en that?s it.

Een formatie als deze, en zeker wanneer hij afbreekt, is pure machtspolitiek. Het gaat niet om regels, maar om wie op welk moment naar voren treedt met welke boodschap. Het gaat om geloofwaardigheid in de ogen van het publiek, en het voor het blok zetten van andere partijen. Een situatie als afgelopen vrijdag, toen de formatie gestrand was en het onduidelijk was welke kant het zou opgaan, is volgens mij een staatsrechtelijk redelijk open situatie. Er zijn op dat moment nog geen initiatiefnemers van iets, die de kans moet worden gegund om tot een akkoord te komen. Zo?n situatie moet benut worden! Als je op dat moment komt met een redelijk en geloofwaardig alternatief creëer je je eigen momentum.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Tegenzinnen 05 | En nu? Een centrumlinks minderheidskabinet met ministers van CDA en VVD?

Rutte heeft het initiatief verspeeld. In de onderhandelingen over paars plus heeft hij niet onderhandeld, maar piketpaaltjes geslagen. Door onderhandelingsamateurisme van PvdA, GroenLinks en D’66 werd pas na enkele weken de conclusie getrokken dat Rutte die 18 mld. aan bezuinigingen en de hypotheekrente-aftrek überhaupt niet wilde loslaten. Want door de ‘onderhandeling’ te rekken kon Rutte beweren dat hij wel degelijk onderhandelde terwijl deze piketpaaltjes een overeenkomst onmogelijk maakte. Dat was geen theater in het landsbelang.

Tijdens de onderhandelingen over rechts had Rutte, om het opkomend rumoer in het CDA te sussen, niet machteloos aan de kant hoeven staan. Als beoogd premier en liberaal had hij zich expliciet kunnen uitspreken voor de grondbeginselen van onze staat. “De ongerustheid binnen het CDA is te begrijpen, maar haar achterban moet zich realiseren dat de staatsrechtelijke verworvenheden ook voor de VVD een groot goed zijn. Vrijheden zijn ons lief, ook de vrijheid van godsdienst, en etnische registratie druist in tegen onze gezamenlijke ideeën over individuen met hun eigen verantwoordelijkheden”. Daarmee had hij niet alleen CDA-ers gerustgesteld. Hij verkoos echter de zijlijn.

Door z’n ene zetel voorsprong werd hem volgens een ongeschreven regel het initiatief gegund. Dat heeft hij met deze twee mislukkingen echter verspeeld. Daarom dient een volgende formatiepoging elders op het politieke spectrum te beginnen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

The revolving door in Brussels

Wederom een bijdrage van Brussels Sunshine.

Oud-EU-commissaris Gunther VerheugenThe German weekly WirtschaftsWoche earlier this week revealed that former Enterprise Commissioner Verheugen has set up his own EU lobby consultancy firm, The European Experience Company. Verheugen started the new firm in April 2010, just two months after he ended his term as Commissioner, but never informed the Commission about this. According to Wirtschaftswoche the Commission is now investigating whether Verheugen has violated the Code of Conduct for Commissioners.

WirtschaftsWoche quotes Member of the European Parliament (MEP) Inge Gräßle who comments that this will mean that “now, anyone with money can buy access to the institutions through Verheugen”. “The Commission must start considering how it can protect itself against ex-Commissioners,” Gräßle told WirtschaftsWoche. The issue has led to significant controversy covered in German andAustrian press. In Thursday’s edition of the German daily Handelsblatt, co-director of European Experience Company Petra Erler (who is also Verheugen’s former head of Cabinet) makes a clumsy and unconvincing attempt to counter the criticism. Verheugen is one of six Commissioners from the previous Barroso Commissionthat have moved into private sector jobs that might entail conflicts of interest (out of 13 Commissioners that left in February).

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Germany is not Europe’s locomotive

Vandaag een gastbijdrage van Philip Whyte, senior research fellow at the Centre for European Reform.

Duitse locomotiefThe German economy has been growing exceptionally strongly of late. In the second quarter of 2010, it expanded faster than any other economy in the G7 and faster than at any time since the country’s reunification in 1990. Industrial output is surging. The rate of unemployment has been declining for over a year and is now well below the eurozone average (let alone levels in the US). Consumer spending and business investment are picking up – and households and firms are generally less burdened with debt than their counterparts in highly leveraged economies like the UK and the US. Germany, in short, seems to have emerged strongly from the Great Recession. Indeed, some observers think it has entered a self-sustained recovery – and that it is starting to act as Europe’s ‘growth locomotive’.

If this were true, it would be welcome. Over the past decade, Germany has not been a great source of demand for the world or the European economy: in real terms, domestic demand is only about 3 per cent higher now than it was back in 2000. For most of the noughties, Germany was structurally reliant on exports for its economic growth: without debt-fuelled spending elsewhere in the world economy, it would barely have grown at all. So any sign of a sustained recovery in German domestic demand would be good news for the country itself and the rest of the world. Not only would it reduce Germany’s reliance on unsustainable (and hence destabilising) foreign profligacy. It would also allow the eurozone and the world economy to rebalance at a higher level of output and employment than otherwise.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Say No To Terror

Vanaf vandaag zullen we regelmatig een bijdrage over nemen van Osocio. Deze site volgt wereldwijd “social adverting and non-profit campaignes”.



This campaign from the Arabic world speaks out against terror: Say No To Terror.
The message is brought through a website, 5 video’s, 5 ads and a Android app.

The video’s are broadcasted on moderate & open minded channels like MBC group and Al Arabia news. According to Hayan, who helped with the translation, not the best place to send this message.
Although the message is clear feel free to add some information or translations in the comments.

Copy in the ad below: Terrorism. I’m a Muslim. I’m against it.




Below a screen from the Android app. Use the QR code to find more information about the app.


Thanks Hayan Maani and the people at our Facebook page for helping.

Oorspronkelijk artikel.

Vorige Volgende