Edge of Europe

163 Artikelen
1 Waanlinks
Achtergrond: Jay Huang (cc)

Tegen

COLUMN - Een alleraardigst klein stadje aan de kust, vol pittoreske huisjes en allercharmantste achterlijke tradities. Je zou er miljoenen toeristen per jaar naartoe kunnen lokken, ware het niet dat dit Saoedi-Arabië is en de foto in 1938 genomen is. Dit is wat nu de tweede stad van het land is – Jeddah. Voordat de olieproductie op gang kwam.

Na die tijd is Jeddah een beetje veranderd. Ik mag toch aannemen dat u dat wist, van Saoedi-Arabië. Dat het land een armetierig zooitje was, voordat Saudi Aramco in alle ernst begon te boren. De rijkdom van Saoedi-Arabië komt uit de olie. Dat is niet direct een wereldschokkende vaststelling, of wel?

En wie gebruikt die olie? In 2012 nam Europa nog altijd 15% van de export van Saoedische ruwe olie voor haar rekening. Anders gezegd: we waren met zijn allen in 2012 goed voor 15% van 90% van het Saoedisch bruto nationaal product (en ja, wie echt doorzoekt, die ziet dat ik de boel nu een beetje te simpel stel, maar het is al moeilijk genoeg zo). Oftewel 15% van 90% van 711 miljard 50 miljoen dollar (opgave VN, 2012). Dat is bijna 96 miljard dollar in één jaar. Toevallig ongeveer het BNP van Marokko. Daar kun je, ik noem maar een zijstraat, heel wat fundamentalistisch-terroristische groepjes van financieren.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Bud Baldwin uit Pomeroy, WA

COLUMN - Marvin A. Baldwin – “Bud” – werd in 1912 geboren, waarschijnlijk in hetzelfde dorp waar hij in 1940 nog woont, ongehuwd, bij zijn oom en tante: Pomeroy, een plaatsje van destijds zo’n 1600 inwoners in de bergen van de staat Washington. U mag Pomeroy in 1912 zien als een stadje uit een Westernfilm: bestrating van de hoofdstraat kwam pas in 1916.

baldwin-mIn februari 1943 tekent Bud Baldwin voor het Amerikaanse leger: Enlistment for the duration of the War or other emergency, plus six months. Hij is inmiddels getrouwd en we leren dat hij één jaar middelbare school heeft gehad en als beroep ‘ongeschoold productiewerk in een graanmolen’ heeft. Het is wellicht niet vreemd dat de dan dertigjarige man tekent voor dienst bij het leger voor de duur van de oorlog. Hij komt uiteindelijk terecht bij wat we in Nederland de pantserinfanterie noemen: het 38th Armored Infantry Battalion van de 7th Armored Division.

Het lijkt erop dat de ongeschoolde graanmolenarbeider Bud Baldwin in het leger zijn plek heeft gevonden: hij schopt het tot Staff Sergeant – sergeant 1e klasse – en is squad leader, groepscommandant met de leiding over twee teams van vier geweerschutters.

Maar op 29 maart 1945, vlak voor het einde van de oorlog, ligt het 38ste midden in Duitsland voor het plaatsje Kirchhain, zo’n 50 km ten noorden van Frankfurt. De Duitsers geven ook nu nog hun land niet zomaar weg aan onze bevrijders die voor hen immers bezetters zijn. En op 8000 kilometer van huis komt SSgt Marvin A. Baldwin op 32-jarige leeftijd om bij de inname van Kirchhain.

Foto: Willem van de Kerkhof (cc)

Pak het tuig onze vlag af

OPINIE - Ik heb nooit zo heel veel om de Nederlandse vlag gegeven, want wat moet je ermee? Rood, wit en blauw – het is niet eens een erg fraaie kleurcombinatie, meer iets voor een transportbedrijf dan voor een land. En toch is het mijn vlag, de vlag die ik heb leren hijsen, strijken en vouwen bij de padvinders, de vlag die ik gegroet heb in het leger, de vlag die ik tegenwoordig op Koningsdag, als ik in Nederland ben, uitsteek voor mijn moeder die dat zelf niet meer kan.

Nederland was nooit zo van het vlagvertoon en dat vond ik eigenlijk wel mooi. Amerikanen die overal stars and stripes op plakken, of mensen die fanatiek zwaaien met een vlag van Zimbabwe, het is niets voor mij. En toch is een vlag een mooi ding, een symbool voor de eenheid van een volk, voor de tradities en geschiedenis die een land maken tot wat het is. Een vlag, daar mag je best respect voor hebben.

De Nederlandse vlag is het symbool van een land dat zich ontworsteld heeft aan vreemde heerschappij. Nederland is ontstaan na een lange oorlog tegen hen die ons een godsdienst wilden opdringen. Willem van Oranje zei al: ‘Ik kan niet goedkeuren dat vorsten over het geweten van hun onderdanen willen heersen en hun de vrijheid van geloof en godsdienst ontnemen.’ Ons land was dan ook een veilige haven voor onder andere Portugese Joden zoals de grootvader van Baruch Spinoza, op de vlucht voor diezelfde Spaanse godsdienstdwang.

Foto: Frans Schouwenburg (cc)

Bij de dood van de religiekritiek

OPINIE - Het is afgelopen met de religiekritiek, dat flinterdunne maskertje waarmee de racisten jarenlang probeerden hun rauwe haat jegens het niet-roomblanke volksdeel te vermommen tot iets acceptabels. De Marokkanenhaat wordt nu openlijk beleden.

Nu stelde die religiekritiek al geen reet voor, laten we eerlijk wezen. Ernstig homofobe machotiepjes die ineens de positie van homo’s in islamitische landen aankaartten – het was niet erg geloofwaardig. Misogyne puberblogjes die van dikke tietuh en lekkere wijvuh aan elkaar hangen en ineens over de positie van de vrouw in de islam gingen schrijven – tsja. Echte religiekritiek, diepgaande analyses van het denken in verschillende islamitische stromingen en het effect daarvan op de samenlevingen waar die stromingen de mainstream vormen – ik ben het niet tegengekomen. Vrijwel geen ‘islamcriticus’ heeft het überhaupt ooit over stromingen gehad. En laten we wel wezen, je kunt je geen muziekrecensent noemen als je niet weet wat jazz is of new wave, en nooit verder komt dan te stellen dat je een hekel hebt aan muziek.

Nu zelfs dat ongeloofwaardige sausje van intelligent discours verdampt is, blijven de droge aardappels van het racisme op het bordje achter. Dat kan geen verrassing zijn, want de partijleider van de haat riep in 2006 al uit dat hij wilde discrimineren. We wisten het allang – u, ik, Henk en Ingrid. Het religiekritiekpapje diende slechts om die aardappel gemakkelijker door de strot te krijgen. Dat is niet meer nodig. Het volk vreet zich zat aan racisme en is daar trots op. De pseudoniemen verdwijnen, de haat wordt onder echte naam feestelijk rondgebazuind.

Foto: screanzatopo (cc)

Uitbuiting

COLUMN - De werknemers van een IP-benzinepomp naast de lokale autostrada hadden laatst de boel tijdelijk geblokkeerd: ze krijgen al 22 maanden niet uitbetaald. Ja, uw reactie is dezelfde als die van mij toen ik voor het eerst van dergelijke wantoestanden hoorde (het is zeker niet de eerste keer): dan ga je toch gewoon niet meer naar je werk?

Het is de reactie van de verwende Nederlander. Je zoekt gewoon een andere baan en tot die tijd is er de sociale dienst. Maar een sociale dienst bestaat niet in Italië en een andere baan kun je zeker hier in het zuiden gewoon vergeten. Dus de pompbedienden van de IP houden vol terwijl ze zien hoe de nieuwe eigenaar elke week de opbrengst komt halen – waar ze niets van terug zien. Het is keiharde uitbuiting en niks anders.

Een fabriek in Taranto veroorzaakt enorme vervuiling en schrikbarend hoge aantallen werknemers en omwonenden die sterven. De staat wil daar nu eindelijk eens een eind aan maken. Maar de werknemers gaan de straat op. Ze verdedigen hun baan waar ze dood aan gaan en waar hun families in de omgeving van de fabriek dood aan gaan. Want zonder dat verdomde werk is er niets meer. Liever eervol dood in de aluminiumfabriek, zodat je in ieder geval je gezin nog kunt onderhouden voor zo lang als het gaat. En zo worden ook zij uitgebuit.

Foto: Tom Marcello (cc)

De verpakking

OPINIE - Zoals u weet, ben ik een jazzfanaat. Nu zijn er mensen die beweren dat jazz zwarte muziek is, en dat blanken nu eenmaal geen jazz kunnen spelen. U kent die discussies ook wel uit de blues- en de rapwereld. Maar hoe moet ik dat voor me zien? Laat ik er een willekeurige CD bij pakken.

Ik heb hier voor me Pithecanthropus Erectus van Charles Mingus, niet de eerste de beste CD van zomaar een zondagmiddagbassist. Nu ben ik geen held met namen en gezichten en dus weet ik van de vijf leden van het kwintet alleen dat Mingus zelf, pianist Mal Waldron en drummer Willie Jones zwart zijn. De etnische achtergrond van altsaxofonist Jackie McLean en tenorist J.R. Monterose is mij onbekend.

Moet ik nu op internet kijken wie zij zijn voordat ik het waag om een oordeel uit te spreken over de saxen op Pithecanthropus? Dat lijkt me ietwat bezopen. U niet? De CD staat als een huis, een meesterwerk van Mingus. Dat McLean zwart is en Monterose niet, doet er niet toe. Ik luister en geniet. Daar gaat het om bij muziek die zonder videoclip wordt geleverd, dat snapt elk kind.

Stelt u zich nu even voor dat er van mij geen foto’s op internet zijn te vinden, en dat ik twitter met een of ander tekeningetje als avatar. Het web zou stukken mooier zijn zonder mijn tronie, maar dat terzijde. Hoe zou u dan mijn mening over discriminatie, over Zwarte Piet, over het woord neger, over slavernij beoordelen? Wilt u eerst een fotootje zodat u kunt beoordelen of ik wel recht van spreken heb? Of zegt de naam Rob van Kan al genoeg om het allemaal af te wimpelen als de typische mening van een arrogante blanke?

Foto: Tom Marcello (cc)

De verpakking

OPINIE - Zoals u weet, ben ik een jazzfanaat. Nu zijn er mensen die beweren dat jazz zwarte muziek is, en dat blanken nu eenmaal geen jazz kunnen spelen. U kent die discussies ook wel uit de blues- en de rapwereld. Maar hoe moet ik dat voor me zien? Laat ik er een willekeurige CD bij pakken.

Ik heb hier voor me Pithecanthropus Erectus van Charles Mingus, niet de eerste de beste CD van zomaar een zondagmiddagbassist. Nu ben ik geen held met namen en gezichten en dus weet ik van de vijf leden van het kwintet alleen dat Mingus zelf, pianist Mal Waldron en drummer Willie Jones zwart zijn. De etnische achtergrond van altsaxofonist Jackie McLean en tenorist J.R. Monterose zijn mij onbekend.

Moet ik nu op internet kijken wie zij zijn voordat ik het waag om een oordeel uit te spreken over de saxen op Pithecanthropus? Dat lijkt me ietwat bezopen. U niet? De CD staat als een huis, een meesterwerk van Mingus. Dat McLean zwart is en Monterose niet, doet er niet toe. Ik luister en geniet. Daar gaat het om bij muziek die zonder videoclip wordt geleverd, dat snapt elk kind.

Stelt u zich nu even voor dat er van mij geen foto’s op internet zijn te vinden, en dat ik twitter met een of ander tekeningetje als avatar. Het web zou stukken mooier zijn zonder mijn tronie, maar dat terzijde. Hoe zou u dan mijn mening over discriminatie, over Zwarte Piet, over het woord neger, over slavernij beoordelen? Wilt u eerst een fotootje zodat u kunt beoordelen of ik wel recht van spreken heb? Of zegt de naam Rob van Kan al genoeg om het allemaal af te wimpelen als de typische mening van een arrogante blanke?

Ik kan me natuurlijk ook Stanley Bottse noemen, of Bilal Oztürk, of Hannie van der Graaf. Dan is mijn mening ineens die van een zeurneger of een notslim of een hysterisch wijf. Of ik noem me Pattex Tube zodat niemand meer weet wie of wat ik ben. De mening die ik opschrijf, blijft dezelfde want daar gaat het niet om bij meningen, dat begrijpt…

…helaas bijna niemand.

Foto: Jasn (cc)

In Sotsji heeft er maar één de macht

OPINIE - Natuurlijk schrijf ik dit stukje voor de kat ze kut, zoals dat zo mooi heet. Maar er is echt maar één manier om de hele bende – Poetin, Rutte, de sponsors, de koning – te kakken te zetten, en dat is niet kijken. Maar er is geen holier-than-thou sportcommentator of broodschrijver die u dat zal vertellen.

Laat mij het dan maar doen. Laat mij maar lekker dromen van een koning en een premier die zich de oren van de kop laten vriezen voor anderhalve man en een paardenkop thuis. Laat mij maar mijmeren over de Official Sponsors of the 2014 Winter Games die hun miljoenen vergeefs in de Russische maffiapot hebben gepropt, omdat er geen hond geïnteresseerd blijkt in aartscorrupte Spelen in een nauwelijks als democratie vermomde dictatuur.

U heeft de macht in Sotsji. U kunt besluiten om niet te kijken, maar vooral om produkten van bedrijven die op elke verpakking laten weten sponsor van de Spelen te zijn, links te laten liggen, juist omdat ze de Spelen sponsoren. Ze zijn heus de enige niet die mierzoete cola, fabrieksbiertjes en twijfelachtige hamburgers verkopen, dus van de honger en de dorst zult u niet omkomen.

We weten inmiddels hoe internationale sportevenementen werken. Hoe lokale wetten en regels worden opzijgeschoven, hoe mensen worden ontheemd en hoe arbeiders sterven ter meerdere eer en glorie van het grote geld. Het grote corrupte geld. En dan helpt echt maar één ding: de geldkraan dichtdraaien. Dacht u dat een hamburgerboer sponsort uit liefde voor de sport? Sponsoring gaat om meetbare resultaten. En die resultaten, die creëren wij met z’n allen. Wij hebben de handen aan de knop van die kraan.

Foto: Bart Langelaan (cc)

‘Niet in de hand houden’

OPINIE - We stonden op de Heuvel, want mijn vader ging nooit vooraan staan bij dat soort dingen. Anders was het veel erger geweest. Ik weet niet meer precies wat er gebeurde maar ineens kwamen er matrozen aan die ons op de schouder namen. We moesten weg. Jaren later zag ik in het ziekenhuis een verminkte jongen die op bezoek kwam bij zijn moeder, die naast mijn moeder op zaal lag. “Je moet maar niet te veel kijken”, zei mijn moeder, “maar dat is van die vuurwerkramp aan de Parkkade”.

Aan het woord is mijn moeder, die een jaar of acht was toen in 1945 het Britse marineschip HMS Onslow in de Rotterdamse haven lag, aan de Parkkade. Het schip gaf voor de Vlootdagen een vuurwerkshow in de stad, waarbij volgens de Britse geschiedschrijving ‘per ongeluk’ vuurwerk was afgegaan en ‘enige burgerslachtoffers’ zijn gevallen. Veel ruchtbaarheid werd er destijds in Rotterdam ook niet aan gegeven. De stad was zwaar getroffen in de oorlog en een handvol slachtoffers – vijf doden en zo’n honderd gewonden – zullen zo vlak na de bevrijding weinig indruk hebben gemaakt.

Ik zie ze naar het Park lopen: opa en oma met hun oudste zoon en hun tweeling – mijn moeder en mijn oom Bob. Ik vraag me af wat de lol is aan vuurwerk als je net vijf jaar oorlog hebt gehad, maar aan de andere kant begrijp ik dat de Vlootdagen met Onze Bevrijders in de zo zwaar getroffen stad extra populair moeten zijn geweest. Hoe dan ook, sinds die tijd is voor mijn moeder de lol van vuurwerk volledig weg. Ze is er, zoals ze zelf zegt met haar licht Rotterdamse tongval, as de dood van.

Foto: Jacob Christensen (cc)

Die prachtige Nederlandse muziektraditie

COLUMN - Lijstjes, overzichten, ik laat het dit jaar maar aan me voorbijgaan. Maar de grappigste ontdekking die ik in 2013 gedaan heb, wil ik u op de valreep niet onthouden.

Kent u Willy Alberti nog?

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog maakte hij zijn eerste plaat onder de naam “Willy Alberti Tenore Napolitano”

stelt Wikipedia. Carel ‘Alberti’ Verbrugge was een van de vele Amsterdamse volkszangers die leentjebuur speelde bij de Napolitaanse zangtraditie, en de effecten daarvan zijn tot op de dag van vandaag hoorbaar in het volkse segment van de vaderlandse muziekindustrie.

Wat karakteriseert nu de volksmuziek uit Napels en Nederland? Luister eens naarMaruzzella van de grote Napolitaanse artiest Renato Carosone, bekend van Tu Vuo’ Fa’ Americano (Als You Wanna Be Americano gezongen door onder andere Sofia Loren en Louis Bega). Anders dan in zijn internationaal bekende werk raakte Carosone met Maruzzella aan de ziel van de Napolitaanse muziek.

Luister vervolgens eens naar Innamorarsi van Mauro Nardi, een contemporaine Napolitaanse volkszanger van tweede garnituur die geen nationale bekendheid geniet. Het is behoorlijk slechte, kitscherige synthesizerdreutel voor bruiloften en partijen, maar de Napolitaanse stijl is onmiskenbaar. En niet alleen dankzij het zware en voor mij onverstaanbare dialect.

Het zijn de stembuigingen die het maken. Nardi maakt van het woord innamorarsi (verliefd worden) een achtlettergrepige sierkrul, uitgesmeerd over een hele octaaf. Carosone is wat minder uitbundig met de versieringen – hij is dan ook een veel groter artiest dan Nardi – maar ook hij geeft hier en daar zo’n larmoyant jengeltje weg wat de sfeer bepaalt.

Foto: Festival Karsh (cc)

Nelson Rolihlahla Mandela

COLUMN - Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: ik heb niets gedaan voor Nelson Mandela, ik heb niets gedaan tegen de apartheid. Ik ga de man ook geen Madiba noemen, daarbij aantekenend dat zijn vrienden hem zo noemden,  zoals ongetwijfeld talloze journalisten en columnisten deze dagen doen. Want ik was geen vriend van Mandela. Verwacht van mij geen zelfverheerlijkend proza over hoe wij samen – Nelson en ik – ten strijde trokken tegen de walgelijke rassenpolitiek van de Nasionale Party. Ik stond erbij en keek ernaar.

Natuurlijk was ik tegen apartheid, maar er was halverwege de jaren tachtig, toen het regime steeds meer geweld nodig had om de woedende zwarte meerderheid te onderdrukken, haast geen mens te vinden die voor apartheid was. Kortom, mijn morele standpunt was gewoon het gemakkelijkste standpunt. En daar las ik dan boeken over – Klaas de JongeNorma KitsonBreyten Breytenbach. Richard Attenborough’s Cry Freedom was, en is nog steeds, een van mijn favoriete films. En dat was het – ik heb verder niets wezenlijks gedaan.

Maar verwacht van mij ook niet dat ik op de grootsheid van Mandela ga afdingen. De extreemrechtse golf die over Europa waait, ziet hem het liefste weggezet als terrorist en de Afrikaners als wijzen die als eersten begrepen hadden dat multikul niet werkt. Martin Bosma vindt het spijtig dat “links Nederland de ANC aan de macht heeft geholpen.” Kennelijk gelooft hij dat links Nederland zoveel invloed had – ik niet. Nick Griffin, de Holocaustontkenner van de BNP, gaat nog een stap verder en noemt hem een murdering old terrorist.

Foto: samkling (cc)

En dat is racistisch?

OPINIE - Natuurlijk is Nederland niet racistisch. Negers, rifapen, spleetogen, moelanders en pinda’s zijn hartstikke welkom in ons mooie landje. Ze mogen zelfs zeuren over van alles en nog wat. Echt waar. Afshin Ellian, Yernaz Ramataursing, Ebru Umar, Ehsan Jami, Nausicaa Marbe, Ayaan Hirsi Ali: riemen vol schreven en schrijven ze over ons land en wat er allemaal niet aan klopt. En dat mag gewoon hoor. Zo tolerant zijn we nou.

Maar dit zijn dan ook intelligente allochtonen, laten we wel wezen. Mensen van vreemden bloede die snappen dat je als allochtoon niet tegen de heersende moraal in moet gaan. De beste manier om aan de top te komen, is nog altijd likken naar boven en trappen naar onderen, en dat hebben ze van Timişoara tot Teheran uitstekend begrepen. En dus tikken ze hun vingers blauw over die domme allochtoontjes die het wagen om een geluid te laten horen wat de meerderheid niet horen wil.

Louis Armstrong zoals blanken hem het liefst zagen.

Want dat is het probleem. Niet het racisme, ben je gek, dat is allemaal links gelul. Je moet het, als je een kleurtje hebt, niet wagen om in ons prachtige landje iets te zeggen wat ons niet bevalt. Rond gaan bazuinen dat Zwarte Piet racistisch is, dat doen we niet – dan moet je oprotten naar je eigen land, ook al is dat Nederland. Maar op televisie komen vertellen dat ons hoger onderwijs vol kwaadaardige linkse propaganda zit, dat mag wel. Dat vinden we mooi, zo’n nikkertje of wat is het in stropdas die netjes rechtop kan zitten en pootjes kan geven. Zo iemand schopt het bijvoorbeeld nog eens directeur van een universitair instituut, ondanks dat is aangetoond dat hij volstrekt niet in staat is om logisch te redeneren. Doet er niet toe joh, kijk ‘em nou braaf elke week zijn dansje doen in de krant!

Vorige Volgende