Vergeten klimaatbeleid: aanbodbeperking

Binnen de milieubeweging en onder activisten is het beperken van de winning van fossiele brandstoffen al langer een thema. Economen en beleidsmakers geven meestal de voorkeur aan in hun ogen optimale beleidsinstrumenten, zoals beprijzing van CO2 emissies. Nieuw onderzoek van Green en Denniss laat zien dat er zowel politieke als economische argumenten zijn voor het beperken van het aanbod aan fossiele brandstoffen.

Vier vormen van beleid

Volgens Green en Denniss zijn er vier soorten klimaatbeleid te onderscheiden. Waarbij de auteurs aan de ene kant onderscheid maken tussen restrictief beleid en stimuleringsbeleid, en aan de andere kant tussen beleid dat zich richt op de aanbodzijde en beleid op de vraagzijde. Visueel vatten de auteurs de mogelijkheden in de volgende matrix samen:

Tabel met 4 mogelijke soorten van klimaatbeleid.

Typen klimaatbeleid

Een Nederlands voorbeeld van aanbod gericht stimuleringsbeleid zijn de subsidies voor duurzame energie, maar ook het kleine veldenbeleid voor gaswinning. Een voorbeeld van stimuleringsmaatregelen gericht op de vraagzijde is de ISDE subsidie, waar bewoners subsidie krijgen als ze overschakelen op een (hybride) warmtepomp of een zonneboiler installeren. Voorbeelden van restrictief beleid gericht op de vraagzijde zijn de CO2-emissienormen voor auto’s en de Europese emissiehandel in CO2 (ETS).

Voordelen aanbodbeperking

Vanuit economisch oogpunt is het voordeel van aanbodbeperkend beleid dat er minder administratieve lasten zijn, de winning van fossiele brandstoffen wordt om andere redenen al bijgehouden en er zijn minder bedrijven bij betrokken. Een tweede argument is dat het beprijzen van CO2 in theorie lijdt tot optimale keuzes, doordat de CO2 emissie op de goedkoopste manier wordt beperkt. In de praktijk dekt CO2 beprijzing zelden de volledige economie en wordt er met regelmaat een beroep gedaan op de angst voor het waterbed effect. Bovendien zorgt de lagere vraag naar fossiele brandstoffen als gevolg van hogere CO2 prijzen voor een lagere brandstofprijs, wat weer zorgt voor meer vraag. Het beperken van het aanbod kan dit effect tegengaan.

Een derde economisch argument is dat het beperken van het aanbod een infrastructurele lockin kan voorkomen. Het aanleggen van nieuwe gaspijpleidingen zorgt er bijvoorbeeld voor dat er meer aanbod komt. Zelfs als de huidige eigenaar van een pijpleiding failliet gaat zal een nieuwe eigenaar de pijpleiding blijven exploiteren zolang de marginale opbrengsten voor transport van gas of olie hoger zijn dan de marginale kosten. Tot slot voorkomt het beperken van het aanbod aan fossiele brandstoffen dat olie- en gasbedrijven de winning op korte termijn fors gaan verhogen om nog snel te cashen voordat de CO2 prijs zo hoog is dat ze uit de markt geprijsd worden.

Ook vanuit het oogpunt van politieke economie heeft het voeren van restrictief beleid op fossiele brandstoffen voordelen. In de eerste plaats kan restrictief beleid gericht op de aanbodzijde vaak op meer steun rekenen onder burgers en heeft het directer waarneembare voordelen. Hierdoor wordt het makkelijker om coalities te bouwen tussen burgers en organisaties, wat het draagvlak voor aanvullend beleid vergroot. Ook is het lastiger om voor tegenstanders om tegen dergelijk beleid te lobbyen door de bredere voordelen.

De olie, gas en kolenindustrie is goed georganiseerd. Een voordeel van aanbodbeperkend beleid is dat het scheidslijnen binnen de sector kan opwerpen, bijvoorbeeld tussen bestaande spelers en nieuwkomers, bijvoorbeeld als nieuwe winning verboden wordt. Of scheidslijnen tussen brandstoffen, bijvoorbeeld als de bouw van nieuwe kolencentrales verboden wordt en er daardoor mogelijk ruimte ontstaat voor nieuwe gascentrales.

Tot slot is internationale samenwerking volgens Green en Dennis makkelijker bij restrictief aanbod beleid. Dat is van belang omdat het klimaatakkoord van Parijs opgebouwd is uit vrijwillige bijdragen van de deelnemende landen en geen internationaal juridisch bindend bolwerk is geworden. Restrictief aanbodbeleid komt daarbij goed van pas. Als de prijselasticiteit van de vraag (de mate waarin afnemers een alternatief kunnen vinden) relatief hoog is ten opzichte van de prijselasticiteit van het aanbod, dat zorgt voor een minder groot waterbedeffect dan beleid dat zich richt op de vraagzijde.  Dit lijkt bij kolen het geval, waardoor het eenzijdig verlagen van het aanbod van kolen effectiever is voor het verlagen van de wereldwijde emissies dan het eenzijdig verlagen van de consumptie.

Daarnaast geldt dat restrictief aanbodbeleid makkelijker te monitoren is, waardoor het ook eenvoudiger te controleren voor andere landen. En controleerbare en meetbare maatregelen geven meer vertrouwen in het beleid van andere landen, waardoor samenwerking makkelijker wordt en er een grotere kans is dat landen bereidt zijn samen te werken aan verdere wereldwijde emissiereductie.

Conclusie

In het klimaatdebat is er veel aandacht voor met name restrictief beleid gericht op de vraagzijde. Daarin past ook het pleidooi dat partijen als VVD, VNO-NCW en Shell jarenlang hebben gehouden voor inzet op CO2 reductie in plaats van op CO2 reductie (restrictief beleid vraagzijde), energiebesparing (stimulerend beleid vraagzijde) en duurzame energie (stimulerend beleid aanbodzijde).

Vanuit oogpunt van draagvlak geeft PBL al aan dat inzet op energiebesparing en duurzame energie nodig kan zijn. Het artikel van Green en Denniss voegt met de herwaardering van restrictief beleid gericht op de aanbodzijde een vierde doel aan toe: beperken van het aanbod van gas, olie en kolen. Volgens David Roberts tonen Green en Denniss daarmee het belang aan van actievoerders die pleiten voor het in de grond houden van fossiele brandstoffen en voor het strijden tegen uitbreiding van infrastructuur voor fossiele brandstoffen. Tege

Voorbeelden van Nederlands restrictief aanbodbeleid zijn het afbouwen van de gaswinning in Groningen, geen schaliegas winnen. Nog een stap verder kan het stoppen met alle nieuwe exploratie- en winningsvergunningen (zoals Frankrijk al doet). Of het afbouwen van de overslag van kolen in de Rotterdamse haven. Nu Nederland een aantal restrictieve aanbodmaatregelen neemt wordt het interessant om te zien of de voordelen die Green en Denniss in hun artikel noemen in de praktijk zichtbaar gaan worden.

  1. 1

    Makkelijk schrijven tijdens een hoogconjunctuur. Maar vergeet niet dat de energiemarkt, naast lokaal heel efficient, ook heel internationaal is; kopen bij de buurman (voor overheden, of grote afnemers) is zo gedaan en kost weinig extra.

  2. 2

    Voorbeelden van Nederlands restrictief aanbodbeleid zijn het afbouwen van de gaswinning in Groningen

    Ik denk dat de gaswinning beperkt wordt, omdat het makkelijk winbare gas in hoog tempo opraakt, Krispijn. Dat is dezelfde reden waarom de steenkoolwinning in Nederland en andere Europese landen is gestopt. Er zit nog wel steenkool (en aardolie) in de Nederlandse bodem. Maar het is gewoon erg moeilijk en kostbaar om die nog te winnen.
    Er is geen sprake van beleid (van de overheid) maar van geologische factoren, die de winning van fossiele brandstoffen zeer duur en oneconomisch maken.

    Het staat je natuurlijk vrij om te geloven dat de gaswinning verminderd wordt om aardbevingen te voorkomen.

  3. 4

    Verhaal klinkt een beetje als de “autoloze zondagen” en “benzine op de bon”, twee van de vele economische experimenten van het kabinet Den Uyl die totaal niet bleken te werken.

    Toen de regering doorhad dat de maatregelen overbodig waren, werden de beperkingen opgeheven. De maatregelen waren bovendien weinig effectief. Om het rijverbod op autoloze zondagen te omzeilen, ging men al op zaterdag rijden en keerde men zondagavond laat terug, zodat het benzineverbruik helemaal niet afnam. Ook benzine op de bon mislukte. In de grensstreek reden automobilisten naar de buurlanden, waar benzine niet op de bon was. Veel mensen die toch al weinig reden, hadden bonnen over. Ten slotte lapten benzinestations in Nederland de rantsoenering aan hun laars: ze leverden brandstof zonder bonnen. De distributieregeling werd nog binnen een maand teruggedraaid.

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Oliecrisis_van_1973#Economische_gevolgen_en_maatregelen

  4. 6

    een echt wensdenken verhaal!

    @: “voorbeeld van Nederlands restrictief aanbodbeleid, het afbouwen van de gaswinning in Groningen”
    – We gebruiken niet minder gas maar verschuiven de gasvraag van Groningen naar Rusland met een grotere klimaat aantasting.
    – Zolang Schiphol nog uitbundig kan verder groeien, ontbreekt de vraagbeperking. Of neem het nog steeds goedkope tuindersgas.
    – De milieubeweging is meer bezig met behoud van saldering, dan met de echt CO2 prijs

  5. 7

    economische argumenten zijn voor het beperken van het aanbod aan fossiele brandstoffen

    Elke middelbare scholier met Economie in zijn pakket weet wat dit betekent: hogere prijzen. En hogere prijzen voor energie betekent minder welvaart. Tel uit je winst.

  6. 8

    @7:
    “Elke middelbare scholier met Economie in zijn pakket weet wat dit betekent: hogere prijzen.”
    Nee hoor, dat hangt er helemaal vanaf hoe je het invoert. Je kan gewoon de prijzen wettelijk vastleggen, bijvoorbeeld.

    “En hogere prijzen voor energie betekent minder welvaart. ”
    Tjonge. Jij denkt echt, dat energie alleen maar uit fossiele brandstoffen komt ? Onder welke steen heb jij de afgelopen decennia gelegen ?

  7. 9

    @2 kom ik in een latere bijdrage nog wel op terug. Kan goed dat de achterliggende reden is zoals jij geeft, maar dat maakt niet uit voor het effect.

    @4 de twee voorbeelden die je noemt zijn voorbeelden van restrictief de vraag beperken. Het aanbod van olie veranderde er niet door. De aanbodbeperking die de oliecrisis veroorzaakte geeft wel goed weer wat de kracht is van die beleidsmaatregelen. Voor heel West-Europa en de VS zorgde het OPEC beleid voor inzet op inzet op een combinatie van energiebesparing en aanbodvergroting. Het marktaandeel van OPEC is sindsdien stevig gekrompen.

    @6 misschien dat ik niet de juiste voorbeelden noem voor de Nederlandse situatie. Ik hoor graag betere. Ik lees alleen geen inhoudelijke argumenten in je wensdenken reactie op het betreffende wetenschappelijke artikel.

    @7 zoals iedere middelbare scholier met economie in zijn pakket weet neemt de vraag naar bulkgoederen (zoals olie, kolen en gas) af bij een hogere prijs. Hoe groot de afname is hangt af van de prijselasticiteit van de vraag. Ik kan me echter niet herinneren dat de olieprijs van 80 tot 100 dollar per vat van een aantal jaar terug nou als oorzaak werd gezien van economische teruggang.

  8. 10

    @8:

    Je kan gewoon de prijzen wettelijk vastleggen, bijvoorbeeld.

    Ja, in Venezuela kan dat. Of in Sovjet Rusland. Maar buiten al die door jouw gedroomde heilstaten is prijs een elastisch gegeven dat tot stand komt in een internationale context van vraag en aanbod.

  9. 11

    @9:

    zoals iedere middelbare scholier met economie in zijn pakket weet neemt de vraag naar bulkgoederen (zoals olie, kolen en gas) af bij een hogere prijs.

    Hoe veel dat is, hangt idd af van de prijselasticiteit. Die is voor energie niet zo groot, met andere woorden, als de prijzen omhoog gaan gaat het verbruik niet snel naar beneden. Mensen moeten toch naar hun werk en de verwarming een graadje lager zetten helpt niet. Het opzettelijk verlagen van het aanbod zal de prijs dus hard laten stijgen. Het nut van het uitkloppen van de burger om de zakken van de Shells van deze wereld mee te vullen ontgaat mij.

    Ik kan me echter niet herinneren dat de olieprijs van 80 tot 100 dollar per vat van een aantal jaar terug nou als oorzaak werd gezien van economische teruggang.

    Die piek duurde niet lang.

  10. 12

    @10:
    Het blijft grappig, die ideologische bril. Net alsof de overheid niet gewoon wetten kan maken …

    Waarom zie jij Venezuela als heilstaat, trouwens ? Voor zover ik weet is het er juist een enorme puinhoop. Dat krijg je, als je populistische politici de macht geeft.

  11. 14

    @9: @”misschien dat ik niet de juiste voorbeelden noem ”
    Dus blijft aanbodbeperking een vage wens,
    waarbij de grootverbruiker uit de wind blijft en de kleinverbruiker de rekening krijgt.

  12. 15

    @14: Dat is schering en inslag bij alle uitvoerende instanties: je pakt degene van wie je het minste weerwerk kunt verwachten, het hardst. Ik zou zelfs zeggen dat dit een universeel menselijke tendens is.

  13. 16

    @14 sinds wanneer weerlegt een verkeerd voorbeeld van mij een wetenschappelijk artikel?
    Waarom blijven de grootverbruikers buiten schot als je de gaswinning in Groningen terugschroeft? Ontgaat me even volledig, tenzij je bedoelt dat de echte grootverbruikers op hoogcalorisch gas draaien en niet geraakt worden door deze maatregel. Wie de rekening krijgt hangt af van wat de Haagse politiek beslist. Zie ook dit lezenswaardige artikel van Wim Turkenburg.

    En nog even over @6 snap je het verschil tussen aanbod en vraag? Als ik stel dat het afbouwen van de gaswinning voor beperking van het aanbod zorgt is het nogal wiedes dat de vraag vervolgens deels verschuift en deels afneemt. In welke mate er verschuiving plaatsvind of dat de vraag afneemt hangt af van het prijseffect van minder gaswinning in Groningen en van de prijselasticiteit van de vraag.

  14. 18

    @16:

    Als ik stel dat het afbouwen van de gaswinning voor beperking van het aanbod zorgt is het nogal wiedes dat de vraag vervolgens deels verschuift en deels afneemt.

    Aardgas wordt in huishoudens nu vooral gebruikt voor verwarming. Maar hoe gaan ze zich warm houden als gas te duur wordt en houtkachels worden verboden? Elektrisch? De energie daarvoor komt grotendeels ook uit gas.