Niets menselijks

COLUMN - ‘Jij weet niet wat een oorlog is.’ zei mijn moeder afgelopen weekeinde tegen me. Ik sprak met haar over de Tweede Wereldoorlog, die ze als kleuter heeft meegemaakt in Maastricht. Eén van de verhalen die ik me van haar kon herinneren, ging over het bombardement van de geallieerden op Keulen (30 mei 1942) waarbij de inwoners van Maastricht de grond onder hun voeten konden voelen trillen.

Mijn moeder was toen twee. Ik vermoed dat ze het bombardement op Aken bedoelde op 11 april 1944. Aken is dichterbij en mijn moeder had toen de leeftijd om zich er nog iets van te herinneren. Heel belangrijk is die kwestie echter niet. Maastrichtenaren voelden de grond onder hun voeten trillen en ik had mijn moeder gevraagd hoe daar op gereageerd werd.

‘Hoopvol,’ was het eerste woord dat ze als antwoord gaf, ‘mensen kregen voor het eerst het gevoel dat de geallieerden er echt aan kwamen, dat de bevrijding niet ver meer was.’ Ik vroeg haar of er ook mensen waren die beseften dat dat getril onder hun voeten betekende dat ergens anders burgers zoals zij door een hel gingen en of ze daar medelijden mee konden hebben. ‘Daar was helemaal geen ruimte voor,’ antwoordde zij.

Daarop volgden de verhalen over onmenselijkheid die ik vaker gehoord heb. Over de huisarts die een zender had om daarmee met de geallieerden te communiceren en die door zijn eigen vrouw verraden werd. Over de NSB-er in de straat. Over dat je in een oorlog niemand meer kunt vertrouwen. Over de man die Joden verborgen hield en bij een razzia standrechtelijk werd gefusilleerd. Over de buurtbewoners die prompt een zoekactie in de stad opzetten om zijn winkelende vrouw en kinderen te vinden, daarin slaagden en ze veilig in Zeeland op een onderduikadres wisten onder te brengen. Dat laatste verhaal speelde weliswaar in het Eindhoven van mijn vader, maar het illustreert wel het leed en de angst waaronder de bevolking tijdens de bezetting leefde.

‘Jij weet niet wat een oorlog is.’ zei ze tot besluit en daar had ze gelijk in. Hoe kon ik verwachten dat zij die leden onder de bezetting, meeleefden met hen die bommen op hun dak kregen? Zoiets was menselijkerwijs teveel gevraagd.
Ik vroeg haar wanneer de voorheen bezette bevolking dan wel voor het eerst tekenen begon te vertonen van medeleven met de gewone Duitsers. Dat kon ze zich nog goed herinneren: in de loop van de jaren vijftig. Zo’n tien jaar duurde het voordat de bevolking hun leed in een perspectief kon zien dat ook buiten de grenzen van dat leed keek en Duitsers weer kon zien als medemensen.

Afgelopen week postte de Deense journalist Allan Sørensen op Twitter deze inmiddels beruchte foto. Volgens de toelichting van Sørensen zijn het inwoners van het Israëlische plaatsje Sderot die met zijn allen op een heuvel zijn gaan zitten om over de Gazastrook uit te kijken terwijl het Israëlische leger er bombardementen uitvoert. Bij ontploffingen wordt er gejuicht.

De reacties op Twitter zijn voornamelijk gericht tegen deze inwoners: ‘disgusting’, ‘morality of a people so skewed that murder is a public spectacle’, ‘What’s become of the human race?’, ‘This is the most gruesome image I’ve seen the last few days’, ‘hoe mensen elkaar zo kunnen haten. Kan er wel om janken’. Elders wordt meer begrip opgebracht voor de inwoners van Sderot, dat vrijwel permanent onder raketvuur vanuit de Gazastrook ligt, met alle gevolgen van dien voor de inwoners en vooral de kinderen die er wonen.

Er vallen aan Israëlische kant opvallend weinig doden, zeker in vergelijking met de aantallen in de Gazastrook, maar zoals het spreekwoord zegt: alle leed heeft aan zichzelf genoeg. Het is bepaald geen feest om op sommige dagen elke vijftien minuten naar de schuilkelder te moeten rennen en het vreet aan je als je elke dag je kinderen in angst ziet leven en aan hen tegen beter weten in moet uitleggen dat het uiteindelijk goed zal komen. Is het menselijkerwijs veel gevraagd van de inwoners van Sderot om hun leed in een perspectief te zien dat ook buiten de grenzen van dat leed kijkt?

In de film Lawrence of Arabia komt een scene voor die ongeveer in dezelfde regio speelt, tijdens de Eerste Wereldoorlog als de Britten en Arabieren samen tegen de Turken vechten. Langs de kust rukken de Britten op naar het noorden terwijl Lawrence met de Arabieren op de rechterflank verder landinwaarts hetzelfde doen. De toeschouwer is dan in de film al enkele malen getuige geweest van Turkse oorlogsmisdaden tegen de Arabieren. Aan het begin van de opmars kijken Lawrence en zijn bondgenoot Ali Sherif naar de westelijke horizon waar op dat moment de donder en lichtflitsen van de zware Britse artilleriebeschietingen duidelijk waar te nemen zijn.

‘God help them,’ verzucht Ali Sherif, waarop Lawrence met nauwelijks verholen afgrijzen antwoordt: ‘But they are Turks!’
Ali Sherif kijkt daarop Lawrence strak aan en herhaalt: ‘God help them.’

Sherif – gespeeld door Omar Sharif – is als personage niet helemaal historisch, maar een amalgaam, losjes gebaseerd op de vele Arabische bondgenoten van Lawrence. Ik vrees dat de vorm van menselijkheid die Ali Sherif in de film laat zien dan ook fictie is en dat ons de schrale troost rest dat deze fictie tenminste denkbaar is.

Afbeelding: Keulen in 1945 (Wikipedia)

  1. 1

    Ik vroeg haar wanneer de voorheen bezette bevolking dan wel voor het eerst tekenen begon te vertonen van medeleven met de gewone Duitsers. Dat kon ze zich nog goed herinneren: in de loop van de jaren vijftig. Zo’n tien jaar duurde het voordat de bevolking hun leed in een perspectief kon zien dat ook buiten de grenzen van dat leed keek en Duitsers weer kon zien als medemensen.

    Het was bij mijn ouders iets gecompliceerder:
    Mijn moeder verloor haar broer en zuster en alle bezittingen, tijdens het bombardement op Rotterdam.
    Mijn vader is door Duitsers geholpen toen hij vluchtte uit een werkkamp.
    Tegenstrijdige gevoelens zullen we maar zeggen.

  2. 2

    Mijn moeder was 1 jaar toen ze het bombardement op Rotterdam meemaakte. “Jongen”, zei ze later tegen me, “jij mag blij zijn dat je de oorlog niet hebt meegemaakt. Nachtenlang heb ik gehuild”.

  3. 3

    Mijn familie is geruineerd door de Engelse bombardementen op Rotterdam,bombardementen waar pas decenia later enige aandacht voor kwam.
    Wat voor wereldbeeld je ook mag hebben,het is zowiezo geframed.

  4. 5

    Mijn vader werd met het hele gezin gevacueerd uit Arnhem,
    Arnhem werd frontstad dus alle burgers moesten weg.
    Bij terugkomst bleken alle huizen geplunderd, maar mijn vaders huis stond er tenminste nog. Ik heb nog foto’s uit die tijd, de halve buurt aan puin geschoten.
    Ik woon nu in Deventer, aan het eind van de oorlog was zo’n 80% van alle huizen in meer of mindere mate beschadigd, vnml door bombardementen op de spoorbrug.
    Let wel, vrijwel al deze schade is ontstaan door geallieerde aanvallen, geallieerde bommen en granaten.
    De meeste burgers kwamen om door ‘vriendelijk’ vuur maar dat hoorde er nu eenmaal bij, bij oorlog.
    Al heeft de halfzus van m’n ex nog een aardig litteken op haar been, scherf/rondvliegend puin van een haperende V1 die midden in Deventer neerkwam.
    Collateral damage? Deed men niet aan, je had ‘damage’.

  5. 6

    @5:
    Ook het grootste gedeelte van Arnhem is later door de geallieerden platgegooid, net als Nijmegen (foutje, 8500 doden) en nog meer plekken.
    De gedwongen evacuatie van de Arnhemmers heeft misschien wel aardig wat levens gered maar daar lees je niets over.

    Mijn vader was als dwangarbeider in Berlijn aan het werk voor Argus Motorenwerken en heeft twee jaar lang de bombardementen meegemaakt.
    Argus was in Reinickendorf, Flottenstrasse 28-42 en daar omheen waren dus vele kampen van diverse pluimage.
    Mijn oom ( van mijn moeders kant) was pathfinder bij de RAF, zijn taak was bakens af te werpen voor de bombardementen, dus ook in Berlijn.

    Zij kenden elkaar niet maar door het huwelijk van mijn ouders later hadden hadden mijn vader en mijn oom na de oorlog veel te bespreken.

  6. 7

    Er zijn in Nijmegen veel doden gevallen door het Amerikaanse bombardement, maar ik vrees dat je toch een nul teveel hebt. Het officiële cijfer staat op bijna 800.

  7. 8

    @7:
    Gesmolten hoofd en tikding, je hebt gelijk.

    P.S.
    Die kinderlijke gewoonte van plusjes en minnetjes van Sargasso blijven wonderbaarlijk, waarom hebben jij en ik een min qua onderwerp?

  8. 9

    Tja, het gaat voorlopig niet beter worden en zoals onze voorvaderen al vertelden; eens in de zestig jaar gaat het los, omdat sommige mensen niet leren. Hou je veilig!

  9. 10

    @9, vaak herhalen, dat is verstandig! En vooral niet de moeite nemen het te veranderen, dan weet je tenminste zeker dat het ook werkelijk niet anders loopt.

  10. 11

    Onder een weerzinwekkend opiniestuk van Dirk Jan van Baar – ‘Tragiek van de Palestijnen zit in hun gestoorde zelfbeeld’ in de Volkskrant schreef ik de volgende reactie:

    = Voor iemand die een metertje boeken over het MO in zijn boekenkast heeft staan, joodse verwanten in Israël had/heeft, 2e-generatie problemen kende door een andere bezetting en ziet dat in Gaza de facto sprake is van een [langzame] genocide, denkt bij dit stuk alleen nog maar aan Michel Foucault die aanspoorde om het gevecht tegen deze ideeën aan te gaan, vooral op het moment dat “de waarheid” het verbodene begint te rechtvaardigen en de krankzinnigheid verbindend begint te stellen.=

    Mijn ouders zwegen over wat ze in WO2 hadden meegemaakt. Te getraumatiseerd. Vader op straat door de Duitsers opgepakt en mijn moeder overleefde de hongerwinter maar net. Van mijn oma en een tante hoorde ik de details. Van de kant van mijn tante hoorde ik wat de joden was aangedaan. Uitzonderlijk, want daar werd in de jaren ’50 en ’60 over gezwegen in Nederland. Na 1967 veranderde dat. In mijn familie was veel verdriet over ‘de aanval’ op Israël in 1967.

    De oorlog van 1967 werd door Israël uitgelokt. Door Moshe Dayan himself later tot in detail uitgelegd en te lezen in ‘Defending the Holy Land’ van Zeev Maoz. Hierover en onnoemelijk veel andere zaken wordt via de zionistische historiografie ontzettend veel gelogen en westerse media houden dat intact. Onder dat stuk van Van Baar – dat stuk zou ik verder genegeerd hebben, ware het niet dat in de reactiecolumn een Israëliër zat met een grote duim – verzond ik de volgende klacht naar de Volkskrant:

    = Moderator, wat is de Volkskrant eigenlijk voor een krant als ik tegenover die 20 reacties van E.Hartogs geen reacties mag plaatsen die gebaseerd zijn op zaken die in Israël wel gewoon in de kranten staan? Van Jeff Halper, director of ICAHD en van David Horovitz in the Times of Israel,

    http://therealnews.com/t2/index.php?option=com_content&task=view&id=31&Itemid=74&jumival=12118
    &
    http://mondoweiss.net/2014/07/netanyahu-palestinian-state.html

    Wilt u deze info niet in uw krant?? Ik vraag u vriendelijk mijn reacties alsnog te plaatsen:

    @E.Hartogs Het probleem is natuurlijk dat Israëliërs het hele plaatje niet kunnen zien. Als zij praten over het conflict dan beginnen ze niet met de bezetting en dat de Palestijnen zich in die context verzetten. U kunt hun vormen van verzet accepteren of niet, ongeacht of Hamas raketten moet gooien op Israëlische burgerbevolking, maar toch is het in de context van hun politieke strijd, hun bevrijdingsstrijd tegen een 47-jarige bezetting. Maar Israëliërs beginnen daar niet. Ze maken geen gebruik

    van het woord bezetting. Ze beginnen met de symptomen. Met andere woorden, ze beginnen met de Hamas-raketten. Ze beginnen met wat zij een terroristische aanslag noemen. Het is alsof ze op straat lopen en ineens door iemand overvallen worden. Met andere woorden, er is geen politieke context waarop Israëliërs naar deze dingen kijken. Ze zeggen: kijk, ze gooien raketten naar ons; stop ze. In plaats zich af te vragen: waarom gooien ze raketten naar ons ons of wat te doen om te voorkomen dat

    Palestijnen zich gegriefd voelen. Ziet u wel? Dus deze hele operatie is net als het hele discours in Israël volledig gedepolitiseerd. En zo worden de Palestijnen berooft van de illusie dat ze een punt hebben. Netanyahu zei een paar dagen eindelijk dat ze nooit een staat zullen hebben. Dus dit is echt een campagne om het Palestijnse verzet te breken en gewoon te zeggen: het is voorbij, er is geen vredesproces meer, het is voorbij, en je kunt kiezen je te onderwerpen, weg te gaan of te sterven. =

    Hartogs heeft het ook over oorlog. Abu Pessoptimist schreef over een door Israël uitgelokte moordpartij. Is er sprake van een oorlog? In Nederland is er geen negatief reisadvies afgegeven. En het ziet er naar uit dat alles ongeveer verloopt zoals operatie Cast Lead. Over die oorlog en het vervolg van deze oorlog stelt Norman Finkelstein met veel gegevens in de volgende lezing dat Cast Lead geen oorlog was:

    Norman Finkelstein spoke at Yale University 2010
    https://www.youtube.com/watch?v=2KkdYmzjNFg#t=37

    Aan het eind van de lezing stelt Finkelstein dat wij onze verantwoordelijkheid moeten nemen.