Het probleem Afghanistan

De afgelopen verkiezingen in Afghanistan hebben de Afghaans-Pakistaanse strategie van de regering Obama zwaar onder druk gezet. Een voornaamste pilaar van die strategie was de vestiging van een stabiele, legitieme Afghaanse staat wat de Amerikanen in staat zou stellen om op den duur het land te verlaten. Geruchten van wijdverbreide verkiezingsfraude en het geweld dat de Taliban ontketenden tegen hen die stemden (waardoor minder dan 40% van de Afghanen naar de stembus ging in tegenstelling tot de 70% van de stemgerechtigden die in 2004 kwam opdagen) hebben echter het tegenovergestelde resultaat bewerkstelligd: de regering van President Hamid Karzai lijkt corrupter en onbetrouwbaarder dan ooit tevoren. De Taliban profiteren hiervan door Karzai des te meer als een marionet van het Westen af te schilderen die geen waar mandaat heeft van de Afghaanse bevolking.
Dit betekent dat de NAVO meer verantwoordelijkheid op zich moet nemen, wil het de missie in Afghanistan met succes afronden: het is de enige aanwezige autoriteit die bij machte is om tegelijkertijd de opstand neer te slaan en het land weder op te bouwen. De militaire opperbevelhebber, Generaal Stanley McChrystal heeft daarom om meer troepen gevraagd en voegde daar de waarschuwing aan toe dat wanneer de NAVO-bondgenoten er niet in slagen om binnen een jaar het initiatief te herwinnen en de Taliban terug te dringen, hen dat waarschijnlijk nooit zal lukken. De komende twaalf maanden zijn volgens McChrystal van essentieel belang maar dit is geen populaire boodschap in het Westen.
De nieuwe Amerikaanse regering nam begin dit jaar twee oorlogen in het Midden-Oosten over waarvan er volgens President Obama één, die in Irak, om de verkeerde redenen was gevoerd en zo snel mogelijk moest worden beëindigd terwijl de ander, in Afghanistan, de “goede oorlog” was. Afghanistan, zo zei Obama, was het werkelijke front in de oorlog tegen het terrorisme. Desalniettemin is de steun voor de missie onder het Amerikaanse volk gestaag afgenomen naarmate het geweld, en daarmee het aantal slachtoffers, toenam. Dat geldt niet alleen voor de Verenigde Staten. Ook in participerende NAVO-landen als Duitsland, Italië en Nederland roepen burgers en politici om terugtrekkingen; iets dat volgens een enkeling het liefst morgen nog moet gebeuren, ongeacht enige verplichtingen jegens de alliantie die ons deel van de wereld sinds het einde van de jaren veertig van oorlog heeft behoed.
Er zijn goede redenen om de strijd niet op te geven. Zonder de aanwezigheid van een buitenlandse troepenmacht zal Afghanistan waarschijnlijk wederom in burgeroorlog vervallen. Het Westen wordt in dat geval gedwongen om partij tegen de Pathanen en tegen de Pakistanen te kiezen tenzij het de Taliban terug aan de macht wil zien. Dit zou zonder meer de toch al fragiele bondgenootschap met Pakistan ondermijnen—met als enig lichtpuntje dat dat waarschijnlijk de Amerikaanse banden met India sterkt. De terroristische gevolgen voor zowel India als het Westen zouden verschrikkelijk kunnen zijn en dat doembeeld op zich is voldoende reden om geen onmiddellijke terugtrekking uit Afghanistan voor te staan, om maar te zwijgen over de geloofwaardigheid die de Verenigde Staten verliezen wanneer zij de beide oorlogen waarmee zij het Midden-Oosten hebben opgezadeld de rug toekeren.
De uitdagingen blijven echter ontzagwekkend. Zelfs onder het schrikbewind van de Taliban was niet geheel Afghanistan ondergeschikt aan het centrale gezag in Kaboel. Vorig jaar beschreef Henry Kissinger waarom dit een groots obstakel betekent: “Afghanen lijken hun land te definiëren in termen van een gezamenlijke toewijding tot onafhankelijk maar niet tot verenigd of gecentraliseerd zelfbestuur.” Een democratische overheid, ondersteund door een krachtige bureaucratie is om die reden bijna ondenkbaar in Afghanistan. “Het land is er te groot voor, de grond te kwaadaardig, de etnische samenstelling te gevarieerd, de bevolking te zwaar bewapend,” aldus de oud-minister van buitenlandse zaken. “Geen buitenlandse veroveraar is er ooit in geslaagd Afghanistan te bezetten.” De Britten zullen dat laatste wellicht als een belediging opvatten maar de Russische poging van de jaren tachtig hangt nog altijd als een donkere wolk over elk toekomstperspectief dat westerse strategen kunnen bieden.
Het is echter wat simplistisch om de huidige oorlog in Afghanistan te vergelijken met die de Sovjet-Unie er twintig jaar geleden voerde of zelfs met de oorlog in Vietnam zoals tegenstanders ervan graag doen. De vijand van vandaag de dag, de Taliban, worden niet financieel en materieel door een supermacht ondersteunt zoals de moedjahedien en de Vietcong respectievelijk op de steun van de Verenigde Staten en China konden rekenenen. De vergelijking gaat ook geheel voorbij aan de aanzienlijke vooruitgang die geboekt is op technologisch gebied: satellietcoördinatie en precisiebombardementen kunnen het aantal burgerslachtoffers dat altijd te betreuren valt tot een minimum terugbrengen terwijl verbeterde transport- en communicatielijnen ervoor zorgen dat gewonde soldaten zo snel mogelijk medische zorg ontvangen opdat ook onder hen zo weinig mogelijk doden vallen. De Vietnamoorlog en de Sovjetinval van Afghanistan waren uitputtingsslagen zonder enig resultaat in het vooruitzicht. De hedendaagse NAVO-missie in Afghanistan heeft daarentegen een duidelijk doel voor ogen: de eliminatie van terreur en de vestiging van een stabiele en gematigde Afghaanse staat.
Deze onontkoombare feiten worden maar nauwelijks tot niet onder woorden gebracht door onze beleids- en opiniemakers terwijl het publieke debat zich in de Verenigde Staten helaas vrijwel uitsluitend toespitst op de Amerikaanse rol in Afghanistan. Van de andere NAVO-landen hoeft Washington om de hierboven beschreven redenen niet al te veel te verwachten, echter China, India en Rusland dragen graag bij aan het economische herstel van het land. Dat zij onder de regering Bush stilaan maar absoluut werden afgeschreven als mogelijke partners in Afghanistan heeft hen de Sjanghai Samenwerkingsorganisatie ingedreven, een verbond waarin ook President Karzai zitting neemt. Deze landen vertegenwoordigen nog meer dan Amerika partijen die begaan zijn met de toekomst van Afghanistan. Die toekomst zal binnen internationaal perspectief vorm moeten worden gegeven en dat vereist een internationale oplossing van een probleem waarmee wij nog minstens een decennium te kampen zullen hebben.

