The Copenhagen Consensus
Bij postjes op Sargasso over klimaatverandering komen twee punten steevast naar voren. De eerste is dat in twijfel getrokken wordt of die klimaatverandering er überhaupt wel komt en dat de mens daar significante invloed op heeft. Daar gaan we het nu niet over hebben.
Het tweede punt is dat het veel te duur en weinig effectief is om te investeren in beperking van de CO2 uitstoot. Daar gaan we het wel even over hebben. En wel specifiek over het werk van dhr Lomborg en de door hem georganiseerde Copenhagen Consensus.
Lomborg is namelijk de persoon die middels zijn boek uitgebreid publiciteit kreeg met de kritische kanttekeningen bij de grote keuzes die we als wereld te maken hebben. In zijn boek liet hij zien dat het qua bestrijden van ellende voor de menschheid kostenefficiënter is om bijvoorbeeld bepaalde ziektes aan te pakken dan klimaatverandering.
Vanuit zijn achtergrond in politicologie en statistiek is hij goed in staat uit te leggen waarom het nodig is dit soort grote thema’s tegen elkaar af te zetten zodat besluitvorming goed gedaan kan worden.
Maar verder is zijn insteek in het boek problematisch. Hij voert namelijk ook de onderbouwing op van de kosten en opbrengsten van diverse problemen. En daarbij gaat hij wel zeer selectief te werk in het bepalen van de mogelijke gevolgen van klimaatverandering en de noodzakelijke kosten. En dat maakt het geheel behoorlijk ongeloofwaardig. Van veel kanten is het boek dan ook stevig onderuit gehaald.
Uiteindelijk geeft het boek het gevoel een manier te zijn om toch vooral je gelijk te halen en het daarbij niet zo nauw te nemen met feiten. Iets waar je terloops ook de “tegenstander” van beschuldigd. Heel fraai werd dat het best geformuleerd in the Guardian
“Here are the places, on their long retreat, at which sceptics about climate change have chosen to stand and fight. First, they denied that climate change was happening at all. Then, they claimed there were “uncertainties” in the science (true) and that these were sufficient to remove the case for action (false). Today, the sceptics belatedly admit that something probably should have been done, but claim that it is now too late to do anything but adapt to the consequences.”
Nog een belangrijke kanttekening bij het boek is dat het wel heel erg homo-economicus-centrisch is:
“Lomborg sees the importance of other species wholly in terms of how they can serve humans. The service can simply be providing a sense of well-being by their existence, or it can consist of fostering human wealth or welfare, but Lomborg’s measure of value is always dollar value to humans. Thus, the loss of individuals or species is not of great concern so long as net dollar loss to humans is nil.”
En dat is dan toch wel opvallend voor een voormalig Greenpeace activist.
Wellicht heeft alle kritiek over het boek en de persoon Lomborg ertoe aangezet om het onderzoeken van de kosten/baten-analyse in een wat groter verband te gaan uitvoeren. In 2004 werd daartoe de Copenhagen Consensus opgezet. Voor de CC moest een groep economen de verschillende grote problemen wegen en schalen. Daar volgt dan een ranglijst uit van dingen die het best aangepakt kunnen worden.
Dit gebeurde voor het laatst nog een keer in het voorjaar van 2008.
En hoe mooi de resultaten ook gepresenteerd worden, eigenlijk wordt gewoon dezelfde fout herhaald die Lomborg in zijn boek maakt. Op basis van selectieve data met een paar stevige oogkleppen op een ranglijst maken, is niet geloofwaardig.
Diverse punten van kritiek zijn aan te voeren. Ten eerste zijn economen niet de mensen die goed kunnen beoordelen hoe groot de potentiële schade is van bepaalde specifieke ontwikkelingen. Ze zijn hooguit goed in extrapolatie van bestaande trends. Verder wordt er nergens met realistische onzekerheidsmarges gewerkt. De voorstellen hebben een absurd detailniveau qua uitwerken van diverse scenario’s op basis van variaties en rentepercentages tussen 3 en 6 procent. Maar de uitgangsgegevens kunnen op termijn mogelijk een factor 10 blijken af te wijken van hun keuzes.
Neem de lijst met rapporten die opgevoerd worden als inventarisatie van de mogelijke schade van klimaatverandering. Daar staat het recente rapport van onze deltacommissie niet bij. Dat was er nog niet toen. En misschien zou het toch niet meegeteld worden omdat Yohe alleen die dingen meetelt die voorkomen dat er nog meer CO2 in de atmosfeer komt. Maar we spreken wel over 1 tot 2 miljard euro per jaar tot 2050. En wat voor NL geldt, zal zeer waarschijnlijk voor veel landen gelden die veel steden aan zee hebben. En dan lopen de kosten al snel op.
Verder geeft de auteur zelf ook aan een nogal selectieve visie te hebben op kosten voor mitigatie. Hij kijkt alleen naar een verschuiving van energiekosten:
“Costs of mitigation are measured in terms of the deadweight loss in the economy as emissions reduction requirements force shifts to more expensive energy options.”
Maar dat die duurdere energie optie over tijd snel goedkoper worden als gevolg van massale investeringen en verbeteringen van techniek, is niet goed terug te vinden in zijn plannen. Ook de keuze om geld te investeren in energiebesparing (en dus CO2 uitstoot reductie), wat een relatief korte terugverdientijd heeft, komt niet naar voren. Ook niet het feit dat “investeringen” die gemaakt worden ten behoeve van CO2 reductie, gewoon geld is dat weer in de economie mee draait. Dus de ene industrie/groep krijgt het zwaarder, maar een andere industrie profiteert er van.
Verder wordt nog een paar keer gestoeid met het idee dat je het geld dat je nodig hebt voor mitigatie nu op een bankrekening zou kunnen zetten en dat je het dan over 20 jaar (als de techniek verbeterd is) met veel meer rendement kunt inzetten. Typisch een redenatie van een boekhouder. Volledig correct, maar wel levensgevaarlijk. In veel klimaatveranderingsscenario’s is sprake van een omslagpunt of point-of-no return mbt het gehalte CO2 in de atmosfeer. En dan is het leuk om te weten dat je 10 jaar te laat makkelijker en goedkoper CO2 kunt reduceren, je hebt er alleen niets meer aan.
Afijn, zo zijn er nog veel meer punten van kritiek aan te voeren op de opzet en uitvoering van de Copenhagen Consensus. Anderen hebben dat in ieder geval ook gedaan. De toevoeging “consensus” is dus een gotzpe. Het is uiteindelijk prediken voor eigen parochie en niets meer dan een schijnbeweging om de aandacht weg te trekken van wat werkelijk nodig is.
Dit sluiten we dan ook af met een stevige trap in de richting van de economen die zich hebben laten lenen voor deze nutteloze exercitie:
“It is a vanity of economists to believe that all choices can be boiled down to calculations of monetary value. In the real world, outcomes are not so easily managed. A stable climate is something we might now call a system condition for civilisation. That is, it is something without which civilisation is impossible – though it is not, of course, itself a guarantee that there will be civilisation.”
Dit alles neemt niet weg dat het nog steeds niet duidelijk is hoeveel geld er nodig is om echt de stijging van CO2 in de atmosfeer tot staan te brengen.
Maar als je ziet hoeveel moeite het nu al kost om minimale veranderingen in het beleid te krijgen, heeft het verzinnen van scenario’s van wat nodig is om echt iets aan het probleem te doen geen enkele zin. Daartoe zullen eerst dijken moeten doorbreken, oogsten op rij mislukken en tienduizenden doden vallen bij een hittegolf.

