Open brief discriminatoir geweld
Vandaag plaatsen wij een open brief van ‘Mattheo’ aan Lea Bouwmeester: lid van de PvdA fractie in de Tweede Kamer. Bouwmeester riep onlangs op om discriminatoir geweld dubbel zo hard te bestraffen. Volgens Mattheo maakt zij hier een denkfout en worden straks de slachtoffers van ‘gewoon geweld’ hierdoor gediscrimineerd.
Geachte mevrouw Bouwmeester,
Naar aanleiding van een bericht in de Volkskrant van afgelopen zaterdag ‘Discriminatoir geweld dubbel zo hard straffen’, waarin u aandringt op een wetsvoorstel waardoor plegers van geweldsdelicten met een discriminerende inslag zwaarder worden bestraft dan, zoals op uw website staat, ‘gewone’ geweldsdelicten, stuur ik u dit bericht.
Net als u ben ik tegen elke vorm van discriminatie en geweld. Waarschijnlijk zijn wij het beiden er ook over eens dat het aanhoudingspercentage van geweldsplegers te laag is, eveneens dat waarschijnlijk het geval is voor zij die discrimineren. Zelf ben ik in het verleden wel eens het slachtoffer van het door u genoemde ‘gewone’ geweld geweest. In mijn studententijd op een laat uur, wat waarschijnlijk een verkeerd tijdstip was, op de verkeerde plaats geweest. Het werd door mij niet alleen als pijnlijk, maar ook bijzonder vervelend en vooral denigrerend ervaren. Mijn aangifte haalde helaas niets uit.
Hoewel ik het schaar onder de door u genoemde vanger ‘gewoon’ geweld, dien ik er bij te vermelden dat mijn belagers ons (ik was niet het enige slachtoffer) uitmaakten voor – en mijn excuses voor het herhalen van deze term – ‘kutstudenten’. Nu studeerde ik in Groningen, waar de tegenstelling tussen enerzijds ‘de boeren’ en anderzijds ‘de studenten’ wel vaker aanleiding gaf voor handgemeen en we hadden misschien beter moeten weten dan op zaterdag de stad in te gaan. Wellicht dezelfde soort overweging die homoseksuelen misschien tegenwoordig maken wanneer er hun niet-goedgezinde groepen in Amsterdam kunnen rondlopen.
Voor u dan ook minister Hirsch Ballin gaat verzoeken zijn tijd aan uw voorstel te besteden, zou ik u willen verzoeken om ‘de studenten’ als groep toe te voegen aan hen die mogelijkerwijs discriminatoir geweld ondergaan. Hoewel, nu ik afgestudeerd ben en in Groningen ben blijven wonen, mag u van mij ook mijn nieuwe peer-group ‘de boeren’ op de lijst zetten. En eigenlijk, wanneer we ervan uitgaan dat discriminatie uitgaat van een ongeoorloofd onderscheid dat wordt gemaakt op grond van bepaalde kenmerken, mag u van mij de categorie ‘geweldslachtoffers’ in het algemeen ook bijschrijven. Weliswaar hebben we het in het laatste geval over een paradox, want deze groep maakt hierop pas aanspraak wanneer uw beoogde wetsvoorstel wordt aangenomen.
Het zich niet op grond van bepaalde kenmerken onderscheidende slachtoffer van geweld wordt namelijk pas gediscrimineerd na de geweldsvoltrekking, wanneer de pleger van ‘zijn geweld’ maar voor de helft bestraft wordt. In andere woorden; de klappen komen volgens u minder hard aan wanneer je zoals ik blond haar met blauwe ogen en een aardige vriendin hebt in plaats van een lieve vriend. Mocht ik derhalve na aanname van het door u gewenste wetsvoorstel onverhoopt nog eens het slachtoffer worden van ‘gewoon’ geweld (die jongens moeten per slot van rekening ergens hun agressie op kwijt en door uw wet word ik onderdeel van een makkelijk te definiëren risicogroep doordat de strafmaat de helft lager ligt), dan kunt u er op rekenen dat ik naast mijn ‘gewone aangifte’ u eveneens voor discriminatie op grond van artikel 1 van onze Grondwet en uitlokking van geweld zal aanklagen.
Ik wacht met spanning af welke scheidslijn u tussen de etnische groepen en seksuele geaardheden in Nederland gaat trekken.
Met vriendelijke groet,
‘Mattheo’.

