Plasterk pubert erop los
“Die conventie bestaat uit verstandige mensen die hier veel tijd in stoppen. Het begon als D66 speeltje, maar D66 heeft effectief zichzelf opgeheven. Dus nu merkte ik onder de aanwezigen de stemming: we zitten hier nu toch, laten we dan ook maar iets nuttigs doen.”
Ronald Plasterk columneert vanaf zijn Buitenhofstek. Ziehier het arbeidsethos van de Nationale Conventie. Deze Conventie is ingesteld door Minister Pechtold met als doel om “voorstellen te doen voor de inrichting van het nationaal politieke bestel die kunnen bijdragen aan herstel van vertrouwen tussen burger en politiek”. Op 1 januari 2006 is de Conventie ingesteld en eergisteren kwam deze voor de tweede maal bijeen.
De Conventie is ingesteld om D66 na de val van Thom de Graaf in het kabinet te houden. Plasterk beschrijft dat er de eerste keer een wat dwarse stemming ontstond omdat iedereen de Conventie als speeltje van Pechtold beschouwde. De leden van de Conventie hadden het veel beter gevonden als D66 het kabinet had laten vallen.
Wat er ook van dat oordeel zij, ik vind het een beetje zielig om daar nu zo mee naar buiten te komen. Eerst accepteerden Plasterk c.s. ongetwijfeld met de nodige enthousiasme een uitnodiging om deel uit te maken van dit gezelschap. Maar al bij de eerste bijeenkomst namen de vereerden de ontstaangeschiedenis van dit gremium klaarblijkelijk toch niet serieus. Was dan een vent geweest en sla een uitnodiging direct af om als rammelaar van een achterhaald ministertje te fungeren.
Ik denk dat het Afghanistandebat D66 pas echt fundamentele geloofwaardigheidsproblemen bezorgde. En de commissie van wijze heren had waarschijnlijk geen zin om met de regeringspartij in zijn grootste identiteitscrisis geassocieerd te worden. Om dat te voorkomen gebruikt Plasterk zijn columnistentijd in Buitenhof met de smeekbede om de Conventie toch alsjeblieft serieus te nemen. Wij moeten nu geloven dat iets wat begon als speeltje van een op voorhand achterhaalde minister, nu zowaar met hele belangrijke plannen komt.
De eerste resultaten die Plasterk meldt, komen mij op voorhand niet echt over als ideetjes die een beetje Kamercommissie of ambtenarenbataljonnetje niet in een 6-urige werkdag hadden kunnen formuleren. Maar gezag claimen door de geestelijk vader, zonder wie het clubje niet had bestaan, af te schrijven als een misplaatst minister die de Conventie niet meer als ’speeltje’ zou kunnen gebruiken, dat is pas kinderachtig. Het lijkt erop dat Plasterk en de zijnen volop zitten te puberen, waar het sjieker zou zijn om niet de goegemeente te vergezellen in het natrappen van de reeds op de grond liggende, dementerende vader, maar proberen vanwege de inhoud van het werkstukje serieus te worden genomen.

