Zomergasten recensie | Johan Simons

RECENSIE - In de vierde aflevering van Zomergasten 2013 ontving presentator Wilfried de Jong theaterregisseur Johan Simons.

Wij Amsterdammers mogen van de VPRO Zomergasten op het witte doek bekijken. In de Uitkijk, met een natje en droogje van het huis. Ik heb even geaarzeld of ik dat niet zo doen. Maar met een hel verlichte laptop op het pluche in een verder donkere zaal gaan zitten, leek me toch geen goed idee.

Van Johan Simons had ik nooit gehoord, dacht ik. Tot ik in mijn vooronderzoek stuitte op een vroeg regiewerk van hem: Bacchanten. Die was ik potverdorie gaan zien! Begin jaren tachtig, in Carré. In mijn herinnering was het een dansvoorstelling (een moderne, übersaaie, zoals modieus in die tijd), maar nu lees ik dat het om toneel ging. Even van mijn stuk (‘Heb ik de verkeerde voorstelling voor ogen? Laat mijn geheugen me in de steek?’). Iets later kom ik erachter dat Johan Simons een dansopleiding heeft genoten. Ik haal opgelucht adem. Dat scheelt. De dementie heeft nog even niet toegeslagen.

Johan Simons blijkt regisseur te zijn van voornamelijk toneel, maar ook enkele opera’s. Hij heeft de beroemde theatergroep Hollandia opgericht en is tegenwoordig de leider van het Duitse theatergezelschap Münchner Kammerspiele. Hij werd in 1946 geboren, wilde zendeling worden, vertrok in 1968 of all years naar Parijs om danser te worden, heeft de slagzin ‘durf te denken’ hoog in het vaandel staan, bezit een eredoctoraat van de Universiteit van Gent en heeft de Dr. J.P. Van Praag-prijs ontvangen, de ‘tweejaarlijkse prijs die het Humanistisch Verbond uitreikt aan iemand die zich op geheel eigen wijze inzet voor een menswaardiger samenleving.’

Vooraf had hij had aangekondigd dat het wel snor zat, dat Zomergasten. Het leek immers op regisseren, alleen stond hijzelf nu in het middelpunt, in plaats van de acteurs.

Johan Simons is dyslectisch. ‘Zeer’. Voelt zich analfabeet. Zijn Duits is naar eigen zeggen heel slecht, terwijl hij daar al jaren werkt. Op school was hij dom verklaard. Pas later werd de diagnose dyslexie gesteld. Dat heeft met zijn opvoeding, met zijn vader te maken.

Zijn creativiteit vindt volgens hem zijn oorsprong in de fantasieën die hij tussen zijn vierde en twaalfde moest opvoeren vanwege het slechte huwelijk van zijn ouders. Ze waren christelijk: ‘Je scheidde niet.’ ‘Ik had geen ongelukkige jeugd maar tot mijn vijftiende in bed gepiest, dus ergens moet er toch iets zijn.’ Is vanwege het slechte huwelijk van zijn vader en moeder in therapie geweest. Hij mocht van zijn vader niet van zijn moeder houden, voelde hij.

Vader kon meesterlijk vertellen, ondanks zijn hazenlip. At elke zondagmorgen twaalf boterhammen met stroop. Johan kan hem nadoen, met het gedempt geluid van de hazenlip er vlekkeloos bij. Later heeft hij zijn vader leren te waarderen. Eerder niet, omdat zijn moeder hem voorhield dat zijn vader lui was. Hij gokte. Had een bakkerij geërfd van oma en hielp het ‘naar de gallemiezen’. Moeder kwam uit een boerenfamilie. Haar broers sloten vader op in de gootsteenkast tot hij zijn excuses aan moeder aanbood voor het vergokken van het geld.

‘Een regisseur behoort het perfecte te zoeken,’ meent Simons, ‘maar er is altijd iets in mij dat het imperfecte, het onvolkomen toont. Ik ben meer geïnteresseerd in acteurs die lelijk repeteren dan in acteurs die meteen het ultieme voorschotelen. Achter dat imperfecte ligt een grote menselijkheid. Een hart gaat sneller kloppen van iets dat imperfect is. Van iets imperfects ga je je dingen afvragen. Daarom is mijn leeftijd van 67 perfect: op die leeftijd kun je meer risico nemen omdat je niets meer te verliezen hebt. Dat wil ik in mijn vak: zoveel mogelijk risico’s nemen. Is het kunst, is het geen kunst? Op die lijn zit ik. Kunst is onderdeel van die cultuur, staat er boven en levert commentaar op die cultuur. Daarom moet kunst gesubsidieerd worden want het moet onbekommerd kunnen oordelen.’

Zijn rechter ringvinger is eraf gerukt bij een val. Hij heeft hem niet weer aan laten naaien want dat zou anders maar tot ellende leiden, zeiden de chirurgen. Hij houdt van dorpen. kleine gemeenschappen, want ‘als iemand daar doodgaat, merk je het. In steden wordt dat weggestopt.’

Hij geloofde, ging naar de kerk en de zondagsschool, elke dag werd thuis een tekst uit de bijbel voorgelezen. Op zijn vijftiende kende hij alle psalmen uit zijn hoofd en wilde hij zendeling worden.

Toen hij zeven jaar was, maakt hij de Watersnoodramp mee. Hij woonde in de getroffen gebieden. Dijken braken door. Hij zag dat alles wat gras was geweest opeens veranderd was in zee. Het maakte hem niet bang of triest maar euforisch: ‘Dit is het werk van God, dit moet God zijn.’ Hij had een directe band met God, voelde hij toen. ‘De grootste straf van God is dat hij niet bestaat.’

Wilfried de Jong, die ik tot dan toe matig vond, kwam goed uit de verf in een stukje over Jeroen Willems. Hij vroeg raak en liet Johan Simons heel emotioneel worden. Hij huilde zelfs: ‘Hij was als een zoon.’ De Jong (na een meesterlijke stilte): ‘Zullen we nog een keer naar hem kijken?’

De Jong voelt het emotionele moment haast vrouwelijk aan: ‘Wat doen we?’ vraagt hij hardop. ‘Wil je nog even stil zijn?’ Maar dat hoeft niet.

Het volgende fragment is een interview met filosoof Peter Sloterdijk (‘een van de grootste hedendaagse filosofen’) over zijn boek Regeln für den Menschenpark. Simons vult aan: ‘De Verlichting wordt omschreven als een project om het noodlot te saboteren. […] Peter Sloterdijk provoceert, net als Houellebecq in Elementaire deeltjes. We moeten een ander idee over onszelf ontwikkelen. Waarom scheppen we niet mensen die het beter doen dan wat er nu rondloopt? Dat is een theatrale gedachte. Met zo’n onderwerp worden mensen direct na een voorstelling kwaad over het in twijfel trekken van de mensensoort.’

Bij zo’n dijk van een thema, de maakbaarheid van de mens, grijpt de onvolkomenheid van het format van Zomergasten je aan de keel: toch te veel fragmenten, toch niet genoeg gepraat, niet genoeg diepgang. Ook al werden sommige fragmenten geschrapt, dan nog blijft zo’n groots thema niet meer dan aangestipt.

Even gaat het over huichelachtigheid op een manier die je naar meer doet snakken, maar het wordt niet verder uitgediept. Wat er wordt gezegd, is enkel het volgende: eigenlijk zijn we sinds het uitvinden van de pil bezig met het maken van de mens. We beïnvloeden het lot. Nu steeds meer met de gentechniek en aanverwante zaken. Hoe interessant zou het zijn om De Jong en Simons daarover te laten discussiëren! Maar ja, wat ik wil is eigenlijk een Van de schoonheid en de troost-nieuwe stijl. Dit is geen Van de schoonheid en de troost, dit is Zomergasten, en daar moeten we het maar mee doen.

Elsie de Brauw is zijn vrouw, leren we nu pas.

‘Er moet nog van alles gebeuren. Ik heb nog niet gemaakt… Er moet nog iets zijn. Ik ben nu bijvoorbeeld heel verheugd over een zesurige voorstelling ‘Reis naar het einde van de nacht’ van Céline. De hoofdpersoon speelt zes uur lang door. Hij gaat door een heleboel lagen van zijn zijn en niet-zijn. Dat zijn de dingen die ik wil maken. In mijn werk wil ik proberen steeds extremer te zijn. Om de waarheid te vinden die daar achter zit.’

Ik heb ondanks alles van Wilfried de Jong kunnen genieten. Hij was een subtiele, haast onzichtbare, vragensteller. Wat helemaal niet gek is in het bijzijn van zulke grootheden die zichzelf wel verkopen, net als die acteurs die geen regie behoeven. Maar op de cruciale momenten was hij daar, patsboem, met boog, pijl, hart.

‘Leve de Kunst!’ sluit Johan Simons de avond af. ‘Ik had wel een moment vanavond dat ik erin zat ja.’ We weten welke. Dank u hiervoor, heren Simons en De Jong.

  1. 3

    Had nog nooit van deze regisseur gehoord.
    Ik vond het een boeiende avond en de gedachtengang van deze man sprak mij zeer aan. Ik hoop ook echt nog eens een toneelstuk van hem bij te mogen wonen. Het was een boeiende avond. Ook de uitgekozen film vond ik de moeite van het zien en wakkerblijven waard!

  2. 4

    Ik heb spijtig niet kunnen kijken, maar los van Simons raad ik iedereen aan om de films van Ulrich Seidl te gaan zien.
    Hundstage, Import/Export. En zeker de laatsten, het “Paradies” drieluik.
    Films met een sociaal-kritische blik, uniek in cinematografie en ook nog diep wrang grappig. Dat Simons deze film “Hundstage” had geselecteerd, maakt ‘m voor mij als cinefiel al relevant.

  3. 5

    De Jong, is zeker na deze avond , voor mij een top interviewer, ik luisterde altijd al meer geboeid bij hem, maar zijn vindingrijkheid en dan met zo’n rust en gemak, maken van iedereen die bij hem aanschuift, een ademloze interessante persoonlijkheid, hoewel Simons sowieso geniaal plaats maakt,

    Bedankt heren,
    Tot ziens Wilfried, tot ooit