Zaanfolk-festival. Toeters en bellen. En Hortensia’s.

Zaanfolk-festival

COLUMN - Toen mijn vriend René vorig jaar naar een dorp ging verhuizen, had ik daar nogal de pleuris over in. Niet omdat ik iets tegen dorpen heb, maar omdat mijn reistijd zou verdubbelen. Inmiddels ben ik eraan gewend (vooral omdat hij me vaak met de auto naar huis brengt, ghe) en begin ik ook de charme van het dorpse leven in te zien. Zo was er dit weekend een geinig festivalletje in de buurt. Wie heeft opgelet weet dat mijn geliefde zelf muzikant is, en dit soort gelegenheden zijn bij uitstek geschikt om zijn reet in de plaatselijke muziekscene te draaien. Aldus toogden wij deze zaterdag naar het Wilhelminapark in Wormerveer, waar het Zaanfolk-festival plaatsvond.

Het park. Met hortensia’s natuurlijk, want die staan overal.

Bij binnenkomst in het park, werden we verwelkomd door een heel niet onverdienstelijk banjospeler. Leuk! Maar om daar lang te blijven hangen is ook een beetje raar, dus we stoomden door naar het eerste podium. Het zogenaamde open podium, dat alleen niet meer open was omdat alle slots al gevuld waren door plaatselijke artiesten. Tja, zo gaat dat vaker, hebben wij gemerkt. Je moet er vroeg bij zijn, of eigenlijk moet je gewoon de stage-manager of organisator kennen, anders kun je het wel shaken. Maar mede daarom waren we er natuurlijk ook. Aangezien de muziek hier nog geen aanvang had genomen, kon mijn lief in alle rust aanpappen met de aanwezige muzikanten en/of organisatoren, terwijl ik de plaatselijke flora bewonderde (veel hortensia’s, erg mooi als ze in bloei staan, maar het valt me op dat die dingen echt óveral opduiken, wat ik dan weer van een zekere creatieve armoe vind getuigen).  

Na een kwartiertje of zo, onderbrak René met een tevreden gezicht mijn verveling, waarna we onze weg vervolgden richting het hoofdpodium. O verhip, daar was ook nog geen muziek natuurlijk, we waren echt behoorlijk vroeg…iets wat me in mijn diehard festivaltijden nooit zou zijn overkomen. Die tijden waarin ik ook nooit oog zou hebben gehad voor de hortensia’s, behalve als de nood heel hoog was en de rijen bij de plees net zo lang waren als die voor de bar. Die tijden zijn voorbij, maar ook op een wat gezapig festival kom je voor het entertainment.

Dansen

Gelukkig was er even verderop nog een plek waar muziek vandaan kwam. Wel meteen ook het einde van het park, het blijft een dorp natuurlijk. Er was een dans-workshop gaande, die mij onmiddellijk intrigeerde. De dansers bewogen zich twee-aan-twee in een kring, waarbij na een rondje van partner werd gewisseld. Het deed me denken aan het dansen dat je ziet in kostuumfilms, ik vond het helemaal leuk. Wat de nodige verbazing opwekte bij mijn man, die geen weet had van deze stiekeme fetisj. Ach ja, ik was het zelf ook een beetje vergeten, omdat ik nooit een medestander heb gevonden, met wie ik naar een leuk verkleedfestival had kunnen gaan. Het was duidelijk te merken dat ik ook van René niets hoefde te verwachten in dat opzicht. Jammer, hij noemt zichzelf nota bene wel eens troubadour, en volgens mij ziet hij er hartstikke leuk uit in een kniebroek, met zwierige cape en een baret met veer.

Het Vervolg en (die andere) René

Terug naar het hoofdpodium dan maar. Inmiddels was daar “Het Vervolg” begonnen aan hun act. Een 4-koppige band bestaande uit 3 mannen en een vrouw, die allemaal verschillende instrumenten bespelen. Het duurde wel even voor het geluid goed was afgesteld. Geluidsman Dirk was er maar druk mee. Er is blijkbaar geen tijd geweest voor een sound check en dus moest het allemaal ter plekke gebeuren. In de loop van de middag zagen we dit probleem elke keer opnieuw; het duurde steeds even voor de muziek goed uit de verf kwam. Het mag de pret niet drukken. Ik luister zelf thuis bijna nooit naar folk, maar merkte nu weer hoe ontzettend leuk ik het eigenlijk vind. En hoe breed het genre is!

Er volgde wat gespetter, waarvoor wij veel te zomers gekleed waren. Maar ach, het was nog vroeg, dus gezwind naar huis gesneld voor een kort intermezzo. Dat vooral tegemoet kwam aan de behoeftes van mijn man natuurlijk, zoals dat gaat, in zijn huis. De Tour, voetbaluitslagen, ontblote lijven, even een riedeltje op de gitaar, je kent het wel. En na wat gemopper mijnerzijds, een veel te groot vest voor over mijn nog altijd wat zomerse kledij, omdat ik nou eenmaal niet gerekend had op die verdomde regen. Want we moesten echt weer terug, om tenminste die andere René te zien, want dat had mijn René beloofd. Al wist ik toen nog niets van die andere René (ik zat in de hortensia’s). Laat staan dat dat ook weer zo’n blondje is. Ik begin een vermoeden te ontwikkelen dat alle René’s in de wereld blond zijn. Net als dat er overal hortensia’s groeien. Maar dat kan ook aan mij liggen.

Toeters en Bellen

Eenmaal weer in het park werden wij getrakteerd op Toeters en Bellen. Wat mij betreft het absolute hoogtepunt van het festival. Wat een geweldige band is dat! Of bende, is misschien een beter woord. Toen we aan kwamen lopen dachten we even dat we hier met een fanfare te maken hadden. Eigenlijk weet ik niet precies wat ik ervan moet maken, ze zouden ook zo het theater in kunnen. Het is in elk geval een collectief van mannen en vrouwen, voornamelijk blazers, maar ook twee percussionisten. Tussen elk optreden op het hoofdpodium vulden ze de tijd, om de andere artiesten tijd te geven hun instrumenten klaar te zetten, dus ik heb een heleboel filmpjes van ze. Niet dat ik de hele tijd zin had om met mijn arm in de lucht via een scherm te loeren. Maar ja. Ik wilde ook een verslag maken. En ze waren wel echt heel erg tof. Net als een paar anderen trouwens. Ik weet nu dat ik mijn rechterarm twee keer zo lang ongestoord omhoog kan houden als mijn linkerarm. Tot nog toe vond ik het wat onzinnig om zoveel te filmen, want dat doet iedereen tenslotte. Kun je nagaan hoe enthousiast ik was.

Helaas moet ik kiezen wat ik hier laat zien, terwijl het bijna allemaal de moeite waard is. Maar ik vermoed dat er op YouTube genoeg te vinden is, als je zoekt op Zaanfolk. Vast van betere kwaliteit ook trouwens. Ik geloof dat ik wat professionals heb zien ronddarren. Met hun eigen toeters en bellen.

(Die andere) René en strobalen

We zien op het hoofdpodium een optreden van de andere René met zijn band Kavel. Het is niet helemaal mijn stijl. En jammer voor hun, duurt het in dit geval vrij lang voor Dirk het geluid echt goed heeft afgesteld. Zo erg, dat violist Jaco tot twee keer toe het prieel af loopt om er iets van te zeggen. Gelukkig krijgen ze een herkansing op het open podium, niet als band maar ieder solo. Of nou ja. Het regent weer. En Jaco’s planning is nogal krap, en dingen liepen uit. Vliegensvlug wordt er overlegd, de planning geswitcht en opeens zitten we op strobalen onder een tentje. Andere René en Jaco doen een unplugged sessie vlakbij het publiek. Niet altijd helemaal zuiver, pure improvisatie, maar o zo mooi. Daarna volgt een optreden van Rob uit dezelfde band, met eigen nummers. Het is allemaal prachtig, magisch bijna.

Naderhand lopen we weer naar het hoofdpodium, waar een koor straks het festival afsluit. We genieten nog even van Toeters en Bellen. Maar het koor vinden we drie keer niks en we maken ons snel uit de voeten. Het is mooi geweest.

  1. 1

    Grappig Karin, het dans-genre dat je gezien hebt is het van oorsprong Franse balfolk en dat kun je ook gewoon in Amsterdam meemaken. Elke 3e donderdag v/d maand in Mezrab, maar nu even 2 maand vakantie. Lekker laagdrempelig, iedereen danst met elkaar, altijd live muziek en geen kostuum of partner nodig :)
    https://www.balfolk.nl/ (nationale site)
    https://www.facebook.com/groups/659616907514391/

    In de zomer gaan we naar festivals over de grens, zoals Le Grand Bal de l’Europe, waar vorig jaar een film over gemaakt is:
    https://en.unifrance.org/movie/43199/le-grand-bal

    Dichter bij huis kun je ook terecht op de Gentse Feesten:
    https://gentsefeesten.stad.gent/nl/search?search=boombal
    En het Boombal Festival:
    https://boombalfestival.be/

  2. 5

    @3: Dat hangt ervan af welke revolutie je graag bewerkstelligt ziet. Ik zelf zou o.a. graag meer creativiteit in de beplanting van openbare parken zien.
    Maar ik geloof niet dat een columnpje van mij in staat is tot dergelijke grootse omwentelingen.

  3. 6

    En ik maar denken dat ‘togen’ al verleden tijd was, blijkt dat het van (minstens) één sterk werkwoord de verleden tijd is, en van een ander zwak werkwoord de tegenwoordige tijd, met betekenissen die vrij dicht bij elkaar liggen, zeker als je het gebruikt in de zin van ‘ik ga’. Hierdoor is een uitspraak als ‘ik toog naar het Zaanfolk Festival’ (niet in #0 gebruikt) volledig onduidelijk over wanneer je dat doet/deed. Mijn wereld brandt.

  4. 7

    @6: Ik kreeg bij “toogden” ook een rood lijntje (nu weer) dus ik heb ’t opgezocht. Bij “ik toog naar” heb ik het idee van tegenwoordige tijd, en dat klopt in dit verband dus ook. Als het verleden tijd zou zijn, wat is dan de tegenwoordige tijd? Ik teug? hahaha

  5. 9

    @8: That’s one. Maar Folkward heeft gelijk, je wordt horendol als je gaat zoeken. Tijgen, togen, tegen, er is geen touw aan vast te knopen. Conclusie; togen gebruiken we voortaan alleen nog maar als het over de toog in de kroeg gaat. En als we opgetogen zijn natuurlijk.