1. 1

    Nou eens geheel iets anders. Waarom staat “een” in het meervoud? Ik heb het over…
    Wa:jehi kol:ha:aretz safa echat u:dvarim achadim.
    Uit het woordenboek, woord voor woord:
    : en het is/ het zal zijn al-de-aarde taal een en-woordenzaken* eenen = gemeen(schappelijk),
    Zoals safa iets te maken heeft met safar (= tellen) zo heeft taal iets te maken met tellen, optellen, vertellen, aantal, talrijk, getal (cijfers ~safars zijn getallen). Safa en safar hebben een rechtstreekse relatie met “taal”.
    Safa echat u-dvarim achadim zou je kunnen vertalen met woordenschat ~ woorden/zaken-optelling.
    Maar hoeveel zaken – *en wat die zaken doen, met woorden verteld – ken je wel en niet bij naam?
    Wat is, hoe groot is je woordenschat? Wat is je dagelijkse woordenschat? Waar ben je dagelijks mee bezig? Ken je bv alle bomen bij naam, maw, ken je de woorden voor de verschillende bomen?
    Als je aldeaarde uitbeeldt, maak je dan met twee handen een uitstrijkende beweging over een oppervlak of maak je met twee handen een bolvorm?
    Gemeen is een rechtstreekse calcae van com-únus > *com-oin-os, waarbij “com” is de centum-vorm van de satem-vorm “som” (de collectieve een), oin is de individuele een >> daarom: eenen = een-een.
    Voor de fransen is tout-le monde de mensheid.
    Je zou kunnen zeggen: woorden zitten in de hersenen, alle (bekende en onbekende) zaken en dingen zitten buiten de hersenen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren