Welkom in het Mauritshuis

ACHTERGROND - Sargasso duikt deze zomer in musea in Nederland en nabije omstreken. Per aflevering van de zomerserie vertelt een lezer of redacteur over zijn of haar favoriete museum. Meer bijdragen welkom (mail naar info [at] sargasso.nl.). Deze keer Jeroen Pelgrom over het Mauritshuis.

Het was een beetje regenachtige dag in april dat ik in de rij stond bij de kassa van het Mauritshuis te Den Haag. Voor mij stond een groepje toeristen uit een Aziatisch land. Een man uit de groep vroeg bij het afrekenen nog wat aan de dame achter de kassa waarop de dame in perfect Engels antwoorde – ‘you can find the Girl with the Pearl Earring on the first floor’. Voor een toerist een typische vraag maar het laat ook een beetje het lot van het Mauritshuis zien: het is het museum met die ene Vermeer. En dat is jammer. Oké, de collectie van het Mauritshuis telt ‘slechts’ 800 objecten (tegenover meer dan 700.000 in het Rijksmuseum) en in een klein 2 uur ‘heb je het wel weer gezien’, maar er is veel moois te bekijken.

De man

De naamgever van het museum is graaf (en later prins) Johan Maurits van Nassau-Siegen (1604-1679), een neef van stadhouder-prins Maurits en Frederik Hendrik. Hij heeft naam gemaakt met een aantal gewaagde staaltjes van militair kunnen. Zo wist hij in 1636 het voor Nederland zeer belangrijke vesting Schenkenschans, de ‘poort van Holland’ te heroveren op de Spanjaarden. Een jaar later, nu in dienst van de West-Indische Compagnie, lukte het hem om eindelijk het belangrijke Portugese fort São Jorge da Mina (beter bekend als Fort Elmina) in 1637  in Ghana te veroveren. Het zou het middelpunt vormen van de Nederlandse Goudkust en daarmee van de Nederlandse slavenhandel.

De belangrijkste wapenfeit van Johan Maurits was echter het gouverneurschap van Nederlands-Brazilië van 1637 tot 1644. In 1630 was het de Nederlanders gelukt delen van de Braziliaanse kust te veroveren op de Portugezen en de heren van de WIC zochten nu iemand die orde op zaken kon stellen in de nieuwe kolonie. In deze functie pakte Johan Maurits misdaad, corruptie en prostitutie aan, zette hij een rechterlijke organisatie op en stichtte hij bij Recife een nieuwe stad: Mauritsstad. De suikerproductie kwam weer op gang en werkkrachten werden aangetrokken (slaven uit de Afrikaanse Westkust).

Het beleid van Johan Maurits was gericht op verdraagzaamheod en gewetensvrijheid: Portugezen werden behandeld als gelijken en mochten zitting nemen in de stedelijke colleges. Ook mochten katholieken en Joden gewoon hun geloof openlijk belijden. In 1640 werd het eerste parlement op het Amerikaanse continent georganiseerd. Tevens van groot belang zijn de groepen kunstenaars en wetenschappers die door Johan Maurits werden binnen gehaald.

De directeuren van de W.I.C. konden deze vernieuwingsdrang niet waarderen en riepen Johan Maurits in 1644 terug, tot verdriet van de binnenlandse Braziliaanse bevolking die hem tot op de dag van vandaag een warm hart toedraagt. (Nauwelijks tien jaar later, in 1654, zou Portugal Nederlands-Brazilië heroveren, geholpen door het wanbeleid van de W.I.C.) Terug in Nederland hielp Johan Maurits zijn vriend de keurvorst van Brandenburg als stadhouder van Kleef, waar hij uiteindelijk op 75-jarige leeftijd komt te overlijden.

Het huis

Johan Maurits kocht in 1632 een stukje grond pal naast het Binnenhof, tegenover het Torentje. Constantijn Huygens, de secretaris van de stadhouder Frederik Hendrik, werd er zijn nieuwe buurman. De architecten Jacob van Campen (die ook Paleis Noordeinde en het Paleis op de Dam heeft ontworpen) en Pieter Post ontwierpen voor Johan Maurits een stadspaleis in Hollands-classicistische stijl, maar het zou tot 1638 duren voordat het pand uiteindelijk klaar was. In de volksmond heette het gebouw al snel ‘het suikerpaleis’ omdat het was gefinancierd met wat Johan Maurits verdiende in Brazilië.

Het werd na voltooiing gebruikt als een Braziliaans rariteitenkabinet vol met opgezette dieren, tropische planten, huiden, wapens, hardhout, schilderijen en beelden. Johan Maurits zelf heeft er maar kort gewoond en gebruikte het uiteindelijk alleen voor diplomatieke bezoeken aan Den Haag. Daarnaast verhuurde hij het als Hotel van Staat aan de Staten van Holland, die op het Binnenhof vergaderden.

Na de dood van Johan Maurits werd het pand eigendom van de familie Maes, die het bleef verhuren als Hotel van Staat. In 1704 zorgde de onoplettendheid van een dronken bediende ervoor dat er een grote brand uitbrak, waardoor alleen de buitenmuren nog overeind stonden. Met behulp van de opbrengsten van een loterij werd het pand hersteld en uiteindelijk zou het vanaf 1822 dienen als museum.

De collectie

De collectie van het Mauritshuis beslaat vooral schilderijen uit de zeventiende en achttiende eeuw, waarbij de volgende werken naar mijn mening bijzonder zijn:

Rembrandt van Rijn: De anatomische les van Dr Nicolaes Tulp uit 1632

Rembrandt, Anatomische les van Nicolaes Tulp

Rembrandt, Anatomische les van Nicolaes Tulp

Na ‘Het meisje met de parel’ het bekendste werk in het Mauritshuis. Dit werk was het eerste groepsportret voor Rembrandt en zorgde voor zijn grote doorbraak in Amsterdam. Een fenomenaal schilderij om eens rustig te bekijken.

Paulus Potter: De stier uit 1647

mauritshuis_stier

Paulus Potter: De stier

Een enorm schilderij van 2,4 bij 3,3 meter met daarop vee. Potter weet de koeien en schapen zo realistisch weer te geven dat ze bijna zo van het doek zouden afkomen.

Aardig detail: de boer op dit werk heeft model gestaan voor TEUN op het leesplankje van Hoogeveen. Paulus Potter zelf kunt u zien op een schilderij van Bartholomeus van der Helst dat naast de Stier hangt.

Rogier van der Weyden: De bewening van Christus uit 1460

mauritshuis_bewening

Van der Weyden: De bewening van Christus

Ik ben een groot fan van Rogier van der Weyden en dit werk is heerlijk om te bekijken. Vooral de kleding van de opdrachtgever van dit altaarstuk is een lust voor het oog.

Carel Fabritius: Het puttertje, 1654

Carel Fabritius: Het puttertje

Carel Fabritius: Het puttertje

Een van de weinig werken van Fabritius die de ontploffing van het Delftse kruithuis op 12 oktober 1654 heeft overleeft (Fabritius zelf kwam hierbij om het leven). Een fantastisch werk om te zien.

Jan Brueghel de Oude & Peter Paul Rubens: Het aardse paradijs met de zondeval van Adam en Eva uit 1615

Jan Brueghel de Oude & Peter Paul Rubens: Het aardse paradijs

Jan Brueghel de Oude & Peter Paul Rubens: Het aardse paradijs

Dit pronkstuk welke is gemaakt door de Vlaamse meesters Jan Brueghel de Oude en Peter Paul Rubens.  Brueghel maakte de compositie, Adam en Eva met de boom en slang. Rubens schilderde de planten en dieren. Mooi werk, dat het beste van beide kunstenaars laat zien.

Johannes Vermeer: Meisje met de parel uit 1665

Johannes Vermeer: Meisje met de parel

Johannes Vermeer: Meisje met de parel

Tja, je ontkomt er niet aan. Een van Nederlands bekendste en populairste schilderijen. Een zeventiende-eeuwse veiling waar het werk werd verkocht vond het al ‘ongemeen konstig’. Geen bekend of rijk persoon, gewoon een vrouw die je even aan lijkt te kijken voordat ze weer verder loopt.

Bijzonder is dat alleen een klein hekje van nauwelijks een bij een halve meter je scheidt van dit meesterwerk. Geen centimeters dik glas of meters afstand maar gewoon een klein houten hekje. Als de suppoost zijn rondje loopt en de hordes toeristen ook weer snel verder gaan kan je even alleen zijn met dit werk. Gewoon  jij en dat onbekende meisje, even alleen – alsof het schilderij van jou is.

Misschien is dat alleen al de moeite van een bezoek aan het museum waard.

[Alle foto’s afkomstig van de website van Mauritshuis.]

  1. 2

    Het zou het middelpunt vormen van de Nederlandse Goudkust en daarmee van de Nederlandse slavenhandel.

    Zo’n zinnetje in een stuk over kunstgeschiedenis of ook wel geschiedenis. Of gewoon beschrijving van schilderijen, erfgoed dus. Wat doet dat zinnetje daar?

    Dit soort zinnetjes is het soort dat verraad doet aan de mens. Verraad aan de geschiedenis.

    Howard Zinn schrijft over Samuel Eliot Morison:

    But he does something else—he mentions the truth quickly and goes on to other things more important to him. Outright lying or quiet omission takes the risk of discovery which, when made, might arouse the reader to rebel against the writer. To state the facts, however, and then to bury them in a mass of other information is to say to the reader with a certain infectious calm: yes, mass murder took place, but it’s not that important—it should weigh very little in our final judgments; it should affect very little what we do in the world.

    Howard Zinn. A People’s History of the United States (Kindle Locations 172-176). HarperCollins. Kindle Edition.

    Ik struikel altijd over zo’n zinnetje, zo’n zinnetje over het centrum van slavernij. Niet omdat het niet waar is, niet omdat niet mag of zoiets. Maar gewoon omdat het er niet hoort. Het is het begraven van een verschrikkelijk iets, in een context van schone kunsten. En dat is fout. Dat is hoe propaganda werkt.

    Zelf maakte ik daarvan:

    Kunst is opium voor intellectuelen.

    En dat zo in werkelijkheid te zien is stuitend.
    Als een heiligenverhaaltje als toeristisch souvenir.

  2. 3

    @2, ik las het meer als kort terzijde ter erkenning: Johan Maurits was duidelijk een belangrijk man die veel goeds heeft gebracht, maar ook slechts, blijkend uit dit zinnetje. Wat zou volgens jou een betere oplossing zijn? Het is in een stuk over het Mauritshuis zinnig om iets te vertellen over de achtergrond van dat huis, maar uitgebreid ingaan op de verschrikkingen van slavernij is in deze context niet relevant, want het gaat hier over het museum.

    @0, dank voor dit informatieve artikel!

  3. 4

    Hallo,

    Dank voor het lezen van het artikel!

    IK kan de redenering betreffende fort Elmina niet echt volgen. Ik had geen propaganda of begraven of iets dergelijks in mijn gedachten toen ik het opschreef.

    gr, jeroen pelgrom

  4. 6

    @2: Had ie inderdaad beter weg kunnen laten, aangezien Pelgrom verder Maurits graag nogal ophemelt. Zo praat hij om de werkelijke reden heen waarom Maurits door de WIC van zijn gouverneurschap werd ontslagen; Het had niet zozeer met een gebrek aan waardering voor vernieuwingsdrang te maken, als met het feit dat hij de kolonie niet in een winstgevende onderneming wist te veranderen (en dat had nogal te maken met zijn zonnekoningachtige uitgaven aan prestigeprojecten zoals Mauritsstad) en bij de WIC bleef vragen om meer geld. Maar Pelgrom kon moeilijk om die verovering heen, omdat het een noodzakelijk deel uitmaakte van het optuigen van Brazilië; Met name het terug op gang brengen van de suikerproductie was te danken aan de stroom slaven die Maurits vanuit West-Afrika op gang bracht.

    Hou overigens in gedachten dat dit bijna een constante in de geschiedenis is, grootste uitgaven aan kunst waren een luxe die weinig mensen zich konden veroorloven en dat waren bijna zonder uitzondering mensen die het zich konden veroorloven omdat ze hele mensenmassa’s uitbuitten. In die zin was Maurits niet slechter dan de doorsnee adel/royalty van die (of enige andere) tijd met dure smaak.

  5. 8

    @0 “in een kleine 2 uur ‘heb je het wel weer gezien’”
    Precies goed voor mij! Ik kan ongeveer twee uur nieuwe indrukken aan. Daarna merk ik dat ik steeds sneller langs de werken loop zonder eigenlijk nog iets echt te bekijken en wordt het tijd voor de horeca.