Verhalen van de werkvloer

Vaak hoor ik van anderen wat voor interessant, leuk en vooral ook belangrijk werk zij doen, maar dat hoeft dan nog niet te kloppen. Mijn eigen ervaring, en wie weet de ervaring van vele anderen ook, is dat het op de werkvloer vaak zo leuk nou ook weer niet is. Daarover gaat ook het volgende korte verhaal, Fritsie:

Ik werd naar de baas geroepen.

“Wij hebben een nieuwe opdracht voor je. Wij sturen je naar het oostfront.”

“Het oostfront? …”

Ik kwam bij het bedrijf Reet ICT in de tijd van het gevreesde millenniumoffensief. Toen hadden ze heel veel mensen nodig. Naar het oostfront wou natuurlijk niemand en daarom namen zij mij. Ik had net een korte opleiding achter de rug en daar kon ik mij nu bewijzen, of sneuvelen natuurlijk. Ik sneuvelde uiteraard vrijwel meteen, maar daarover straks meer.

Het oostfront was voor mij de stad Saai in het gebied De begraven hond. De baas vertelde mij dat de plaats zo ver weg was dat ik door de week in een hotel moest overnachten.

“Ja, maar ik heb ook een privéleven en hobby’s….”

“Maakt niet uit. Jij moet dat gewoon doen.”

Zo werd ik dan gestationeerd in hotel Van der Walg in Saai. Ik arriveerde op zondagavond en ging meteen slapen. De volgende dag begon met ontbijt in het hotel tussen allemaal Telegraaf-lezers, met goedkope stropdassen om, die geen notitie van me namen. Dan op weg naar het front: een groot kantoorgebouw.

Ik ontmoette een collega die daar al langer werkte en van wie ik het allemaal moest leren, Fritsie. Fritsie was een oudgediende die de nieuwkomers een beetje onder zijn hoede moest nemen. Hij begroette mij met een blik van teleurstelling in zijn ogen. Daar heb je weer zo iemand, dacht hij. Net zo iemand als diegene die laatst  is gesneuveld.

Sliep Fritsie ook in een hotel? Nee, hij woonde iets dichterbij dan ik, maar 100 kilometer of zo daar vandaan en daarom kon hij ’s avonds altijd naar huis rijden, dat ging net. Die bofkont! Thuis had hij een vriendin. Ik zag haar enige tijd later op het grote kerstfeest van Reet-ICT. Zo halverwege de avond, kort na de verkiezing van de medewerker van het jaar, klom Fritsie het podium op, want hij had daar nog iets te doen. Dat kon hij kennelijk niet alleen want hij vroeg zijn vriendin om er even bij te komen staan. Toen viel hij voor haar op de knieën, vroeg haar ten huwelijk en zij zei ja.

Maar dat even terzijde. Ik weet niet of Fritsie mij in het begin in bescherming heeft genomen. Misschien. Maar dan heeft het zeker niet lang geduurd. Vermoedelijk wou hij al gauw toch liever van me af. Al gauw ging hij stiekem mailtjes sturen naar de baas over hoe het nou verder moest met mij.

Korte tijd later verscheen onverwacht de afdelingschef van het kantoor. Ik was toen net een keer alleen. Hij vroeg beleefd of het werk mij dan ook een beetje beviel, wat in werkelijkheid natuurlijk betekende: “Een verkeerd woord en je vliegt eruit”. Ik begreep er niets van, gaf een verkeerd antwoord en zo sneuvelde ik.

Als ik er nu zo aan terugdenk, denk ik: gelukkig maar. Stel, zij hadden mij daar wel goed gevonden, wat had ik eraan gehad? Dan zou ik er nu waarschijnlijk nog zitten en in het meest ideale geval zou ik ook een Fritsie zijn geworden.

Die Fritsie toch. Zijn hele leven stelt hij in dienst van zijn werk bij een groot ICT-bedrijf. Hoewel hij daar eigenlijk ook maar een hondenbaan heeft, met 100 kilometer reisafstand, waar hij de sukkel is die het werk doet waar anderen geen zin in hebben. Het heeft wel iets. Iets tragisch misschien? Ik wist lang niet wat het precies was. Pas later kwam ik erachter. Later kwam ik namelijk op het idee een muziekstuk aan hem te wijden.  Speciaal voor hem gecomponeerd. Iets met een klagend bottleneck-geluid. Het was al helemaal af.

Maar ik ben het weer vergeten.

  1. 1

    Daar heb je weer zo iemand, dacht hij. Net zo iemand als diegene die laatst is gesneuveld.

    Mooi mooi! De eerste helft is echt schitterend, al vind ik het naar het einde toe wel een beetje doodbloeden.

  2. 3

    Ik vind het wel aardig. Geen pretenties, wel iets te tongue-in-cheek met de naamvariaties. Maar het leven van de uitzend-ict’er, en ik ken er best wel veel, is inderdaad triest. Ze hebben een redelijk salaris en de enige eis is dat ze veel uren maken (al wordt dat nooit zo direct geformuleerd, natuurlijk; Der Kunde hört mit!). Maar die verplichte personeelsbijeenkomsten met werknemer van de maand en vergelijkbare soorten ellende komen mij voor als de eerste kringen van de Hel. Ik heb foto’s gezien van personeelsfeestjes die de menselijke tragiek duizend keer beter uitdrukken dan Monrovia, Sartre of Houellebecq.

    Kortom, leuk voor corporate drones, maar voor eenieder met een teer gevoel is het een carrière die alleen maar kan eindigen in zelfmoord.

  3. 4

    De IT? Wel, eh, eerlijk gezegd mis ik die heerlijke nachten, stapels dumps doorvlooiend met alleen een koffiezetapparaatje, een ratelende ponsbandterminal met een typecilindertje en een echte supercomputer met satellieten in een verder geheel leeg tevreden zoemend rekencentrum, met elke uur even zwaaien naar de bewaking, wel – al moet ik bekennen dat ik er niets van snapte, allemaal, en dat er ook nooit iets gelukt is.

  4. 5

    Maar waarom ging de werknemer daar werken? “Wij hebben een nieuwe opdracht voor je” zegt er vrij veel over; de inhoud was klaarblijkelijk nog niet bekend en derhalve kon het niet voor de inhoud zijn. De lokatie was duidelijk ook nog niet bekend. Wel bekend is het wanneer: vlak voor het jaar 2000, toen de banen in de ICT voor het oprapen lagen. Waarschijnlijk was er in grote lijnen dus maar 1 reden om daar te gaan werken: geld.

    De rest van het stukje doet net alsof deze graaiert in een soort van zielige Office Space achtige slachtofferrol terecht is gekomen en ver weg moest gaan werken temidden van onuitstaanbare collegas en verder helemaal geen keus had. Nou dat gaat er bij mij niet in. We hebben hier te maken met een graaier. Iemand die rustig meer dan 100km van zijn huis en gezin gaat werken voor het geld temidden van collegas waar hij liever niet mee samenwerkt. Dan ga je toch weg jongen?! Maar dan ga je niet achteraf een beetje hier lopen klagen over hoe goed het is geweest dat je eruit gedonderd bent terwijl je eigenlijk bedoelt dat je te laf bent om zelf op te stappen en iets leuks te zoeken. Sjongejongejonge. Wat een vreselijk misplaatst stukje. Ga toch weg.

  5. 6

    Men leert, gaandeweg, en dan kan men er achteraf een geestig stukje over schrijven. Soms moet je zoiets meegemaakt hebben om de deugden van discipline, werklustigheid en gehoorzaamheid even terzijde te schuiven en een keuze te maken voor een ander leven..

  6. 7

    Hoewel @zmmmoccc roept dat het over een graaiert gaat waag ik dat nog te betwijfelen; Een slachtoffer, een dommerd, een onwetende, een groentje. Allemaal mogelijk maar niet noodzakelijkerwijs een graaiert.

    En ja, toch wel herkenbaar hoor.

    God wat een wereld eigenlijk, die van de urenhoeren. Slachtoffer van malafide managers in een wereld die alleen maar gaat om vals geld. Kwaliteit wordt geroepen maar bestaat niet echt in die wereld. Het begrip collega ook niet. Allemaal haaien die elkaar vreten.

    En geld.
    Aandelen en beloftes.
    Lucht.

    Ja, ook ik heb het millenniumprobleem meegemaakt.
    *kotst nogmaals een paar teiltjes vol*