Het scorebord van het gesprek

Een van de taalkundige ontdekkingen van de afgelopen vijftig jaar is die van de common ground, de ‘gemeenschappelijke basis’. Tijdens ieder gesprek moeten de deelnemers wel een soort scorebord bijhouden van waar ze het beiden over eens zijn. Dat is nodig zodat ze elkaar niet allerlei dingen vertellen die al eerder aan de orde zijn gekomen, maar ook omdat ze elkaar aan het gezegde kunnen houden. Als ik tegen jou zeg dat er geen brood in huis is, en jij komt terug met een halfje bruin, mag je mij erop aanspreken als de broodtrommel vol zit. En zo moeten we allebei een lijst bijhouden van zaken die we waarschijnlijk samen weten. Belangrijk voor die gemeenschappelijke basis is het begrip ’taaldaad’. Een verse wethouder die zegt ‘Dat verklaar en beloof ik’, gaat daarmee juridische verplichtingen aan, en als hij vervolgens zegt ‘hiermee open ik de vergadering’ is de bijeenkomst van karakter veranderd. Met elke zin die je uitspreekt doe je iets, verander je de wereld een klein beetje. Als ik beloof jou 10.000 euro te geven voor dat oude schuurtje, haal ik me verplichtingen op de hals. Als ik zeg dat het een lekker weertje is, leg ik contact. Weg smijten In het tijdschrift Theoretical Linguistics schrijft Stephen Levinson een mooi overzichtsartikel over de materie. Hij laat zien dat er nog veel open vragen zijn over de structuur van dat interne scorebord. Er moeten bijvoorbeeld heel veel verschillende dingen op worden bijgehouden: of iemand wel of niet iets verboden heeft, of we in dit gesprek verwijzen naar Rob of naar ‘de minister-president’, over welk deelonderwerp we het op dit moment precies hebben, gedane beloftes, beweringen over wat er wel of niet waar zou zijn volgens de verschillende gesprekspartners, in wat voor emotionele staat de gesprekspartners ongeveer verkeren. In een bijeenkomst met de paus kan deze je van al je zonden vrijspreken, schrijft Levinson, en dan moet ook dát worden bijgehouden op het gigantische scorebord dat we in ons hoofd meedragen. Een belangrijke observatie van Levinson is dat het scorebord bovendien een ingewikkelde, gelaagde, structuur moet hebben. Hij bespreekt bijvoorbeeld het volgende gesprekje tussen Virginie en haar moeder, door mij vertaald en een beetje bewerkt. Virginie wil meer zakgeld: Virginie: maar weet je, een mens moet genoeg geld hebben, 10 euro lijkt me redelijk Moeder: 10 euro per week? Virginie: mmm Moeder: om maar wat rond te smijten? Virginie: Nee, niet om weg te smijten, maar om uit te geven. Moeder: Maar waaraan? Dat probeer ik uit te vinden. In een alledaags gesprekje zoals dit gebeurt van alles. Als mensen robots waren, was het gesprekje als volgt gegaan: Virginie: ik wil 10 euro zakgeld Moeder: Dat krijg je niet Indirect Maar mensen voeren allerlei deelgesprekjes binnen zo’n gesprek, zo zijn 3 en 5 een soort vragen om opheldering, is het mmm in 4 een uitnodiging om verder te gaan. Tijdens de vragen om opheldering wordt het geven van een antwoord op de oorspronkelijke vraag even opgeschort, en in ander werk heeft Levinson laten dien dat er binnen zo’n tussengesprekje om opheldering zich nieuwe onduidelijkheden kunnen voordoen die dan zelf eerst uit de weg moeten worden geruimd voor de opheldering kan worden opgelost. Gesprekken zijn zo matroesjka-poppetjes, waarin steeds weer nieuwe matroesjka’s verstopt kunnen zitten. En dan geldt ook nog eens dat een heleboel van wat er gezegd wordt een vermomming is voor iets anders. De mededeling in 1 over ‘een mens’ is feitelijk een inleiding tot het verzoek in 2. Maar dat verzoek wordt ook niet rechtstreeks gedaan, in plaats daarvan doet Virginie oppervlakkig gezien alleen een mededeling over wat haar redelijk lijkt, zoals de afwijzing van de moeder in 7 ook komt op een heel indirecte manier. Dat moet allemaal op het scorebord, maar de wetenschap heeft nog niet precies vastgelegd hoe dat er dan uit zou moeten zien. Er staan ons op dit vlak interessante tijden te wachten.

Door: Foto: Illustratie uit het besproken artikel
Foto: Uitgeverij Pluim - Lieke Marsman - foto Tom Cornelissen.

Je pruttelt wat mee met lichamen

Sommige schrijvers zijn goed in ieder genre, ook dat van het automatisch antwoord. Een paar jaar geleden kregen correspondenten van Lieke Marsman in de zomer te lezen: ‘met vakantie tm 31 augustus, voor dringende zaken kunt u het best iemand anders mailen.’ Ik denk sindsdien even aan haar als ik in de zomer een mail krijg met een autoreply.

Ik bewonderde haar als schrijver, en niet alleen van autoreply-berichten, en leerde haar als persoon kennen in 2017, via een project over het sonnet voor Neerlandistiek. Ik vroeg 14 dichters een nieuw, 21e eeuws sonnet te schrijven; zij schreef dat ze dat wel wilde doen, al vond ze in opdracht schrijven heel lastig, ‘maar misschien dat zo’n vormopdracht makkelijker is dan een opdracht nav inhoud’. Een paar maanden later meldde ze dat er ‘roet in het eten was gekomen, namelijk kanker’, maar ze schreef uiteindelijk toch een, omgekeerd, sonnet, We verdampen tot we condenseren.

We verdampen

Het zijn rare tijden, jaargetijden
veranderen en vermijden een confrontatie
met vakantie.

Je pruttelt wat mee met lichamen
die druipen, ijlen, kwijlen, schijten.
Een koor in mineur, dat zachtjes brult:

Je lijf is ziek, maar je wordt beter, het zal slijten.
Je zult stiller in het gras liggen en slanker,
uitgemergeld chique bezoek ontvangen. Maar kanker
heeft geen kalender, dus heb geduld.

We verdampen tot we condenseren
en ook rampen zijn gemaakt van feiten.
Je hoeft ze er alleen maar uit te destilleren.
Je wordt beter. Het zal slijten.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Brad on Unsplash

Het grimmige verhaal achter Roosvicee

RECENSIE - De taal is geen supermarkt. Je kunt erdoorheen lopen en ieder fijn woord dat je tegenkomt in je mandje gooien en dan nog mag je bij de uitgang doorlopen zonder te betalen en zonder je bonuskaart te laten zien. Maar omgekeerd is de supermarkt wél van taal gemaakt. Ja, er staan wel tastbare goederen, maar die zitten in verpakkingen en als er op die verpakkingen geen namen zouden staan zouden we geen melk van havermoutdrank kunnen onderscheiden en stortte de supermarkteconomie in.

JP Pellemans schreef een boek over die taal van de supermarkt, Het ABC van JP2 (de 2 staat er omdat Pellemans eerder al een succesvol boek schreef over andere kanten van de taal). Het blijkt een briljant gekozen onderwerp, niet alleen doordat het Pellemans de gelegenheid geeft om het verhaal achter allerlei merknamen te vertellen, maar ook omdat hij kan vertellen hoe de supermarkt in elkaar zit, en over zijn eigen leven, én omdat hij ook nog een paar fotostrips kan laten zien van en met de bekende fotostripmaker Ype Driessen.

Het boek geeft daardoor de overladen indruk van een supermarkt, en maakt even hebberig: dit feitje wil ik óók nog hebben, en dat óók nog!

Foto: Leesplankje Cornelis Jetses, CC0, via Wikimedia Commons.

Eén taal

COLUMN - Intrigerend streven, van de gisteren opgerichte politieke partij De Nieuwe Alliantie (DNA). Op de website staat als één van de kernwensen van de partij: ‘Eén taal, één rechtsorde, één gedeelde cultuur.’

Van rechtsorde en cultuur heb ik niet veel verstand, maar hoezo één taal? Ik neem even aan dat die ‘ene taal’ dan Nederlands is, want in die taal is de boodschap zelf gesteld en het lijkt me niet verstandig om je eigen boodschap meteen te ondermijnen door zelf een andere taal te gebruiken dan die ene.

DNA schermafbeelding deel van website

Eén taal van wat? Ja, ‘Nederland’, maar wat betekent dit in de praktijk? De gymnasia verbieden? Toeristen komen het land niet meer in zonder taaltoets? Buitenlandse YouTube wordt verplicht nagesynchroniseerd? Friezen en Limburgers terug naar hun eigen land?

Het streven naar één taal voor één land is een oud romantisch idee. Hoe het precies in Noord-Korea werkt, zullen we waarschijnlijk nooit weten, maar afgezien daarvan zijn er volgens mij geen landen die het bereikt hebben. Overal zijn altijd minderheden die hun eigen taal hebben. De laatste jaren begon dit besef bij uitstek ook bij de zogeheten ‘rechtse’ partijen door te breken. Zij pleitten doorgaans bijvoorbeeld voor het opnemen van minstens het Nederlands en Fries in de grondwet, maar noemden daar vaak ook Nedersaksisch en Limburgs en gebarentaal en Papiaments bij.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: "Bloggers hard at work at Youth For Change" by DFID - UK Department for International Development is licensed under CC BY 2.0

Bloggers parodiëren met kunstmatige intelligentie

Een tijdje geleden bezweek Neerlandistiek bijna onder de belangstelling van kunstmatige intelligentie. Zoveel chatbots kwamen ons bezoeken dat de mensen er af en toe niet meer doorheen kwamen. Ondertussen zijn er wat maatregelen genomen waardoor het wat rustiger is, in ieder geval voor de mensen, maar ik bleef zitten met de vraag: wat leren die chatbots er eigenlijk van?

Dus vroeg ik zelf aan kunstmatige intelligentie (Claude) om op basis van een stuk of vijftig blogposts – sommige van Neerlandistiek, andere van de eigen blogs, maar allemaal openbaar toegankelijk – rapporten te maken over enkele van mijn favoriete bloggende neerlandici. Hier is een korte karakterisering van sommige van hen. Ik geef het ongewijzigd weer (ook de volgorde heb ik door de chatbot laten bepalen):

Louise Cornelis — Nuchtere tekstvakvrouw die hardop nadenkt over haar vak en daar altijd een praktische les uit trekt. Kort, conversationeel, Zeeuws-onderkoeld, met een scherp oog voor taal in het wild.

Robbert-Jan Henkes — Vertaler die hardop twijfelt over het ene woord dat niet mee wil. Associatief, geestig, met een zwak voor het onvertaalbare.

Marc Kregting — Melancholische essayist die elke zin laat vertakken tot hij verdwaalt, en dat verdwalen tot methode verheft. Lang, erudit, cultuurkritisch, met een ondertoon van weemoed.

Marita Mathijsen — Enthousiaste geleerde die bij een glas wijn vertelt wat ze in het archief vond. Verhalend, warm, precies, met de spanning van een detective en de ontroering van iemand die van haar onderwerp houdt.

Nicoline van der Sijs — Etymoloog die woorden laag voor laag afpelt, van het heden terug naar de zeventiende eeuw en verder, met uitstapjes naar het Koreaans en het Russisch. Encyclopedisch, precies, licht verwonderd, nooit uitverteld.

Foto: Chandler Cruttenden on Unsplash

3000 Iraniërs overleden. Alsof niemand heeft geschoten

Meer dan drieduizend Iraniërs zijn volgens een bericht op NU.nl “overleden“. Zo staat het er. Overleden. Een woord dat we in Nederland gebruiken voor een opa die in zijn slaap wegzakt, of een buurvrouw die na een lang ziekbed sterft. Het woord draagt een sfeer van onvermijdelijkheid. Van natuur. Van tijd die verstrijkt.

In dit geval gaat het over mensen die door explosieven, kogels en ander militair geweld zijn gedood. Geweld van ‘ons’.

Toch kiezen media en organisaties regelmatig voor deze terminologie. Mensen “overlijden”. Er “vallen” doden. Er “komen” mensen om. De taal doet een wonderlijk kunstje: het geweld blijft staan, de dader verdwijnt. Alsof de dood zelf langs is gekomen om een rondje te maken, zonder dat daar iemand anders aan te pas is gekomen.

Dat patroon duikt telkens weer op wanneer het geweld zich ver genoeg van het westerse publiek afspeelt. In Europa spreken kranten vrij direct over “moord” of “doden” wanneer een aanslag plaatsvindt, of bijvoorbeeld als ‘de ander’ de oorlog start, zoals in Oekraïne. Zodra bommen vallen in het Midden-Oosten, en wij er direct dan wel indirect iets mee te maken hebben verandert het vocabulaire. Burgers “komen om”. Duizenden “overlijden”. De taal schuift een stap op richting abstractie.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Jurist in de rechtbank - Artur Puls, 1890. Collectie Rijksmuseum-Amsterdam Public domain

Begrijpelijkheid is een vorm van retoriek

COLUMN - Lang hebben we gedacht dat ingewikkelde taal een manier was om macht te laten gelden, of in ieder geval gold als een vanzelfsprekend teken van expertise. Wie gezag had, sprak niet eenvoudig, en omgekeerd. Moeilijke woorden, lange zinnen en impliciete voorkennis waren signalen dat hier iemand sprak die het overzicht had, die zoveel geleerdheid had verworven dat zijn waarheid alleen nog met moeite ontsloten kon worden. In wetenschap, recht en bestuur was helderheid geen kernwaarde. Te veel eenvoud wekte argwaan: was wat je begrijpen kon wel de moeite waard?.

Als het ooit waar geweest is, is die tijd nu wel voorbij. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een artikel over klare taal in rechterlijke uitspraken in het Tijdschrift voor Taalbeheersing. De auteurs, Geerke van der Bruggen en Henk Pander Maat, onderzochten vaak genoemde tekstingrepen, zoals het vereenvoudigen van het taalgebruik, of uitleg verschaffen over juridische regels. Juridische leken lazen verschillende versies van echte rechterlijke uitspraken, zowel in civiele als in strafrechtzaken; daarna maten de onderzoekers niet alleen wat lezers begrepen, maar ook hoe zij de tekst ervaren hadden en of zij de beslissing accepteerden. Daarbij maakten de onderzoekers expliciet onderscheid tussen daadwerkelijk begrip (kun je antwoorden geven op vragen over de tekst) en ervaren begrijpelijkheid (heb je het gevoel dat je begrijpt – wat natuurlijk niet per se hetzelfde is).

Foto: "Eurasian wolf 2" by User:Mas3cf is licensed under CC BY-SA 4.0

Zin van het jaar: ‘Wij spreken elkaar niet vaak één op één’

Het wordt tijd om de zoektocht naar de taalbrok van het jaar te verleggen naar nieuwe gronden. Op mijn oproep voor een beter woord van het jaar, schreef Roland de Bonth streng dat de kwestie van het woord van het jaar wetenschappelijk beslecht kan worden: de is het meest gebruikte woord van het jaar 2025, in ieder geval volgens de bronnen van het Instituut voor de Nederlandse Taal.

Op mijn oproep kwamen wel wat interessante alternatieven. Mijn favoriet is probleemwolf, een manier van niet-menselijke dieren benoemen die mateloos intrigerend is en waarschijnlijk veelzeggend voor onze tijd. We zien de wolf niet als een wild verscheurend beest en ook niet als een knuffeldier, maar als een probleem: de ultieme manier om de totale vervreemding van de mens met zijn medebewoners op de planeet te benoemen. Ik voorspel de probleemwolf daarom een fijne toekomst, en zie uit naar de komst van het probleemzwijn op het moment dat ook de everzwijnen hun domein vergroten dan alleen de Veluwe.

Vertrouwdheid

Het probleem met deze verkiezing was alleen dat er zoveel verschillende inzendingen kwamen, dat er geen lijn op te trekken viel. De stem van het neerlandistische volk laat geen duidelijk geluid horen. Dus houden we het maar op de.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Ash Hayes on Unsplash

Israëls geheime wapen: taal

De genocide in Gaza gaat gewoon door, ondanks dat er een ‘wapenstilstand’ is. Israël blijft aanvallen, maar met een verschil: de aanvallen heten nu volgens Israël ‘antiterreuroperaties’. Een manier van praten die maar al te gemakkelijk wordt overgenomen door westerse media.  Zo wordt maar weer eens pijnlijk duidelijk hoe ook taal een wapen is in het conflict, en dat dat wapen vaak in één richting schiet. Want als Palestijnen weerstand bieden tegen zo’n operatie heet dat ‘een inbreuk op het bestand’ en gebruikt Israël het als excuus om te reageren met bombardementen, sorry, nieuwe ‘antiterreuroperaties’ op totaal ongerelateerde doelen waarbij honderden mensen omkomen, en waarschuwt dat ‘verdere inbreuken niet worden getolereerd’.

Dit is niet nieuw, wie het nieuws volgt, ziet het al langer. Bijvoorbeeld bij een kop als: “Israëlische gijzelaars vrijgelaten, Palestijnse gevangenen uitgewisseld.” Dat lijkt neutraal, maar dat is het niet.

Een gijzelaar is iemand die onschuldig vastzit, iemand die onterecht wordt vastgehouden door barbaren. Een gevangene daarentegen, dat is iemand die  ‘iets’ heeft gedaan. Een verdachte, een misdadiger, of minstens iemand die door een rechter is veroordeeld. Maar de Palestijnse gevangenen waar hier over gesproken wordt, zijn in veel gevallen nooit aangeklaagd, laat staan berecht. Kinderen van dertien, jongeren die een spandoek vasthielden, vrouwen die bij een checkpoint werden opgepakt omdat ze de verkeerde achternaam hadden. Toch noemt het journaal hen gevangenen, alsof het allemaal keurig volgens het recht is verlopen.

Foto: Alex Knight on Unsplash

Chatbots gebruiken meer naamwoorden

COLUMN - Kun je herkennen of een tekst geschreven is door een computer? Ja, zegt een groep onderzoekers in een recent online geplaatst artikel. Tenminste, als je een computer hebt die het herkennen voor je kan doen.

De onderzoekers lieten mensen en chatbots een aantal taalopdrachten doen. Zo moesten ze teksten herschrijven in de stijl van een schoolopstel of een Wikipedia-artikel. Hoe succesvol waren ze erin? Chatbots bleken hun teksten wel licht aan te passen aan het genre, maar veel minder dan de mensen deden. Dat valt in ieder geval op een statistische manier vast te stellen: als je kijkt naar wat voor woorden er gebruikt worden, dan zit er bij de teksten van chatbots minder variatie.

Een belangrijk verschil tussen mensen en chatbots was, los van het gekozen genre, dat chatbots een veel ‘naamwoordelijker stijl’ hadden. Ze gebruikten meer zelfstandig naamwoorden (‘huis, genre, chatbot’), meer zogeheten nominalisaties (‘werken is een genot’ in plaats van ‘ik werk graag’) en bijvoeglijk naamwoorden werden vaker bij een zelfstandig naamwoord gezet (‘het mooie huis’) dan in het gezegde (‘het huis is mooi’). Mensen deden veel meer met werkwoorden (‘het huis schittert in de zon’).

Simuleren

Wat verklaart nu dit verschil? Die chatbots hebben de taal immers van ons geleerd, wat verklaart dan dat ze dingen op zo’n specifieke manier anders doen? De onderzoekers wijzen erop dat het gebruik van veel zelfstandig naamwoorden een tekst erg rijk aan informatie maakt: ieder zelfstandig naamwoord benoemt een zaak of een idee, hoe meer je daarvan geeft, hoe meer informatie in de tekst. Werkwoorden geven je zin wat dat betreft meer lucht.

Foto: Claude Monet, Public domain, via Wikimedia Commons

Beïnvloedt taal het denken?

Deel 8 in de serie Wat iedereen moet weten over taal

Onlangs verschenen de resultaten van een onderzoek: wat vinden taalwetenschappers dat mensen moeten weten over taal? Dat resulteerde onder andere in een lijst van 25 vragen. Korte antwoorden op die vragen staan hier op een rijtje.

‘Beïnvloedt taal het denken?’ is een grote vraag, misschien wel te groot voor wetenschappelijk onderzoek. ‘Beïnvloedt je taal je denken’ is behapbaarder, en ondertussen het onderwerp van heel veel wetenschappelijke literatuur.

Zou de mens anders denken als ze in het geheel geen taal had? Het is waarschijnlijk. Een kenmerk van taal is dat je vorm kunt geven aan je gedachten, je kunt ze immers omzetten in woorden en zinnen. Dat betekent op zijn beurt dat we van onze gedachten een soort dingen kunnen maken, die min of meer los van ons staan. We gebruiken dat vermogen om die gedachten te uiten en zo met anderen te delen. Maar we kunnen ze ook gebruiken om zélf kritisch over een eigen gedachte na te denken. Je bewust zijn van het feit dat je een bepaald idee hebt, vereist waarschijnlijk taal.

Makkelijk aan te tonen is het niet, want je zou een vergelijking moeten maken tussen mensen mét en mensen zónder taal, en de tweede groep is bijzonder lastig te traceren. Vervolgens zou je het denkproces van al deze mensen moeten vaststellen, zonder taal. De technieken om iemands gedachten te lezen zijn daarvoor lang niet ver genoeg ontwikkeld. Wat we kunnen zeggen over de relatie tussen taal en denken blijft in die zin vooralsnog op het niveau van speculatie.

Foto: thierry ehrmann (cc)

De ontsnappingstaalkunstenaar

RECENSIE - Geert Wilders is van alles, maar hij is ook een intrigerend fenomeen. Zo iemand waarvan je je onder andere kunt afvragen: hoe doet hij dat toch? Hoe is het mogelijk dat hij politiek maar blijft overleven – dat hij regelmatig fouten maakt waarvoor anderen zouden worden afgestraft, terwijl hij maar blijft zitten en momenteel nog altijd de grootste partij van Nederland leidt is.

De neerlandicus Robbert Wigt, die eerder een boek schreef over Mark Rutte, komt nu met een boek over de ‘overtuigende taal’ van Wilders. Daarin speelt Rutte trouwens weer een rol, als de enige die het de afgelopen decennia is gelukt om Wilders van zich af te slaan, de enige die aan Wilders gewaagd was.

Is Wilders taal overtuigend? Opvallend is dat op de ene plaats in Wigts boek de theaterdocent Marijn Moerman zegt dat Wilders meer een debater is dan een speecher, terwijl verderop het Denk-Kamerlid Van Baarle zegt ‘Met Wilders heb je eigenlijk geen debat.’ Beide hebben gelijk: als Wilders alleen zou speechen, zou hij niet zo populair zijn, want zijn speeches hangen vaak naar het eentonige. Maar een echte debater is Wilders ook niet, want het is hem niet om de uitwisseling van argumenten te doen. Wilders heeft een manier gevonden om van het debat een monoloog te maken. Dat is wel zijn grootste troef.

Volgende