Elon Musk: De biljonair, democratie en de armste vier miljard

Elon Musk is na de beursgang van SpaceX waarschijnlijk de eerste biljonair ter wereld geworden. Zijn vermogen zou door de notering boven de 1,1 biljoen dollar uitkomen, vooral door zijn belang in SpaceX. Het bedrijf haalde bij de beursgang 75 miljard dollar op en wordt nu gewaardeerd rond de 1,77 biljoen dollar. Ja, biljoen. Duizend miljard. Een miljoen miljoen. De Washington Post omschreef Musks nieuwe status terecht als rijkdom “op papier”, want het grootste deel van dat vermogen bestaat uit aandelenwaarde, verwachtingen en marktprijs. De meest kaakzakkende vergelijking komt van Oxfam. In 2024 had de armste 46 procent van de wereldbevolking, 3,8 miljard mensen, samen een nettovermogen van 890 miljard dollar, omgerekend naar prijzen van januari 2026. Bij een vermogen van 1 biljoen dollar bezit Musk dus meer dan bijna de helft van de mensheid samen. Eén man boven bijna vier miljard mensen. Eén beursnotering boven het gezamenlijke bezit van complete continenten aan armen, schuldenaren, huurders, flexwerkers, landlozen en mensen die vooral worden meegeteld wanneer economen een grafiek over armoede nodig hebben. De beursgang van SpaceX gaat daarmee minder over ruimtevaart dan over een economie waarin fictieve waardering echte macht produceert. Musks biljoen ligt nergens in een kluis. Het is geen stapel geld die hij morgen zonder gevolgen kan opnemen. Het bestaat grotendeels uit aandelen die alleen deze waarde houden zolang beleggers, banken, analisten, indexfondsen en markten blijven geloven dat SpaceX later nog meer waard wordt. De armste 3,8 miljard mensen leven met materiële tekorten. De armoede aan die onderkant is concreet: slechte huisvesting, schulden, voedselonzekerheid, gebrek aan zorg, gebrekkig onderwijs, juridische kwetsbaarheid en nauwelijks onderhandelingsmacht. De rijkdom aan de bovenkant is abstract: koers, verwachtingswaarde, groeiverhaal, merknaam, charisma, hype, geopolitieke afhankelijkheid. Toch krijgt die abstracte rijkdom directe gevolgen. Wie op papier een biljoen waard is, kan lenen, kopen, lobbyen, rechtszaken rekken, media bezitten, politici intimideren, werknemers onder druk zetten en overheden tegen elkaar uitspelen. SpaceX maakt dat extra problematisch, omdat het bedrijf diep in publieke belangen zit. Het gaat over raketten, satellietinternet, militaire communicatie, NASA-contracten en strategische infrastructuur. SpaceX is bij de beursgang verliesgevend: 18,7 miljard dollar omzet tegenover 4,3 miljard dollar verlies in het voorgaande jaar. Toch werd het bedrijf de beurs op gestuurd met een waardering van bijna twee biljoen dollar. Die onwaarschijnlijk grote kloof tussen huidige resultaten en marktwaarde wordt gevuld met toekomstverhalen, staatsafhankelijkheid en de onwaarschijnlijke belofte dat Musk uiteindelijk elke spreadsheet zal rechtvaardigen. Daarmee wordt publieke afhankelijkheid omgezet in privévermogen. Overheden hebben SpaceX nodig voor ruimtevaart, defensiecommunicatie en satellietinfrastructuur. Beleggers kopen de belofte. Pensioenfondsen en indexfondsen kunnen vervolgens, eventueel gedwongen, worden meegezogen in die waardering. Als de koers stijgt, stijgt Musks vermogen. Als de risico’s werkelijkheid worden, komen de gevolgen terecht bij werknemers, gebruikers, publieke instellingen, beleggers en belastingbetalers. De winst van de verwachting wordt persoonlijk geboekt; de kwetsbaarheid van de infrastructuur wordt collectief gedragen. De vergelijking met de armste bijna vier miljard mensen legt de politieke kern bloot. Hun gebrek aan vermogen beperkt hun vrijheid. Zijn papieren vermogen vergroot zijn macht. Zij kunnen door één medische rekening, één mislukte oogst, één huurverhoging of één ontslag onderuitgaan. Hij kan door één beursnotering boven hun gezamenlijke bezit uitstijgen. Dat verschil zegt iets over marktwerking, eigendom en democratie. Een samenleving die toestaat dat één persoon rijker wordt dan bijna vier miljard mensen samen, heeft economische macht losgemaakt van maatschappelijke rechtvaardiging. Bezit telt inmiddels oneindig zwaarder dan arbeid. Verwachting telt zwaarder dan behoefte. Controle over infrastructuur telt zwaarder dan publieke zeggenschap. De beurs maakt van een toekomstverhaal privévermogen, waarna de rest van de samenleving wordt geacht dat te behandelen als een natuurverschijnsel. Terwijl het een keuze is. De eerste biljonair is daarom geen inspirerend moment in de geschiedenis van innovatie. Het is een diagnose van een wereldorde waarin de onderkant materieel tekortkomt en de bovenkant op papier almachtig wordt. Bijna vier miljard mensen hebben samen minder dan één man, omdat financiële markten hebben besloten dat zijn belofte meer waard is dan hun bezit, hun zekerheid en hun toekomst. Feodalisme had vroeger land, titels en erfelijke macht nodig. De moderne versie heeft genoeg aan aandelen, staatscontracten en een Nasdaq-notering.

Door: Foto: Edu Raw on Pexels
Foto: SpaceX on Unsplash

SpaceX: Publieke raketten, private jackpot

Privatizing profits, socializing losses. De staat helpt bouwen, de markt mag applaudisseren, en zodra de waardering hoog genoeg is, schuift het risico door naar iedereen met een pensioenpot. Bij SpaceX wordt het principe tot het uiterste gerekt. Het bedrijf wil naar de beurs. Dat betekent dat een bedrijf dat jarenlang in private handen was, aandelen gaat aanbieden aan publieke beleggers. Voor vroege investeerders en insiders is een beursgang vaak het grote afrekenmoment: hun belang, opgebouwd in besloten kring, krijgt eindelijk een openbare prijs. SpaceX mikt op een beursgang waarbij het ten minste 75 miljard dollar wil ophalen, bij een waardering rond 1,75 biljoen dollar.

Bij SpaceX wringt dat extra. Het bedrijf is puur op zichzelf groot geworden. Het is groot geworden met publieke contracten, publieke infrastructuur, publieke afhankelijkheid en strategisch staatsbelang. NASA, defensie, vergunningen, lanceerlocaties, frequenties: de overheid staat overal in de machinekamer. Alleen verdwijnt die overheid uit beeld zodra de winst straks privaat verdeeld kan worden.

Een deel van de kritiek op de beursgang draait precies daarom. Deze prikt wel meteen een krankzinnig hoge prijs vast. Gewone beleggers en pensioenfondsen stappen straks via de index gedwongen in op dat niveau, en zodra de periode voorbij is waarin insiders nog niet mogen verkopen, kunnen zij en de vroege investeerders daar alsnog tegen uitstappen. En er speelt nog iets, gerelateerd aan die net genoemde index: aangepaste Nasdaq-regels. Vroeger moest een nieuw beursfonds normaal eerst een seasoning period doorlopen: maanden handelsgeschiedenis om prijs, liquiditeit en stabiliteit te laten ontstaan. Sinds 1 mei 2026 kan een extreem groot nieuw aandeel onder de fast-entryregel al na vijftien handelsdagen in de Nasdaq-100 belanden. En zodra zo’n aandeel in een grote index komt, moeten indexfondsen en passieve beleggingsproducten het volgen. Pensioengeld beweegt dan niet omdat SpaceX ineens een redelijke prijs heeft, maar omdat de index het zegt. En SpaceX zal direct het grootste fonds worden, en dus een significant deel van wat die fondsen moeten aankopen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.