Loveboat naar ons Indië

In de roman De passagiers van ‘De Rembrandt’ (1919) van Thérèse Hoven (1860-1941) is een verpleegster openlijk uit op een one-nightstand. Ze manipuleert een knappe officier naar een afgezonderde ruimte, maar als blijkt dat hij verliefd is op een ander wordt ze kwaad: En ’t pleegzustertje is woedend en uit eenige invectieven, niet bepaald complimenteus voor haar onwilligen cavalier, maar evenmin getuigende van een goede opvoeding of een liefderijk gemoed. […] ‘Hè, wat een mispunt! Zoo’n ongelikte beer! Ik had juist zoo’n dollen zin in een beetje pret. ’t Is een miserabele reis. Hè, toen wij uitgingen, die Deli-planter! Ik wou, dat ik er weer zoo een ontmoette. Uit de archieven diepte de leraar Nederlands Coen van ’t Veer tientallen romans op zoals De passagiers van ‘De Rembrandt: boeken waarin de boottocht tussen Nederland en Nederlands Indië een belangrijke rol speelde en die verschenen tussen 1850 (ongeveer het moment waarop die reis een intree doet in de Nederlandse letterkunde) en 1940 (rampspoed geboren). Het resultaat van dat onderzoek is een boeiend proefschrift, De kolonie op drift, dat door uitgeverij Verloren voorbeeldig is vormgegeven: een boek dat laat zien hoe Nederland zijn koloniale samenleving verbeeldde in de vorm van romans over de kleine koloniale kosmos die zo’n schip was.

Neerlands ruk naar rechts onder de loep

ONDERZOEK - Vandaag in De Groene een vertaald en ingekort stuk uit de inleiding van het proefschrift The Conservative Embrace of Progressive Values: On the Intellectual Origins of the Swing to the Right in Dutch Politics, dat Merijn Oudenampsen op 12 januari verdedigt in de aula van de Universiteit van Tilburg (zie persbericht), waarin Oudenampsen onderzoekt hoe het is te verklaren “dat een politieke stroming die nooit meer dan een zesde van het Nederlandse electoraat voor zich heeft weten te winnen in staat is geweest om zo’n bovenmaatse invloed uit te oefenen op het Nederlandse politieke klimaat.”

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Foto: Eric Heupel (cc)

Het Nederturks heeft nog altijd naamvallen

Langzaam maar zeker groeien er op Nederlandse bodem nieuwe talen. Het Nederlands-Turks bijvoorbeeld – de taal van de nakomelingen van migranten uit Turkije die hier opgroeien, over het algemeen vloeiend Nederlands spreken, maar daarnaast ook nog altijd Turks als moedertaal hebben.

Alleen groeit dat Turks vermoedelijk zachtjes weg van de taal zoals die in Turkije gesproken wordt. Julie hoeven niet raar op te kijken als je over honderd jaar wakker wordt en dan ineens ontdekt dat er in de loop van de tijd een nieuwe taal is ontstaan, het Nederturks, dat afwijkt van wat er in Anatolië gesproken wordt – doordat het Turks hier doorlopend in aanraking is met het Nederlands, maar ook doordat een taal als ze in verschillende gebieden gesproken wordt vanzelf uiteenvalt.

Hülya Şahin beschrijft in haar onlangs in Nijmegen verdedigde proefschrift Cross-linguistic influences de eerste stapjes van dat proces. In de loop van de afgelopen jaren deed ze een aantal onderzoekingen die ze in dit proefschrift bundelt (een ervan gaat overigens niet over het Turks, maar over het Papiamento). De conclusie: de veranderingen zijn nog heel voorzichtig, maar ze zijn er wel.

Vooralsnog gaan die verschillen vooral over vaste verbindingen. Turkstalige Nederlanders zeggen wel dat ze de ‘otobüs-ü aldım’, de bus nemen, net als in het Nederlands. In Turkijke is het gebruikelijker om te zeggen dat je de ‘otobüs-e bindim’, de bus haalt. Zo zeggen Nederturken ook gemakkelijker ‘Türkçe arkadaş-ım’ (mijn Turkse vrienden), terwijl ze in Turkije het liever hebben over ‘Türk arkadaş-ım ‘(mijn Turkenvrienden).

Foto: Jasja Dekker (cc)

Promotor terecht co-auteur

OPINIE - Natuurlijk staat een promotor ook als co-auteur op een proefschrift. Dat hoort bij het hele proces, vindt onderzoeker Edwin Horlings.

Universitair hoofddocent Paul Nieuwenburg beklaagt zich in het NRC Handelsblad van 29 juni 2013 over promotoren die worden opgevoerd als co-auteur van een proefschrift. Een proefschrift is een individuele proeve van bekwaamheid, meent hij. Er zijn andere manieren voor promotoren om de publicatielijst op peil te houden.

In zijn oproep tot een verbod laat hij echter zien de wetenschap buiten zijn eigen vak niet te kennen. Hij verwart onderzoek met schrijven, gaat voorbij aan het feit dat onderzoek in grote delen van de wetenschap draait om teams en consortia en geeft een incorrect beeld van de rol van de promotor.

Hij verwart onderzoek met schrijven. Onderzoek is alles van het eerste idee tot de definitieve tekst. Het betreft ook het organiseren van toegang tot kostbare apparatuur, het verzamelen van geld, gegevens, patiënten en andere middelen, het organiseren en aansturen van partners in andere groepen en instituten, het ontwerpen van nieuwe methoden en technieken en uiteindelijk ook het schrijven van het artikel of boek.

Zelfstandig is niet hetzelfde als alleen. Wetenschap is steeds vaker teamwork. Het werken in teams en consortia wordt belangrijker naarmate het resultaat sterker afhangt van het samenbrengen van verschillende soorten expertise, van toegang tot onderzoeksdata en kostbare apparatuur en van gelijktijdig onderzoek door verschillende onderzoekers naar hetzelfde complexe probleem. Dat zie je bijvoorbeeld sterk in de medische wetenschappen en in de toegepaste natuurwetenschappen, maar ook steeds vaker in de sociale wetenschappen. Niet alle vakgebieden zijn zo collectief georganiseerd. In wiskunde en geschiedenis draait het nog altijd om het werk van individuele wetenschappers. En in de filosofie, natuurlijk.

Foto: Eric Heupel (cc)

Houden partijen zich aan hun verkiezingsmandaat?

Vandaag hoop ik te promoveren tot doctor in de politicologie. Bij het onderliggende proefschrift ‘Political Parties and the Democratic Mandate’ behoren twaalf stellingen. In deze serie een korte toelichting op enkele van de meest prikkelende. De laatste aflevering: ‘De mate waarin partijen hun mandaat vervullen is in de afgelopen 60 jaar niet achteruitgegaan en wat betreft issue saliency in Nederland zelfs verbeterd’

Veel mensen zijn sceptisch over het functioneren van politieke partijen. Ruim 90 procent van de ondervraagden uit het Nationaal Kiezersonderzoek zegt te geloven dat politici meer beloven dan ze waar kunnen maken. Als ik als onderzoeker naar het verkiezingsmandaat aan kennissen uitlegde waar mijn onderzoek over ging, kortweg of partijen zich aan hun verkiezingsmandaat houden, was een veelgehoorde reactie: “Dat zal dan wel een heel kort onderzoek zijn, want we weten toch allemaal dat partijen hun beloftes breken.” Een systematisch onderzoek naar de politieke stellingname van partijen tijdens verkiezingen en in het parlement laat echter zien dat het met dat verkiezings- of partijmandaat helemaal niet zo slecht gesteld is. De afgelopen zestig jaar is er geen sprake van een verslechtering van de mate waarin partijen zich aan hun mandaat houden.

Uit voorgaand onderzoek van Robert Thomson was al bekend dat Nederlandse regeringspartijen ongeveer 60% van hun beloftes geheel of gedeeltelijk weten om te zetten in beleid. Dat is niet perfect, maar toch een redelijk percentage. Mijn analyse is breder en kijkt naar de politieke stellingname voor en na verkiezingen. Het kan namelijk zo zijn dat partijen hun beloftes wel nakomen, maar ook een hele hoop andere dingen doen die niet in lijn met hun verkiezingsprogramma zijn. Door te kijken naar het belang van onderwerpen voor partijen (issue saliency) en hun politieke posities heb ik een meer omvattende analyse van het partijmandaat gemaakt. Daarbij zijn verkiezingsprogramma’s vergeleken met parlementaire debatten. Op die manier kan namelijk ook gekeken worden naar het partijmandaat van oppositiepartijen.

Foto: Eric Heupel (cc)

WW: Twee keer een GC-promotie

De woensdagmiddag is op GeenCommentaar Wondere Woensdagmiddag. Met extra aandacht voor de nieuwste ontwikkelingen in Wetenschap- en Techniekland.

Cover van mijn proefschrift, ontworpen door Maarten van Kempen

Tussen het schrijven over wetenschap door  heb ik de afgelopen jaren niet geheel stilgezeten. En al dat monnikenwerk zal zich – deo volente – dan morgen eindelijk uitbetalen als ik mijn proefschrift mag verdedigen. Daarbij komt het gelukkig toeval dat precies één dag later de verdediging van een tweede GC-redacteur, Mark,  plaatsheeft. Dit leek me een aardige aanleiding om van de WW van deze week maar een duo-ego-document te maken. En daarbij, ik kan mijn stresshoofd toch niet op iets anders focussen.

Om de verschillende proefschriften te promoten vraagt de Universiteit van Amsterdam haar promovendi om voor een eventueel persbericht een samenvatting te schrijven. En nu ben ik in de gelukkige positie dat ik tot de redactie van een weblog behoor. Eén en één is twee. Het originele persbericht, dat in een superkorte vorm mijn werk zou moeten samenvatten, volgt dus hieronder:

Tot welke kunststroming behoorde Vincent van Gogh? Met wie werkte hij samen en in welke stijl schilderden die kunstenaars dan? En van wanneer tot wanneer leefde van Gogh eigenlijk? Op al deze vragen kan je het antwoord vinden op het World Wide Web, maar dat kost je wel enige zoektijd en –moeite. Her en der verspreid staan uitspraken over bijvoorbeeld kunstenaars, stijlen en tijdsperiodes.

Maar door deze kennis expliciet in een zoeksysteem aan elkaar te koppelen kunnen allerlei verbanden en overeenkomsten automatisch gevonden worden. Tijdens zijn promotieonderzoek ontwikkelde onderzoeker Viktor de Boer computerprogramma’s die losse feiten over ons cultureel erfgoed uit de losse internetpagina’s destilleren. Deze programma’s maken gebruik van het feit dat informatie op het Internet vaak –en in vele verschillende vormen- voorkomt. Deze overvloed maakt het mogelijk om informatie van verschillende bronnen te combineren en op die manier de juiste informatie van de onjuiste te onderscheiden.

In de prijswinnende web-applicatie die door het MultimediaN E-culture project werd ontwikkeld worden deze losse feitjes vervolgens aan elkaar gekoppeld. Hierdoor ontstaat uitgebreid netwerk van kennis over ons cultureel erfgoed dat snel en automatisch doorzoekbaar is.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.