Hulspas weet het | Toen de wetenschap de baas leek
COLUMN - Waar moeten we komend jaar bang voor zijn? Een korte rondvraag levert al snel een helder beeld op. De kleine satan heet Geert Wilders; de grote satan Donald Trump. Trump betekent oorlog, daar zijn velen heilig van overtuigd. Onder wetenschappers lijkt iets heel anders aan de hand. De populaire Britse website Buzzfeed vroeg aan tien populaire wetenschappers waar zij nou bang voor waren. De score is als volgt: twee zijn bang voor Brexit; twee voor Trump; vier voor klimaatverandering; een voor bezuinigingen in de zorg; een voor pessimisme.
Afgezien van lokale sores, blijkt er onder wetenschappers eigenlijk maar één angst te leven. Die voor klimaatverandering. De twee stemmen ‘voor’ Trump mogen we namelijk met een gerust hart optellen bij de vier die zich zorgen maken over het broeikaseffect. De president-to-be heeft vele opmerkelijke uitspraken over wetenschappelijke onderwerpen op zijn naam staan (mijn favoriet: hairspray met CFKs zijn onschadelijk voor de ozonlaag als je ze binnenshuis gebruikt), maar over één onderwerp is hij consequent en expliciet: al dat waarschuwen voor het broeikaseffect is onzin. Wetenschappers beschouwen zoiets als ongehoord; de politiek heeft de morele plicht naar de wetenschap te luisteren. Maar die stilzwijgende overeenkomst is verleden tijd. Trump is onderdeel van een generatie politici die over klimaatverandering de schouders ophaalt. En dat kan hij mede doen dankzij de wetenschap.