Zolang vernietiging rendeert

Een bedrijf ontdekt dat het zijn werknemers minder kan betalen dan nodig is om van te leven. De wet houdt het niet tegen, de arbeidsmarkt evenmin, en het personeel heeft weinig onderhandelingsmacht. Menselijk gezien is onderbetaling verwerpelijk. Binnen het aandeelhouderskapitalisme is het een gemiste kans om het niet te doen. Zo werkt het ook met vervuiling. Als lozen in een rivier goedkoper is dan verantwoord verwerken, is die rivier voor het bedrijf geen drinkwaterbron of ecosysteem. Ze is een gratis afvalverwerker. De rekening komt later bij omwonenden, zorgverzekeraars en de overheid. De winst blijft bij het bedrijf. En als regelgeving dit dreigt te verbieden, loont het om die regels tegen te houden. Lobbyisten zijn goedkoper dan filters, hogere lonen of veilige productie. Corruptie is de lompe variant. Lobby, draaideuren, partijfinanciering en gesponsorde denktanks doen hetzelfde werk met een nette stropdas. De moraal van de boekhouding In 1970 gaf Milton Friedman deze logica haar geloofsbrief. De enige maatschappelijke verantwoordelijkheid van een bedrijf is volgens hem winst maken. Dat moet wel binnen de regels van het spel gebeuren, zonder bedrog, en met respect voor wet en ethische gewoonte. Dat voorbehoud klinkt als een rem, maar het werkt als een uitnodiging. Regels ontstaan niet buiten bedrijven om. Grote ondernemingen hebben geld, toegang, juristen en de dreiging om te vertrekken. Friedman keurde het zelf af als bedrijven de overheid om gunsten vroegen. Zijn eigen logica maakt dat echter rendabel: wie winst mag maken binnen de regels, heeft er belang bij dat die regels zo zwak mogelijk zijn. Ook "ethische gewoonte" is geen vaste grens. Die wordt gelijkgesteld aan wat juridisch mag, of schuift mee met wat de markt normaal vindt. Zo wordt elk maatschappelijk probleem een concurrentienadeel voor wie zich als eerste fatsoenlijk gedraagt. De fabrikant die schoner produceert, heeft hogere kosten dan de concurrent die wacht tot de overheid hem dwingt. De supermarkt die beter betaalt, verliest marge aan de keten die personeel naar de voedselbank verwijst. De oliemaatschappij die reserves laat zitten, verliest marktaandeel aan wie blijft boren. Fatsoen wordt economisch afgestraft. Uitbuiting heet efficiëntie. Geen wet, wel dwang Bestuurders zeggen graag dat ze verplicht zijn de aandeelhouder voorop te zetten. Dat is grotendeels een mythe. In Nederland schrijft de wet voor dat bestuurders zich richten naar het belang van de vennootschap en de onderneming. De Hoge Raad bepaalde in 2014 dat daarbij de belangen van alle betrokkenen meewegen. Een Nederlandse directeur mag werknemers, milieu en continuïteit dus gewoon voor laten gaan. Juist daarom is het veelzeggend dat het zo weinig gebeurt. De dwang zit niet in de wet, maar in het systeem. Bestuurders worden beloond met aandelen en bonussen. Beleggers vergelijken rendement per kwartaal. Activistische aandeelhouders eisen besparingen. Investeringsfondsen kopen bedrijven met geleend geld en leggen de rekening bij het gekochte bedrijf. V&D laat zien hoe dat werkt. Een eerdere eigenaar verkocht de eigen panden van het warenhuis en liet de keten die vervolgens duur terughuren. Het vastgoedgeld verdween naar de investeerder, de huurlasten bleven bij het bedrijf. De volgende eigenaar vroeg verhuurders en personeel om offers en stak zelf maar beperkt geld in de keten. Eind 2015 ging V&D failliet. Zo'n 10.000 mensen verloren hun baan. Een directeur mag minder winst maken om behoorlijk te betalen, maar moet dan uitleggen waarom hij geld heeft laten liggen. Wie duizenden banen schrapt om de koers op te stuwen, hoeft zelden uit te leggen waarom het levensonderhoud van mensen minder zwaar woog dan het rendement van beleggers. Dat verschil in verantwoordingsdruk maakt van Friedmans ideologie een praktische verplichting. En wie is die aandeelhouder? Vaak ben jij het zelf, via je pensioenfonds. Dat wordt graag als verweer gebruikt: het rendement komt toch bij gewone mensen terecht? Het maakt het probleem alleen schrijnender. Stel dat je pensioenfonds rendement eist van een bedrijf dat lonen drukt en de rivier vervuilt. Dan betaal je drie keer: als werknemer, als omwonende en als belastingbetaler die de schade opruimt. Het systeem zet mensen in tegen hun eigen belangen. Kosten bestaan alleen op de balans De oplossing voor schade is eenvoudig: schuif haar van de balans af. Een laag loon wordt aangevuld met toeslagen. Gezondheidsschade belandt bij de zorg. Bodemvervuiling wordt een saneringsproject van de overheid. Klimaatschade komt terug als overstroming, misoogst en hogere premies. Economen noemen dit een externaliteit. Dat klinkt technisch, maar het gaat om georganiseerde kostenafwenteling. De economische theorie is hier opvallend duidelijk: wie schade veroorzaakt, hoort ervoor te betalen. Dat dit zelden gebeurt, is geen toeval of marktfalen. Het is een verdienmodel. Bij het klimaat wordt dat dodelijk. Volgens het IPCC zijn snelle, diepe emissiereducties nodig om oplopende risico's te beperken. De techniek bestaat. De kennis bestaat al tientallen jaren: onderzoekers van Exxon voorspelden de opwarming in de jaren zeventig en tachtig opvallend nauwkeurig. Toch lobbyen fossiele belangen om subsidies, investeringen en productie zo lang mogelijk overeind te houden. Voor een leefbare planeet is dat waanzin. Voor een bedrijf dat zijn reserves en installaties wil verzilveren, is het volkomen rationeel. Het morele witwasprogramma Grote bedrijven reageren niet alleen op de markt. Ze organiseren die mee: arbeidsvoorwaarden, handelsverdragen, belastingstelsels, milieunormen. Staat hun macht ter discussie, dan verschuilen ze zich achter de aandeelhouder. Ze hadden best beter willen betalen en schoner willen produceren, maar de investeerder liet het niet toe. Niemand wilde de schade. Iedereen volgde slechts zijn prikkels. Voorstanders van dit model zeggen dat een bestuur dat aan iedereen verantwoording aflegt, aan niemand verantwoording aflegt. Het huidige systeem legt echter evenmin aan iedereen verantwoording af. Het legt verantwoording af aan één partij en laat de rest de rekening betalen. En dan moet de overheid kleiner Precies waar tegenmacht nodig is, klinkt de roep om een kleinere overheid. Die wordt verkocht als strijd tegen bureaucratie. In de praktijk betekent het minder arbeidsinspecteurs, minder capaciteit tegen belastingconstructies, minder milieutoezicht en minder expertise tegenover bedrijfsjuristen. De staat is een van de weinige instituties die een bedrijf kan dwingen zijn eigen kosten te dragen. Hij kan vervuiling beprijzen, lonen vastleggen, monopolies breken, producten verbieden en belasting innen. Wie de staat verzwakt, vergroot de speelruimte van wie al machtig is. Eerst beloon je bedrijven voor het afwentelen van kosten. Daarna ontmantel je het instituut dat die kosten kan terugleggen. Ook andere tegenmacht ligt onder vuur. Vakbonden heten slecht voor de economie, klimaatactivisten extremisten, milieuorganisaties beroepsbezwaarmakers, toezichthouders bureaucraten. Wetenschap wordt ideologisch verdacht zodra ze winst raakt. Steeds klinkt dezelfde boodschap: wie schade beperkt, is het probleem. Wie eraan verdient, heet ondernemend. Grenzen van buitenaf Vriendelijke verzoeken om maatschappelijk verantwoord te ondernemen lossen dit niet op. Zolang schade rendeert, wordt verantwoordelijkheid marketing. Vrijwilligheid betekent hier dat het bedrijf mag kiezen tussen geld verdienen en geld laten liggen. Aandeelhouders zijn helder over welke keuze ze verwachten. Menselijke en ecologische grenzen moeten worden afgedwongen. Dat vraagt om harde normen, hogere minimumlonen, sterke vakbonden, aansprakelijkheid voor ketenschade, belasting op vervuiling, verboden op destructieve praktijken en democratische controle op lobby. Niet omdat bedrijven uit kwaadaardige mensen bestaan, maar omdat fatsoenlijke mensen in een kwaadaardig systeem dezelfde spreadsheets krijgen. Friedman maakte winst tot bestuurlijke deugd en geweten tot verspilling van andermans geld. Zolang vernietiging rendeert en de tegenmacht wordt afgebroken, gaat de vernietiging door.

Door: Foto: Alexander Grey on Unsplash
Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

Politiek Kwartier | Beleid van werkloosheid en stress

COLUMN - Werkloosheid aan de ene kant en stress aan de andere kant: een ziekmakende tweedeling. De politiek doet alsof het niet anders kan. Maar dat kan wel.

Sinds eergisteren zijn we een staatssecretaris armer. De man leek geen controle te kunnen krijgen over de organisatie van de belastingdienst. Helaas, maar volgens mij had niemand dat onderhand nog gekund.

De belastingdienst moet flink bezuinigen, maar in plaats van taken af te moeten stoten krijgt het er juist controletaken bij. De belastingdienst moet dus alles tegelijk doen. Betere controles uitvoeren, een gelijkblijvende service leveren én een reorganisatie doorlopen. En allemaal met minder budget.

Deze combinatie lijkt me onmogelijk. Efficiënter werken kan, maar reorganiseren kost tijd en geld. En dat is er niet.

De belastingdienst is hier niet de enige in. Dit soort doelstellingen worden de meeste (semi-)overheidsorganen en non-profitorganisaties opgelegd. Het heeft niet alleen invloed op de dienstverlening, maar ook op het personeel. In mijn omgeving zie ik veel mensen die geen avond meer thuis zijn, omdat ze op een afgeslankte werkvloer het werk van hun wegbezuinigde collega’s erbij gekregen hebben. De andere kant van de crisis.

Ondertussen weten we: eenderde van het ziekteverzuim wordt veroorzaakt door stress op het werk. Sterker nog: stress zou zelfs de verklaring kunnen zijn voor de helft van al onze gezondheidsklachten. Daarom luidde Asscher vorige maand de alarmklok. Hij wil hier een maatschappijbrede discussie over.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.