Quote van de Dag: Ambtelijke exercitie

“De noodzakelijke aanpassing van collectieve uitgaven en inkomsten gaat een ambtelijke exercitie te boven. (…) Het fundamentele en in essentie politieke karakter van deze heroverweging kan immers niet ontlopen worden. Voorkomen moet worden dat de 20%-opgave verwordt tot toepassing van de bekende kaasschaafmethode.”
De crisis vergt daadkracht en dat laat het kabinet niet zien. Niet ambtenaren, maar het kabinet hoort de lijnen uit te zetten. Die kritiek zou uit de mond kunnen komen van welke oppositiepartij dan ook, maar het is de Raad van State die de bijl zet in de enkels van de kabinetsplannen voor de komende jaren. De op Prinsjesdag gepresenteerde plannen van het kabinet voor de komende jaren missen urgentie, aldus de RvS.
“Dit (het doorschuiven naar voorjaar 2010, red.) bevordert niet het besef van urgentie van de ingrijpende en ook pijnlijke aanpassingen die moeten plaatsvinden. Dat besef van urgentie is een belangrijke voorwaarde voor het draagvlak dat nodig is voor de aanvaarding van deze aanpassingen, en voor een goede uitvoering ervan.”
Noem het een tik over de vingers, noem het een duw in de goede richting. Het belangrijkste adviesorgaan van de overheid is duidelijk. Opschieten met de plannen en wees niet zo laf, zet zelf de lijnen uit.



In de door het kabinet aangehaalde rapportage is dit echter niet terug te vinden. Sterker nog, er wordt stellig beweerd dat de doelstelling bij lange na niet gehaald zal worden:“Het verwachte aandeel hernieuwbare energie in 2020 is ten opzichte van de beoordeling uit 2007 licht neerwaarts bijgesteld en bedraagt nu 5-15%…Deze verkenning geeft slechts de bandbreedte [van 5% tot 15% duurzame energie in 2020] aan van wat er met de huidige beleidsinstrumenten bereikbaar is. De regering geeft in veel gevallen nog niet duidelijk aan met welke intensiteit deze instrumenten tot 2020 worden ingezet. Het is dan ook niet mogelijk om op basis van dit rapport te concluderen dat de bovengrenzen [van 15%] in deze verkenning worden bereikt met het huidige beleid.”. Deze conclusie wordt ook weergegeven in
Het besluitvormingsproces voor de vervanging van de F16 is inmiddels het beste te vergelijken met een soap, en met behoorlijke kijkcijfers zelfs. Om nog eens de onzinnigheid van dit proces en het voornemen om die testtoestellen aan te schaffen uit te leggen, lijkt me niet meer nodig en zinvol.