Hieronder volgt een gastbijdrage van pedagoog en filosoof Ron Ritzen over het onderwijs in de jaren nul. Dit is het tweede en tevens laatste deel, het eerste deel verscheen gisteren.
In de serie ‘De jaren nul (2000-2009)’ blikt de Volkskrant terug op het afgelopen decennium. Op 28 december was het onderwijs aan de beurt. In het overzichtsartikel kwam ook het dalende taalniveau ter sprake. Maar er is (kennelijk) goed nieuws: “de touwtjes (in het onderwijs) worden weer aangehaald”.
Daalt het taalniveau echt? Om die vraag te kunnen beantwoorden, moet je eerst weten hoe je dat taalniveau eigenlijk kan meten. De Groningse hoogleraar De Glopper lichtte een tijdje geleden een tipje van de sluier op. Op dit moment zijn het deskundigen die bepalen wat het wenselijk geachte niveau moet zijn. Het prestatieniveau, zo voegde deze taalkundige er meteen aan toe, is overigens nauwelijks adequaat in te schatten. Het probleem is de norm waaraan de prestaties van leerlingen worden afgemeten. Die wordt bepaald door deskundigen die ‘ter zake kundig’ zijn. Maar aan het vermogen van deskundigen om de moeilijkheid van toetsopgaven adequaat in te schatten, ontbreekt veel.
Laten we de zaak eens toespitsen op één onderdeel dat goed zichtbaar: spelling. Het eerste punt is dat de Nederlandse spelling er sinds de laatste twee spellingwijzigingen (1995 en 2005) niet logischer op is geworden, meent taalkundige Neijt. Voor spelling gelden twee logische principes: fonologie, in de zin van schrijven wat je hoort, en morfologie, in de zin van zorgen voor een constant woordbeeld. Vanwege de morfologie houden we vast aan de ‘d’ in hond omdat de meervoudsvorm ‘honden’ is. Maar in de nieuwste regeling is de etymologie, het kiezen van een spelling op grond van de herkomst van woorden, belangrijker geworden. De Nijmeegse hoogleraar taalkunde stelt dat soms voor de ene, dan weer voor de andere oplossing gekozen werd. Maar die gulden middenweg valt niet meer uit te leggen. Bovendien zijn er ook veel details vastgelegd. Het gevolg is dat door die regeldrift de Nederlandse spelling het karakter heeft van een opzoekspelletje. De belangrijkste eis is volgens haar dat je spellingregels moet kunnen uitleggen. Bij de laatste twee wijzigingen is daar te weinig rekening mee gehouden.