3000 Iraniërs overleden. Alsof niemand heeft geschoten

Meer dan drieduizend Iraniërs zijn volgens een bericht op NU.nl "overleden". Zo staat het er. Overleden. Een woord dat we in Nederland gebruiken voor een opa die in zijn slaap wegzakt, of een buurvrouw die na een lang ziekbed sterft. Het woord draagt een sfeer van onvermijdelijkheid. Van natuur. Van tijd die verstrijkt. In dit geval gaat het over mensen die door explosieven, kogels en ander militair geweld zijn gedood. Geweld van 'ons'. Toch kiezen media en organisaties regelmatig voor deze terminologie. Mensen "overlijden". Er "vallen" doden. Er "komen" mensen om. De taal doet een wonderlijk kunstje: het geweld blijft staan, de dader verdwijnt. Alsof de dood zelf langs is gekomen om een rondje te maken, zonder dat daar iemand anders aan te pas is gekomen. Dat patroon duikt telkens weer op wanneer het geweld zich ver genoeg van het westerse publiek afspeelt. In Europa spreken kranten vrij direct over "moord" of "doden" wanneer een aanslag plaatsvindt, of bijvoorbeeld als 'de ander' de oorlog start, zoals in Oekraïne. Zodra bommen vallen in het Midden-Oosten, en wij er direct dan wel indirect iets mee te maken hebben verandert het vocabulaire. Burgers "komen om". Duizenden "overlijden". De taal schuift een stap op richting abstractie. Die abstractie heeft een functie. Woorden vormen een buffer tussen gebeurtenis en lezer. Het verschil tussen "overleden" en "gedood" lijkt klein, toch verandert het hele morele kader. Overlijden klinkt als noodlot. Gedood verwijst naar een handeling. Iemand heeft getrokken, gegooid of besloten. Ook hulporganisaties gebruiken vaak deze omzichtige formuleringen. Daar spelen diplomatieke redenen mee. Wie te scherp formuleert verliest toegang tot gebieden of bronnen. Tegelijkertijd ontstaat een merkwaardig effect: humanitaire communicatie die het geweld dat zij beschrijft taalkundig afzwakt. De westerse journalistiek doet daar vrolijk aan mee. "Er vielen doden" is een klassiek voorbeeld. Wie liet die doden vallen blijft onduidelijk. De zin produceert slachtoffers zonder actor. Linguïsten hebben er een naam voor: het verwijderen van de handelende partij uit de zin. In het Engels heet het agent deletion. In gewoon Nederlands betekent het dat iemand mensen doodt, terwijl de zin doet alsof het vanzelf gebeurde. Dat klinkt misschien als een detail voor taalnerds. Toch vormt juist dit soort details het frame waarin een conflict wordt gelezen. Drieduizend mensen die zijn overleden is tragisch. Drieduizend mensen die zijn gedood roept een andere vraag op. Door wie. En waarom. Die vraag schuift naar de achtergrond zodra het vocabulaire de scherpe randen wegpoetst. Het resultaat is een vreemd soort morele mist. Iedereen ziet dat er slachtoffers zijn. Toch blijft de hand die het geweld uitvoert buiten beeld. En zo lezen we weer een bericht over duizenden mensen die "overleden". Alsof niemand heeft geschoten. Alsof de bommen vanzelf vielen. Alsof de dood daar gewoon langs kwam wandelen.

Quote du Jour | Nederlanders

In het stuk “Joods-christelijke natie” reageert Peter Breedveld ouderwets venijnig op de politieke verontwaardiging rond het tijdelijk schorsen van een Kamercommissievergadering voor een iftar, en de claim dat dit het ‘Joods-Christelijke’ karakter van Nederland zou aantasten. Volgens hem toont de ophef vooral hoe het begrip “joods-christelijke cultuur” instrumenteel wordt ingezet: niet uit daadwerkelijke solidariteit met Joden, maar als retorisch wapen tegen moslims.

Nederlanders houden niet van Joden, ze hebben nooit van Joden gehouden, ze haten moslims, ze haten zwarte en bruine mensen, dat is wat anders.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: ©️ TransDistribution_free use_free share

Eén incident, en ineens zijn alle transvrouwen het probleem

Dagblad van het Noorden publiceerde recent een artikel van journalist Ina Reitzema met de kop: “Petitie na grof geweld door als man geboren Groningse (47) in vrouwengevangenis. ‘Transvrouwen zijn gevaar voor vrouwelijke medegedetineerden’.

De aanleiding is een ernstig incident in vrouwengevangenis Ter Peel. Een transvrouw stichtte brand in haar cel en mishandelde een cipier zwaar. De bewaker liep onder meer botbreuken rond de oogkas op. Dat geweld is ernstig en verdient natuurlijk aandacht.

Opvallend is echter hoe snel het artikel het incident gebruikt als opstap naar een bredere politieke claim. Binnen enkele alinea’s verandert één dader in een argument over een hele categorie mensen.

De kop kiest het frame

Formeel staat de uitspraak over het gevaar van transvrouwen tussen aanhalingstekens. Het gaat dus om een citaat uit de petitie van stichting Voorzij, geen redactionele conclusie.

De redactionele keuze zit ergens anders. Precies dit citaat staat in de kop. Dat is de plek met de grootste impact. Daarmee krijgt een activistisch geformuleerde claim onmiddellijk het zwaarste journalistieke gewicht.

Daar komt nog iets bij. De titel gebruikt ook de formulering “als man geboren Groningse” voor een transvrouw. Dat is een vrij specifieke en in het debat vaak denigrerend gebruikte aanduiding. Het is geen neutrale beschrijving maar een term die het perspectief van tegenstanders van transrechten overneemt.

Foto: "Destroyed Drugs Vessel" by Defence Images is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Narcostaat: van beschuldiging naar legitimatie

Het woord narcostaat klinkt alsof het een vastgestelde diagnose is. Een technisch oordeel, ergens tussen VN-resolutie en strafrechtelijk vonnis. Maar dat is het niet. Narcostaat is geen juridische categorie, geen internationaal erkend statuut en geen neutrale beschrijving. Het is een beschuldiging. En een beladen ook.

In de berichtgeving over Venezuela wordt dat onderscheid opvallend vaak weggepoetst. Het NOS-artikel over het Kamerdebat rond het Amerikaanse optreden neemt het begrip vrijwel probleemloos over. Venezuela is een narcostaat, en vanuit die veronderstelling wordt vervolgens besproken of begrip voor Amerikaans ingrijpen gepast is. De fundamentele vraag of die kwalificatie zelf overeind blijft, wordt nauwelijks gesteld.

Want juist over die term bestaat aanzienlijke discussie. Veel onafhankelijke onderzoekers, criminologen en Latijns-Amerika-deskundigen betwisten dat Venezuela voldoet aan wat doorgaans onder een narcostaat wordt verstaan. Niet omdat er geen corruptie of drugshandel zou zijn, maar omdat het bewijs voor structurele staatssturing van de internationale cocaïnehandel zwak, fragmentarisch en sterk gepolitiseerd is. De meeste drugs die Europa en de VS bereiken, lopen via landen die nooit dat etiket krijgen opgeplakt.

Die nuance verdwijnt zodra het woord eenmaal is uitgesproken. Narcostaat fungeert als morele snelkoppeling. Het suggereert totale morele ontwrichting, een staat die zichzelf heeft opgegeven, en dus ook het recht heeft verspeeld op normale behandeling. Soevereiniteit wordt daarmee voorwaardelijk gemaakt: geldig zolang Washington het ermee eens is.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

QdJ: Protest and march against those motherfuckers

Bob Vylan trad afgelopen zondag op in Paradiso, waar het volgende gezegd zou zijn:

“Fuck the fascists, fuck the Zionists. Find them,  go find them in the streets.”

Deze uitspraak werd breed uitgemeten in de media, en is op zich inderdaad problematisch. Maar volgens andere bronnen volgde daarop nog een uitspraak:

“We should be out there, find them and protest and march against those motherfuckers.”

We zoeken nog naar andere bronnen dan deze instagram-post, maar als dit waar is, is het een mooi staaltje van framing en selectief citeren.  Update: In een video geplaatst door het CIDI zelf blijkt inderdaad dat bovenstaande gezegd is. Maar ook dit wordt gezegd:

Foto: Dilan Yeşilgöz, De Balie, 2022, via Wikimedia Commons.

De mensen thuis

COLUMN - De VVD-leider Dilan Yeşilgöz is een geschikt object voor een cursus framing voor beginners. Ze legt het er voortdurend zo dik bovenop dat je niet heel doorkneed hoeft te zijn in de techniek om willekeurig welk fragment een paar frames aan te kunnen wijzen.

Een coalitie kan de meest radicale partners hebben en in de taal van Yeşilgöz nog steeds ‘centrumrechts’ zijn, terwijl er zodra er maar één partner bij zit die weleens een kritische noot heeft geplaatst bij de hypotheekrenteaftrek, het meteen verandert in een ‘links’ kabinet. Zonder centrum. En zo plaatst ze voortdurend ‘centrumrechts’ tegenover ‘links’, liefst vier keer in één zin achter elkaar.

Dat is dus wel een heel eenvoudig voorbeeld. Toch zijn er ook wel doordenkertjes, zoals de door Yeşilgöz eveneens veelvuldig gebruikte uitdrukking ‘de mensen thuis’. De vraag is hier natuurlijk: wat doen die mensen voortdurend thuis? Komen ze ook nog wel eens buiten?

Over het algemeen stelt Yeşilgöz deze mensen voor, alsof ze geërgerd hun hoofd schudden over wat de tegenstanders van de VVD allemaal te berde brengen. Daar zitten zij niet op te wachten. Maar hoewel ze óók ‘hardwerkende Nederlanders’ zijn, doen ze dat schudden dus toch voortdurend thuis. Over ‘de mensen op het werk’ hoor je Yeşilgöz niet.

Foto: thierry ehrmann (cc)

De ontsnappingstaalkunstenaar

RECENSIE - Geert Wilders is van alles, maar hij is ook een intrigerend fenomeen. Zo iemand waarvan je je onder andere kunt afvragen: hoe doet hij dat toch? Hoe is het mogelijk dat hij politiek maar blijft overleven – dat hij regelmatig fouten maakt waarvoor anderen zouden worden afgestraft, terwijl hij maar blijft zitten en momenteel nog altijd de grootste partij van Nederland leidt is.

De neerlandicus Robbert Wigt, die eerder een boek schreef over Mark Rutte, komt nu met een boek over de ‘overtuigende taal’ van Wilders. Daarin speelt Rutte trouwens weer een rol, als de enige die het de afgelopen decennia is gelukt om Wilders van zich af te slaan, de enige die aan Wilders gewaagd was.

Is Wilders taal overtuigend? Opvallend is dat op de ene plaats in Wigts boek de theaterdocent Marijn Moerman zegt dat Wilders meer een debater is dan een speecher, terwijl verderop het Denk-Kamerlid Van Baarle zegt ‘Met Wilders heb je eigenlijk geen debat.’ Beide hebben gelijk: als Wilders alleen zou speechen, zou hij niet zo populair zijn, want zijn speeches hangen vaak naar het eentonige. Maar een echte debater is Wilders ook niet, want het is hem niet om de uitwisseling van argumenten te doen. Wilders heeft een manier gevonden om van het debat een monoloog te maken. Dat is wel zijn grootste troef.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Mike Licht (cc)

Taal krijgt zijn autoriteit van buiten

COLUMN - Het komt slechts zijdelings aan de orde in het artikel dat de Australische taalkundige Ingrid Piller schreef voor het Journal of Sociolinguistics: het failliet van de gedachte dat je met taal je autoriteit kunt opbouwen. Het is een oud idee, dat ten grondslag ligt aan de klassieke retorica én aan veel latere analyses. Maar het stort volledig in elkaar wanneer we het succes bezien van de Amerikaanse president Donald J. Trump.

Er zijn wel mensen die proberen allerlei standaard retorische technieken toe te passen op zijn taalgebruik om daar dan zijn overtuigingskracht op zijn publiek mee te verklaren, maar mij heeft dat nooit overtuigd.

Vlak na zijn verkiezing schreef ik dat al over de framing-theorie: die zegt dat mensen de waarheid in een bepaald licht plaatsen wanneer ze iets zeggen.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat VVD-politicus Klaas Dijkhoff door gebruik te maken van de wachtgeldregeling een grote graai doet uit de staatsruif of dat hij gebruik maakt van uitgesteld salaris. Dat zijn allebei feitelijk correcte beschrijvingen, maar ze hebben verschillende implicaties.

Maar bij Trump gaat dat allemaal niet op, want in zijn communicatie lijkt de eeuwige zoektocht naar de waarheid verlaten. Als hij Dijkhoff was zou hij bijvoorbeeld eerst zeggen dat hij inderdaad dat geld ontving, en het de volgende dag ontkennen, vervolgens roepen dat Lodewijk Asscher schandalig veel wachtgeld ontvangt, en dan weer dat Asscher een loser is omdat hij het wachtgeld niet durft aan te nemen. En dit alles zonder zelfs maar de suggestie te wekken dat je zelf weet dat dit alles niet tegelijkertijd waar kan zijn.

Foto: DonkeyHotey (cc)

De wereld na het instorten van de frames

COLUMN - De Amerikaan George Lakoff is misschien wel de taalkundige wiens theorieën momenteel het meeste succes hebben buiten de taalwetenschap. Zijn ideeën over framing vind je terug bij psychologen, bij literatuurwetenschappers, in talkshows en managementboeken. Ze zeggen ongeveer dat je met je keus van woorden, beeldspraak en andere middelen de werkelijkheid op een bepaalde manier naar voren kunt brengen die jouw wereldbeeld als hij niet uitkijkt voor de tegenstander al snel onontkoombaar wordt.

Lakoff heeft er ook zelf wel het nodige aan gedaan. Hij heeft niet alleen een aantal boeken geschreven die veel onderzoekers hebben geïnspireerd, maar daarnaast ook boeken en krantenartikelen waarin hij zijn theorieën omzette in praktisch advies voor politici. Hij heeft er daarbij nooit een geheim van gemaakt dat zijn sympathie lag bij de Democraten, en dat hij zich zorgen maakte over de manier waarop de Republikeinen het publieke debat kaapten – de manier waarop hun frames voor iedereen de werkelijkheid werden, zodat de Democraten het niet konden winnen.

Waarneembare belangstelling

Ik heb het idee dat hij het eigenlijk nu ook niet meer weet.

 De opkomst van Obama leek een succes voor Lakoff: hier was dan, na jaren framing door Bush, een Democraat die door die strategie heen wist te breken, iemand die de eigen Democratische boodschap, wat die ook mocht zijn, welsprekend wist te brengen, weg van die nare frames en voor de goede (‘Yes, we can’).

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Elvert Barnes (cc)

Zeurpiet

COLUMN - Zoals vaker was het geen politicus of politiek commentator die me inzicht gaf hoe je verstandig kunt reageren op notoire dwarsliggers als Trump en Wilders.

Veel mensen hebben gemeend dat je níet met ze in debat moet gaan, maar dat werkt evident niet. Die aanpak versterkt Trumps en Wilders’ stelling dat zíj de underdogs in de politiek zijn. Laat dat nu precies de positie zijn waar ze op uit zijn, omdat ze daarmee eenvoudig de sympathie kunnen veroveren van stemmers die zich uitgesloten, vergeten, verwaarloosd of anderszins verguisd voelen.

Wél in debat gaan werkt evenmin. Ze smijten met cijfers die niet kloppen, ze ontkennen glashard wat ze eerder hebben gezegd, ze pochen met ‘de mensen in het land’ alsof hun aanhangers de enige zijn die tellen, ze bestempelen iedereen die het niet met hen eens is tot lid van een wereldvreemde elite, instanties die niet doen wat zij willen, verklaren ze tot nep. Daar kún je niet mee in debat.

Ondertussen schoppen ze alles omhoog tot relhoogte, uit elk non-incident weten ze een hype te trappen die maakt dat ze weer dagenlang in het nieuws zijn. Yo, scored!

Wat dan wel te doen? Niks zeggen leidt helemaal tot niets.

Volgende