Waarom Europa nu zo afbladdert

De problemen waarmee Europa te maken heeft, vertonen allemaal gebrek aan Europees engagement. Zodra het er om gaat spannen, prefereren regeringen hun eigen nationale aanpak. Die voorkeur sluit aan bij wat het publiek vandaag van Europa vindt. Dat voorspelt niet veel goeds voor Europa, schrijft Jan Werts (journalist en publicist in Brussel) in een artikel op het Montesquieu Instituut. 1. Vijfvoudige inzet De inzet is deze zomer vijfvoudig: - het dwarsliggende failliete Griekenland - per dag ruwweg 700 nieuwe bootvluchtelingen - het oorlogsgeweld in Oost-Oekraïne - de muntunie EMU op de been houden - het Verenigd Koninkrijk dat af wil van Europa Er is hierover afgelopen weken dag en nacht vergaderd. Politici, ambtenaren en verslaggevers snakken naar vakantie. Hieronder blijkt dat concreet weinig is besloten. Waar is kanselier Angela Merkel, informeel de hoogste leider in Europa? Waar bleef de hele Europese Raad? Volgens de verdragen bepalen die regeringsleiders toch ‘de algemene politieke beleidslijnen en prioriteiten’. Waar was voorzitter Donald Tusk waarvan wij niks horen?

Foto: blu-news.org (cc)

Is de Alternative für Deutschland (AfD) populistisch radicaal rechts?

ACHTERGROND - ‘Kan de Alternative für Deutschland (AfD) worden bestempeld als een populistische, radicaal-rechtse partij?’ vraagt Matthijs Rooduijn zich af.

De laatste jaren is er veel gediscussieerd over populistisch radicaal-rechtse partijen. Vooral sinds de verkiezingen voor het Europees Parlement in mei vorig jaar – waarbij partijen als het Franse Front National (FN) en de Britse United Kingdom Independence Party (Ukip) grote successen boekten – lijkt het aantal nieuwsberichten over deze partijfamilie exponentieel te zijn toegenomen.

Eén van de partijen die vaak in één adem wordt genoemd met partijen als FN en Ukip is de Duitse Alternative für Deutschland (AfD). Maar is dit wel terecht? Kan de AfD worden bestempeld als een populistisch radicaal-rechtse partij?

In een vorige week online gepubliceerd artikel (paywall) gaat de Duitse politicoloog Kai Arzheimer op deze vraag in. Arzheimer onderwerpt het Europese verkiezingsprogramma uit 2014, de website en de Facebookpagina van de partij aan een uitvoerige analyse en richt zich daarbij op de vraag of de partij nativistisch, populistisch en eurosceptisch is.

Nativisme is een combinatie van nationalisme en xenofobie en kan worden gezien als een ideologie die stelt dat non-native elementen (personen, ideeën en beleid) een gevaar vormen voor de homogene natiestaat. Populisme is de boodschap dat het pure volk wordt uitgebuit door een corrupte elite, en euroscepsis houdt een negatieve houding tegenover Europese integratie in.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Quote du jour | Nationale politici

Een opgeheven vingertje om nationale politici de les te lezen, werkt niet. Hij moet kritiek niet verwarren met euroscepsis.

Mark Verheijen, Kamerlid namens de VVD, reageert op de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, die vorige week stelde dat VVD, PvdA en CDA in toenemende mate populistische partijen zouden zijn gaan imiteren.

En verder moeten ‘nationale politici’ natuurlijk gewoon boven internationale kritiek verheven zijn. Want dat ‘werkt niet’.

Foto: Sébastien Bertrand (cc)

Euroscepsis op de politieke flanken en het ontstaan van het ‘hoefijzer’

ANALYSE - Euroscepsis op de politieke flanken komt voort uit verschillende motieven, zowel weerstand tegen het ‘neoliberale Europa’ als angst voor verlies van nationale identiteit spelen een rol, meent politicoloog Armèn Hakhverdian.

We zijn inmiddels niet anders gewend dan weerstand tegen Europese integratie aan te treffen op de politieke flanken. Denk bijvoorbeeld terug aan het referendum over de Europese Grondwet van 1 juni 2005, waar zowel de SP als de LPF en de toenmalige Groep Wilders namens het nee-kamp campagne voerden tegen het grondwettelijk verdrag.

Kiezersonderzoek laat zien dat ook onder aanhangers van deze partijen de kans op een nee-stem het grootst was (en zelfs de sterkste verklaring vormt voor een nee-stem boven bijvoorbeeld andere politieke houdingen en ontevredenheid met de toenmalige regering). Pro-EU-houdingen vinden we daarentegen met name in het politieke midden.

In 2002 presenteerden Liesbet Hooghe, Gary Marks en Carole Wilson dit zogenaamde hoefijzer dan ook als ‘uncontested fact’. De onderstaande figuur laat inderdaad weinig aan de verbeelding over (de meting van partijposities is gedaan door landenexperts partijen te laten plaatsen op allerlei politieke issues):

Hooghe et al
 
Bron: Hooghe, Marks en Wilson (2002)

Simon Otjes en Harmen van der Veer presenteerden eerder een soortgelijk patroon op basis van het stemgedrag van Europarlementariërs.

Foto: Rémi Noyon (cc)

Hoe succesvol worden Wilders en zijn vrienden in het Europees Parlement?

ANALYSE - Het is nog allesbehalve zeker of radicaal-rechts erin zal slagen vruchtbaar samen te werken in het Europees Parlement, meent Matthijs Rooduijn.

Radicaal-rechts zit in de lift, aldus veel West-Europese media naar aanleiding van de verkiezingen voor het Europees Parlement (EP) eergisteren. De aandacht gaat uit naar de winsten van partijen als het Front National (FN) in Frankrijk, de United Kingdom Independence Party (UKIP) in het Verenigd Koninkrijk en de Dansk Folkeparti (DF) in Denemarken. Volgens CNN (en veel andere media) zullen radicaal-rechtse partijen een sterkere positie krijgen in het EP. Maar klopt dat wel? Gaat radicaal-rechts Europa eens goed opschudden, zoals Wilders heeft gepropageerd? Of zal het zo’n vaart niet lopen?

Drie redenen voor een vruchtbare voedingsbodem voor radicaal-rechtse samenwerking

Er is de laatste maanden veel aandacht geweest voor de samenwerking tussen Wilders en zijn vrienden. Het pact dat de PVV sloot met partijen als het FN en Vlaams Belang (VB) was inderdaad opvallend, aangezien Wilders eerder ieder contact met deze partijen angstvallig uit de weg ging. Hij vreesde, tot eind vorig jaar, dat samenwerking met partijen met extremistische wortels negatief voor het beeld van de PVV zou uitpakken. Maar als gevolg van de veranderingen die Marine Le Pen heeft ingezet bij het FN (sterke matiging), en de wens om ook op Europees niveau van zich te laten horen, veranderde Wilders van gedachten. En hoewel dit niet de eerste keer is dat radicaal-rechtse partijen een alliantie smeden, zijn er redenen om aan te nemen dat de samenwerking deze keer vruchtbaarder zal zijn dan in het verleden.

Ten eerste zijn de radicaal-rechtse partijen nu flink minder radicaal. Ze stellen zich pragmatischer op en doen veel meer dan ooit hun best om associaties met extremisme uit de weg te gaan. Le Pen heeft een andere koers ingezet in de hoop het FN tot een salonfähige partij om te smeden. De PVV heeft überhaupt geen extremistisch verleden. Het is te verwachten dat Marine Le Pen en Wilders daarom makkelijker met elkaar door een deur kunnen dan bijvoorbeeld de veel extremistischere Vader Le Pen en Hans Janmaat van de Centrumdemocraten twee decennia geleden.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Nederlanders veel positiever over Europese Unie dan gedacht

ONDERZOEK - Miko Flohr dook eens in de resultaten van de Eurobarometer (in Nederland gehouden door TNS-Nipo) en duikt een aantal opmerkelijke resultaten op.

Als je de retoriek van anti-Europapartijen zou geloven, wil ‘het volk’ massaal een uittreding uit de Europese Unie en de Eurozone. Maar dat blijkt bepaald niet zo te zijn:

71 procent van de Nederlanders is vóórstander van de Euro, 23 procent is tegen (p.35) – een van de meest pro-europese scores van zowel EU als Eurozone.

48 procent van de Nederlanders is tevreden over hoe de democratie binnen de EU werkt, 42 procent is ontevreden (p. 38).

73 procent van de Nederlanders is grotendeels of geheel tegen een vertrek uit de EU, slechts 21 procent is daarvóór (gedeeld laagste score van alle landen, p. 41).

63 procent van de Nederlanders is optimistisch over de toekomst van de EU; 33 procent pessimistisch (p. 45).

Tot slot, speciaal voor onze vrienden van Artikel 50 en de PVV: Nederlanders koesteren minder wantrouwen jegens EU, Europarlement, Europese Commissie, en Europese Centrale Bank dan jegens kabinet en politieke partijen (p. 23-27; 32-34). Er zijn meer Nederlanders die het parlement wantrouwen, dan dat er Nederlanders zijn die de Europese Commissie wantrouwen.

Eat that, Geert Wilders.

Foto: PlanetObserver (cc)

Toename euroscepsis vooral bij lageropgeleiden

ANALYSE - Na het verdrag van Maastricht is de euroscepsis onder opgeleiden flink toegenomen. Om het tij te keren is duidelijk wat er moet gebeuren.

Het verklaren van euroscepsis – een koepelterm die een kritische, veelal negatieve houding ten opzichte van de Europese Unie en het process van Europese integratie aanduidt – is een populair onderwerp voor politicologen. Maar ook politici kunnen zo langzamerhand niet om het simpele feit heen dat euroscepsis de afgelopen jaren flink is toegenomen. Zo tweette Guy Verhofstadt, europarlementariër en fractievoorzitter van de Europese liberalen ALDE, twee weken terug:


Ik heb met Erika van ElsasWouter van der Brug en Theresa Kuhn onderzoek (paywall, eerdere open versie hier) gedaan naar euroscepsis in twaalf West-Europese landen van 1973-2010. We hebben specifiek gekeken naar het verschil in euroscepsis tussen opleidingsgroepen door de jaren heen. De onderzochte landen zijn Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Luxemburg, Verenigd Koninkrijk, Ierland, Denemarken, Spanje, Portugal en Griekenland, omdat voor deze landen Eurobarometer-data over zeer lange tijd beschikbaar was.

De belangrijkste bevindingen zijn als volgt:

  • Lager opgeleiden zijn in alle landen en vrijwel consistent over de gehele periode eurosceptischer dan hoger opgeleiden. Veel andere studies hebben soortgelijke verschillen gevonden, maar naar ons weten nog niet op deze schaal (qua tijd en ruimte).