De Kroonboekenclub | Abdelkader Benali, Wax Hollandais

Wat is een gedicht? Stel, je hebt een auteur die vooral bekend is als prozaschrijver, en die publiceert een bundel waarin gedichten staan die bijvoorbeeld Dordrecht heten en als volgt gaan: Een stad die ik leerde kennen van de Wibra- reclamefolder die maandelijks op de mat viel. Alles was goedkoop, behalve de foto's achterop. Die hadden glans want zgn. kunstzinnig. Ze brachten me naar pittoresk Drachten, vaarbaar Amsterdam, zacht Zwolle en dan Dordrecht. Een gracht met daarin een stuk drop groot als een schip, spoorloos is de schipper. De mooiste foto kreeg een prijs. Met kloppend hart wacht ik op de nieuwe folder. Zal Dordrecht nog meer van haar geheime schoonheden prijsgeven, fotogeniek is ze genoeg. Wanneer ik er voor het eerst kom zie ik alleen geen gracht, wel een Wibra. Hier wordt op het eerste gezicht een verhaaltje verteld dat weinig om het lijf heeft. Ik ga het bovendien nog niet eens navertellen, want het staat er in het gedicht zo duidelijk – en dus zo onpoëtisch – als wat: het gedicht is al zijn eigen samenvatting, in een zinsbouw die vooral opvalt door zijn alledaagsheid ("want zgn. opvallend" als hele zin). Kortom: lees dit voor zonder te letten op de eigenaardige afbrekingen en niemand gelooft dat je een gedicht voorleest. Als er al iemand luistert.

Foto: Adriaen Key (1544–1589), Portret van Willem van Oranje

Beeldenstrijd in Dordrecht

OPINIE - Er gaan dagen, ja weken voorbij zonder dat ik denk aan Willem van Oranje. Er gaan weken, ja maanden voorbij zonder dat ik op bezoek ga in Dordrecht. Maar gisteren ging ik er bij iemand op de koffie en in de tuin kwam ter sprake dat de stad een monument zou oprichten voor Willem van Oranje. “Dat is gek,” zei ik, “Ik wist niet dat die iets met Dordrecht had te maken.”

Daarop liep mijn gastheer leeg. Dat zijn stad nou net géén Oranje-stad was. Dat Dordt niets méér met Willem de Zwijger had te maken dan met de meeste treinreizigers, voor wie de stad immers ook weinig meer is dan een tussenstop op weg van Rotterdam naar Brabant. Dat Willem van Oranje weleens op doorreis in Dordt was geweest maar er verder weinig te doen had gehad. Ik probeerde nog een grapje maar het zat mijn gastheer merkbaar dwars dat zijn stad zou worden ontsierd met een monumentale tang op een varken.

Even later ging ik met een bevriend echtpaar lunchen en terwijl we naar een restaurant wandelden, kwam opnieuw het standbeeld voor Willem van Oranje ter sprake. Raar, vonden ze. Net als mijn eerdere gastheer wezen ze erop dat Dordt traditioneel weinig van de Oranjes moest hebben. Dit was de stad van de gebroeders De Witt. We konden wel even langs hun monument wandelen.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Dordrecht: het Hof, voormalig Augustijnenklooster, waar de Staten van Holland in 1572 misschien vergaderden.

Opgedrongen herdenking

OPINIE - Ik word niet gauw boos, maar als ik een collega-wetenschapper onzin hoor beweren over een zaak waar ik wat vanaf weet, dan is het zover. Ik heb het over Herman Pleij. Pleij is een emeritus (gepensioneerd) hoogleraar historische Nederlandse letterkunde, met als specialisme de heel Late Middeleeuwen, eigenlijk meer de Vroegmoderne Tijd. Hij is vooral geïnteresseerd in wat genoemd wordt “de cultuurhistorische achtergronden van de nationale identiteitsvorming” en heeft daar ook diverse boeken over geschreven. Waaronder Moet kunnen, dat ik hier besproken heb.

Hij houdt zich dus ook bezig met de moderne volkscultuur en probeert te duiden waar die vandaan komt. Dat doet hij (meestal) leuk, want hij heeft de gave van het woord, waardoor hij pakkend kan vertellen en puntig en toch komisch kan duiden. Vandaar ook dat hij veel op tv te zien is als het weer eens over onze identiteit gaat en ook een graag gezien spreker is. Je kunt hem dan ook voor zoiets huren.

De organisatoren van het Feest van de Vrijheid, afgelopen woensdag 19 juli 2017 in en om het Hof in Dordrecht hadden dat ook gedaan. Hij heeft zijn praatje daar gehouden, neem ik aan, en werd later geïnterviewd door Thijs Blom van RTV Rijnmond. In een later op internet te vinden artikel werd hij geciteerd met deze zin: