Het scorebord van het gesprek

Een van de taalkundige ontdekkingen van de afgelopen vijftig jaar is die van de common ground, de ‘gemeenschappelijke basis’. Tijdens ieder gesprek moeten de deelnemers wel een soort scorebord bijhouden van waar ze het beiden over eens zijn. Dat is nodig zodat ze elkaar niet allerlei dingen vertellen die al eerder aan de orde zijn gekomen, maar ook omdat ze elkaar aan het gezegde kunnen houden. Als ik tegen jou zeg dat er geen brood in huis is, en jij komt terug met een halfje bruin, mag je mij erop aanspreken als de broodtrommel vol zit. En zo moeten we allebei een lijst bijhouden van zaken die we waarschijnlijk samen weten. Belangrijk voor die gemeenschappelijke basis is het begrip ’taaldaad’. Een verse wethouder die zegt ‘Dat verklaar en beloof ik’, gaat daarmee juridische verplichtingen aan, en als hij vervolgens zegt ‘hiermee open ik de vergadering’ is de bijeenkomst van karakter veranderd. Met elke zin die je uitspreekt doe je iets, verander je de wereld een klein beetje. Als ik beloof jou 10.000 euro te geven voor dat oude schuurtje, haal ik me verplichtingen op de hals. Als ik zeg dat het een lekker weertje is, leg ik contact. Weg smijten In het tijdschrift Theoretical Linguistics schrijft Stephen Levinson een mooi overzichtsartikel over de materie. Hij laat zien dat er nog veel open vragen zijn over de structuur van dat interne scorebord. Er moeten bijvoorbeeld heel veel verschillende dingen op worden bijgehouden: of iemand wel of niet iets verboden heeft, of we in dit gesprek verwijzen naar Rob of naar ‘de minister-president’, over welk deelonderwerp we het op dit moment precies hebben, gedane beloftes, beweringen over wat er wel of niet waar zou zijn volgens de verschillende gesprekspartners, in wat voor emotionele staat de gesprekspartners ongeveer verkeren. In een bijeenkomst met de paus kan deze je van al je zonden vrijspreken, schrijft Levinson, en dan moet ook dát worden bijgehouden op het gigantische scorebord dat we in ons hoofd meedragen. Een belangrijke observatie van Levinson is dat het scorebord bovendien een ingewikkelde, gelaagde, structuur moet hebben. Hij bespreekt bijvoorbeeld het volgende gesprekje tussen Virginie en haar moeder, door mij vertaald en een beetje bewerkt. Virginie wil meer zakgeld: Virginie: maar weet je, een mens moet genoeg geld hebben, 10 euro lijkt me redelijk Moeder: 10 euro per week? Virginie: mmm Moeder: om maar wat rond te smijten? Virginie: Nee, niet om weg te smijten, maar om uit te geven. Moeder: Maar waaraan? Dat probeer ik uit te vinden. In een alledaags gesprekje zoals dit gebeurt van alles. Als mensen robots waren, was het gesprekje als volgt gegaan: Virginie: ik wil 10 euro zakgeld Moeder: Dat krijg je niet Indirect Maar mensen voeren allerlei deelgesprekjes binnen zo’n gesprek, zo zijn 3 en 5 een soort vragen om opheldering, is het mmm in 4 een uitnodiging om verder te gaan. Tijdens de vragen om opheldering wordt het geven van een antwoord op de oorspronkelijke vraag even opgeschort, en in ander werk heeft Levinson laten dien dat er binnen zo’n tussengesprekje om opheldering zich nieuwe onduidelijkheden kunnen voordoen die dan zelf eerst uit de weg moeten worden geruimd voor de opheldering kan worden opgelost. Gesprekken zijn zo matroesjka-poppetjes, waarin steeds weer nieuwe matroesjka’s verstopt kunnen zitten. En dan geldt ook nog eens dat een heleboel van wat er gezegd wordt een vermomming is voor iets anders. De mededeling in 1 over ‘een mens’ is feitelijk een inleiding tot het verzoek in 2. Maar dat verzoek wordt ook niet rechtstreeks gedaan, in plaats daarvan doet Virginie oppervlakkig gezien alleen een mededeling over wat haar redelijk lijkt, zoals de afwijzing van de moeder in 7 ook komt op een heel indirecte manier. Dat moet allemaal op het scorebord, maar de wetenschap heeft nog niet precies vastgelegd hoe dat er dan uit zou moeten zien. Er staan ons op dit vlak interessante tijden te wachten.

Door: Foto: Illustratie uit het besproken artikel

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.