De Cito-illusie van staatssecretaris Sander Dekker

OPINIE - Staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker wil scholen gaan beoordelen op hun scores voor de Cito-toets. Hij hoopt hiermee scholen aan te zetten om hun onderwijs te verbeteren zodat ze beter scoren op de Cito-toets. Een onzalig idee.

Vorige week maandag verkondigde de staatssecretaris nog eens in een interview met het TV-programma Radar de boodschap dat hij scholen wil gaan vergelijken op basis van de scores op de Cito-toets. Maar het afrekenen van scholen op basis van leerlingprestaties is net zoiets als een dokter afrekenen op de gezondheid van zijn patiënten. Het doet de realiteit ernstig tekort. Het risico op een averechts effect is levensgroot, omdat Dekker een aantal zaken over het hoofd ziet.

Eenzijdige toetsvorm

De Cito-toets is op meerdere manieren eenzijdig. Zo bepaalt de vorm van een toets wat er met de toets gemeten wordt. Meerkeuzevragen zijn meer gericht op feiten dan op kennis. Verder kan slechts een beperkte set aan vaardigheden en kennis worden gemeten. Een blik op de kerndoelen van het basisonderwijs leert al snel dat lang niet alle leerdoelen met meerkeuzevragen kunnen worden getoetst. Schrijfvaardigheid is bijvoorbeeld beter te toetsen door leerlingen een opstel te laten schrijven dan door door ze een paar meerkeuzevragen voor te leggen. Hetzelfde is van toepassing op spelling (pdf).

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Loten voor een mooie toekomst

Afgelopen zondag hoorde ik dat een Turkse afvaardiging mag meevaren in de botenparade van de Gay Pride: de groep is ingeloot. Ik schoot in de lach, niet om het idee van Turkse homo’s en lesbiennes in een grote schuit, echt niet. Ik moest lachen, omdat er eindelijk weer eens iets vrolijks voorbij kwam waarvoor geloot moest worden. Loten voor de Canal Parade staat in schril contrast met de lotingen voor het voortgezet onderwijs die in nu volle gang zijn. Kinderen die zich aangemeld hebben voor een populaire school moeten er rekening mee houden dat ze kunnen worden uitgeloot. Als ze in de eerste lotingronde buiten de boot vallen, dan weten ze vrijwel zeker dat er op de school van hun tweede of derde keuze geen plek meer zal zijn. Ze zullen naar een school moeten waar ze nooit naar toe hebben gewild.

Loten voor een plekje op de middelbare school wordt steeds gewoner. Het is allang geen exclusieve aangelegenheid meer voor toekomstige gymnasiasten in Amsterdam. Dit jaar wordt er bijvoorbeeld geloot in Almere, Amstelveen, Den Haag, Groningen en Utrecht. Om even in de hoofdstad te blijven: daar is nu vooral een tekort aan havoplaatsen in het westen van de stad. Misschien komt daar een nieuwe havoschool, maar dat is nog lang niet zeker.