Losse eindjes en aanvulling op kunstvervalsers

Beeldtaal is de overdracht van gedachten waarbij het geschreven woord – geheel of gedeeltelijk – vervangen is door beeld. In de maanden augustus en september publiceert Willem Visser (beeldend kunstenaar, psycholoog en tekstschrijver) op zaterdagochtend artikelen over beeldtaal aan de hand van voorbeelden uit kunst, psychologie en alledaagse waarneming. Vandaag een paar losse eindjes en korte aanvullingen bij eerdere bijdragen, voordat ik volgende week deze serie afsluit met ‘retorica en beeldtaal: de kunst van het overtuigen en emotioneren’ Het bezoldeffect Optische illusies zijn de paradepaardjes, zeg maar de Houdini-acts van de beeldtaal. Er zijn tal van sites met een overzicht. Ik noem er een paar: sandlotscience, Michael Bach en anamorphosis. Hierbij een huiselijke toevalstreffer: op de markt had ik twintig perssinaasappels gekocht. Die zaten in een plastic tas. Op zich al hartstikke fout natuurlijk, maar citrusfruit in een plastic zak kan ook nog eens gaan schimmelen. Daarom had ik ze verdeeld over een paar netjes, omdat we in huize Visser op onze zondagse perssessie niet twintig sinaasappels tegelijk opmaken.

Camouflage: het oog bedrogen

Beeldtaal is de overdracht van gedachten waarbij het geschreven woord – geheel of gedeeltelijk – vervangen is door beeld. In de maanden augustus en september publiceert Willem Visser (beeldend kunstenaar, psycholoog en tekstschrijver) op zaterdagochtend een reeks artikelen over beeldtaal aan de hand van voorbeelden uit kunst, psychologie en alledaagse waarneming.

De natuur maakt dankbaar gebruik van onvolkomenheden in de waarneming. Camouflage is daarvan een illustratief voorbeeld. In de evolutie gaat het meestal om sneller, wendbaarder of slimmer te zijn. Maar je kunt je natuurlijk een hoop ellende en inspanning besparen door gewoon niet op te vallen. Beter nog: onzichtbaar te zijn.

Camoufleren betekent letterlijk ‘onopvallend maken; wegmoffelen; onzichtbaar maken’. Het is ontleend aan het Franse camoufler waarin we invloed vinden van camouflet, wat letterlijk betekent ‘rook die in iemands gezicht geblazen wordt’. Dit zou zijn overgenomen uit het Italiaanse camufarre dat gevormd is uit capo (hoofd) en mufarre (verhullen).

Evolutie van camouflage in versnelde ontwikkeling

Een natuurlijk proces van ‘camouflage in ontwikkeling’ was te volgen bij de berkenspanner of peper-en-zout-vlinder (Biston betularia) in Engeland.


Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Peper-en-zoutvlinder
(Martinowksy uit nl)

 

Tot 1848 was deze altijd grijs gespikkeld, maar in dat jaar nam men in Manchester voor het eerst een volledig zwart individu waar. Deze vorm nam vervolgens snel in frequentie toe. Omstreeks 1900 bestond zelfs 95% van de populatie in geïndustrialiseerde gebieden uit donkere exemplaren.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Andy Phillips (cc)

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet…

ACHTERGROND - Het is gedaan met UCP, het Universal Camouflage Pattern. Dit Amerikaanse standaardmodel voor legercamouflage heeft haar naam niet waar kunnen maken, ondanks uitgebreide tests, jarenlange ontwikkeling en natuurlijk bakken met geld. Het was ook te mooi om waar te zijn: één patroon dat beschutting bood bij allerlei verschillende achtergronden, van woestijn tot stad, van grasveld tot regenwoud. One size fits all — kan dat überhaupt met camouflage?

Variatie

Wie wel eens op beestjessafari is gegaan, op zoek naar vogels, vlinders, of andersoortig gedierte, weet hoe goed de natuur is in het verstoppen van haar bewoners. Vreemd is dat niet: door natuurlijke selectie worden de nakomelingen van een opvallende prooi genadeloos in de kiem gesmoord. Waarschijnlijk kent u het klassieke voorbeeld van de berkenspanner, een mottensoort die zich ophoudt op berkenstammen, en met zijn grauwwitte vleugels nauwelijks te ontdekken is. Met toenemende vervuiling in het Engeland van de Industriële Revolutie werden de bomen aldaar echter steeds donkerder, en de berkenspanner steeds zichtbaarder — en dus in het vizier van hongerige vogels. De enkele zwarte berkenspanner die als freak of nature was geproduceerd, bleek nu ineens razend succesvol, en haar nakomelingen hadden al snel de witte exemplaren vervangen. Door natuurlijke selectie bleef de camouflage, ondanks een veranderende omgeving, intact.