Rechtse regering versus linkse steden
De Amerikaanse journalist Bill Bishop schreef het boek The Big Sort. Hierin betoogt hij dat de Verenigde Staten politiek sorteren: mensen met dezelfde politieke ideeën gaan bij elkaar wonen omdat die ideeën ook weerslag hebben op wat ze willen van hun leefomgeving. De één wil graag in een nette, rustige buurt wonen, de andere in een levendige met veel uitgaansmogelijkheden om de hoek. Bishop heeft rond de presidentsverkiezingen een tijdje geblogd voor Slate (zeer lezenswaardig) en in één post liet hij zien dat je op basis van een foto al kon zeggen of een buurt vooral Republikeins of Democratisch stemde.
Bishop zegt ook dat dat een probleem is: waar mensen met dezelfde ideeën bij elkaar zitten, krijg je groepsdenken en dat leidt tot polarisatie. Door het Amerikaanse districtensysteem gaat dan een vicieuze cirkel optreden: conservatieve districten kiezen conservatieve besturen die besluiten nemen die progressieve bewoners tegen staan, waardoor ze uiteindelijk wegtrekken en het gebied nog conservatiever wordt. Het omgekeerde gebeurt in progressieve gebieden. Bekend is de combinatie van het progressieve Los Angeles en het zeer conservatieve forenzengebied ten zuiden ervan, Orange County, thuishaven van Richard Nixon.
Ook in Nederland treedt dit effect op. Denk aan het progressieve bolwerk Amsterdam en het aangrenzende PVV-bastion Almere. Door het politieke systeem is het wat minder sterk dan in de Verenigde Staten, maar je hoort PVV-politici vaak praten over mensen die zijn “weggevlucht” uit Amsterdam, terwijl zelfs nu de huizenmarkt in de hoofdstad niet zodanig is dat er sprake lijkt van een stad die leegloopt. Voor elke PVV-stemmer die wegtrekt, staan twee D66- of GroenLinks-stemmende young professionals uit de creatieve sector klaar om de bakfiets in de schuur te zetten en zonnepanelen op het dak te monteren.