Verliezers – deel9: Bob Dole
Naast winnaars kent de presidentiele race ook verliezers. Sargasso zet een aantal historische missers op een rijtje…
Bob Dole (R)
Verloor in: 1996 (Clinton)
Na vier Democratische losers eindelijk weer een Republikein in het voetlicht. En niet zomaar eentje. Bob Dole was als sinds 1961 actief in de landelijke politiek, en is waarschijnlijk de presidentskandidaat met de meeste politieke ervaring ooit. Tijdens zijn deelname aan de verkiezingen in 1996 was hij maar liefst 73 jaar. In zijn lange politieke carriere was Dole geen backbencher, maar jarenlang fractieleider in de senaat. In de jaren zestig werd hij tot drie keer herkozen in het Huis van Afgevaardigden.
Toch valt Dole wel te vergelijken met Walter Mondale: Veel politieke ervaring, een ouwelullerige uitstraling, en het opnemen (en afleggen) tegen een charismatische zittende president.
Want gaf de beperkte overwinning van Clinton in 1992 Republikeinen nog hoop voor de volgende verkiezingen, in 1996 werd Dole overtuigend verslagen.
Dole zelf maakte in de campagne geen overtuigende indruk, maar zijn vrouw Elizabeth stal de show. Ze had zelf ook politieke ambities (ze was zelfs uitdager van George Bush jr in 2000), en kwam over als een zelfverzekerd, vakbekwaam politicus. Ze werd in 2002 voor North Carolina in de Senaat gekozen.
Tegenwoordig fungeert Bob Dole nog wel eens als sidekick van CNN-presentator Larry King, en schrijft hij boeken.
Dat het nog erger kon dan George McGovern bewees Walter Mondale in 1984. Ook Mondale won slechts 1 staat (zijn eigen Minnesota) en het District of Columbia. Een record van 13 kiesmannen. Maar, eerlijk is eerlijk, hij had toch zo
Er zullen maar weinig presidentsverkiezingen zijn geweest waarin het Amerikaanse volk zo ontevreden was over de kandidaten. Michael Dukakis, gouverneur van Massachusetts en een koele technocraat, was niet veel beter dan George Bush, volgens Maarten van Rossem behept met het charisma van een reiswekker. Maar uiteindelijk zou Dukakis de verkiezingen verliezen door zijn beschaafdheid: hij weigerde om negatieve campagnespotjes in te zetten. Bush had geen last van deze morele terughoudendheid. Met spotjes over de liberale, onverantwoordelijke politiek van Dukakis als gouveneur joeg hij Amerikanen de stuipen op het lijf. Met name het verstrekken van een weekendverlof aan moordenaar Willie Horton kwam Dukakis duur te staan. Horton kwam niet meer terug naar de gevangenis en verkrachte in 1987 een vrouw. Bush maakte dankbaar gebruik van de dreigende werking van dit verhaal.
Als Barry Goldwater de wraak van de Republikeinse rechtervleugel was, dan was George McGovern die van de Democratische linkervleugel. Daar stopte de overeenkomst met Goldwater niet: McGovern werd in de strijd tegen Richard Nixon net zo hard afgeserveerd als Goldwater acht jaar eerder. 
Barry Goldwater was de wraak van de Republikeinse rechtervleugel. Ze voelden zich geschoffeerd door Eisenhower, die vaak meer leek op een gematigde Democraat dan een echte Republikein. De nominatie van Goldwater moest daar verandering in brengen. De senator uit Arizona werd verslagen met een historisch overwicht voor toenmalig president Lyndon B. Johnson. Nog nooit werd een presidentskandidaat zo verpulverd in een verkiezing. Maar historici vinden de kandidatuur om een andere reden historisch. De nominatie van Goldwater en de campagne voor zijn verkiezing worden over het algemeen gezien als het echte begin van de New Right als dominante politieke beweging.
De Republikeinen hebben het hoger beroep gewonnen. Republikeinse controleurs in Ohio mogen nu toch de stembiljetten van kiezers die zij verdacht achten controleren. Een tegenslag voor Democraten.