Zwarte Pinksterdag

Ik had daar moeten zijn, op de Stadhouderskade, om mijn roekeloos fietsende jongen tegen te houden, hem op te vangen. Er was niemand in de kamer om me van iets te betichten, maar ik had geen beschuldigende vinger nodig om me tot in mijn merg schuldig te voelen, schuldig te weten. Naast Mirjam zat ik te beven en te zweten van schuldbesef om wat ik ’s ochtends vroeg zomaar had laten gebeuren. Dit is geen fictie, maar realiteit. Het enig kind van A.F.Th. van der Heijden en Mirjam Rotenstreich komt op de Eerste Pinksterdag van 2010 bij een verkeersongeval om het leven. Van der Heijden doet het enige waar hij op dat moment toe in staat is: in zijn herinnering graven, aantekeningen maken en schrijven. Een bijna dwangmatig schrijven waaruit ruim zeshonderd bladzijdes zijn voortgekomen. ‘Tóóóóóóó-niii-ióóóóó…!’. De naam waarmee de roman begint, en die nooit vaker is geroepen dan in de krap vier maanden die verstreken sinds Zwarte Pinksterdag.

Foto: Eric Heupel (cc)

A.F.Th. van der Heijden – Doodverf

Cover van Doodverf (Foto: Site Van der Heijden)

Uit de envelop, die aan de binnenkant gecapitonneerd was met in plastic gevangen luchtbellen, gleed een boek met glanzende kaft. Op de voorkant een zwartwitfoto van een persoon die in gips gewikkeld leek, het hoofd hing licht over zijn rechterschouder. Ver achter de dikke bovenlip, in de schaduw van de geopende mond, was een deel van de tanden te zien. Het verhemelte werd verhuld in een grijs gelijk aan de achtergrond. Grote pseudo-reliëfletters verkondigden dat het hier om de nieuwe roman van A.F.Th. van der Heijden ging: Doodverf.

De manier waarop het boek is vormgegeven is even iets anders dan we van Van der Heijden gewend zijn. Sterker nog, de zeer opvallende buitenkant zou weinig gelijken vinden in de sectie literatuur van de boekwinkel. Doodverf verscheen dan ook niet voor niets tijdens de maand van het spannende boek en misstond toen niet tussen alle andere boeken met om aandacht schreeuwende hoogglansomslagen en liefst tweelettergrepige titels. Het kan verbeelding zijn, maar zelfs de grillige rimpels op de rug van het boek, ontstaan tijdens het lezen, doen denken aan een thriller die op een ligbed in de zon doorgeploegd is.

Afgaande op het uiterlijk, heeft het er dus veel van weg dat Van der Heijden een thriller heeft willen publiceren. Toch is het waarschijnlijker dat hij een roman in vermomming heeft gemaakt. Belletrie in travestie. Met een inhoud die nog donkerder is dan de buitenkant doet vermoeden.

Terug in de (tandeloze) tijd
Sinds 2003 publiceert Van der Heijden regelmatig een deel uit zijn tweede grote cyclus Homo Duplex. Het is zaak aan de verschijningsvolgorde vooral geen conclusies over de opbouw van de cyclus te verbinden: het deel dat het eerst verscheen, De Movo tapes, is deel 0. Drijfzand koloniseren is de sleutel tot Homo Duplex en van Het Schervengericht is nog geen plaats bekend.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Foto: Eric Heupel (cc)

De dag en nacht van de filosofie

Denkt u mee met de denker? (Foto: Flickr/marttj)

Wellicht was het u ontgaan maar April is de maand van de filosofie. Komende vrijdag nacht wordt daarom de nacht van de filosofie georganiseerd, met daarop volgend de dag van de filosofie. Het thema van dit jaar is “de stad”. Dit ter gelegenheid van het feit dat in 2008 voor het eerst in de geschiedenis meer dan de helft van de wereldbevolking in een stad woont.

Onze wereld is in rap tempo aan het verstedelijken: In 2008 woont voor het eerst in de geschiedenis meer dan de helft van de wereldbevolking in een stad in Nederland is dat al sinds 2001 zo. Moeten we blij zijn met deze ontwikkeling? Kunnen wij die uitdaging wel aan? Leven in een stad kan een vloek of een zegen zijn. We kunnen er kansen op groei in zien, voor ontplooiing, opleiding, banen, maar ook problemen: segregatie, criminaliteit, kansen op vervreemding en vereenzaming.


Beide evenementen beloven interessant te worden. Zo is er tijdens de nacht van de filosofie een debat tussen Paul Scheffer en Bas Heijne over “Het onbehagen van de stadsbewoner”. En zijn er vele andere zeer salonfähige lezingen. De nacht vindt plaats in het Felix Meritis te Amsterdam en wordt geopend door Job Cohen.