Sleutelkind

COLUMN - Hij kreeg de sleutel. Voor het eerst. Dat was een ding, dat zag ik zo. Hij keek me met grote ogen aan. Hij ging voor het eerst in zijn up naar huis lopen en zelf de deur open doen. Hij kwam alleen aan in een leeg huis. Niemand om hem op te vangen met z’n hele negen jaar. In Engeland zou ik de gevangenis in worden geslingerd. Maar ja, rapportgesprekken. Ik moest wat.

De gesprekken waren zo gepland dat hij drie kwartier op het schoolplein rond moest hangen of hij kon alleen naar huis lopen. Naar huis brengen en weer terugrijden duurde te lang en hij had al eens gezegd dat het best handig zou zijn als hij de sleutel had. Voor je wist maar nooit. Nou, dat je wist maar nooit was er ineens. Hij koos voor lopen. Hij had geen zin in spelen en hij had het koud. Ik wrikte de sleutel van mijn bos. Hij stopte hem in zijn zak en controleerde of de rits goed dichtzat.

Terwijl ik in de schoolgang op de piepkleine stoeltjes mijn rug om zeep zat te helpen, huppelde de oudste naar huis. Hij moest wat straten oversteken, maar hij was voorzichtig. De jongste krijgt waarschijnlijk pas op zijn 18e de sleutel. Die kijkt echt helemaal nergens naar, dat is levensgevaarlijk voor hem en iedereen om hem heen. Maar het ging dus om de oudste. Ik zag voor me dat hij eens lekker los zou gaan in de snoep/koek/chipslade als hij thuis was aangekomen. Als je moeder je dan toch alleen naar huis laat lopen…

Terwijl ik naar binnen werd geroepen om over zijn rapport te praten, draaide hij de voordeursleutel om. Ik was de lichten vergeten aan te doen, bedacht ik me ineens. Hij zou in een donker huis thuiskomen. Dat zat me niet lekker. Het gesprek met meester Rob ging prima. Hij deed het goed, er waren wat dingetjes waar we op moesten letten, maar niks aan de hand allemaal. Mijn telefoon ging. Ik keek in mijn tas en zag “Thuis” oplichten. Mooi, hij was binnen. Maar waarom belde hij nou?

Samen met Meester Rob nam ik zijn sportieve ontwikkeling ook nog even door en mijn telefoon ging weer. “Thuis”. Ik negeerde de telefoon nog eens, hij belt me sowieso te pas en te onpas, dus dat deed hij nu waarschijnlijk ook. Niets aan de hand, toch? Ik werd wat onrustig op dat kleine rotstoeltje. Na het gesprek dat een minuut of tien duurde schudde ik Meester Rob de hand en liep snel naar buiten om hem te bellen. Maar hij belde zelf al weer. “Thuis”.

“Schatje! Is alles goed?”

“Ja. Mama mag ik nou wel of geen snoepje? Waarom nam je nou niet op?”

“Sorry?”

“Ja, daar heb ik je dus al twee keer over gebeld! Je moet wel opnemen! Mag ik een snoepje?! Oh, en op de Ipad?”

Thuis aangekomen zat hij op de bank op de Ipad te spelen. Hij had wat te drinken, wat te eten, de lampen brandden en hij had mij helemaal niet nodig.

Het gaat veel te hard allemaal.

Reacties zijn uitgeschakeld