Afschrijvingen | Welkom thuis, maakindustrie!
COLUMN - Steeds meer bedrijven brengen (een deel van) hun productie terug naar thuishaven Amerika. Hoe komt dat?
Apple gaat vanaf 2013 een deel van zijn Mac-computers in de Verenigde Staten laten maken, zo bleek uit een interview met topman Tim Cook. Cook zei met trots dat er maar liefst 100 miljoen dollar mee gemoeid is. Dat is natuurlijk een schijntje als je per jaar 40 miljard dollar winst maakt, en nog eens 120 miljard dollar op de bank hebt staan. Maar het past in een bredere trend. Steeds meer bedrijven, van Ford, Catterpillar tot General Electric (GE), halen een deel van hun productie ‘terug’ naar het thuisland. Outsourcing is uit, insourcing is in. Maar waarom eigenlijk?
De reële lonen in China zijn de afgelopen tien jaar verdrievoudigd, de lonen in heel Azië zijn ongeveer verdubbeld. In de Westerse wereld zijn de lonen nagenoeg hetzelfde gebleven. En de verschillen worden kleiner. De Boston Consulting Group verwacht dat uitwijken naar China – gezien ook de hoge Amerikaanse arbeidsproductiviteit – nauwelijks nog voordelig is. Het jachtseizoen op de lage lonen is dus bijna gesloten.
Hierdoor gaan de kosten van het produceren op afstand tellen. Dat zijn ten eerste de kosten van het ondernemen ter plaatse. De VS staan bijna bovenaan op de “ease of doing business”- ranglijst van de Wereldbank. China, Brazilië, India of de Filipijnen bungelen ergens onderaan. Een elektriciteitsaansluiting, laat staan een gebouw neerzetten, heeft nogal wat voeten in de aarde.