Zoekresultaten voor

'participatiewet'

Foto: Tom Jutte (cc)

Een steengoede analyse van de Participatiewet

ACHTERGROND, LONGREAD - Halverwege december gingen wat stukken van staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) Nobel, naar de Tweede Kamer. Dat heeft niet zo veel aandacht gekregen. Er speelt genoeg in de wereld en ‘Voortgang Participatiewet in Balans’ is wellicht ook niet de spannende sexy titel die gelijk de volle aandacht pakt. Niettemin verdient (met name) de bijlage bij deze Kamerbrief die aandacht zeer zeker. Het gaat om de bijlage ‘Probleemanalyse Participatiewet’. En die is mooi en stemt tot hoop, en een beetje optimisme op zijn tijd mag hier ook wel op de pagina.

Het gaat om een brochure van nog geen 30 pagina’s, die is samengesteld door het ministerie van SZW. Het geeft een zeer helder overzicht van een aantal onderzoeken die de afgelopen jaren gedaan zijn naar de Participatiewet, en de belangrijkste bevindingen daarvan. Zoals de titel al doet vermoeden focust de notitie zich op dingen die niet goed gaan. En dat zijn er nogal wat. Ze zijn opgedeeld in vier thema’s: algemene knelpunten, werk & participatie, inkomen & bestaanszekerheid, en tot slot de gemeentelijke financiën.

Een bloemlezing

Het voert te ver door om het hele rapport te bespreken, maar lees het vooral zelf. Om toch een indruk te geven van de problematiek (die overigens voor een deel ook wel hier op Sargasso langs is gekomen) wordt van elk van deze thema’s wat uitgelicht.

Quote du Jour | Participatiewet (deel zoveel)

QUOTE - De bijstand, onderdeel van de Participatiewet, moet snel op de schop, zo vinden de ondertekenaars van het manifest. In een nieuwe bijstandswet moet het vertrouwen in bijstandsgerechtigden voorop komen te staan. ‘De manier waarop de overheid burgers nu bejegent, is gericht op wantrouwen met strikte handhaving. Dwang – met zogenaamde prikkels – is nu dè manier om resultaten te behalen. Wij wijzen deze houding af.’ Er is een betere rechtsbescherming nodig. ‘Mensen hoeven niet langer te bewijzen dat ze onschuldig zijn, maar zijn onschuldig tot het tegendeel is bewezen.’

Quote du Jour | De Participatiewet

QUOTE - Het sociaal minimum in Nederland moet linksom of rechtsom omhoog. En het systeem van uitkeringen, toeslagen en aanvullende regelingen waarin mensen met lage inkomens nogal eens verdwalen, is hard aan een drastische vereenvoudiging toe. Dat vindt de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Goh. Voor de lezer van deze site zal het geen totale verrassing zijn, zullen we maar zeggen. Ook niet voor mensen die zelf hebben geleefd van de bijstand, of mensen kennen die dat hebben gedaan, of mensen die in algemene zin de actualiteiten volgen. Want:

Quote du Jour – de Participatiewet

De Participatiewet lijkt het niet zo goed te doen voor mensen met een beperking, volgens onderzoek van het SCP:

Het Sociaal en Cultureel Planbureau keek naar de 11.000 mensen die eind 2014, vlak voor de invoering van de nieuwe wet, op een wachtlijst stonden en onder de Wet sociale werkvoorziening vielen. Ongeveer een derde van hen vond in de twee jaar daarna een baan, terwijl dat voorheen ongeveer de helft was.

Ook hielden minder mensen dan in voorgaande jaren hun baan langer dan een jaar vast. En een grotere groep bleef deels afhankelijk van een uitkering, concludeert het planbureau.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De Participatiewet is schijn-decentralisatie, pleidooi voor bestuurlijke ongehoorzaamheid

ACHTERGROND - Veel ambtenaren van sociale diensten zijn bang voor de lange arm van Den Haag. Daardoor wint de angst voor de Rijksaccountantsdienst het van de noodzaak om doeltreffend maatwerk te leveren. Volgens Pieter Hilhorst en Jos van der Lans is het tijd voor bestuurlijke ongehoorzaamheid.

Als iets maar vaak genoeg wordt gezegd, krijgt het vanzelf zo’n vertrouwde klank dat je denkt dat het waar is. En wij hebben ons er ook schuldig aan gemaakt. We hebben stukken geschreven, waarbij we consequent spraken over drie decentralisaties: de overdracht van de jeugdzorg naar de gemeente, de overheveling van delen van de AWBZ-zorg naar gemeenten en de Participatiewet. Maar dat klopt helemaal niet, want met die derde decentralisatie is iets geks aan de hand. Dat is namelijk helemaal geen decentralisatie.

Bij een decentralisatie gaan middelen én verantwoordelijkheden over. Daarbij hoort ook een grotere beleidsvrijheid voor degene die de nieuwe taken gaat uitvoeren. Bij de Participatiewet wordt die beleidsvrijheid daarentegen op vele manieren beknot. Gemeenten zijn dan gewoon uitvoeringskantoren die strikt moeten doen wat op het Haagse hoofdkantoor is bedacht. Het bieden van maatwerk wordt dan wel erg moeilijk. En zo bedreigt de gebrekkige decentralisatie van de Participatiewet het succes van de andere decentralisaties.

‘Participatiewet vergroot kloof tussen Randstad en periferie’

Zo schrijft Trouw:

Door de Participatiewet betaalt niet de rijksoverheid vanaf volgend jaar de uitkeringen voor arbeidsgehandicapten, maar doen de gemeenten dat. Zij moeten ervoor zorgen dat een deel van deze zogeheten Wajongers aan de slag kan.

De ‘klantenkring’ van gemeenten neemt daardoor toe, maar niet overal in gelijke mate. Steden als Heerlen, Arnhem, Rotterdam en Enschede kunnen volgens de Atlas een forse toename verwachten van mensen die hulp nodig hebben. Vooral in Heerlen kan het druk worden aan de loketten. Onderzoekers van de Atlas schatten dat het aantal Heerlenaren tussen de 15 en 65 jaar dat voor hulp aanklopt verdubbelt tot 14 procent.

Er zijn regio’s die het nog slechter treffen. De kleinere gemeenten in Groningen moeten rekening houden met een stijging naar 15 procent van de potentiële beroepsbevolking. Vergelijk dat eens met de 3 procent van Amstelveen en Haarlemmermeer, twee gemeenten in het noordelijk deel van de Randstad.

Foto: Herman van den Bossche (cc)

Participatiewet niet zo stupide als voorgesteld

ANALYSE - Het is kortzichtig om de tegenprestatie van bijstandsgerechtigden af te doen als vernedering. De gevolgen van nietsdoen zijn vaak erger, omdat die leiden tot minderwaardigheidsgevoelens. Een tegenprestatie kán een verrijking zijn, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.

Vernederend en zinloos: dat is het beeld dat oprijst uit de reportage over Werkbedrijf Herstelling, het reïntegratiebedrijf van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) van Amsterdam (Voorpagina 24 december). Hoogopgeleide werklozen die 32 uur per week nietjes uit papieren verwijderen, peuken oprapen of planten water geven. Dit gaat niemand aan een baan helpen! En het is pesterig bovendien: wie in zijn eentje wil lunchen of tien minuten te laat komt, wordt gekort op de uitkering. Kan het mensonterender? Dit soort taferelen gaan we overal krijgen als de Tweede Kamer in januari de Participatiewet aanneemt, is de boodschap. Laat bijstandsgerechtigden met rust!

De voorgenomen participatiewet – die werklozen verplicht tot het leveren van een ‘tegenprestatie’ voor hun uitkering, bij een reïntegratiebedrijf (zoals de Herstelling), of via mantelzorg of vrijwilligerswerk – is echter niet zo stupide als hij hier wordt voorgesteld. Wij hebben de afgelopen vijf jaar 65 bijstandsgerechtigden die meer of minder verplicht werden om vrijwilligerswerk te verrichten op de voet gevolgd. Anders dan de reportage suggereert, is ‘met rust gelaten worden’ voor de meeste bijstandsgerechtigden geen route naar een ontspannen bestaan.

Foto: Foto © Illya Soffer

Persoonlijk: verdwaald in de verdwijnende verzorgingsstaat

Illya Soffer, directeur van JINC en oud-directeur van Ieder(in), kreeg een kindje met het syndroom van Down en kwam in een jaren durende rollercoaster terecht. Terugkijkend komt ze tot een uiterst pijnlijke, tegenstrijdige en schaamtevolle conclusie.

‘Ik zie iets wat me niet helemaal bevalt.’ De verloskundige kijkt bezorgd naar het baby’tje dat ik zojuist heb gebaard. Met deze zin word ik, die ijskoude februarimorgen in 1999, welkom geheten in de wondere wereld van de handicap. Een wereld waarvan ik tot dan toe werkelijk geen weet had. Ik, die nota bene afstudeerde op maatschappelijke uitsluiting. De verloskundige vermoedt het syndroom van Down. Een oorverdovende stilte vult de kamer. ‘Nu wordt het leven nooit meer normaal’, breng ik uit.

Met de geboorte van David wordt ons bestaan in één klap kwetsbaar, afhankelijk en allesbehalve maakbaar. ‘Gelukkig wonen jullie in Nederland, tegenwoordig is er zó veel mogelijk’, bezweren mensen het ongemak. En het is waar. Gelukkig betekent dit begin niet het einde. We worden door het netwerk van ervaren Down-ouders fanatiek aangemoedigd om ervoor te gaan, om er vanaf dag één alles uit te halen met integrale vroeghulp en thuisondersteuning. En over een jaar of drie in te zetten op een persoonsgebonden budget (pgb) en inclusief onderwijs. Heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees, tussen speciaal en normaal, besluiten we dit varkentje te gaan wassen.

Foto: "20 februari 2010, Gemeenteraadsverkiezingen" by Sierag is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

Gemeenteraadsverkiezingen terwijl er een nieuw kabinet staat…

In een eerder stuk wees ik op het risico dat de formatie zó vertraagd zou worden dat de gemeenteraadsverkiezingen als een soort referendum over de formatie zouden gaan functioneren. Ik prijs me gelukkig dat ik het fout heb. Het ziet er naar uit dat er over een maand een nieuw kabinet staat, waarvan we mogen hopen dat het de eerste stormen gaat doorstaan. Maar waar gaan de komende gemeenteraadverkiezingen dan over?

Zo eind februari, begin maart zal er een regeringsverklaring afgegeven worden in de Kamer, waarna het debat daarover begint. Dat zal wel een dag of twee gaan duren, hoewel de verwachting dat die veel korter zal blijken te gaan duren ook gerechtvaardigd is. Immers, alle partijen hebben de ruimte om met het minderheidskabinet te onderhandelen over de accenten en richtingen die zij graag zien, en ze lopen het risico dat ze hun zin krijgen. Misschien wordt de kortste kabinetsformatie in vele jaren daarmee toch de langste……

Deze situatie heeft in ieder geval tot gevolg dat er meer ruimte is voor echte gemeentelijke verkiezingscampagnes. En ook daar heeft het lang aan ontbroken. Sinds een paar decennia hebben we veel lokale partijen die pretenderen beter dan de landelijke partijen te weten wat er lokaal speelt, wat er nodig is en hoe dat dan moet. Dat is eigenlijk een beetje onzin, want de politici van lokale afdelingen van landelijke partijen wonen ook in dezelfde gemeenten, weten net zo goed wat er aan de hand is, en hebben evenveel mogelijkheden om daar programmatisch mee om te gaan. Het probleem zit hem in het gedrag van landelijke politici en de fracties waar ze onderdeel van zijn: ze hebben meer dan eens landelijke thema’s de overhand gegeven waardoor de gemeentelijke programmapunten naar de achtergrond verdwenen en vaak zelfs helemaal onzichtbaar werden.

Foto: Ahmed Zayan on Unsplash

Het coalitieakkoord: vooral VVD

Dit akkoord is in veel opzichten precies wat je van D66 mag verwachten wanneer het vooral door rechtse partijen wordt omringd: progressieve taal, institutionele zorgvuldigheid en morele accenten, maar verpakt in een beleidsstructuur die fundamenteel liberaal blijft. D66 mag het verhaal menselijker maken, maar niet richtinggevend, en de partij laveert handig mee met rechts beleid. Als je had gehoopt op iets meer tegenwicht tegen marktdenken, dan kom je bedrogen uit.

Wie het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA leest, kan zich laten meeslepen door woorden als ‘samen’, ‘vertrouwen’, ‘gemeenschapszin’ en ‘kansen voor iedereen’. Het klinkt als een kabinet dat de scherpe randjes van de afgelopen jaren wil bijvijlen. Alsof drie partijen elkaar in het centrum van de macht hebben gevonden en daar gezamenlijk een nieuw sociaal contract hebben gesmeed. Wie iets langer leest, ziet iets anders.

Dit akkoord is in de kern geen compromis tussen drie gelijkwaardige visies. Het is een liberaal programma met wat progressieve correcties en een christendemocratische strik erop. De motor draait op VVD-brandstof. D66 mag af en toe bijsturen. Het CDA mag zorgen dat niemand zich helemaal verlaten voelt.

De economie als moreel kompas
Vrijwel elk sociaal probleem in dit akkoord wordt vertaald naar een economisch vraagstuk. Armoede wordt een participatieprobleem. Wonen wordt een aanbodprobleem. Integratie wordt een arbeidsmarktprobleem. Onderwijs wordt een productiviteitsprobleem. Zelfs bestaanszekerheid wordt uiteindelijk gekoppeld aan inzetbaarheid.

Foto: RDNE Stock Project via Pexels.com.

Participeren kan ook met een basisinkomen

n het debat over de toekomst van het socialezekerheidsstelsel ligt de nadruk op betaald werk. Maar wat als je participatie breder definieert? Dan komt een basisinkomen als serieus alternatief in beeld. Docent-onderzoeker Barbara Brink bepleit een fundamenteel gesprek over nut en effect.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) roept in een recent rapport, Sociale en culturele ontwikkelingen 2025op om de achterliggende waarden van beleidskeuzes expliciet te maken. Zo kan zichtbaar worden wat de samenleving belangrijk vindt.

Laten we dat bijvoorbeeld doen voor de rol van betaald werk in de discussie over het socialezekerheidsstelsel. De opstellers van het CPB-rapport Kiezen voor later vragen zich af of een basisinkomen een oplossing kan bieden voor de tekortkomingen van het bestaande socialezekerheidsstelsel. Zij concluderen van niet, en noemen als grootste bezwaar dat een basisinkomen de prikkel tot betaald werk vermindert. Maar klopt dit argument wel? En welke waarden zijn hierbij doorslaggevend?

Bezwaar

Het CPB verwijst naar een Amerikaanse studie waarin aangetoond zou worden dat een basisinkomen de arbeidsdeelname verlaagt.

Een basisinkomen staat niet haaks op de bereidheid om te werken>

Opvallend genoeg laat het CPB daarbij belangrijke nuances buiten beschouwing van bijvoorbeeld Fins onderzoek. Dat laatste laat zien dat ontvangers van een basisinkomen optimistischer zijn over hun toekomst en meer vertrouwen hebben in hun kansen op de arbeidsmarkt. Leids onderzoek concludeert bovendien dat een basisinkomen mensen in staat stelt om werk te vinden dat zij als betekenisvol ervaren. Een basisinkomen staat dus niet haaks op de bereidheid om te werken.

De bijstand is kapot

Mensen in de bijstand worden niet meer opgevangen vanuit het idee van collectieve solidariteit, maar juist institutioneel gestraft.

De Gemeente Utrecht heeft een opmerkelijk initiatief genomen om te voorkomen dat mensen in de bijstand die parttime werken gestraft worden. Onder de titel De Bestaansbalans is de gemeente een crowdfunding actie gestart voor een fonds waaruit boetes betaald kunnen worden, ‘een tijdelijke pleister op dat probleem én een aanklacht tegen het kapotte landelijke bijstandssysteem. ‘

Volgende