IEA: we moeten olie verlaten
Afgelopen zaterdag verscheen een opmerkelijk opiniestuk in de independent met als titel, ‘We can’t cling to crude: we should leave oil before it leaves us‘. Opmerkelijk omdat het geschreven is door Fatih Birol, de hoofdeconoom van de energiewaakhond van de OESO, het Internationaal Energie Agentschap. In het artikel somt Birol de volgende punten op:
– We staan aan de vooravond van een nieuwe energie orde, in de komende decennia zullen de oliereserves op beginnen te raken.
– Het is noodzakelijk dat regeringen in olieproducerende én consumerende landen zich daar nu op gaan voorbereiden.
– We moeten olie verlaten voordat het ons verlaat.
– De productie van publieke oliemaatschappij (Shell, BP, Total etc.) zal binnenkort pieken en beginnen te dalen. ondanks nieuwe technologiëen en moeilijk te bereiken voorraden welke het probleem wel verzachten maar niet oplossen.
– De productie zal in toenemende mate moeten komen uit enkele landen in het Midden-Oosten, maar het is niet zeker of zij wel in staat zijn om hun productie toe te laten nemen om te voorzien in de groeiende wereldvraag naar olie. Het bouwen van nieuwe productiecapaciteit kost tijd.
– Als het niet lukt om voldoende olie naar de markt te brengen dan gaan we zeer hoge prijzen meemaken. Mogelijk 150 dollar per vat tegen 2030 onder de verwachting dat regeringen nu reageren. Als ze dat niet snel doen dan vallen de wielen onder ons energiesysteem weg.
Het kan aan mij liggen, maar steeds vaker zie ik dat de discussie over biofuels gekoppeld wordt aan die over klimaatverandering. Op de een of andere manier verwachten mensen van een massale overstap op biofuels, brandstof gemaakt van organische stoffen, een grote bijdrage aan het tegengaan van de klimaatverandering. Niemand schijnt te beseffen dat dat een bijna nog grotere revolutie inhoudt dan de overstap van een aardolie- naar een waterstofeconomie. Want als je met onze huidige landbouw- en omzettingsmethoden biofuels gaat produceren neemt de CO2-uitstoot echt niet af, integendeel zelfs, zonder een technologische revolutie zal de CO2-uitstoot waarschijnlijk nog toenemen.
“Het kabinet zal tijdens deze regeerperiode geen vergunning verstrekken voor de bouw van een nieuwe, tweede kercentrale in Nederland. Dat heeft minister Jacqueline Cramer van VROM maandag gezegd” (FD 2 oktober)
In de jaren ’50 van de vorige eeuw werd de grote belofte gedaan van een onuitputtelijke stroom schone nucleaire energie. Jarenlang kwamen er tientallen kerncentrales bij totdat diverse ongelukken met als slotakkoord Chernobyl leidde tot decennialange stilte. De afgelopen jaren beleeft de nucleaire industrie echter een opleving waarin nieuwe dromen geboren worden. Één daarvan is de ophanden zijnde thoriumreactor. 
Jeffry Lee is de laatste van zijn stam en woont in Northern Territory, Australië bovenop een schat aan uranium ter waarde van 5 miljard australische dollar (3,2 miljard euro). De franse energiegigant
Windenergie is het stadium van kinderziektes voorbij. Jaarlijks groeit het marktaandeel met 20 tot 30% en in landen als Denemarken, Duitsland en Spanje draagt het substantieel bij aan de elektriciteitsvoorziening. De afmetingen van windturbines zijn toegenomen, ze zijn beter aangepast aan de netwerken en de windparken zijn langzaamaan richting zee getrokken. De kosten van windstroom komen in de buurt van de kosten van fossiele elektriciteit. Met deze groei ontstaan nieuwe uitdagingen: integratie van windenergie in de totale elektriciteitvoorziening, de stap van windturbines naar (offshore) windcentrales, de erbij behorende eisen van betrouwbaarheid en een verdere afname van kosten. Dit verhaal gaat over de stand van zaken en de perspectieven van windenergie.
Het gaat goed met het klimaatsbewustzijn in de wereld, als zelfs
Huppelend door de graanvelden hoopte menig bloemenmeisje en -jongetje de hele wereld te laten inzien dat de G8 toch echt verkeerd bezig was. Ver kwamen ze daar niet mee. Hun etterende actiegenootjes kregen eerder meer aandacht. En als ze wel aandacht kregen was het voor niemand van het “publiek” duidelijk waar ze nou eigenlijk voor stonden, behalve dan dat het “anders” moet wellicht.
Het kan! De CO2 uitstoot terugdringen zonder al te ingrijpende economische maatregelen. Dit valt te concluderen uit het vierde IPCC rapport (
Behandelden de vorige drie IPCC rapporten met name nog de wetenschappelijke onderbouwing van het klimaatprobleem, dit rapport richt zich vooral op de handelingsperspectieven. Energie-efficiëntie speelt in alle scenarios voor alle regios en tijdspaden de belangrijkste rol. Zuinigere apparaten en vervoersmiddelen en geïsoleerde huizen, dus. Verder is het uitbreiden van duurzame energiebronnen en een belasting op CO2 ook essentieël. Kernenergie wordt in het rapport ook als optie genoemd maar daaraan kleven belangrijke veiligheidsaspecten en het afvalprobleem. Jacqueline Cramer, de Nederlandse minister van Milieu heeft al gereageerd dat kernenergie wat haar betreft