Razendsnel terug naar aandeelhoudersmoraal

Jarenlang presenteerden bedrijven zich als morele voortrekkers. Duurzaam, inclusief, klimaatbewust, maatschappelijk betrokken. Elk jaar een dik ESG-rapport. Elke kwartaalpresentatie een slide over ‘purpose’. Het leek soms wel alsof het kapitalisme eindelijk therapie had gevolgd en tot zelfinzicht was gekomen. Maar bij al deze grote en veelbelovende woorden moesten we natuurlijk wel geduld hebben. Want verandering kost tijd.

Die fase blijkt ‘verrassend’ kwetsbaar voor politieke windrichtingen. Zodra overheden naar rechts schuiven, regels afzwakken en toezicht relativeren, verdampt het morele vocabulaire. Per direct. Wat gisteren nog kernwaarde heette, heet vandaag overbodige ballast. Verantwoord ondernemen blijkt vooral afhankelijk van de vraag hoeveel tegenmacht er bestaat.

Daar komt bij dat vrijwel al deze maatregelen geld kosten. Schonere productie, betere arbeidsomstandigheden, uitgebreide moderatie, diversiteitsprogramma’s: ze drukken op marges. Of internaliseren kosten die anders zouden worden afgewenteld op de samenleving. In een systeem waarin aandeelhoudersrendement maatgevend blijft, geldt moreel gedrag al snel als concurrentienadeel zodra de politieke bescherming wegvalt.

Klimaat zonder tegenwind

Op klimaatgebied is de terugtocht zichtbaar. Oliebedrijven schuiven investeringen in hernieuwbaar naar de achtergrond. Luchtvaartmaatschappijen relativeren hun net-zero-doelen. Autofabrikanten herontdekken de verbrandingsmotor.

Niet omdat het technisch niet kan, maar omdat het politiek weer mag. Subsidies verdwijnen. Normen worden afgezwakt. Klimaatbeleid wordt geframed als ‘linkse hobby’. In dat vacuüm hervindt de fossiele industrie haar zelfvertrouwen.

Duurzaamheid fungeert hier als façade. Zolang overheden druk uitoefenen, blijft die overeind. Zodra die druk wegvalt, wordt ze een kostenpost die niemand zich vrijwillig wil blijven permitteren. Met de cirkelredenering ‘als wij het niet doen. doet de concurrent het wel’ kom je een heel eind.

Sociale media: vrijheid als vrijbrief

Bij sociale platforms speelt hetzelfde mechanisme. Jarenlang klonk de belofte van veilige online ruimtes. Minder desinformatie. Minder intimidatie. Minder extremisme. Moderatieteams werden uitgebreid. Beleidsregels aangescherpt.

Met de opkomst van autoritaire en populistische regeringen verandert de toon. Regulering wordt weggezet als censuur. Toezicht als bemoeizucht. Platforms voelen politieke rugdekking om hun verantwoordelijkheid te minimaliseren.

Tegelijkertijd is moderatie duur. Menselijke controle schaalt slecht. Juridische afhandeling kost geld. Zodra concurrenten snijden in toezicht, ontstaat druk om mee te bewegen. Wie het netjes blijft doen, loopt financieel achter. En wat in jaren is opgebouwd smolt in enkele maanden weg.

‘Vrijheid van meningsuiting’ krijgt zo de functie van excuus om kosten te besparen, ook al lijkt die nieuw verkregen vrijheid vooral gebruikt te worden om andermans vrijheid te beperken.

Van diversiteit naar bijzaak
Ook diversiteit en inclusie volgen dit patroon. Bedrijven organiseerden trainingen, stelden diversity officers aan en publiceerden inclusierapporten. Niet uit overtuiging, maar onder maatschappelijke druk.

Nu conservatieve partijen gelijkwaardigheid framen als ‘woke-indoctrinatie’, verdwijnt die druk. Programma’s worden afgebouwd. Functies opgeheven. Termen verdwijnen uit jaarverslagen.

Wat resteert, is de kale rekensom: als concurrenten deze investeringen schrappen, wordt volhouden een strategisch risico.

Arbeid, ketens en straffeloosheid

In internationale productieketens herhaalt zich hetzelfde script. Belofte van leefbaar loon. Belofte van veilige fabrieken. Belofte van transparantie.

Zodra handelsakkoorden mensenrechten minder zwaar laten wegen en inspectiediensten worden uitgekleed, verdwijnt toezicht. Westerse bedrijven kijken weg, gesteund door regeringen die ‘concurrentiekracht’ belangrijker vinden dan arbeidsrechten.

Wie blijft investeren in fatsoenlijke ketens, ziet zijn prijzen stijgen. Wie dat nalaat, wint marktaandeel. In afwezigheid van harde regels is de uitkomst voorspelbaar.

Mode: terug naar het bot

De mode-industrie vormt een bijna karikaturaal voorbeeld. Na jaren van body positivity, diversiteit op de catwalk en kritiek op eetstoornissen keert het oude ideaal terug. Extreem dun. Jong. Breekbaar. Dat gebeurt niet toevallig. Diversiteit vraagt casting, begeleiding en soms weerstand tegen adverteerders. Dunne modellen zijn blijkbaar makkelijker te standaardiseren en sluiten aan bij een heroplevend conservatief schoonheidsideaal.

In een concurrerende markt wordt regressie zo opnieuw rationeel gedrag.

Voor zijn of verliezen

In dit systeem ontstaat een perverse logica. Waar bedrijven eerst wachtten totdat concurrenten progressieve stapjes zetten, om schoorvoetend te volgen, wachten ze nu niet af tot iedereen afschaalt. Ze anticiperen. Wie verwacht dat concurrenten hun morele verplichtingen loslaten, doet dat liever als eerste.

Niet achterblijven, maar vooroplopen in versobering. Sneller schrappen. Sneller terug naar de ondergrens. Wie te lang principieel blijft, wordt afgestraft door de markt.

Zo ontstaat een neerwaartse spiraal waarin ‘verantwoordelijkheid’ wordt gezien als naïviteit.

Macht volgt politiek

Al deze voorbeelden hebben dezelfde kern. Bedrijven volgen geen moreel kompas, maar machtsverhoudingen én marktdruk. Wie de regels maakt, bepaalt het gedrag. Wie de prijzen zet, versterkt dat gedrag.

Wanneer progressieve wetgeving en actieve handhaving verdwijnen, verdwijnt ook de bescherming tegen morele onderbieding. Bestuurders spreken over realisme en neutraliteit. In werkelijkheid volgen ze simpelweg het ‘nieuwe politieke midden’.

De illusie van vrijwillige verantwoordelijkheid

Het idee dat bedrijven uit zichzelf maatschappelijk volwassen worden, blijkt telkens weer fictie. Elke verschuiving naar rechts functioneert als vrijbrief, elke kostenbesparing als beloning.

Wat gisteren nog onacceptabel was, wordt vandaag ‘pragmatisch’. Wat gisteren schandaal was, heet nu beleid.

Zonder wettelijke druk, zonder sterke instituties, zonder maatschappelijk tegengewicht, keert het bedrijfsleven terug naar zijn basisstand.

Moraal als bijproduct van macht

Verantwoord ondernemen functioneert in dit systeem niet als overtuiging, maar als bijwerking van politieke druk en concurrentiedwang. Waar regels streng zijn, zijn bedrijven braaf. Waar regels verdwijnen, wint de laagste standaard.

De recente en bliksemsnelle terugtocht is daarom geen verrassing. Ze laat zien hoe dun het morele laagje werkelijk was.

Reacties (17)

#1 Jos van Dijk

Zodra overheden naar rechts schuiven, regels afzwakken en toezicht relativeren, verdampt het morele vocabulaire

Wat is de volgorde? Is de politiek zelfstandig in staat te bepalen hoe verantwoordelijk bedrijven zich moeten gedragen? Of slagen bedrijven er in, met een overmacht aan politieke relaties, de morele grenzen van de overheid op te rekken? Zodat ze hun mooie verhalen over People, planet, profit zonder bezwaar bij het oud vuil kunnen dumpen.
Het kritieke punt is dat de overheid onder leiding van de liberalen al decennia lang geen economisch beleid meer voert. De politiek volgt het (grote) bedrijfsleven dat maximale vrijheid wordt gegund. Het andere beleid wordt daaraan aangepast.

#1.1 Hans Custers - Reactie op #1

Kip of ei? Ik denk dat het onmogelijk is om hier van een volgorde te spreken, of van oorzaak en gevolg. Het zijn twee ontwikkelingen die synchroon zijn verlopen, over meerdere decennia. Aan de ene kant de ideologie van marktdenken, deregulering en de mens die op aarde is om de economie te dienen. En aan de andere kant bedrijven die groter werden, en rijker, en de kunst van beïnvloeding van politiek en publiek steeds beter gingen beheersen. Bedrijven versterkten dus hun machtspositie, terwijl overheden zichzelf juist verzwakten.

De aandacht voor ESG was niet veel meer dan een rimpeling in die trend over de langere termijn. En dus geen keerpunt, zoals je even had kunnen hopen. We zijn aanbeland in een situatie waarin overheden vrij machteloos staan tegenover bedrijven die de positie hebben verworven dat ze “too big to fail” zijn. Niet alleen in de financiële sector, maar ook elders: IT, communicatie, energie, het zijn allemaal voorzieningen waarvoor we afhankelijk zijn geworden van een klein aantal grote en machtige bedrijven.

De grote vraag is vooral: hoe keer je dat om? Ik heb daar niet direct een antwoord op.

#1.2 Jos van Dijk - Reactie op #1.1

Zichzelf bewust verzwakken, kun je beter zeggen. Hier nog een actueel voorbeeldje van dienstbaarheid van de overheid aan aandeelhouders: Heinen wil wetsvoorstel box 3 aanpassen na hevige kritiek van vermogenden die vrezen meer belasting te moeten gaan betalen. De vastgoedsector was in het oorspronkelijke voorstel al ontzien.

Hoe je dat omkeert? Niet zo makkelijk toegeven om te beginnen.

#1.3 Hans Custers - Reactie op #1.2

Er is natuurlijk best beleid te bedenken dat voor zo’n ommekeer zou kunnen zorgen. Maar dat komt er alleen als er genoeg mensen op politici stemmen die dat beleid uit willen voeren. En dan liefst niet maar één keer, want in één kabinetsperiode kun je niet alles omkeren dat in tientallen jaren is ontstaan. En liefst niet alleen in Nederland, omdat je als enkel land helemaal niet meer zoveel macht hebt.

Met alleen maar ideeën over beleidsmaatregelen keer je de trend niet om. Daar is meer voor nodig. Maar wat?

#1.4 Reinaert - Reactie op #1.3

Verzet, burgerlijke ongehoorzaamheid?

#1.5 Frank789 - Reactie op #1.4

Het merendeel van Nederland stemt rechts, ondanks dat dat tegen hun eigen belang is, maar dat doorzien ze niet, want “asielzoekers”. Ze laten zich door 10% van de emigranten voor 100% de racistische kant opjagen met al bijvangst dat het milieu en klimaat de klos zijn en de elite nog meer geld van ze afpakt.

Dus verzet en burgerlijke ongehoorzaamheid kun je vergeten. Sterker nog, het verzet en burgerlijke ongehoorzaamheid van XR en de rechtszaken van MOB/Johan Vollenbroek worden door die rechtsstemmers zwaar verketterd. Als hen gevraagd zou worden “wie moet ik vrijlaten, de Holleeders of XR?” dan weet je het antwoord wel.

#1.6 Co Stuifbergen - Reactie op #1.5

terwijl MOB/Johan Vollenbroek gewoon wil dat de wet gehandhaafd wordt.

#1.7 Reinaert - Reactie op #1.5

“Dus verzet en burgerlijke ongehoorzaamheid kun je vergeten.” Hoezo? Verzet en ongehoorzaamheid is niet aan een meerderheid gekoppeld, het tegendeel is vaak waar. Een minderheid kan een vuurtje aardig opstoken.

#1.8 Hans Custers - Reactie op #1.7

Verzet en burgerlijke ongehoorzaamheid lijken me een minimale voorwaarde om kans te maken op wezenlijke verandering. Zonder dat zal het er zeker niet van komen.

#1.9 Frank789 - Reactie op #1.8

En daarom poogt rechts o.a. XR als terroristen te bestempelen, en organisaties als Greenpeace te verbieden te procederen tegen de staat die haar eigen wetten schendt.
En daarom krijgen demonstranten vooraf huisbezoek van de politie en wordt oproepen tot blokkades strafbaar opruien enz.

#1.10 Reinaert - Reactie op #1.9

Reden te meer voor verzet.

#2 Frank789

Bedrijven zijn net mensen: zodra de (wettelijke) druk wegvalt verdwijnen alle goede voornemens in de prullenbak.

Bedrijven en mensen moeten allebei gedwongen worden door overheden om hun gedrag te veranderen, vanzelf gaat het nauwelijks, tenzij… het veel geld oplevert.
Het kolenverbuik in de USA neemt af ondanks de druk van Trump, want olie en gas zijn gewoon veel gemakkelijker hanteerbaar, dus goedkoper, en wind en solar zijn ook goedkoper.
Bovendien worden eenzijdig slechts de consumenten via (energie-)belasting gedwongen hun gedrag te wijzigen maar is het bedrijfsleven vaak totaal vrijgesteld van die belastingen.

Terwijl China van bovenaf regelt dat zij de grootste EV producenten worden, eist de Europese automobielindustrie opschorting van de deadline waarna geen brandstofauto’s meer mogen worden verkocht. Daarmee hun (en deels onze) ondergang aan het zekerstellen.
Na corona vliegt het bedrijfsleven een stuk minder omdat ze door Zoom/Teams ontdekt hebben dat dat toch best veel tijd en geld oplevert, maar de vliegschaamte van de consument is inmiddels weer totaal verdwenen en dus groeit de luchtvaart weer als kool, alle vlieg-besparingen van het bedrijfsleven teniet doende.

Mensen en bedrijven moet je keihard dwingen, maar dat begint helaas, zoals hierboven al gezegd, in het stemhokje.

#2.1 Joost - Reactie op #2

Volgens mij is het punt juist dat veel individuen juist wél de goede keuze kunnen maken, en dat ook doen, ook al kost het ze extra. Nu heeft lang niet iedereen de luxepositie om dat ook te kunnen, maar perverse mechanismes die het afstraffen bestaan op individueel vlak niet echt.

#2.2 Frank789 - Reactie op #2.1

“Veel individuen” die echt ecologisch zinvol leven zijn er, maar nog veuls te weinig.

En ook veel individuen gedragen zich zelfs voorbeeldig, scheiden afval, gaan op de fiets naar het werk, hebben zonnepanelen of een warmtepomp, en… vliegen vervolgens eerst naar New York én later naar Thailand op vakantie en zitten tussendoor in de tuin in de houtgestookte hot-tub onder de gasgestookte heater…
Ze hebben het gevoel dat ze heel goed bezig zijn, ja, dan mag je jezelf wel belonen met een verre vakantie.

Mensen en bedrijven moet je keihard dwingen.

#2.3 Hans Custers - Reactie op #2

Bedrijven zijn net mensen, dat klopt. En dat geldt ook voor politici. Dat betekent dan ook dat besluiten die bedrijven en politici nemen worden beïnvloed door cultureel en ideologisch bepaalde waarden en normen. Zoals dat ook geldt voor individuele burgers. Zulke waarde en normen kunnen veranderen. Exorbitante zelfverrijking werd niet zo heel lang geleden bijvoorbeeld nog gezien als iets afkeurenswaardigs, ook door veel conservatieven. Topmanagers kenden zichzelf toen niet zo schaamteloos de ene na de andere verhoging van hun salarissen of hun bonussen toe. En zie hielden ook niet hun handje op bij de overheid voor allerlei investeringen die niet direct winstgevend waren, terwijl ze tegelijkertijd miljarden doorsluisden naar hun aandeelhouders.

Voor mij is het niet zo vanzelfsprekend dat je alleen met wetten af zou kunnen dwingen dat mensen of bedrijven verder kijken dan hun eigen belang. Volgens mij is de mentaliteit dat alles mag, zolang het niet expliciet is verboden, ook in de loop van de afgelopen 30, 40 jaar binnengeslopen in onze cultuur. Natuurlijk bestond er daarvoor ook asociaal, egoïstisch gedrag, maar het werd maatschappelijk minder geaccepteerd. Terwijl je nu het idee krijgt dat het, in elk geval in de economische elite, als statusverhogend wordt gezien.

#2.4 Frank789 - Reactie op #2.3

Klopt allemaal wat je zegt.
En ook dat het al 40 jaar aan de gang is.
Dus het gaat een eeuwigheid duren tot die oude mentaliteit vanzelf weer terugkomt of we hebben weer een wereldoorlog nodig waarin de rijksten 90% belasting betalen (jaren 40 in de VS en VK) en er weer een samenhorigheid ontstond om een sociale maatschappij op te bouwen.
Of we gaan anders stemmen en wetten maken voor betere inkomensverdeling en het drastisch beperken van klimaatschade.

#2.5 Hans Custers - Reactie op #2.4

Of we gaan anders stemmen en wetten maken voor betere inkomensverdeling en het drastisch beperken van klimaatschade.

Ja, natuurlijk moeten we anders gaan stemmen en betere wetten maken. Maar hoe we stemmen en welke wetten de politiek maakt hangt nauw samen met wat ik in #2.3 zeg. “Of” is hier dus niet op zijn plaats.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*