Malta, Italie en Wilders
Gisteren hebben inwoners van Lampedusa, het piepkleine eilandje ten zuiden van Italië waar zo’n beetje alle op de Middellandse Zee onderschepte vluchtelingen uit Noord-Afrika naartoe worden gebracht, met succes voorkomen dat een boot van de Italiaanse kustwacht vol Tunesiërs aanlegde in de kleine haven van het eilandje. Onder applaus van de reeds aanwezige vluchtelingen die als geen ander weten wat vol = vol betekent. Velen van hen slapen inmiddels buiten onder plastic zeilen.
Lampedusa is een eiland van 20 km² (Schiermonnikoog is 2x zo groot) met 6000 inwoners dat vooral van het toerisme leeft, maar dit jaar is het seizoen al afgelopen voordat het begonnen is. Er zijn nu 4000 vluchtelingen op het eiland en dat aantal groeit dagelijks. De afgelopen nacht nog zijn er weer zo’n 400 aan land gebracht en nu de vluchtelingenakkoorden tussen Italië en Libië niet meer geldig zijn en de kolonel zijn land en zijn burgers aan het beschieten is, zal die toevloed voorlopig niet afnemen.
Het probleem van Lampedusa is vooral een Italiaans probleem.
Vluchtelingen worden zo veel mogelijk bij het vasteland vandaan gehouden om te voorkomen dat ze in de illegaliteit verdwijnen. Op een piepklein eiland dat dichter bij Tunesië ligt dan bij Sicilië kan dat nooit lang goed gaan. De inwoners begrijpen maar al te goed waar de schoen wringt: spandoeken genoeg waarop wordt opgeroepen om tentenkampen te bouwen in Padania, het fictieve droomland van de xenofobe regeringspartij Lega Nord, in plaats van op hun eilandje.

