Hans Beerends: niet solidariteit maar jeugdige jovialiteit
LONGREAD - Het nieuwste boek van Hans Beerends (79) beschrijft het icoon van de derdewereldbeweging hoe mondiale betrokkenheid onderdeel was en is van de Nederlandse samenleving.
Remco Campert schreef een gedicht met de titel: “Verzet begint niet met grote woorden.” In de laatste strofe schrijft hij waar dat verzet dan wel mee begint, namelijk met “jezelf een vraag stellen en dan die vraag aan een ander stellen”.
Dat gebeurde bij mij ook. Ik ben in de jaren dertig geboren en heb de jaren veertig en vijftig meegemaakt als brave jaren, waarin ik en de meeste generatiegenoten van mij helemaal niet zo veel kritiek hadden op de maatschappij en de autoriteiten. De oorlog was afgelopen, we hadden allemaal te eten en de sigaretten waren weer van de bon. Voor mij kwam de breuk in de jaren zestig met de oorlog in Vietnam.
Toen de Amerikaanse bombardementen op Vietnam maar doorgingen en de politiek en de kerken in Nederland daar eigenlijk geen bezwaar tegen hadden en deze de bombardementen zelfs goed praatten als noodzakelijk in de strijd voor de vrijheid, dacht ik bij mezelf: die lui deugen niet.
Een tweede moment was de actie “Eten voor India” van Novib in 1966. Het was de eerste televisieactie in Nederland om geld op te halen voor een hongersnood. Natuurlijk gaf ik geld, maar ik was tegelijkertijd zeer verbaasd. Als jongen had ik de hongerwinter meegemaakt. Op 5 mei 1945 was de bevrijding geweest en op 6 mei hadden we allemaal weer te eten. Voor mijn idee was er honger als een land bezet werd door een vijandelijke macht. In India was echter geen oorlog en ook geen vijandelijke macht. Hoe kan dat nu, vroeg ik me af? Ik ging me verdiepen in het onderwerp door er veel over te lezen en zo kwam ik er gaandeweg achter dat de internationale handelsstructuren negatief uitpakten voor ontwikkelingslanden.’
