REPORTAGE - Sjors van Beek liep voor de Groene Amsterdammer een week mee op de schuldhulpafdeling in Doetinchem. ‘Ik druk mijn eigen kinderen op het hart: zorg dat je nóóit afhankelijk wordt van de Belastingdienst of het UWV, zorg dat je niet in de wereld van de formulieren belandt.’ Vandaag deel 3 van de driedelige serie over schuldhulpverlening. (Deel 1 is hier te lezen, deel 2 hier).
Twee dagen later stuitert de 28-jarige Dave de spreekkamer binnen voor een ‘meldgesprek’: een eerste korte ontmoeting voor een globale analyse van de situatie. Al vijf jaar in de bijstand, 30.000 euro schuld. ‘Impulsieve aankopen op krediet, een computer, een muziekinstallatie, je kent het wel’. Nu wil hij schoon schip maken. Maar een schuldregeling waarbij hij wekelijks nog maar 50 euro leefgeld krijgt? ‘Kan niet, man! Ik moet shag hebben om te roken en ik ben een grote eter. Enne, ik blow me knetter’. Klantmanager Jochem van Dijk: ‘We kunnen je helpen, maar je zult toch echt werk moeten zoeken dan’.
Het zijn de uitzonderingen, vertellen de schuldhulpverleners. Klanten met een gat in hun hand en weinig realiteitszin komen ze niet zo veel tegen. Veel vaker stuiten ze op kwesties van scheidingen, werkloosheid, ziekte waardoor mensen in de financiële problemen raken. Zoals dat gezin in een welvarende nieuwbouwwijk aan de rand van Doetinchem. Marcia (35) werkt zelf bij de gemeente maar haar tijdelijk contract loopt af. Haar man Emiel (41) zit thuis als gevolg van een zware depressie. Hij wil omscholen naar de zorgsector maar krijgt na een mislukt traject geen hernieuwde toestemming meer van de bijstand. Hij moet productiewerk gaan doen ‘maar dat kan ik geestelijk niet aan, dan stort ik weer in’. Totale schuld: 13.000 euro, grotendeels door een doorlopend krediet, de rest door te lang doorgelopen kinderopvangtoeslag.